Populaire berichten

Posts tonen met het label De Westerse filosofie door Peter Weeda. Alle posts tonen
Posts tonen met het label De Westerse filosofie door Peter Weeda. Alle posts tonen

dinsdag 24 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 23 (Schopenhauer, Satre en Wittgenstein)






·      Arthur Schopenhauer (1788 – 1860)
De grote pessimist. Het draait in het leven om onze wil en onze voorstellingen. Het individu kent zijn lichaam bijvoorbeeld als voorstelling, maar "op een heel andere manier" ook als wil. Schopenhauer ziet de wil als een last. De wil is een nare, vervelende drift. Het is de kunst om aan deze wil te ontkomen. Filosofie, meditatie en muziek zijn mogelijkheden. Wie niet langer wil, vindt rust, een ideaal dat hij aan het boeddhisme ontleent. Hij gelooft niet in vooruitgang of in de goede bedoelingen van de mens. Hij ruimt echter wel een grote plaats in voor het medelijden. In het lijden herkent men de wil en het feit dat al het leven uiteindelijk lijden is. Dan ontstaat er ruimte voor medelijden.
We hebben verlangens die nooit echt worden vervuld, er is geen echt doel in het leven en een levensloop is een keten van klein en groot leed.
Aangename verrassing is het boek Bespiegelingen over levenswijsheid. Hoe halen we het meeste uit het leven? Belangrijkst: het ik, het karakter, tweede staat bezit, titel en inkomsten. En laatste hoort te staan: wat vinden ze van me. Maar dat werkt anders, dat vinden we juist heel belangrijk. Overigens is bewegen voor S. juist heel belangrijk! Meningen van anderen zijn vaak afgunst of vleierij en dus weinig zinnig. Dat is des te meer zo in deze tijd van social media.

 ·      Jean Paul Sartre (1905-1980)
Een van de grootste schrijvers van de twintigste eeuw en de belangrijkste filosoof van het existentialisme: een atheïstische filosofie waarin de vrijheid en verantwoordelijkheid van de mens centraal staan.
 Het bestaan is volgens hem een dynamisch proces waarin iemand zichzelf definieert door zijn acties en keuzes. Hij definieert zichzelf, omdat hij geen essentie meekrijgt bij de geboorte. Vandaar Sartres veel geciteerde uitspraak: 'Existentie gaat vooraf aan de essentie'. God bestaat volgens Sartre net zomin als 'de zin van het leven'. Sartre raadt ons aan om uit te gaan van de absurditeit van het bestaan: er is niets gegeven. De mens is volgens Sartre zomaar in een zinloze wereld geworpen en het komt er vervolgens op aan onszelf te ontwerpen. Hoe we dat doen, staat ons vrij.
Die vrijheid belast ons met een enorme verantwoordelijkheid: 'we zijn gedoemd tot vrijheid' volgens Sartre. Kiezen biedt de enige mogelijkheid tot een daadkrachtig en authentiek leven. Ik, en ik alleen, moet betekenis aan mijn leven geven. Laat ik dit na, dan ben ik te kwader trouw (!). Het maken van keuzes is volgens Sartre een moeizaam proces omdat je altijd vecht tegen visies van anderen over jezelf. De ander ziet je altijd als een bepaald persoon met bepaalde eigenschappen, terwijl de keuze juist de mogelijkheid biedt om jezelf opnieuw te bepalen. Volgens Sartre is dit de reden waarom de anderen altijd een last zijn: ze maken je tot object. 'De hel, dat zijn de anderen’. Beroemde uitspraak en veel geciteerd.

·      Ludwig Wittgenstein (1889–1951) 
Staat bekend als einzelgänger en als iemand die boos wegloopt van conversaties die hem niet bevallen, maar wel 1 van de belangrijkste communicatie- en taalfilosofen uit de twintigste eeuw. Veel problemen binnen de filosofie zijn volgens Wittgenstein namelijk gebaseerd op vergissingen in het spreken of schrijven over de wereld. 'Waarover je niet kan spreken, daarover moet je zwijgen.’

Wittgenstein heeft tijdens zijn leven twee verschillende filosofische posities ingenomen met betrekking tot logica en taal, die in de filosofie worden aangeduid als Wittgenstein I en Wittgenstein II. Kenmerkend aan de eerste periode is zijn eerste filosofische werk, Tractatus logico-philosophicus (1920), waarmee hij duidelijk wil maken wat wel of geen zinvol taalgebruik is. Wittgenstein stelt dat er een correspondentie bestaat tussen taal en werkelijkheid – als een zin of bewering niet verwijst naar iets buiten ons, is deze nietszeggend. Hij zegt als het ware dat taal en de wereld dezelfde logische structuren bezitten.

Hoewel Wittgenstein na het schrijven van de Tractatus concludeert dat hij alle filosofische problemen heeft opgelost, trekt hij in de late twintiger jaren zijn eerdere werk in twijfel. Dit is de start van Wittgensteins II, die betrekking heeft op zijn filosofische werk Philosophische Untersuchungen. In deze periode gaat hij niet zozeer in op de algemene relatie van taal en de werkelijkheid, maar ontwikkelt hij een filosofie op het niveau van woorden. Hij komt tot het inzicht dat woorden pas betekenis krijgen binnen een bepaald taalspel. Elk taalspel kent zijn eigen complexe regels waardoor de 1 op 1 relatie tussen taal en werkelijkheid niet meer opgaat. Waar hij er eerst van overtuigd was dat taal terug te brengen was tot een volmaakte logische vorm, trekt hij nu de logische essentie van taal in twijfel. Dit gaat tegen W I in, maar kan je zien als voortschrijdend inzicht. 
Noot PW: overigens zijn veel filosofen uit de 20ste eeuw zeer met taal bezig. Juist taalgebruik is dan ook erg belangrijk :). 




De Westerse filosofie door Peter Weeda, 22 (Nietzsch en Wagner, nihilisme en übermensch)



·      Friedrich Nietzsche (Duitsland 1844-1900)
De filosoof met de hamer. Raakte bevriend met Richard Wagner, dat had diepgaand effect op beiden. Leidde lang een zwervend bestaan. Stortte in 1889 in en herstelde niet meer echt. Later is zijn leer misbruikt door de Nazi’s.
Nietzsche schreef veel over nihilisme. In 1862 verschijnt Vaders en zonen van Toergenjev. In dit boek vertolkt hoofdrolspeler Bazarov de lompe variant van nihilisme: niets aannemen op gezag, geen etiquette, een hork. Naar volk. Dit is de eerste vorm van nihilisme. Maar onze cultuur is doortrokken van een andere variant van het nihilisme: het christendom. De wereld is chaotisch en zonder fundament maar dat wordt later verrekend in de hemel. Christendom leidt tot schuld en boete. De zwakke massa ontwikkelt een Slavenmoraal en neemt genoegen met waarden als medelijden, nederigheid en vriendelijkheid.
Daartegen in het advies van Nietzsche: aanvaard dat het leven zinloos is, durf de leegte onder ogen te zien, dan kan nihilisme veranderen van een bedreiging in een bevrijding. En komen er ongekende mogelijkheden. Schep je eigen waarden! Omarm het leven hartstochtelijk! Dus leef zo dat er niets te verlossen valt. Zoek de Amor fati (dus het harde lot liefhebben). En wordt een Übermensch.

zondag 22 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 21 (Freud en Weil)





Sigmund Freud (1856-1939)
Geen filosoof, maar zeer belangrijk. Neuroloog en psychoanalyticus. Ontdekte de driften van de mens en het grote belang, en de vermomming, ervan.
De mens kent fasen: gelijk na de geboorte het Es, het driftprincipe. Als iets ontbreekt maakt een baby dat gelijk duidelijk. Later leert een kind dat te beheersen, we bouwen een Ik op. Een derde instantie is Uber-Ich, een soort geweten-plus, de moraliteit van onze omgeving (nee, dat mag je niet doen) is een deel van onszelf geworden. Een conflict tussen drift en plicht ligt op de loer: de neurose. Na lange observatie kwam Freud tot de conclusie dat het bewustzijn maar een deel is van de menselijke geest, daar is ook het Onderbewuste, of Onbewuste. Daar huizen de driften die we hebben verbannen. Dan kan zich uiten in Verdringingen. Hoe behandel je iemand? Met vrije associatie, op een moment ziet de arts wat het probleem is en noemt dat Aha-erlebnis. En kan aan het helen. Kan ook via de Traumdeuting, het duiden van Dromen.  Doordat een aantal (vrouwelijke) leden van de bourgeoisie zich aangetrokken voelden tot de psychoanalyse en zich lieten behandelen, groeide de psychoanalyse en kreeg internationale allure. De psychoanalyse kan gezien worden als een van de eerste vormen van de moderne psychotherapie.
Freuds idee van verdringing als oorzaak van psychische problemen is wijdverbreid geraakt, en maakt deel uit van het collectieve denken over de werking van de geest. De naam van Freud heeft in het dagelijkse taalgebruik een bekende klank; de meeste mensen kennen bijvoorbeeld de zogenaamde freudiaanse verspreking. Freud inspireerde de Surrealisten (iemand als Breton). Zijn ideeën komen nu niet of nauwelijks meer aan bod in de psychologie, ze zijn achterhaald. Grappig terzijde: De Ierse schrijver James Joyce had geen hoge pet op van de psychoanalyse en noemde Freud en Jung "the Viennese Tweedledee" en "the Swiss Tweedledum"
 ·      Simone Weil (1909-1943)
Ze was een leerling van de École normale supérieure. Zij studeerde bij de filosoof Alain, bij wie ook Jean-Paul Sartre en Simone de Beauvoir studeerden. Simone Weil werd politiek actief vanuit een sterk besef voor rechtvaardigheid. Ondanks lichamelijke problemen werkte ze in 1935 acht maanden lang in fabrieken om het lot van de arbeiders te delen. Later nam ze deel aan de Spaanse Burgeroorlog, maar moest al snel terugkeren na een ongeluk waarbij zij zware brandwonden opliep.
In dezelfde periode bekeerde Weil zich tot het rooms-katholieke geloof, maar zij ging niet zover dat zij zich liet dopen. Nadien verdiepte ze zich in de christelijke mystiek, maar ook in de godsdiensten van het oude Egypte en de godsdiensten van India, vooral de Bhagavad Gita. Haar ethiek draaide om het begrip Aandacht. Je niet bezighouden met jezelf, nee, openstaan, werkelijk openstaan voor de ander. In 1940 vluchtte ze uit Parijs naar Marseille. In mei 1942 trok ze met haar ouders naar New York, maar ruilde het comfortabele leven van de Verenigde staten in november voor Engeland. Tijdens haar leven publiceerde zij slechts enkele artikelen, na haar dood werd meer uitgegeven. In Engeland moest zij worden behandeld voor tuberculose, verergerd omdat ze besloot te delen in het lijden van haar landgenoten en niet meer at dan het officiële Franse rantsoen, waaraan zij uiteindelijk op 34-jarige kwam te overlijden.

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 20 (twee mannen die de wereld hebben veranderd)


.      Charles Darwin (1809-1882)
Eigenlijk geen filosoof, maar wegens immense belang opgenomen. Hij was bioloog en natuurwetenschapper. Begon in 1831 zijn beroemde reis met het schip de Beagle. Kwam 5 jaar later terug en publiceerde in 1859 On the orign of species. De evolutiegedachte dus. Toen revolutionair en met name de kerk verzette (en sommigen doen dat nog steeds J) zich heftig, het scheppingsverhaal bleek onjuist. Darwin werd de gevaarlijkste man van Engeland genoemd. In tegenstelling tot wat bijvoorbeeld Plato dacht bleken soorten helemaal niet onveranderlijk maar veranderden ze in de loop der tijd. En the fittest won en plantte zich voort en zo evolueerde plant en dier steeds verder. Met de mens als voorlopig ‘winnaar’. Hoe die variatie overigens tot stand kwam werd pas later bekend, door de neodarwinisten. Het leven is een loterij waarbij enkel de winnende loten zichtbaar zijn, 99,9% van alle soorten die ooit heeft bestaan bestaat nu niet meer. Daar kan je somber over raken, weltschmerz enzo, maar ook: wees vol levensvreugde want gij zijt een bloem in de levenslente.
 ·      Karl Marx (1818-1883)
Geboren in Pruisen. Begon zijn filosofische loopbaan als hegeliaan. Is altijd dialecticus gebleven. Later werd hij in tegenstelling tot Hegel materialist. Werd snel radicaler en verhuisde in 1840 gedwongen naar Parijs. Raakte betrokken bij oprichting Eerste Internationale. Je kunt stellen dat geen filosoof zoveel invloed heeft gehad op de praktische politiek. Schreef in 1867 eerste deel van Das Kapital. Reisde veel, veelal gedwongen, werd veel geholpen door zijn vriend Friedrich Engels. 
Zijn leer: de sociale en economische omstandigheden zijn het gevolg van productiekrachten, die in de geschiedenis steeds veranderen. Deze omstandigheden zijn de fundamenten, de onderbouw, van de maatschappij. Daarbovenop staat de bovenbouw, wetenschap, kunst, filosofie, maar dat is meer een afgeleide van de onderbouw. Dit alles levert, onontkoombaar, eerst socialisme en later communisme op. De hele geschiedenis was steeds Klassenstrijd, schreef hij. De kern van communisme: ieder produceert naar vermogen, en consumeert zoveel hij nodig heeft. Het idee is nog steeds geweldig.

zaterdag 21 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 19 (Kierkegaard)



·      Søren Kierkegaard (1813-)
Groeide op in een zwaarmoedig gezin. Geloofde zeker op latere leeftijd in een tijd te leven zonder hartstocht, Europa was op weg naar een bankroet, zo dacht hij. Felle kritiek op ‘zondagchristendom’. Christendom is overweldigend maar strijdig met verstand. Een mens dient niet te zoeken naar de Grote Waarheden maar naar de ‘waarheid voor mij’. Het gaat om de existentie, een vergelijking met Boeddha is vaak gemaakt. Er zijn volgens Kierkegaard drie stadia. Als eerste het esthetische stadium, je leeft van dag tot dag en bent op zoek naar mooie en fijne dingen. Angst en leegheid kunnen dan op gaan spelen. Dan stadium twee: de ethische fase. Morele maatstaven, je gaat het goede doen. Ook dat kan teveel voor je worden en wellicht ga je terug naar fase 1, maar wellicht ook naar fase 3: het religieuze stadium. Zij wagen de wekelijk grote sprong, zij gaan geloven in plaats van genieten of goed doen. Daar is verzoening te vinden maar het kan in de woorden van K. ook verschrikkelijk zijn om in de handen van een levende God te vallen.

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 18 (Hegel)



·      Georg Friedrich Hegel (1770-1831)
Start als Romanticus. Werd later zelf intellectueel middelpunt Duitsland en tot slot oprichter van het Hegelianisme. Zeer genuanceerde man overigens. Hij noemde de Wereldgeest van Schelling als som van de menselijke uitingen en verlost het begrip daarmee van zweverigheid. De waarheid is subjectief, er is geen waarheid boven die van de menselijke rede. Waarheid verandert in de loop van de geschiedenis volgens de dialectiek. Eerst is er een these, een positie, dan een reactie daarop: de antithese en daaruit volgt een diepere waarheid: de synthese. Een voorbeeld: het rationalisme van Descartes was een these, het empirisme van Hume de antithese, en Kant verenigde dit tot synthese in zijn kennisleer. En dan wordt de leer van Kant weer tot these et cetera, en komen we steeds verder. Ook de wereldgeest ontplooit zich: eerst tot individu (subjectieve geest), daarna hoger in de maatschappij (objectieve geest), tot slot in de absolute geest (kunst, regering en filosofie).

   ·      Patricia Churchland (Canada 1943)
Combineert samen met haar man Paul filosofie met neurologie. “Kant zou nu neurofilosoof zijn”. Werkt feitengericht, tegen zere been andere filosofen. Bewustzijn werkt in hersenschors, hersenstam en thalamus, vogels hebben ook soort bewustzijn. Oxytocine is heel belangrijk stofje bij maken affectionele banden en is in die hoedanigheid een fundament voor moraal. Het brein is veel meer dan enkel ontvanger van informatie, er is ook spontane activiteit die niet door stimulus wordt gedreven.

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 3 (Socrates)




Democritus (460-370)
Laatste grote natuurfilosoof. Er verandert niet echt iets. Alles 
is dus opgebouwd uit kleine bouwstenen, die noemde hij 
atomen (in Sofie wordt de vergelijking met Legostenen 
getrokken). Die atomen zijn ondeelbaar, massief en
ondoordringbaar (tegenwoordig weten we dat ook atomen 
bestaan uit kleinere deeltjes), maar er zijn een heleboel 
verschillende soorten, dus daar kan je van alles van maken. 
Als iets vergaat of doodgaat, verspreiden de atomen zich en 
bouwen iets anders. Democritus geloofde in niets anders dan
het materiële: hij is materialist. En er is ook geen speciaal doel 
achter de beweging van de atomen, dat gaat mechanisch, 
volgens natuurkrachten. Ook bewustzijn, of de ziel, bestaat 
uit atomen, de mens heeft dus geen onsterfelijke ziel.   



Socrates (470-399)
Socrates wordt veroordeeld tot de gifbeker. Hij zou de 
Atheense goden niet eren en de jeugd op het verkeerde pad 
brengen. Dit heeft hij te danken aan zijn irritante gevraag, 
met name aan de Sofisten. Crito bezoekt Socrates in zijn cel 
en biedt hem een ontsnapping, maar Socrates weigert. De 
straf is onrechtvaardig, je er aan onttrekken is nog erger. 
Moreel onkreukbaar dus, de waarheid dienend. 




De Westerse filosofie door Peter Weeda, 17 (Gilbert Ryle)


Gilbert Ryle (1900-1976)

·      Romantiek (1795-1848)
Laatste grote cultuurperiode. Reactie op ‘kille’ verheerlijking van de rede. De jongeren gingen weer opgelucht ademhalen. Voorbeeld Beethoven. Schiller, Duits denker, het werk van de kunst is een spel, alleen de kunst kan ons brengen bij het onuitsprekelijke. Of Coleridge, Engels dichter: what if you slept and dreamt of a flower, and what if, when you awoke, you have a flower in your hand, ah, what then?. Romantici waren wel soort hippies. Burgerlijkheid was scheldwoord. Belangrijke filosoof was Schelling (1775-1854), Duitser. De natuur was de zichtbare geest, de geest de onzichtbare natuur, materie is sluimerende intelligentie (!). De ontwikkeling start bij stenen en eindigt voor nu bij de mens. Filosoof Herder (1744-1803): universele rede laat zich van tijd tot tijd gelden, Zeitgeist, ieder volk heeft eigen volksaard. Opbloei nationale bewegingen. Sprookjes worden opgeschreven (Grimm). Vriendschap is de belangrijkste vorm van loyaliteit. Creativiteit. Zin boven nut. Spiritualiteit en holisme.

En als extra, Ryle.

·      Gilbert Ryle (1900-1976)
Britse filosoof. Wie denkt dat we een geest hebben en vooral dat die geest ook nog invloed heeft op ons gedrag, die maakt een zogeheten categoriefout. Denken dat we een geest hebben is volgens Ryle ongeveer hetzelfde als een rondleiding krijgen langs alle gebouwen van de universiteit van Oxford, en dan achteraf vragen waar nou eigenlijk die universiteit was. De universiteit ís de verzameling van gebouwen. En op dezelfde manier is ons ‘ik’ een samenspel van interne processen. Het is een categoriefout om te denken dat er naast die processen ook nog een mysterieuze ‘geest’ bestaat. Wat er met Pinksteren dus ook wordt uitgestort, het is zeker geen menselijke geest.

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 16 (Dierenrechten)



'Ik was veertien en wilde geen eieren meer van legbatterijkippen eten. Mijn tante zei: “Als een kip niet gelukkig is, dan legt die geen ei.” Wat moest ik zeggen? Ik had geen weerwoord. Ik had het gevoel dat ik gelijk had, maar kon niet uitleggen waarom. Dat frustreerde me enorm. Toen ik erachter kwam dat volwassenen niet altijd de waarheid spraken, moest ik zelf gaan nadenken en ergens anders regels zien te vinden. Die vond ik tijdens mijn studie filosofie bij de Amerikaanse filosoof Tom Regan.

Eerst las ik Animal Liberation (1975) van Peter Singer – dat was de bijbel van de dierenrechtenbeweging. Maar een probleem van zijn utilistische benadering is dat je het geluk van een mens of dier zou kunnen opofferen om een grotere groep gelukkig te maken. En als je naar de consequenties van een handeling moet kijken... Die werken op zoveel niveaus door. Dat wordt een enorme berekening en blijft altijd een inschatting. Ik wilde weten: is de handeling zelf goed of fout?

In The Case for Animal Rights (1983) past Regan de deontologische ethiek van Kant toe op dieren. Daarbij introduceert hij een nieuw begrip: a subject-of-a-life. Een steen is dat niet, maar ikzelf of een hond wel. Dieren hebben net als mensen belangen en maken keuzes om die belangen te behartigen. Je mag dieren niet als een middel zien, ze hebben een inherente waarde.

Ik was al veganist geworden. Eerst stopte ik met vlees eten, toen droeg ik geen leren schoenen meer, later liet ik de melk weg. Dankzij Regan hoefde ik bij mijn keuzes niet meer alleen op mijn gevoel af te gaan. Hij gaf me de woorden om die keuzes te beredeneren. Dat geeft houvast. Ik kan best leven met losse eindjes, maar het moeten er niet te veel zijn.’ 

vrijdag 20 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 15 (Immanuel Kant)



·      Immanuel Kant (1724-1804)
'Verlichting is bevrijding van de onmondigheid die je aan jezelf te wijten hebt.'
'Wat kan ik weten? Wat moet ik doen? Waar mag ik op hopen?’ (noot PW: in het tijdschrift Filosofie magazine beantwoordt iedere maand een denker deze vragen)
Immanuel Kant is een heel belangrijke filosoof van de achttiende-eeuwse Verlichting. Misschien wel de belangrijkste ooit. Zijn definitie is klassiek geworden: 'Verlichting is de bevrijding van de mens uit de onmondigheid die hij aan zichzelf te wijten heeft.' Kants motto is sapere aude (durf te denken), maar hij bespreekt ook de grenzen van het verstand.
In de Kritiek van de zuivere rede (ik zou trouwens niet proberen het te lezen, ondoenlijk) verenigt hij rationalisme en empirisme. De kennis van het verstand komt wel degelijk overeen met de werkelijkheid, maar dat komt omdat ons verstand zelf die werkelijkheid structureert. Tijd en ruimte, zo bedacht Kant, zijn geen absoluutheden in de wereld, maar 'aanschouwingsvormen' van ons eigen verstand. Hetzelfde geldt voor oorzaak en gevolg. 
Zich bewust van de radicale ommekeer van zijn filosofie spreekt Kant over de 'copernicaanse wending': zoals de zon niet om de aarde draait, zo ziet onze geest niet de wereld zoals die werkelijk is, maar alleen zoals die zich aan ons voordoet. In andere woorden: het Ding an sich kunnen we niet kennen, het Ding fur mich is hoe dingen zich aan ons voordoen.
In de Kritiek van de praktische rede ontwikkelt Kant daarna een morele filosofie. God en geweten zijn ideeën die op de grens van de rede liggen; ze begeleiden ons denken maar hebben geen enkele zekere inhoud. De enige 'kritische' moraal is een zuiver formele: handel zo, dat je handelingen steeds tot algemene wet kunnen worden verheven. Daaruit volgt bijvoorbeeld dat je niet zou moeten liegen, omdat een wereld waarin iedereen elkaar bedriegt onleefbaar is. Kant hanteerde hiervoor Het categorische Imperatief. Dat is een beroemde kreet geworden. Een soort zedelijke wet. Categorisch wil zeggen: het geldt altijd en imperatief: het is een gebod, je kunt er niet aan ontkomen. De gulden regel: wat gij niet wilt dat u geschiedt. De zuivere instelling is bepalend of je een ‘zedelijke’ handeling hebt verricht.
Kant sterft op 79-jarige leeftijd. Zijn laatste woord is 'Genug' J. 

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 14 (Vrije wil?)

Simon Blackburn
Vrije wil


Uit boek Blackburn – Denk!. 
Er is het determinisme, het verleden bepaalt de toekomst. Daar hebben wij (de mens) geen invloed op. Een mens heeft dus geen vrije wil maar is een puppet. Dit vinden de harde deterministen ofwel de incompabilitisten. Wat is hiertegen in te brengen?
Nou, bv. de kwantumfysica. Of een klein deeltje vervalt of niet is totaal toevallig. Maar dat blijkt geen weerlegging, want als er ergens in mijn hersenen op microniveau iets gebeurt heb ik daar geen invloed op. Toeval blijkt dan even meedogenloos als noodzaak.

Een andere weg dan. Ik ben vrij omdat mijn bewustzijn me vertelt dat ik vrij ben. Schopenhauer ontkracht dit. Je kunt je niet van causaliteit bewust zijn terwijl het er wel degelijk is. Ik zou nu op ballet kunnen gaan, maar doe dat niet omdat de mogelijkheid feitelijk niet bestaat.

Nog een andere kans: er is nog een ander niveau, een soort Ik. Er komt allerlei info binnen maar dat echte Ik in de controlekamer neemt de beslissingen. Dat wordt spottend wel The ghost in the machine genaamd. Dat Ik ontkomt niet aan de problemen van gewone dingen. Het fysieke systeem is een gesloten systeem, dus is een fysieke oorzaak nodig om een fysiek gevolg te krijgen (noot PW: dit vind ik een minder overtuigend bewijs, daar ga ik later nog wel iets mee doen).

Dan de manier van de compatibilisten. Ja, zeggen die, er is causaliteit, maar! Hersenen hebben modules (een scanner, een opmerker, een beslisser, een informaticus et cetera) die samenwerken om tot een respons te komen. Gesteld: dat leidt tot een akelige beslissing, je gooit een hond uit het raam want je vindt hem vervelend. Daar kan ik dan toch niets aan doen? Maar dat levert wel een reactie op. Het baasje zal niet aarzelen in te grijpen. Dus wordt de interne evaluator bijgesteld. Voortaan doen we dit niet meer. Een ondersteuning van: met domme mensen kan ik niets, maar met luie wel, want die kunnen veranderen. Dit is een begin om te laten zien dat er geen tegenstijdigheid is tussen determinisme en verantwoordelijkheid. Dit vinden de zachte deterministen. Kant leverde hierop kritiek door te zeggen dit de vrijheid van een klok is en geen echte vrijheid.  En hij heeft wel wat gelijk want het beeld is niet fundamenteel veranderd. Hier komen we later op terug. Wel iets getemperd, mensen veranderen hun gedrag wel degelijk op basis van nieuwe info. Spinoza brengt de toegenomen vrijheid graag in relatie met toegenomen kennis en begrip. Ik denk dat het standpunt van Victor Hooftman ook hier ergens ligt. Aanvullend: je kunt pech hebben en geen redelijke invloed hebben op wat gebeurt, maar er is ook iets als vallen binnen de horizon. Een pianist kreeg lof omdat hij zoveel talent had en antwoordde: Zeker, en hoe meer ik studeer hoe meer geluk ik krijg.

Een andere invalshoek. Door een strak determinisme verliezen we iets essentieels uit ons bestaan. Namelijk mijn houding tov de andere mens. Op het eerste gezicht kan je zeggen als iemand schuldig worden geacht als ze iets slechts doen dit een hardvochtige opstelling is. Als je meer begripvol bent is toch immers veel beter? Dat is een stap naar fatsoen. Hiermee objectiveer je mensen echter wel en snijd je een deel van hun mens-zijn af.

Dan het noodlot. Een beroemd verhaal: iemand ziet de dood en de dood ziet hem ook en kijkt verbaasd. De man schrikt en vlucht zo snel als hij kan heel ver weg. ’s Avonds komt hij daar de Dood weer tegen en die zegt: ja, ik was al verbaasd dat ik je vanochtend ver weg zag, terwijl wij hier nu een afspraak hebben. De toekomst ligt vast, dus berust maar in je lot en doe niets. Dit wordt de parabel van de luiaard genoemd. Het leven is immers geen kijkspel, gebeurtenissen die voortkomen uit de schoot van de tijd zijn afhankelijk van wat we doen. De controle van binnenuit. Bovendien is de toekomst misschien wel niet vast, maar zijn er vele mogelijkheden. Voor fatalisme is geen filosofische of rationele rechtvaardiging, al zijn we in sommige gevallen machteloos en vervallen we in dat soort gevallen natuurlijk in een soort karma denken (waarmee ik niet zeg dat er geen karma is).
Dus dit boek afrondend: het is niet de keus tussen een heerlijk vrij zwevende ziel en anderzijds een machine die voortrijdt over een spoor. Zoals Wittgenstein zegt: het is vernederend voorgesteld te worden als een lege tube die door een geest wordt opgeblazen. Flexibiliteit is hier het sleutelbegrip.   

Een andere kant laat mijn held Dennett zien, ik ga dit later verder uitwerken maar hele in het kort, er zijn verschillende levels van vrijheid. Er zijn 4 soorten vrijheid: darwiniaans (enkel instinct), skinneriaans (vissen – proberen soorten gedrag uit), popperiaans (uitgebreide cognitieve vermogens, stellen mogelijke acties voor) en gregoriaans (mens – importeren via cultuur geteste en goede ideeën en enten daarop gedrag). Taak filosofie: brug slaan tussen manifeste wereldbeeld (tafels bestaan en dat is echt) en wetenschappelijk wereldbeeld (zwarte gaten en de rest is illusie). Natuurlijk hebben mensen vrije wil. We krijgen impulsen, vrije wil staat niet los van keten van oorzaken, we wegen redenen af en maken keuze.

maandag 16 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 13 (Verlichting, Schopenhauer)



·      Edmund Burke (1729 - 1797)
‘’Het tijdperk van sofisten, economen en rekenaars is aangebroken: de glorie van Europa is voorgoed gedoofd.’’ Toen al dit gesomber dus. 

·      Verlichting (18e eeuw)
De Verlichting of Eeuw van de Rede was een cultureel-filosofische en intellectuele stroming in Europa die ruwweg samenviel met de 18e eeuw. Het was een reactie op het dogmatische autoriteitsgeloof.
Wat maakt de Verlichting zo speciaal? 1. De opstand tegen het gezag 2. Rationalisme 3. Verlichtingsgedachte 4. Cultuuroptimisme 5. Terug naar de Natuur 6. Humanisering 7. Mensenrechten.
Een prachtige lijst. 1. Geïnspireerd door de Engelse natuurwetenschappen (denk aan Newton) en door de filosofen (Locke) trokken de Franse verlichtingsfilosofen ten strijde tegen het bestaande gezag. Voltaire, Montesqieu. Dit mondde uit in de revolutie van 1789. 2. Voortbouwend op het Empirisme van Hume. De rede werd herontdekt en dat leidde tot 3. De verlichtingsgedachte. De brede laag van de bevolking moest worden bereikt. Veel nadruk op scholing. En dat brengt ons op 4. Cultuuroptimisme. Al die vooruitgang was onstuitbaar en zou tot meer voorspoed leiden. Rousseau met zijn edele wilde was representant voor 5. Terug naar de natuur. In de maatschappij huist het kwaad en de natuur is onschuldig, de oermens was waarachtig en puur. 6. De mens stond, ook in het christendom, steeds meer centraal en dat leidde weer tot 7. Mensenrechten. In Frankrijk waren ze vaak wat praktischer dan de Engelsen, dus de nadruk lag op de rechten die alle mensen hebben, enkel omdat ze geboren worden. Ook de Amerikaanse grondwet (ook uit die tijd) grijpt hierop terug. Vrijheid, gelijkheid en broederschap, het motto van de revolutie.

·      Arthur Schopenhauer (Duitsland 1788 – 1860)
De grote pessimist. We hebben verlangens die nooit echt worden vervuld, er is geen echt doel in het leven en een levensloop is een keten van klein en groot leed. Aangename verrassing is het boek Bespiegelingen over levenswijsheid. Hoe halen we het meeste uit het leven? Belangrijkst hoort te zijn: het ik, het karakter, als tweede staat bezit, titel en inkomsten. En laatste hoort te staan: wat vinden ze van me. Maar dat werkt anders, dat laatste vinden we juist heel belangrijk. Overigens is bewegen voor S. juist heel belangrijk! Meningen van anderen zijn vaal afgunst of vleierij en dus weinig zinnig. Dat is des te meer zo in deze tijd van social media.

·      Alexis de Tocqueville (Frankrijk 1805 – 1859)
Standaardwerk is Over de democratie in Amerika. De aristocratie verbindt de mensen, er is een ketting van gezag. Te veel autonomie leidt tot stress. Als de politiek weer belangrijk wil worden moet ze aristocratisch durven denken, trots zijn op het publieke debat, het publieke leven. In een democratie ligt tirannie steeds op de loer, neem een referendum, dat zal de zaak niet beter maken.

zondag 15 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 12 (Hannah Arendt)

Hannah Arendt


·      
George Berkeley (1685–1753)
Ierse godsdienstige en filosoof. Grondlegger van spiritualistisch idealisme. Zijn is waargenomen worden. Er is geen object zonder subject, met andere woorden: als er niemand is om het te zien bestaat het bos niet. Verzette zich tegen het heersende materialisme van die tijd. Alles wat wordt waargenomen bestaat enkel in de geest. Wel nuance: want god zorgt dat alles echt bestaat, dus Berkeley is geen echte idealist.
Berkeley heeft enkele jaren in Amerika doorgebracht, met het plan daar een kolonie te stichten. Zijn pogingen mislukten jammerlijk. Wel schopte hij het tot bisschop van Cloyne.·      

Hannah Arendt (1906–1975)
Hoofdwerken: The Origins of totalitarianism (1955); The human condition (1958); Eichmann in Jerusalem (1963).
"Het is een treurige waarheid dat het meeste kwaad wordt gedaan door mensen die niet kiezen tussen goed of kwaad." 
Hannah Arendt is een belangrijke politiek filosoof van de twintigste eeuw. Ze is vooral bekend om haar analyse van totalitaire samenlevingen en haar verslag van het Eichmann-proces. Arendt is als Duitse geboren en moet als Joodse tijdens de Tweede Wereldoorlog naar Amerika vluchten. Daar maakt ze in 1951 faam met The Origins of Totalitarianism, een boek over de wortels van totalitarisme die nu op iedere lijst van grote boeken van de twintigste eeuw staat. Arendt betoogt onder meer dat nazisme en stalinisme twee loten aan dezelfde stam zijn - een idee dat inmiddels algemeen geaccepteerd is.

In The Human Condition (1958) onderzoekt Arendt in navolging van Aristoteles 'het goede leven'. Dat bestaat volgens haar uit een combinatie van arbeid, werk en handelen. Arbeid is het voorzien in dagelijks levensonderhoud, werk is het produceren van goederen, handelen doen we in de gemeenschap, waar we onze stem laten horen. Arendt waarschuwt voor een maatschappij waarin consumeren en produceren een doel op zich wordt, terwijl het publieke domein steeds meer uit ons bestaan verdwijnt. Beroemd is ze vanwege haar verslag van het Eichmann-proces in 1961 en de typering 'banaliteit van het kwaad'. Volgens Arendt was Eichmann - verantwoordelijk voor het transport van Joden naar concentratiekampen - een bureaucraat die zijn taken zonder nadenken uitvoerde.
Ze concludeert dat het kwaad eerder banaal is, niet monsterlijk.


zaterdag 14 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 11 (David Hume)




David Hume (1711-1776)
David Hume is een Schotse filosoof van de Verlichting en behoort samen met John Locke en George Berkeley tot de hoofdfiguren van het empirisme. Van de drie is hij het meest sceptisch: het grootste deel van onze kennis is onzeker, en zegt meer over onszelf dan over de werkelijkheid. Vanwege zijn strenge eisen aan wat we kennis mogen noemen, wordt Hume wel beschouwd als de grootvader van de analytische filosofie.
Hume wilde allerlei gedachten en begrippen opruimen die bij de mensen waren blijven hangen sinds het rationalisme. Hij wilde terug naar de manier waarop een kind tegen de wereld kijkt. Een kind is nog geen slaaf van gewenning, zegt hij, in tegenstelling tot veel volwassenen die door hun bevooroordeeldheid maar al te snel een conclusie vormen. Hij klaagde met name de ‘gelaagdheid van de onwetendheid’ aan.
Hume wordt geboren in Edinburgh als zoon van een advocaat. Op zijn twaalfde studeert hij aan de Universiteit van Edinburgh, het centrum van de Schotse Verlichting. Filosofie weet hem zo te grijpen dat hij stopt met rechten en op 26-jarige leeftijd A Treatise of Human Nature voltooit – een van de belangrijkste werken uit de westerse wijsbegeerte.
Hume maakt een onderscheid tussen indrukken die op uiterlijke waarneming en indrukken die op innerlijke waarneming berusten. De uiterlijke waarneming kan ons bijvoorbeeld vertellen dat een plant groen is en twintig centimeter hoog, maar ze kan ons niets zinnigs zeggen over de ‘substantie’ van de plant, dat wat overblijft als je alle door indrukken waargenomen eigenschappen wegdenkt. Het begrip substantie is volgens Hume een construct van onze geest, dat iets zegt over hoe ons verstand werkt. Op dezelfde manier redeneert Hume dat ‘God’ en de ‘ziel’ geen enkel empirisch fundament hebben en volgens hem ‘het vuur in kunnen’.
Beroemd is Humes voorbeeld van de biljartballen, dit laat zien hoe radicaal zijn scepticisme is. Omdat in een spelletje biljart de rode bal zich telkens verplaatst nadat de witte bal hem raakt, gaan we uit van een oorzakelijk verband tussen de twee, maar volgens Hume is er nergens een logische reden voor dat verband. We hebben geen indruk van de causaliteit zelf, er is slechts de associatie van twee gebeurtenissen die altijd na elkaar plaats lijken te vinden. Ook het ‘zelf’ is volgens Hume niet meer dan een constante stroom indrukken die we eveneens uit gewoonte tot een samenhangend ‘ik’ smeden. (noot PW: ik ben net verder aan het lezen over wat het Ik is en dat komt hier aardig bij in de buurt)
Op het gebied van de ethiek toont Hume zich eveneens sceptisch: de rede kan ons handelen nooit motiveren: zij helpt ons te bereiken wat wij verlangen, maar zij bepaalt nimmer wat wij verlangen. Zo eindigt een van de grootste Verlichtingsdenkers met een bescheiden plek voor de rede: ‘De rede is alleen de slaaf, en mag alleen de slaaf zijn, van de hartstochten.’
Hume was agnosticus. Velen beschouwen David Hume als een van de eerste filosofen van het conservatisme, naast mensen als Edmund Burke en Alexis de Tocqueville. Anderen zien een genuanceerde ideologie, een combinatie van klassiek-liberalisme en een meer traditioneel conservatisme.


vrijdag 13 september 2019

De Westerse filosofie door Peter Weeda, 10 (John Locke)






·      John Locke (1632-1704)
John Locke is een belangrijke filosoof van de Verlichting en wordt beschouwd als vader van het liberalisme. Samen met George Berkeley en David Hume behoort hij tot het Britse empirisme, dat traditioneel tegenover het continentale rationalisme staat.
Hij was tijdens zijn studie in Oxford meer geïnteresseerd in de moderne, wetenschappelijke methode van tijdgenoten Descartes en Newton dan in het klassieke curriculum. Maar in weerwil van Descartes' twijfel aan de zintuiglijke waarneming, houdt Locke vast aan de ervaring als bron van kennis. Hij bestrijdt de rationalistische theorie van 'aangeboren ideeën'. Volgens Locke is het bewustzijn een 'onbeschreven blad' (tabula rasa): onze ideeën zijn afkomstig uit combinaties van denkbeelden, die gebaseerd zijn op indrukken van de zintuiglijke waarneming. Hij is dus Empirist. Wat de precieze aard is van de werkelijkheid laat Locke buiten beschouwing.
Dezelfde common sense toont Locke in zijn politieke verhandelingen. Locke maakte het sociaal contract de basis van zijn pleidooi voor volkssoevereiniteit, de gedachte dat de vorst of de regering de wil van het volk moet weerspiegelen. Absolutisme wijst hij af (er bestaat geen 'aangeboren' goddelijk recht om te regeren), burgers moeten enkel worden beschermd om hun recht op 'Life, health, liberty, or possessions' na te streven. Let op de inpassing van Eigendom, Locke was een welvarend man. Lockes politieke filosofie bereidt de weg voor de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring in 1776.
en als extra de filosofische deelterreinen:


·      Deelgebieden
1.    Logica en retorica – redeneren en overtuigen – wat is denken? Welke middelen gebruik je om iemand te overtuigen? Wat is een drogredenering?
2.    Metafysica – zijn – Wat is werkelijkheid? Wat is het verband tussen denken of taal en werkelijkheid?
3.    Epistemologie - Kenleer – kennen en weten – Wat is echte kennis? Wat is waarheid? Wanneer weet je iets? Wanneer is kennis wetenschappelijk?
4.    Esthetica – kunstfilosofie – scheppen – Wat is schoonheid? Zijn er algemene uitspraken geldig over wat mooi en lelijk is of is dat smaak?
5.    Ethiek – handelen – Wat is goed of een goede handeling? Is er vrije wil?
6.    Sociale en politieke filosofie – samenleven – Wat is rechtvaardig? Waarom onderwerp je je aan wetten? Wanneer is macht legitiem?
7.    Cultuurfilosofie – waarderen – Wat is cultuur? En de verhouding met natuur? Kun je culturen vergelijken? Hoe staat het met de huidige cultuur?
8.    Filosofische antropologie - mens zijn – Wat maakt mensen tot mensen? Waarin onderscheiden ze zich van dieren?



De Westerse filosofie door Peter Weeda, 9 (Spinoza, Nietzsche en Steiner)


Steiner

·      Spinoza (1632-1677)
Nederlands, van Sefardische afkomst. Benedictus (of Baruch) de Spinoza is samen met Descartes en Leibniz de belangrijkste filosoof van het rationalisme. Van de drie is Spinoza's geloof in de rede het meest radicaal: voor hem waren God en de (wetten van de) natuur hetzelfde. Hij was een rustig en zachtmoedig mens. Zijn boeken waren tweehonderd jaar lang verboden in Europa, omdat zijn historische Bijbelkritiek zou leiden tot atheïsme en fatalisme.
Spinoza komt al vroeg in conflict met de rabbijnen; de Tora is volgens de jongeman zo duidelijk een 'uitvinding van de menselijke fantasie' dat die onmogelijk Gods wet kan bevatten. Later wordt Spinoza zelfs verbannen uit de Joodse gemeenschap. Hij vertrekt naar Rijnsburg en verdient de kost als lenzenslijper. Daar schrijft hij de Tractatus Theologico-Politicus - één van de oudste pleidooien voor de vrijheid van meningsuiting - en zijn belangrijkste werk de Ethica.
De Ethica is Spinoza's antwoord op de klassieke vraag: 'Wat is het goede leven?'. In navolging van Aristoteles volgt het juiste leven - hoe we ons moeten gedragen - uit ware kennis van de werkelijkheid. Net als Descartes voor hem baseert Spinoza de filosofie op wiskundige beginselen: uit een paar axioma's en definities leidt hij het complete bouwwerk van de Ethica af; vanaf het wezen van God en de natuur tot en met het geluk van de mens. Aan het slot valt alles op z'n plek: inzicht in de werkelijkheid en het geluk van de mens zijn hetzelfde. Zijn zeer naturalistische opvattingen over God, de wereld, de mens en de kennis dienen om een morele filosofie te funderen, gericht op de controle van de hartstochten, wat leidt tot deugd en geluk. Hij beschouwde de mens als een door de natuur begiftigd wezen, dat zelf de vrijheid heeft om zijn talenten al dan niet verder te ontwikkelen.
·      Friedrich Nietzsche (1844-1900)  dit is nu nog zeer schetsmatig maar ga ik (uitgebreid) aanvullen
De filosoof met de hamer. Hij schreef veel over nihilisme. Eerste aanzet hierover kwam van Kant die schreef dat kennis van de objectieve werkelijkheid onmogelijk is. In 1862 verschijnt Vaders en zonen van Toergenjev. Nietzsche las dit en ook Dostojevski. Hierin met Bazarov de Petersburgse variant van nihilisme: niets aannemen op gezag, geen etiquette, een hork. Naysayers. Maar eigenlijk is onze cultuur doortrokken van een andere variant: christendom. De wereld is chaotisch en zonder fundament maar dat wordt verrekend in de hemel. Dat levert dus een ultieme afbraak op. Advies van Nietzsche: aanvaard dat het leven zinloos is, durf de leegte onder ogen te zien, dan kan nihilisme veranderen van een bedreiging in een bevrijding. En komen er ongekende mogelijkheden. Schep je eigen waarden! Omarm het leven hartstochtelijk! Maar ja, dat is in de praktijk wel lastig, een Übermensch te worden.
Op zoek naar spijtloze leven. Christendom leidt tot schuld en boete. Dus leef zo dat er niets te verlossen valt. Zoek de Amor fati.


·      Rudolf Steiner (1861-1925)
Een Oostenrijkse esotericus, schrijver, architect,  Akashakronieken uit 1895 van hem. Hierin wordt de wereldontwikkeling weergegeven, en worden onder meer de Lemurische, Atlantische en Arische tijdperken beschreven (!).