Populaire berichten

zaterdag 26 september 2020

Breng ze naar grote hoogte ...


 Een prachtige metafoor: Wees als de Adelaar. 


De enige vogel die een adelaar durft te pikken, is de kraai.


Ze gaat op zijn rug zitten en bijt in haar nek.


De adelaar reageert echter niet en vecht ook niet tegen de kraai.


Hij verspilt geen tijd of energie aan de kraai.


Het opent gewoon zijn vleugels en zweeft hoger de lucht in.


Hoe hoger de vlucht, hoe moeilijker het is voor de kraai om te ademen vanwege zuurstof gebrek.


Verspil geen tijd meer met kraaien.


 Breng ze naar jouw hoogte en ze zullen verdwijnen ...


 ... Als u zich wilt ontdoen van "ballast" ... verhoog uw frequentie.  💛🙏💛


 Bron: Living in Harmony

De zogenaamde persoonlijkheid (Jan Koehoorn)


(Dit artikel is overgenomen uit de Facebook groep Wolter Keers (Advaita Nederland). 

HOE DEZE ARTIKELEN TE LEZEN


Omdat we nooit twee standpunten tegelijk in kunnen nemen, moeten we terwille van een bepaald standpunt alle andere opgeven. Elk standpunt, elke gedachte, elk gevoel, elke zintuigelijke waarneming, gaat als het ware ten koste van de rest van de wereld. Wie daarom zoekt naar zelf-realisatie - de diepe en blijvende herkenning van onze wezenlijke eenheid met alle wezens en met de hele schepping - moet op een gegeven ogenblik alle andere standpunten opgeven, loslaten. Daarom is wat men in oude tradities een ‘verlichte’ noemt, ‘iemand’ die geen standpunt heeft. Zelfs niet het denken of voelen. Want onze gebruikelijke vereenzelviging met lichaam, zintuigen, denken en voelen is eigenlijk ook niets anders dan het innemen van een aantal standpunten. Wanneer we ons-zelf aanzien voor een denker, dan nemen we dát (en op dat ogenblik geen ander) standpunt in. En als we zeggen: "Hè, hè, daar zit ik dan eigenlijk", maken we van een moe lichaam ons standpunt.


Elk standpunt vindt zijn eigen wereld die zijn echtheid schijnt te bewijzen. De denker vindt een gedachtenwereld; de huid een wereld van hard en zacht, warm en koud; het gevoel een emotionele wereld; het stand-punt dat we ‘waken'’noemen vindt een wereld ‘van overdag’, een wakende wereld; en het 'ik' in de droom vindt een droomwereld. Elk van die standpunten ziet de overeenkomstige wereld als een bewijs voor zijn echtheid: in de droom is de dromer precies even overtuigd van zijn echtheid als de ‘ik’ overdag in de wakende toestand. Als hij door een leeuw achterna wordt gezeten zegt hij niet tegen zichzelf dat het maar een droomleeuw is, maar hij rent zo snel als zijn droom-benen hem dragen kunnen naar een droom-huis om zich daar te verschansen. Zo wisselen honderden standpunten elkaar af. De meeste van die stand-punten nemen we maar twee of drie tellen in - sommige wat langer. Maar doordat we, zonder dat iemand ons dat hoeft te vertellen, weten dat wijzelf, ik, duurzaam ben, en er ook twintig of veertig jaar geleden al was, projecteren we die duurzaamheid op dergelijke standpunten. Wie bijvoorbeeld zegt: “Ik ben liberaal” of “confessioneel” of “socialist” of “communist”, ziet daarbij niet dat dit maar een standpunt is dat hij of zij inneemt wanneer het gesprek gaat over politiek; maar hij meent dat hij al zoveel jaren lang liberaal of socialist enzovoort is.


Wie in bepaalde omstandigheden bang is (beter : een angst voelt) maakt daar een duurzaam gebeuren van, en als hij zegt : “Ik ben bang van spinnen” doet hij alsof die angst doorlopend aanwezig is, ook al valt er in de verre omtrek geen spin te bekennen. Maar terwijl hij soep zit te eten is hij niet bang van spinnen: op dat ogenblik is hij een soep-eter. Door het verbazingwekkende verschijnsel dat wij onszelf opnieuw en opnieuw met telkens andere standpunten verweven, en ook inderdaad op zo'n ogenblik geloven dat wij zo'n standpunt zijn (ik ben iemand die van soep houdt, ik ben al twintig jaar bang van spinnen, enzovoort) is het onwezenlijke bijgeloof ontstaan dat er een soort psychische gehaktbal is ontstaan, die stukjes spinnenangst en stukjes soepliefde en stukjes politieke opinie en nog honderden andere brokjes en kruimels bevat; dat die standpunten en standpuntjes allemaal net zo duurzaam zijn als wijzelf, min of meer; en dat het totaal van die gehaktbal iets heel wezenlijks is, dat we Mijn Persoonlijkheid noemen.


Dat die zogenaamde persoonlijkheid van ogenblik tot ogenblik verandert (een foto van ik-als-bang-voor-spinnen ziet er volmaakt anders uit dan een foto van ik-als-midvoor-van-het-voetbalelftal) zien we over het hoofd; dat zo'n image maar enkele tellen leeft, en dat de volgende keer dat er sprake is van ‘mijn persoonlijkheid’ een volslagen ander image opduikt, ontgaat ons volkomen. Elke keer denken we dat wij al jarenlang het plaatje zijn dat zoëven twee tellen door ons hoofd flitste. Een wonderlijke, optische illusie. Geen van deze standpunten is blijvend. Standpunten uit de wakende toestand (die wij de echte vinden als we wakker zijn) verdwijnen in de droom, waar droomstandpunten te voorschijn komen (die wij de echte vinden zolang de droom duurt). En in de diepe, droomloze slaap zijn alle standpunten verdwenen. Zelfs het droomlichaam en het lichaam van de wakende toestand zijn daar verdwenen. Plus de hele waak-wereld en de hele droom-wereld.


Als het nu waar is wat tal van oude tradities zeggen, dat we, in de woorden van de bijbel, één met God kunnen worden, dat wil zeggen één met het eeuwige, tijdloze, onveranderlijke, dan moet dit noodzakelijkerwijze het loslaten inhouden van de overtuiging en van het gevoel dat wij de talloze tijdelijke dingen en dingetjes zijn die we met een verzamelnaam onze ‘persoonlijkheid’ noemen. Dit is tegelijk iets heel gemakkelijks en' iets heel moeilijks. Het is heel gemakkelijk, omdat het bijzonder simpel is om het feit te herkennen dat we niet allerlei voorbijflitsende, waargenomen gevoelens en denkbeelden en zintuigelijke waarnemingen zijn, maar dat bewuste, steeds tegenwoordige ‘iets’ waarin ze verschijnen, en dat overblijft, nog lang nadat ze weer verdwenen zijn. Want alleen dat wat ons nooit verlaat en wat nooit van ons gescheiden kan worden heeft recht op de naam ‘ik’. Dat kan nooit op mijn kleren slaan, ook al beweer ik dat ik er vandaag mooi uitzie, doelend op mijn nieuwe pak of jurk. Dat kan ook niet op die talloze andere standpunten slaan, die net zo snel weer verdwijnen als ze zijn gekomen. Het kan alleen slaan op dat, wat er al in de wieg was, en op de dag dat ik voor het eerst naar school ging, en op de dag dat ik vijftien jaar oud werd, en op vanochtend en vanmiddag en nu op dit ogenblik.


Maar het lijkt soms heel moeilijk, omdat we die optische illusie die die persoonlijkheid is, te vuur en te zwaard verdedigen. Als we iemand ontmoeten die het niet eens is met de voorstelling die wij voor onszelf aanzien, en als zijn voorstelling van ons minder vleiend is dan de onze, hebben we een bedreiging ontmoet, een potentiële vijand. En de geschiedenis leert ons dat we bereid zijn, anderen uit te roeien omdat ze niet geloven in sommige van onze standpunten, bijvoorbeeld de godsdienstige. Daarom vereist het grote moed om in te zien dat elk standpunt onwaar is, omdat het voortvloeit uit de onjuiste veronderstelling dat ik een bepaald image ben, en uit de onjuiste veronderstelling dat de wereld die uit mijn standpunt voortkomt niets anders is dan één gigantische projektie, een verlengstuk van dit voorbijflitsende image.


Pas wanneer ik tot in de diepte van mijn wezen de ontdekking heb gedaan dat ik geen plaatje ben in mijn eigen hoofd, en nog veel minder in iemand anders’ ‘hoofd’, en dat dit opgaat voor alle dingen, pas dan houd ik geleidelijk aan op, dit plaatje en deze standpunten fanatiek te verdedigen. Maar onze oude aangeleerde standpunten kunnen erg hardnekkig zijn, en er kan een angst in ons opkomen, zelfs de angst dat we gek worden of dood zullen gaan, als we onze oude standpunten loslaten. En daarom verzinnen we talloze excuses om maar niet scherp te kijken naar wat we zijn en niet zijn. Wie voor de uiteindelijke vrijheid niet alles overheeft, vindt haar niet. Want we kunnen niet aan de ene kant nog een handjevol standpunten vast willen houden, en tegelijk de eenheid vinden of hervinden met wat onveranderlijk en eeuwig is. Het tijdelijke en het eeuwige hebben niets gemeen. Het tijdelijke domein van de standpunten bestaat uit begrippen en gevoelens en voorbijflitsende waarnemingen. Het tijdloze daarentegen kan nooit een begrip zijn of worden, of wat voor tijdelijke dan ook. Het tijdloze, het eeuwige, is die éne ervaring die de duizenden en miljoenen kleine ervarinkjes van ons-leven-tot-nu-toe- gemeen hebben.


Zolang we ons dus verweven met de kleine, tijdelijke standpuntjes, zoals dat in ons hoofd geprojekteerde denkertje, ontgaat ons die éne, altijd tegenwoordige Ervaring. En zolang we áls denkertje proberen dit Onbeperkte te begrijpen, te vangen, zit de mislukking al hij voorbaat in de poging verpakt. Het loslaten van alle standpunten is iets dat moed en liefde vraagt. Op het moment waarop we met ons hele wezen van iemand houden, laten we onszelf los. Ons hele doen en laten en denken en voelen is niet gericht op dit afwerende en vraatzuchtige ikje dat we links en rechts het lichaam en denken en voelen in projecteren, maar alles wat dit ikje betreft wordt vergeten, en de hele, stralende aandacht is gericht op de geliefde. We voelen maar één drang: om ons te geven. Zo groeit ook het verlangen naar waarheid en vrijheid in ons.


Wie voor het onderwerp vrijheid een welwillende belangstelling heeft, en er best met Kerstmis tien gulden voor over heeft, of zelfs twintig voor een goed boek, kan dat boek net zo goed ongelezen laten. Maar wie deze onmetelijke vrijheid intuitief herkent, en dan alles over heeft om haar te bereiken, die vindt haar. Daarom mag niet verwacht worden, dat u in dit tijdschrift allerlei gezellige, boeiende verhalen geboden worden, waarvan u ‘met belangstelling kennis kunt nemen’. Zelfs onze vroomheid is niets meer dan een standpunt. Zoals elke gedachte, zolang ze duurt, ten koste van alle andere gedachten kan verschijnen - eigenlijk ten koste van de rest van de schepping - zo gaat dat ook met tijdelijke vrijheid, met de bliksemende herkenning van een ogenblik. Maar de blijvende vrijheid die we in het diepste van ons hart zoeken gaat blijvend ten koste van alle tijdelijke dingen - en met name van het telkens weer tijdelijk opduikende bijgeloof dat we het ene standpunt na het andere zijn. Dit tijdschrift heeft enkel als doel, u materiaal te verschaffen waarmee u steeds weer tot het inzicht kunt komen dat u geen voorbij flitsende standpunten en weefsels bent.


Wie de hier geboden argumenten te moeilijk vindt, mag niet op onze neerbuigende vriendelijkheid rekenen, en moet niet verwachten dat de verschillende auteurs als vriendelijke vaders zullen optreden, zeggend: “Och, kleine, hier heb je dan wat gemakkelijkers”. Wie zich niet langer wil laten ringeloren door zijn angsten en afweer, zoals die voortkomen uit de verschillende standpunten, moet net zo lang met de argumenten worstelen, totdat er helderheid volgt: een plotseling, soms als de bliksem inslaand begrijpen. Yoga is niet iets dat men als medicijn kan voorschrijven. Yoga is een antwoord dat op talloze manieren wordt gegeven aan iemand die met zijn hele wezen zoekt naar vrijheid. Daarbij begrijpt de een dít antwoord gemakkelijker, de ander dát. Daarom komen zoveel mogelijk benaderingen aan bod, uit allerlei scholen en tradities. Maar er is nog nooit een school of traditie geweest die vrijheid aan kon bieden op een blaadje. Men moet er voor over hebben dat men de onvrijheid loslaat, en dat wil zeggen alle standpunten. Ook standpunten als luiheid en halfslachtigheid.


Praktisch gesproken lijkt het de meesten van ons, alsof we de argumenten eerst intellectueel begrijpen, en alsof dat begrijpen dan heel geleidelijk aan ons hele wezen begint te doorstromen. Op den duur lezen we, zonder (als denker) te willen begrijpen: tijdens het lezen zijn we tegelijk aktief en passief. We proberen niet langer, de argumenten vast te houden, maar we staan die toe om diep in ons door te dringen, zonder er begrippen van te maken. Sommige schrijvers die in dit blad aan bod komen, staan bekend als verschrikkelijk moeilijk, andere als betrekkelijk gemakkelijk. In de loop der jaren blijkt dat een heel persoonlijke zaak te zijn. De moeilijke schrijvers worden soms het gemakkelijkst begrepen door mensen die alleen een lagere school opleiding hebben, en de gemakkelijke spreken soms de beroepsfilosofen het meeste aan. Er valt weinig over te voorspellen. In elk geval doen degenen die aan dit blad meewerken hun best om, ieder op zijn of haar manier, zo duidelijk mogelijk te zijn. Maar de stap van het werken met begrippen tot Geleefde Ervaring achter die begrippen moeten wij allen zelf mogelijk maken.


Zodra de bereidheid tot loslaten van oude standpunten volledig is, licht het Begrijpen in ons op. In de typografie - die voorlopig om financiële redenen nog heel eenvoudig zal zijn - is daarmee ook rekening gehouden. Zo ziet men telkens het woord ‘ik’ verschijnen, soms met een kleine i, soms met een hoofdletter. Die hoofdletters staan er niet uit verering, maar om duidelijk te maken over welk ‘ik’ het gaat. In die geest moeten ook andere vergelijkbare aanduidingen worden gezien. Bij de Sanskrit woorden die onvermijdelijk hier en daar in teksten voorkomen, drukken we de accenten af waar de klemtoon ligt. Half yoga-ënd Nederland spreekt van asána's. Het moet zijn: ásana's, met de klemtoon op de eerste lettergreep. Een kleinigheid - maar voor degenen die op een gegeven moment met Indiërs in contact komen helpt het om zichzelf gemakkelijker verstaanbaar te maken.


Een onontkoombaar probleem ligt in het feit dat onze taal niet overal woorden voor heeft. Zelfs voor de in Engelse teksten veel voorkomende en voor ons heel belangrijke woorden ‘doer’ en ‘enjoyer’ hebben we in ons anders toch nogal rijke Nederlands geen woorden. Een ‘doer’ is iets waar we onszelf voor aanzien, de ‘ik’ die na afloop van een handeling of van een gedachte beweert dat hij die handeling heeft verricht of die gedachte heeft gedacht. Die ‘doer’ is heel iets anders dan de ‘man van de daad’ die het woordenboek ons aanbiedt. In zo'n geval maken we dan soms maar een woord : een doenert of een doender, al naar gelang onze taalmuts die dag staat. Ten slotte wenst de redaktie u namens alle schrijvers toe, dat u van het gelezene niets zult onthouden. Want als u probeert, de argumenten te onthouden maakt u van het gelezene geheugenplaatjes, begrippen. Terwijl het de bedoeling is, dat we overstappen van onze begrippen, kasten vol, op die éne, geleefde werkelijkheid die wij allen wezenlijk zijn.


Alle begrippen horen bij het aangeleerde, bij het verleden. Wie als persoonlijkheid leeft, leeft als een beeld uit het verleden. En wie van Dit Eeuwig Tijdloos Tegenwoordige een begrip maakt, mist het doel voor honderd procent. Hij schept dan zelfs het gevaar van zichzelf te gaan beschouwen, niet langer als een persoonlijkheid die op dit gebied een domoor was, maar nu als een persoon die al heel wat begrijpt. En dan is het ene plaatje door het andere vervangen - maar de vrijheid is nog even ver verwijderd. Wie vrij is, beleeft zichzelf nooit als plaatje, als persoonlijkheid, maar als die éne, onmetelijke vrijheid waarin alle wezens verschijnen, en waaruit ze in feite uiteindelijk bestaan. Wie met zijn hele wezen van een ander houdt, herkent het diepste in zichzelf in die ander, en het diepste van die ander in zichzelf. Dan is er volkomen eenheid. Dat is waar, op tal van manieren, deze Yoga van de Volkomen Eenheid Yoga Advaita - ons mee heen wil nemen, via de diepe herkenning van wat we zijn en niet zijn.

Jan Koehoorn

dinsdag 22 september 2020

Quotes en foto's 8





 

Satsang, how about yourself? A book by Douwe Tiemersma


Satsang. A book I would love to see. In the ancient Indian tradition of question and answer. After all, his teacher Nisargadatta Maharaj's book, I am That, is a masterpiece, and I would like to see something like that. Douwe was already terminally ill. We were there at his house to talk about how to move on after his death with his already published books and what he still wanted to publish. I talked about my desire for such a book. He thought it was a good idea. And terminally ill or not, we would start. He would send me all the transcripts that had been made of his satsangs over time and edit them. We started it and during that process he passed away. In consultation with the board of his foundation, we continued with the previously edited texts of him for the newsletters and magazines. And that's how this beautiful book came about. And now one of the chapters in English translation. I wish you much wisdom while reading.

Victor Hooftman


From the book Satsang, What about yourself?


A talk with Douwe Tiemersma, Hoorneboeg, March 6, 2009


The universal conflict: expansion and retention


The radical breaking open can go completely by itself. When that doesn’t happen, it makes sense to look very carefully at what is apparently closed, what is stuck, but can still break open. It will have to come into the light of consciousness, so that it can open up. Through consciousness it can come completely free. Of course, it’s about yourself, your own self-being. When there’s something in it that’s closed, you’ll need to see that very clearly. If it remains vague, then what follows is also a question. When this vagueness remains, and that’s all too easily the case, then your whole life is based on that restricted area. Then it affects all aspects of your life, without you being aware of the cause. What can you say about these closed off things? They have the character of stuck energies. When all goes well, energies give and take space. They flow, they dissolve, but they can also calcify. It’s about energy but at the same time it’s also about the self-being that has identified itself with this energy. So there’s a piece of consciousness in it. Traditionally, when a new baby is born, it is said: “The self has incarnated in a chunk of energy and then says: this is me.” When this identification is there, there is one complex: not just of energy, but of ‘I’ and energy, an ‘I’-energy complex. The experience then is that everything that happens to that chunk of energy happens to yourself. What happens with the body happens with you. So you’re sitting internally in that chunk of energy; there is an internal in contrast to an external world. Everything that comes at that piece of energy from the external world comes at you.


Why can’t this energy clump/matter flow freely? 


Apparently, there is a force that restrains the energy. If there were to be no restrictive force, the energy would take the space. In a very early stage of life that restriction is for the most part not very strong, but by differentiating internal and external energies, this restriction gradually increases in strength. There are all kinds of forces that limit or capture this vital energy. You see how quickly the energies are absorbed by the self-being, so that an ‘I’-complex is formed with all kinds of energetic shells that function restrictively (the kosha’s). These restrictive energies in the sphere of the ‘I’-identity are expressed as judgments: “I can’t do this or that”, “I am this body”, “this belongs to this body but not that”, “there is a border here”, “it shouldn’t go any further”, “I am my brain”, “I think”, and so on. Then there is an internal conflict. On the one hand the energies want to take the space, and on the other hand they are held back. A dam arises when the restricting force of internal or external energy is particularly strong. When this inner dam is very strong the energy seeks a way out in a less attractive way, such as aggression. In an early phase of life the situation is still very open. When this openness is attacked, it can be experienced so intensively that the reaction is total, a total fear, because it is perceived as a total threat. In the further course of life, that [reaction] doesn’t enter into daily consciousness very often because it is repressed. On top of that there are the complexes that you acquire further on in life. All these things that you keep outside of your daily consciousness still continue to play a role in the shaping of your life.


When we are engaged in yoga as a liberation from the body schema, usually it’s not about very heavy emotional things, but rather about established bodily structures that are deeply ingrained, such as top and bottom, left and right, the size of your body, and so on. When an expansion comes you see that the easier things come free at first but increasingly you have to deal with much deeper issues that are much tighter, that are more restrictive and more emotionally charged. They come free when more space comes.


It’s good to see that inner conflict very clearly. In the primary situation energy has a tendency to expand. This is expressed on the level of the person as a desire for liberation. Even when there is an identification with a chunk of stuck energy, such as the body and traumatic experiences, that desire for expansion, for broadening, remains present. That is something authentic because originally the self-being is not limited. Therefore everyone has a longing for this universal expansion. The other side is there, too. Through identification that self-being is completely linked to that specific form, this specific clump of energy/matter. Through habituation this identity has become an anchor, a certain basis that you experience as yourself. When this energy threatens to fall apart, there is thus the fear of falling apart. On the one hand there is the authentic desire for infinite expansion, on the other hand there is the will to hold on to this form in order to preserve your normal-identity. That is an incredibly huge conflict.


This identity is continually reinforced from the outside and so that’s always a huge dilemma.


Yes, but apparently you take on that affirmation. [So] It’s an internal conflict. It’s the basic conflict that all people live with, the greatest conflict that there is. Everyone relates to it in their own way, but everyone has it. So it’s good to see how it works. People sit in that conflict with a double desire. On the one hand to be infinite, and on the other hand to be identical with a form which one imagines doesn’t change. Therefore, people want to have an eternal life and they’ll do everything they can to stretch it out a few years. That’s a huge misunderstanding, the biggest misunderstanding there is. The desire for infinity is authentic because the self-being is not stuck in a form. This infinity then becomes identified with a limited form. Different levels get mixed up with one another. Naturally you’ll have problems with that. You notice that the limited form is not eternal. Do you see the absurdity of this contradiction? Do you see the tragedy of man? Do you now see the suffering it causes? Do you see that it’s not necessary?


Satsang. Een boek dat ik zo graag zou zien. In de oude Indiase traditie van vraag en antwoord. Tenslotte is het boek van zijn leermeester Nisargadatta Maharaj, I am That, een meesterwerk, en zo iets zou ik graag zien.  Douwe was reeds ongeneeslijk ziek. We waren daar bij hem thuis om te praten over hoe het na zijn dood verder moest met zijn reeds gepubliceerde boeken en wat hij nog wilde publiceren. Ik vertelde over mijn verlangen naar zo'n soort boek. Hij vond het wel een mooi idee. En ongeneeslijk ziek of niet, we zouden er aan beginnen. Hij zou mij alle transcrips sturen die in de loop der tijd gemaakt waren van zijn satsangs en die maar redigeren. We zijn ermee begonnen en tijdens dat proces overleed hij. In overleg met het bestuur van zijn stichting zijn we doorgegaan met de al eerder geredigeerde teksten van hem voor de nieuwsbrieven en tijdschriften. En zo is dit prachtige boek er gekomen. En nu dan één van de hoofdstukken in Engelse vertaling. Veel wijsheid toegewenst tijdens het lezen.

Victor Hooftman


Satsang
Hoe zit het met jezelf?

Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft. De satsangs beginnen met een inleidende meditatie, gevolgd door de mogelijkheid vragen te stellen en Douwe’s antwoorden. Zijn teksten, audio-opnamen en YouTubefilmpjes, zijn terug te vinden op: www.advaitacentrum.nl 

Satsang wil zeggen: bijeenzijn in openheid. De gesprekken zijn gericht op de bewustwording van je meest eigen sfeer, je ware aard. Dat is de sfeer van volledige ontspanning en volkomen helderheid: de openheid zonder scheidingen, de afwezigheid van tweeheid (a-dvaita of non-dualiteit). De bewustwording vindt plaats door terug te gaan naar je eigen ervaring, de ervaring van je eigen situatie.

De non-dualistische visie staat centraal in de traditie van de Advaita Vedanta, die teruggaat op de Upanishaden (8e eeuw v. Chr.). Een van de grootste advaitaleraren in de vorige eeuw was Shri Nisargadatta Maharaj. Douwe Tiemersma had het voorrecht niet alleen hem te ontmoeten in Bombay, maar ontving ook zijn inwijding van hem. Dit is zondermeer van grote betekenis geweest en sinds 1980 hield hij dan ook zelf wekelijkse advaita-gesprekken, retraites en cursussen. 

Zijn telkens terugkerende thema was: openheid, en wel in meest radicale zin, met de steeds opnieuw terugkerende vraag: hoe zit het met jezelf? De voortdurende nadruk op zelfmeditatie en het belang van het samengaan van inzicht en het leven in de praktische wereld, stonden hierin centraal. 

Douwe Tiemersma (1945-2013) was biologiedocent aan Pedagogische Academies en daarna docent wijsgerige antropologie en interculturele filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar hij ook op symposia de advaita belichtte. Hij gaf sinds de jaren '70 yoga en meditatie. In de benadering van zijn lessen legde hij een steeds duidelijker accent op de Advaita Vedanta. Zijn activiteiten resulteerden in 2000 in de oprichting van het Advaita Centrum in Gouda. Daarnaast schreef hij vele boeken en talrijke artikelen voor onder meer het tijdschrift Inzicht, waarvan hij medeoprichter en eindredacteur was. Douwe schreef ook het Voorwoord in “I AM THAT” van Nisargadatta. 

"Douwe Tiemersma verbond op unieke wijze spirituele praktijk met filosofische reflectie”, dr. Bruno Nagel (SCFA).
1e Druk | 2013 | Paperback | Uitgeverij Advaita
Genre(s): Religie & Esoterie
Trefwoorden: Trefwoord(en): Advaita vedanta, Satsang, non-dualiteit
ISBN: 9789077194102
€ 29,90 



 

zondag 20 september 2020

Zomaar wat gedachten ...

 Begrijp me goed. Ik ben geen neo. En daarnaast nog alleseter. Ik kan de waarheid zien in het nieuwe testament, in het boeddhisme, in de Cursus in Wonderen, in mijn old time favorites, Krishnamurti, Osho en Ramana Maharshi. Maar zeker ook mijn eerste echte leraar Douwe Tiemersma. Ik kan genieten van Alexander Smit en Wolter Keers. Maar ik geniet ook van Nancy Neithercut en Wouter van Oord. Hoe kan dat? 

Omdat ik in zie dat ik het niet weet, en dat er geen ik is die het kan weten. Ben jij er, dan is de waarheid en vrijheid er niet, is er ultieme vrijheid en waarheid, dan ben ik als geconditioneerde persoonlijkheid er niet. 

In feite kan ik beschrijven wat ik ervaar, en besef ik dat ik dan toch echt maximaal een ervaring beschrijf. Ik geniet van mooie ervaringen. Maar iemand moet die ervaren anders is het geen ervaring. Samadhi is geen ervaring. Maar ook niet waardevol. Je wordt wakker en er is niets veranderd.

Is er iets ultiems ... Iets waarin alles wegvalt ... Is dat waardevol? Voor wie? Voor niemand ... ?

Dit soort overwegingen en inzichten laten mij accepteren dat ik in een staat ben die tussen niet weten en het doorzien van persoonlijke conditioneringen heen en weer zweeft. 

Zomaar wat gedachten ...