Populaire berichten

vrijdag 3 april 2020

Virus en maakbaarheid (Victor Hooftman)


Alles is maakbaar
Alles is te managen
Denken we.
En toen kwam er een virus
En toen bleek.
Niet alles is maakbaar
Niet alles is te managen

En nu?

Komt het accepteren van de dingen zoals ze zijn?
Komt de nederigheid over ons?
Of zijn alle lessen dadelijk vergeten?

Victor Hooftman

Niets te vinden ... (Wouter van Oord)


Zoeken gaat twee kanten op. Naar buiten en naar binnen.
Maar er is niets te vinden.
Binnen en buiten zijn illusoir. Verzonnen.
Het besef van Zijn 'ik ben' leeft in verwachting.
Het anticipeert. Het ziet spoken. Paden en uitwegen. Ontsnappingsroutes.
Het vecht als een Don Quichotte tegen de windmolens.
Het leeft in een neurale cocon. In duisternis.
Er is geen uitweg en niets te vinden, simpelweg omdat het zo is!
De zoekende identiteit is gefocust op een hersenschim; 'zichzelf' als realiteit.
En zo schept het de ene na de andere illusie.
Een buiten zichzelf en een binnen zichzelf.
Zulke plaatsen bestaan niet! Er is geen plek, geen richting, geen centrum, geen perspectief, geen focus en geen subject en object dat substantie heeft. Alles is een idee, gedroomd.
Het is wat we  een schemertoestand noemen.
In die waanzin wordt een verhaal van een leven geleefd. Van wieg tot graf. En zonder betekenis in het licht der eeuwigheid!
'Ik ben' vindt in het zoeken nooit het  gezochte. De helderheid van niet-weten.
Niet-weten is een brug te ver. Een horizon die altijd wijkt.
Maar, niet vinden is geen tragedie.
Niets om van wakker te liggen. Het is gewoon wat gebeurt.
Voor niemand!
Ik weet niet wat iets is. Ik weet niet wie ik ben. Ik weet niet wat dit leven is. Ik weet niks! Niemand weet iets!
Wie beweert het wel te weten is geschift, een dwaallicht.
Een valse profeet.
Elke profeet is vals. Er is niets te voorspellen.
Er is geen voor en na. Er is niets gaande.
DIT wat IS is alles wat er is. Het alledaagse. Het gewone.
'Een schittering op de blanke top der duinen in de avondzon' , het lied ik als kind uit volle borst meezong op school.
Meer dan die schitterende schittering is er niet.
Die schoonheid is het vluchtige evidente.
The clear light. Niet-iets.
Het oog van de cycloon.
Het avondrood waar de merel scheert op het scherp van de snede.....

Wouter van Oord.

donderdag 2 april 2020

'Bewustzijn' als werkelijkheid bestaat niet (Wouter van Oord)



Subject-object-realiteit wordt als echt ervaren.
Het is de persoonlijke ervaring. Hier ben ik en daar buiten mij is de boom. Daar wordt niet aan getwijfeld.
Het is immers wat 'ik' ervaar.
Het is waar 'ik' mij bewust van ben. Ik ben dat bewustzijn! Ik ben!

'Bewustzijn' als werkelijkheid bestaat niet.
Alleen voor 'ik ben' is het echt. Het fundament!
Wat dat bewustzijn werkelijk is wordt door bewustzijn niet ervaren. Het is 'ik ben', dat zich zelf ervaart, en dat bevestigd door zich te herbenoemen als een abstractie. Want meer is het niet. Die 'abstractie' is het energetische mechanisme van afgescheidenheid. 
Dit persoonlijke bewustzijn heeft ook een keerzijde, een andere - verborgen kant.
'Gewaarzijn' is de verborgen, onpersoonlijke kant. Veel subtieler dan het grove persoons bewustzijn. Het is de meest subtiele vorm van afgescheidenheid. De wortel van het besef van aanwezigheid. Het is alreeds verdeeldheid.
Bewustzijn en Gewaarzijn lijken van elkaar gescheiden, maar niet echt. 'Gewaarzijn' is waar door de goeroes naar wordt verwezen als: 'de essentie die moet worden gerealiseerd'. 
'Ik ben' vermoedt dat 'Gewaarzijn' het absolute is. Door Ramana romantisch 'the cave of the heart' genoemd. 'Het Zelf'. 
Daar wil 'ik ben' gaan wonen. Daar wil het thuis zijn. Het is waar de goeroes je adviseren je steeds weer opnieuw te nestelen totdat je daar gestabiliseerd bent. Dan ben je er. Dan is het Zelf gerealiseerd!

Het is een verhaal! Een story. Een fraud!
The cave of the heart bestaat niet! 
Zelfrealisatie is fantasie! 
It is the greatest show on earth!
Zelfrealisatie is de luxe die alleen de westerse zoeker zich kan permitteren. Geïmporteerd uit het Oosten waar het voor het oprapen lag. 
Na de tweede wereldoorlog is de massale zoektocht naar het goud van zelfrealisatie op gang gekomen. Als troost en als vlucht uit de herinneringen aan de barbaarse slachtingen en omarmd als enige hoop op een uitweg uit een sadistische universum. Maar die uitweg is er niet. Het is die realisatie van hopeloosheid die in de hersenschors een kernfusie kan doen plaatsvinden. Een explosie in oneindigheid die niet-weten heet. 

Wouter van Oord.

Is dit nirvâna? (Erik van Ruysbeek)




Is dit nirvâna?


Het verlangen verlang ik niet
het niet-verlangen verlang ik niet
de diepte komt in mij
en gaat haar gang.
Ik ben mijn doen niet meer
de diepte is mijn doen en
door mij wordt haar doen gedaan
en haar niet-doen, ik voer het uit.

Een spiegel ben ik
zonder oordeel, zonder voorkeur, zonder afkeer.
Toch is mij alles dierbaar
want eenheid maakt alles één
en ben ik het niet die liefheeft
ik die niets meer heb
de liefde heeft mij
zij die alles is.
Zij is de bron
en niets ontsnapt haar.

Alles is nu Nirvana
samen de dag doorbrengen
eenzaam een cel bewonen
pijn smaken en vreugd
weten en niet-weten
leven en niet-leven.

Voor altijd open is het al
in al wat is.
Uitblussing is nu
in het uitblussen van het reeds uitgebluste.

Erik van Ruysbeek

dinsdag 31 maart 2020

Alles is het onbekende (Wouter van Oord)




Alles is het onbekende.
Jij weet of kent niets.
En als je niets weet of kent.
Valt er ook niets te ontkennen.

Elke voorstelling die we ons maken.
Is een doolhof van concepten.
Een sluier die wat IS verhult.
Verstand op nul klaart de hemel op

Goeroes die beweren
dat bewustzijn je enige kapitaal is
sturen je met een kluitje in het riet.
Lang hadden ze de macht

Maar de hypnose is thans uitgewerkt
Hun boodschap is failliet.
De zoete koek is op
Hun nectar smaakt niet meer

Als er werkelijk helderheid is
Verwijs jij niet meer naar Gewaarzijn
Dan ben 'jij' weg!
En spreekt alleen nog niet-weten
Dat geen boodschap heeft
En niet verwijst naar iets  in het bijzonder

Jij hebt geen enkel kapitaal.
Wat je bent zul je nooit weten
Als niet-weten  je blauwe hemel is
staat er niets in de weg....

Wouter van Oord.

dinsdag 24 maart 2020

Corona en geluk, Corona and happiness

Ik zit in de zon
Geluk is mijn deel 
Raar toch
Eerst was er corona
Nu is er niets
In de tuin, in de wind
Alles is weg
Dankbaar blijf ik zitten

I'm in the sun Happiness is my part Weird anyway First there was corona Now there is nothing In the garden, in the wind Everything is gone Gratefully I remain seated

Victor



vrijdag 20 maart 2020

Moeder geïsoleerd door Corona crisis ... Text also in English (Victor Hooftman)

Ach kijk, hoe zit ze daar stil zit.
Geen bezoek meer, in haar gevangenis.
Ze wil daar niet zijn.
Ze wil nergens meer zijn.
Ze flakkert even op,
bij je bezoek.
Soms dooft het weer uit, soms niet.
Nu is er niets dat op kan flakkeren.
Er komt niemand.
De zorg doet niets, zegt ze.
En die daar is een verschrikkelijk kreng.
Gezellig in haar kamer,
met wijn en sherry.
Soms ja, soms is het dan weer ouderwets gezellig.


Mother isolated by Corona crisis ... (Victor Hooftman)

 Oh look, how she sits there.
 No more visits in her prison.
 She doesn't want to be there.
 She doesn't want to be anywhere anymore.
 She flares up for a moment,
 on your visit.
 Sometimes it goes out, sometimes it doesn't.
 Now there is nothing that can flare up.
 Nobody comes.
 The care does nothing, she says.
 And the one there is a terrible bitch.
 Cozy in her room,
 with wine and sherry.
 Sometimes yes, sometimes it is old-fashioned fun.

maandag 16 maart 2020

Corona, lijden en liefde (Victor Hooftman)

Hamsteren in de coffeeshop
Wij lijden pijn.
Wij lijden.
Vooral lijden wij aan angst.
De angst nu is voelbaar.
Angst dat we ziek worden.
Het is een onbeteugelbare angst.
De angst voor de dood.
Angst voor het bestaan.
Maar wij zullen nooit altijd bestaan.
Het leven is een dodelijke ziekte.
Aan het leven sterven we.

Corona is beangstigend.
Jaarlijks sterven er veel mensen.
Maar dat is anders, dit is nieuw en onbeheersbaar.
De neocortex staat machteloos.
Bij angst nemen de oudere hersenen het over.
Hamsteren is een normale reactie. Doen wat anderen doen ook. Dat zijn succesvolle strategieën uit een ver verleden. Maar daarmee niet verdwenen.

De minister president van Nederland op TV. We doen het goed zegt hij. Hij wijst de weg. 50% zal wellicht ziek worden, veelal minder ernstig. We zullen weerstand opbouwen. De intensive cares zullen door het uitsmeren van de ziekte over een langere tijd beschikbaar blijven voor de kwetsbaren.

Laten we rusten, in Zijn. Laten we waarnemen wat er in onszelf en buiten onszelf gebeurd. Laten we blijven lachen en bij iemand op bezoek gaan. Geen grote groepen gewoon met een paar mensen. Laten we de maatregelen accepteren.

En laten we hulp en liefde geven aan hen die het nodig hebben.


zondag 8 maart 2020

Niet wachten op bliss? (Victor Hooftman)



Het is belangrijk niet te gaan wachten op verlichting of bliss. Niet dat die dan niet kan komen maar het leven wordt mooier door op weg te zijn naar de uiteindelijke waarheid. Je voelt je beter als je actie onderneemt.

Ikzelf heb ontdekt dat ik me geweldig goed voel bij meditatie in bed waar ik de energievoeloefening van Eckhart Tolle doe en bij elke dag een yoga sessie of een wandeling.

Groet en Liefde Victor


vrijdag 6 maart 2020

Recensie van Victor Hooftman van het boek Goedemorgen! Geschreven door Charles Ruiter



Goedemorgen! Dit is niet mijn wens aan u in dit geval maar de titel van het boek van Charles Ruiters. Met ‘Wat gaat jouw dag bijzonder maken?’ als ondertitel. Uitgegeven door Bullseye publicing en 143 pagina’s dik.

Het boek valt in de categorie zelfhulp boeken maar wel vanuit een net wat andere hoek geschreven dan veel andere boeken van dit genre. Namelijk vanuit een non-dualistisch perspectief geschreven. De ego gerichtheid wordt onder de loep genomen met het oog op de relaties die we aangaan. Hoe kan je vanuit je ego een echte relatie onderhouden, kan dat eigenlijk wel? Charles spaart zichzelf niet en gaat ook uitgebreid in op zijn eigen relaties met zijn vrouw en kinderen, en wat hij daarin allemaal voor fouten maakt.

Kan dat beter, kunnen we misschien ook liefdevol communiceren? Dit onderzoekt hij in dit boek. Dit is leuk voor de non-dualisten en Advaitisten onder ons. In het kader van de Advaita en non-dualiteit wordt regelmatig de vraag gesteld wat Advaita en Non-dualisme zouden kunnen betekenen in het dagelijkse leven.

We lezen boeken over Advaita, we luisteren naar leraren, gaan naar satsangs, mediteren maar dan? Kan dat ook leiden tot een andere leven, tot een aardigere begripsvolle persoon? Sommige zullen zeggen, dat is niet van belang, richt je op jezelf, op de waarheid binnen in je en kijk maar of er wat gebeurt, de uitkomst is niet relevant. Maar andere vinden dat zolang ze door het duale moeras strompelen ze óók een ander mens willen worden. Waarin andere met volledige aandacht benaderd worden, waarin vooroordelen verdwijnen, waaruit mensen zonder een geconditioneerd vooroordeel bekeken worden.

Betekent de non-duale levenshouding iets voor ons werk? Moeten we ons vervelende geestdodende werk blijven doen alleen voor het geld of niet, en hoe kunnen we dit veranderen?

Op dit soort thema’s gaat het boek in. En dat doet het aardig, het neemt je mee in de zoektocht van de schrijver, en veel vragen worden gesteld om over na te denken. Het boek is vlot geschreven en 
inspireert.

19,95 euro
ISBN: 9789491920745

Bestellen? Klik hier.

Victor Hooftman



maandag 2 maart 2020

Laugh at yourself


Why it is so important to laugh about yourself? Answer that question for yourself.
About who are you laughing if you laugh about yourself? Why you can laugh about yourself?
Because the most important discovery is that there is no me. You have made it yourself. Like a LEGO castle. And your liked it, you are attached to it. If you can laugh about it, you can let the attachement go.
Because attachement means sorrow and grieve.
Be free from yourself and so be free.

🙏💕

Victor

Maart/March


Nieuwe maand nieuwe kansen.
Maart, de maand van het voorjaar.
Dat je wensen in vervulling zullen gaan,
En overvloed jouw deel zal zijn.
Dat de zon overvloedig zal schijnen,
Maar dat je zelfs van de regen zal genieten.
Dat je vrienden, vrienden zullen zijn.
En dat je zal realiseren dat het gaat om gewoon te Zijn in plaats van te worden.
Dat het nieuwe verse groen je zal overtuigen van de onsterfelijkheid van het  leven,
En dat Liefde en Bewustzijn je nooit zullen verlaten.

🙏💕

Victor

maandag 24 februari 2020

Schaduwen (Victor Hooftman)

Schaduwen. Waar wij leven.
Schaduwen waar wij gaan.
Wachtend op die zon.
Die onze schaduwen verdampt.
Wachten tot het einde der tijden.
Zonder tijd, tijdloos.
Dolend in de ruimte.
Te groot voor ons,
Wij willen kleiner.
Begrijpen.
Vasthouden.
Benoemen.
Ach, er komt een tijd,
Dat we opgeven.
En berusten in het niet weten.
Niet weten wat liefde is.
En toch liefhebben.
Niet weten wat liefde is,
En niets anders doen dan lief hebben.

Victor


maandag 17 februari 2020

4 km voor Salir - Alte, 17 februari 2020



Vroeg opgestaan en een lekker ontbijt gemaakt in de keuken. Espresso, sapje, geroosterd brood met lekkere scrambled eggs van 6 eieren. De kat kwam gelijk door het raam naar binnen en begon gelijk onbeschaamd de aandacht te trekken. 
We vertrokken van ons heerlijke onderkomen Casa Nova, even voor Salir. Vandaag met wat aanpassen toch nog een aardig eind gelopen. Na 4 km kwamen we in Salir aan en waren toe aan een bak koffie. Drie bouwvakkers waren net voor ons neergedaald. Ze vroegen wat in het Engels en het was leuk. Twee van hen gingen naar buiten een sigaretje roken en met John praten we nog even door. Hij kwam uit Engeland en daarna Californië en was in de Algarve neergestreken. Zijn vader wilde daar ooit gaan wonen en had daar een huisje gekocht. Een jaar later was hij aan kanker overleden. En John was vanuit Californië hier naar toe vertrokken en was er gaan wonen. Hij werkte hier nu als timmerman. 
We praten verder en we praten over conditioneringen, oppervlakkigheid en uiteindelijk over de theorieën van Jiddu Krishnamurti, mijn en zijn eerste held. Over waarnemen en luisteren. Over jezelf zijn en de moed om alleen te staan. Twee oude Portugese dametjes keken belangstellend toe. Zijn twee rokende collega's kwamen eens vragen of er nog gewerkt ging worden vandaag. Maar wij praten rustig verder. Uiteindelijk moesten hij en wij verder. We namen afscheid met een hug en gingen met een goed gevoel verder, niet de enige te zijn die zo leefden.
We kwamen mooie bloemen tegen, prachtige paden en genoten nog van de ontmoeting na.






Over een mooi pad geadviseerd door Maps.me. En daar stond me toch een groot hek. Maar daarnaast ook een muurtje waar je zo overheen kon. Uiteindelijk in het dorpje Alte aangekomen. Een grappig dorpje met gebakswinkeltjes en terrasje en toeristen. Nederlanders ook. Allemaal van de kust af gekomen voor een tochtje binnenland. 
Na een supermarktje bezocht te hebben, koffie en heerlijke Pastel de nata gegeten te hebben, moesten we nog een 700 meter lang omhoog lopen tot ons hotel op de route. Wij kwamen aan de achterzijde en moesten even bellen want de poort was oo slot. Eenmaal binnen bleek het een prima hotel te zijn. Zwembad, kamer met terras, goede verwarming en bovenal een goed restaurant met mooie uitzichten. Het eten was een klein feestje. 
Morgen weer verder. De knie van Hetty houdt het. Vandaag een knieband geprobeerd bij de apotheek maar de band zat te strak. Veel smeren en handoplegging (•‿•). Morgen zal wel gaan. Daarna wordt het spannend. Met bijna dertigers en 1000 meter stijgen en dalen 2 dagen achter elkaar. En dan een rustdag! Maar eerst morgen, best goed te doen.











Groetjes Victor en Hetty

zondag 16 februari 2020

Alle audioos van Alexander Smit

Klik voor heel veel audio


Alexander  Smit via Mixcloud van Jan Koehoorn.

Klik hier voor mixcloud.

Klik hier voor downloads via Marco Meiring

Hier de links van Van de Oever

En nog één via Mixcloud

En de laatste voorlopig.

Lopen wij allemaal achter elkaar aan? (Victor Hooftman)

Klik hier voor het rupsen filmpje.

Heb je lef?
Durf je zelf na te denken? 
Velen zeggen ja. 
Al die rupsen zeggen ook ja.
Maar als je goed naar het filmpje kijkt,
Is er maar één die voorop loopt,
En is er maar één die nadenkt.

En allemaal denken we dat wij die rups zijn die voorop loopt. Maar dat kan niet, daar loop ik al. 




woensdag 12 februari 2020

De kikker en de put (Victor Hooftman)


Hier de kikker van gisteren.
In zijn eigen groene wereld. 
Hij ziet licht van boven.
Een stukje hemel. 
Zijn wereld is afgebakend.
Zijn wereld is klein.
Maar veilig.
Ga hem niet vertellen dat er meer is.
Dan wordt hij onrustig.
Het is goed zoals het is. 
Maar in zichzelf is hij de oneindigheid.
Als hij het kan zien,
Is hij oneindig in zijn put.

zaterdag 8 februari 2020

Waar ik ook kijk, ik zie schoonheid (Victor Hooftman)



Waar ik ook kijk, ik zie schoonheid.

Het regent, maar de straten glimmen zwart en grijs.
Ik ga dood, maar heb nog jaren te leven.
Er is honger in de wereld, maar ik zie ook hulp en acceptatie.
Ik zie oorlog in de wereld, maar ook liefde.
Ik zie burn-outs om mij heen, maar ook het er beter uitkomen.
Ik zie verdriet om mij heen maar ook het accepteren van verdriet.

Er zijn mooie mensen en mensen die bezig zijn mooi te worden. 

Geef ze die tijd. 

Victor

Gedicht uit IJsmummie (Claude van de Berge)






Uit: IJsmummie
Cyclus Het ijs van de ziel - 2

Zoekend tussen onze schedels naar de oorsprong
van de stof.
Het doodskristal.

Blindelings onze ziel aanrakend.

Beeld waarin we afwezig zijn, en waarin we
onze afwezigheid omvatten.

Beeld dat het beeld met de leegte verenigt,
en afwezigheid en aanwezigheid met elkaar
laat versmelten.

Het is wat we nog steeds in onszelf zijn.
Het eindeloze opene.

Claude van de Berge


woensdag 29 januari 2020

Drugsverslaving bij jongeren (Douwe Tiemersma)

Een interview met Douwe Tiemersma

door Pia de Blok

In: Ayurveda Actueel 2008 nr. 2, p. 22-24


Er komen steeds meer jongere cannabisverslaafde, Douwe. Met name over deze groep heb ik wat vragen voor jou. Even ter verduidelijking: ik heb het hier niet over mensen die af en toe eens blowen, hoewel het wel altijd zo begint. Ik heb het hier over jongeren die:
-    constant de ontzettend sterke drang hebben om te scoren, vanaf dat ze hun ogen open doen tot ze weer gaan slapen, dag in dag uit, en zo nergens meer van kunnen genieten;
-    niet meer kunnen functioneren in de samenleving; vrienden, familie, school en werk ze vallen weg;
-    niet goed eten; ze hebben er geen geld voor hebben of helemaal geen trek, of ze hebben snoepvreetbuien;
-    kunnen gaan stelen; het geld is een probleem en veel cannabisgebruik is heel erg duur;
-    geen rust hebben, constant met die drang leven, erop uit moeten voor geld en de drug;
-    angsten hebben die met het gebruik gepaard gaan;
-    zich zielig opstellen; en zo mensen kunnen misbruiken;
-    zichzelf niet meer in de hand hebben en zelfs amok kunnen maken.
Het is heel moeilijk zo blijkt om af te kicken. Je hoort zelfs zeggen: 'Eenmaal verslaafd altijd verslaafd.' Men zal de rest van zijn leven in ieder geval op zijn hoede moeten blijven.

Wat is er vanuit de advaita over drugsgebruik te zeggen? In welke sfeer zitten ze? Ik hoor ook wel over verlichtingselementen.

D.: De advaita-benadering is gericht op het opheffen van het onnodige lijden door je te realiseren dat je vrij bent van de oorzaak van het lijden. Deze oorzaak is het vastzitten aan een ik dat zich beperkt denkt, onvolledig is, iets mist en zich aan wil vullen met eindige dingen. Als dit door middel van drugs wordt nagestreefd, maakt men zich van deze middelen afhankelijk – ook van de ervaringen die men wil krijgen, geld om drugs te kopen, enzovoort - en zo maakt men het lijden groter. Het zelf-zijn wordt door die afhankelijkheid gebonden en beperkt, terwijl het oneindige vrijheid is. Dat is het lijden.
Meestal vanuit een gevoel van onlust (beperking, gemis, vastzitten) gaan mensen drugs gebruiken. Ze verlangen erg naar vrijheid. Ze ervaren er even iets van als ze drugs gebruiken. De gevoelens van onlust kunnen even verdwijnen, de beperkingen van hun leefsfeer kunnen dan voor een deel verdwijnen. Die ervaringen zijn echter het tijdelijk effect van het gebruik. Als de werking voorbij is, is er weer het verlangen en weer het grijpen naar dezelfde middelen. Dat is de afhankelijkheid, de verslaving, dat is het slaaf worden.
Het sterke verlangen naar vrijheid is authentiek en te waarderen. Het zou het begin van een goede spirituele weg kunnen zijn, maar het middel waar ze naar grijpen helpt hen de verkeerde kant uit.

Hoe zou men praktisch gezien die jongeren het inzicht kunnen geven dat het geluk daar niet in zit. En zelfs al ze dat al weten, waarom blijkt het toch vaak niet te lukken?

D.: Inzicht in de eigen situatie, inclusief in de negatieve kanten van het drugsgebruik, zou eigenlijk de verslaving moeten kunnen doorbreken, maar die kennis hebben ze al vaak. Ze blijven naar drugs grijpen, omdat het inzicht zwakker blijkt te zijn dan de verslaving en niet helpt. De verslaving zit dieper en is zwaarder dan de denkende geest en het inzicht. De verslaving heeft een zo'n diepe lichamelijke verankering dat die vanuit het inzicht niet gemakkelijk is te beïnvloeden. Vooral na iets langere periode van gebruik is er een lichamelijke verslaving die ontzettend sterk is. Tijdelijk medicijngebruik zal ook waarschijnlijk nodig zijn en een harde gesprekstherapie. Een Ayurvedische kuur kan ook behulpzaam zijn.

Op welke wijze zouden ze kunnen afkicken?

D.:Gezien de diepe basis van de verslaving zal afkicken alleen plaatsvinden als die diepte door de therapie wordt bereikt. De hardheid van de verslaving vraagt dus een hardheid van de behandeling. De persoon zal teruggeworpen moeten worden tot vóór de verslaving. Daarvoor is het waarschijnlijk nodig dat hij/zij volledig uit het oude milieu gaat en een hard nieuw regiem van dagvulling (hard lichamelijk werk) gaat volgen. Tijdelijk medicijngebruik zal ook waarschijnlijk nodig zijn en een harde gesprekstherapie. Het is gebleken dat als de aanpak niet 'grondig' is, dat wil zeggen, niet teruggaat tot de grond, het afkicken niet lukt.

Soms wordt een diepe ontspanning aanbevolen om de diepte in te gaan. Daardoor krijgen ze heel erg met zichzelf te maken, maar ze kunnen dan in een 'oorlog' met hun gevoelens en emoties terecht komen. Is dat een juiste weg?

D.: De ontspanning met bewustheid is voor mensen zonder grote psychische problematiek een goed hulpmiddel om op grotere diepte zichzelf te leren kennen en los te laten. Bij drugsverslaafden zijn er die problematieken vaak wel, zodat er op deze wijze geen ontspanning, bewustwording en bevrijding mogelijk is. Die weg is misschien nog wel begaanbaar, als de geest een vast punt heeft waarop het zich langere tijd kan richten, bijvoorbeeld de ademhaling of een mantra. Deze fungeren dan als een handvat, anker of houvast, zodat het proces kan doorgaan zonder in de chaos onder te gaan. Een goede begeleiding hierbij is wel nodig.

Het cannabisgebruik  is een sociale gewoonte geworden onder jongeren. Al bij twaalf, dertien jarigen. Als je de media ziet, blowen ze heel wat af. 'Meedoen' is heel belangrijk voor ze. Toch zijn er consequenties aan verbonden zoals het er aan vast zitten. Hun leerprestaties hebben er ernstig onder te lijden. Vooral pubers denken dat ze het allemaal zelf wel weten. Hoe laat je ze zien dat het niet de goede richting is?

D.: Eerder heb ik al gezegd dat het inzicht meestal zwakker blijkt te zijn dan de verslaving. Dus je moet niet teveel verwachten van "het laten zien dat het niet de goede richting is". Toch gebeurt het wel dat als jongeren op een harde wijze worden geconfronteerd met de gevolgen van hun verslaving, ze veel doen om ervan af te komen. Die harde confrontatie is dus iets wat je als ouder of hulpverlener kunt geven.

De omgeving die ze aangeboden moeten krijgen om af te kicken speelt ook een grote rol. Ze hebben controle nodig. Thuis met medicijnen werkt niet, omdat ze in dezelfde situatie van het blowen blijven zitten. Wat zou een goede omgeving voor ze zijn om af te kicken, praktisch gezien?

D.: Je suggereert het al: pas in een totaal nieuwe situatie kan een nieuw leven zonder verslaving een kans hebben. Ik zei al dat de persoon zal moeten terugkeren naar de diepte vóór de verslaving, naar de grond, naar het nulpunt. Dat zal meestal pas in een totaal nieuwe omgeving mogelijk zijn met een periode van strikte begeleiding. Dan kan er pas iets nieuws ontstaan. Als die radicale terugkeer niet plaatsvindt, blijft de aanpak halfslachtig en zal niet helpen.

Bij de hulpverleners zie je hun onmacht. Wat zou een praktische raadgeving aan hen kunnen zijn?Hoe kunnen ze hun verslaafden laten ervaren dat stabiliteit echt bestaat, dus de situatie zonder het rusteloze op zoek zijn naar wietbevrediging?

D.: We hebben het al over verschillende aspecten van de aanpak gehad: de harde confrontatie en gesprektherapie, een nieuwe omgeving met fysieke arbeid, tijdelijk medicijngebruik. Hulpverleners doen hun best en zijn blij met elke vordering die ze vaststellen. In veel gevallen lukt het afkicken niet. Dat moeten ze wel accepteren. Mensen hebben niet alles in hun macht. Veel moeten we overlaten aan de 'loop der dingen'. Eigenlijk moet alles daaraan worden overgelaten. Als dat de hulpverlener duidelijk is, is er geen verwachting maar staat alles open. Dan blijft de hulpverlener ook zichzelf in het grote gebeuren van 'de loop der dingen'. Deze situatie blijkt dan de beste te zijn in hun werk, omdat de cliënten voelen dat ze volledig geaccepteerd worden.

Na het afkicken blijft er de rusteloosheid, het nerveus- , chaotisch- en labiel-zijn. Ze blijven vatbaar voor hun oude verslaving, wordt er gezegd. Mensen die zelf verslaafd zijn geweest en nu voor de klas staan om te vertellen wat dat inhield, noemen zich dan ook expres geen 'ex-verslaafden' maar ervaringsdeskundigen. Dit omdat ze heel hun verdere leven goed op hun qui-vive moeten blijven. Ze rollen er anders zo weer in. Die blijvende vatbaarheid, is dat een vaststaand iets?

D.: Door het gebruik van cannabis is er een gevoelservaring opengekomen van een sfeer die heel positief werd gewaardeerd. Die waardering blijft er. Als er moeilijke omstandigheden komen, is de kans groot dat weer naar cannabis wordt gegrepen om die moeilijkheden te ontlopen. Als op een andere wijze diezelfde gevoelservaring kan komen, bijvoorbeeld op een spirituele weg of een goede liefdesrelatie, wordt die kans erg klein. In ieder geval is het belangrijk dat degenen die zijn afgekickt niet in de steek worden gelaten. Werk en goede sociale relaties zijn absoluut noodzakelijk voor een goed vervolg.

Hoe na afkicken weer in de samenleving te komen? Het' ik' blijft toch een blokkering. Het ikje hoeft niet weg, maar moet doorzien worden met zijn blokkades. De advaitabenadering zou er volgens mij een goede bijdrage aan kunnen leveren. Hoe start je zoiets echt op?

D.: Het laten verkrijgen van een dieper inzicht start je niet op. Alleen als er een openheid voor inzicht bestaat, zal het inzicht groeien. Voor degene met wie je contact hebt is de mate van je eigen openheid erg belangrijk, het eigen open-zijn. Dat kan een herkenning geven. Wat je zegt of doet is minder belangrijk; dat komt, als het goed is, spontaan, zonder gerichtheid op verandering. In het grote gebeuren als non-duale eenheid zijn er de 'activiteiten' als spontaan handelen-zonder handelen (karmayoga). Dat geldt, als het goed is, voor de hulpverlening bij het afkicken, dat geldt voor hulp in het algemeen, ook als er advaita-bijeenkomsten (satsang) worden aangeboden.

Eigenlijk is het hele leven een verslaving, een vastzitten aan oude patronen. Gedachten loslaten blijkt voor de meeste mensen net zo moeilijk te zijn als drugs laten staan voor een zwaar verslaafde. Leven is: niet te gaan voor de verslavingen die je maar even bevredigen. Eigenlijk is het leven de dood van al die ideeën.

D.: Dat is duidelijk voor iedereen die enig inzicht in zichzelf heeft. Dat inzicht staat op de satsangs ook centraal. Wat drugsverslaafden ervaren, ervaren de meeste mensen. Alleen verkeren velen in de omstandigheid dat er geen al te grote problemen ontstaan, onder andere door visie van de samenleving op wat geoorloofd is en niet. De herkenning van wat bij de ander speelt in jezelf kan bijdragen aan een zijnservaring waarin geen-tweeheid (advaita) is. Je ziet in de ander jezelf, in jezelf ervaar je de ander. Deze non-dualistische zijnservaring betekent een vervulling van alle gemis en zo een doorbreking van elke verslaving.

Douwe Tiemersma geeft advaita-onderricht in het Advaitacentrum te Gouda (www.advaitacentrum.nl).

Er is geen tweeheid
als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.

  • Meditatieboekje

    Korte teksten die je meenemen naar openheid
  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als 'de aard van het zelf', 'de mogelijkheid van communicatie' (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), 'de grondslagen van ons morele gedrag' en 'de ander als leraar'.
  • Non-dualiteit - de grondeloze openheid

    Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.


   

maandag 27 januari 2020

Eeuwig wezen (Aristoteles)


Het continue ontstaan van het ontstaan is de dichtste mogelijke benadering van een eeuwig wezen.

Aristoteles
Griekse filosoof (384 - 322 v. chr.)




   

Ochtend bespiegeling (Victor Hooftman)

Om 6 uur opstaan. Iemand weggebracht. En nu kijken hoe het licht wordt. In de auto gesproken over juist zien, goed waarnemen, kijken of de werkelijkheid waar te nemen is, de les van vandaag in cursus in wonderen meen ik te hebben begrepen van mijn passagier.
Dit komt natuurlijk ook voor in het achtvoudige pad van de Boeddha en in alle leringen van Jido Krishnamurti. De getuige, de waarnemer, de basis van de Advaita, kennelijk is dit een universeel gegeven.
In alle leringen van allerlei richtingen komt dit voor. De neti-neti oftewel, niet dit, niet dat, is hier eigenlijk ook op gebaseerd.
Het is interessant om te zien dat er ook lichtingen van nieuwe Advaitalovers zijn die ontkennen dat het zinvol is omdat er niet zoiets zou zijn als een volgende stap, het is alleen zoals het is. Heel vaak is dit een definitie kwestie, wat de een verstaat onder verlichting verstaat de ander niet onder verlichting.
Er zijn ook groeperingen die zeggen, er is niets alleen maar dit en je kan niets doen om wat nou te bereiken of om je beter te voelen, alleen maar accepteren dat dit tranendal je leven is en dan is het goed. Die zitten vast in wat wij wel de Advaita suffle  noemen. Het is een vrij kleine maar vrij luidruchtige groep. Ja, veel van mijn vrienden behoren tot die richting, dat heb ik weer. Het blijft zaak te zien dat er wel degelijk iets te doen is en dat er wel degelijk niveaus zijn, het ontkennen van niveaus leidt tot niets en niet tot de werkelijkheid.
Wat wel erkend wordt door vele is dat het leven in het nu je leven beter maakt. Ook al moeten wij erkennen dat in feite leven in het nu een fictie is omdat het Nu niet te pakken is. Als je dit soort paradoxen niet kan accepteren dan is alleen wachten op Godart wat overblijft. Leven in de toekomst of leven in het verleden maakt ongelukkig. Natuurlijk is het mooi dat we vandaag in de kranten lezen dat Rutte, onze premier, zijn excuses heeft aangeboden aan de Joden omdat de overheid in de jaren 40 45 te weinig heeft ondernomen om de Joden te beschermen ten tijde van de Duitse overheersing. Het is mooi dat we een slavernijmonument hebben het is mooi dat we over 20 jaar een monument hebben voor de gemartelde varkens. Alleen moeten we hier wel echt mee bezig zijn? Worden we hier gelukkige door? Nee, dat worden wij niet. Richt je op het heden, kijk wat je hier en nu gelukkig maakt, help mensen in je directe omgeving. Als het nodig is nu, en hou van je omgeving. Aai en zie je kat en ga niet denken over het aaien van de kat. Je kat zal dit zeer waarderen. En zo is het eigenlijk met dit leven.



   

zondag 26 januari 2020

De mystieke gedichten van Lucebert door Nico Tydeman


Verscheen in InZicht 3 nr. 2 (mei 2001), p. 30-31

*

de schoonheid van een meisje
of de kracht van water en aarde
zo onopvallend mogelijk beschrijven
dat doen de zwanen

maar ik spel van de naam van a

en van de namen a z
de analphabetische naam

daarom mij mag men in een lichaam
niet doen verdwijnen
dat vermogen de engelen
met hun ijlere stemmen

maar mij is het blijkbaar wanhopig
zo woordenloos geboren slechts
in een stem te sterven

*

ik tracht op poëtische wijze
dat wil zeggen
eenvouds verlichte waters
de ruimte van het volledig leven
tot uitdrukking te brengen

ware ik een mens geweest
gelijk aan menigte mensen
maar ware ik die ik was
de stenen of vloeibare engel
geboorte en ontbinding hadden mij niet aangeraakt
de weg van verlatenheid naar gemeenschap
de stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg
zo niet zo bevuild zijn
als dat nu te zien is aan mijn gedichten
die momentopnamen zijn van die weg

in deze tijd heeft wat men altijd noemde
schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand
zij troost niet meer de mensen
zij troost de larven de reptielen de ratten
maar de mens verschrikt zij
en treft hem met het besef
een broodkruimel te zijn op de rok van het universum

niet meer alleen het kwade
de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig
maar ook het goede
de omarming laat ons wanhopig aan de ruimte
morrelen

ik heb daarom de taal
in haar schoonheid opgezocht
hoorde daar dat zij niet meer menselijks had
dan de spraakgebreken van de schaduw
dan die van het oorverdovend zonlicht

*

wij zijn gezichten
wij hebben het licht gestolen
van de hoogbrandende ogen
of gestolen van de rode bodem

ik ben vuur
veel vuur
golven van vuur
vissen die stil zijn als het gezicht dat
alleen is
ik ben
veel van steen en vaag als
vissen in watervallen
ik ben alleen alleen beenlicht en
steendood

wij zijn gezichten
open en rood zijn wij
licht zijn wij
open
wij zijn
ontplofbaar

ik weet niet wat
steen werd
ik weet wel wat dood is

dood is ik word
ik word recht weer
wordt geroofd en ben weer
echt licht

*

Ik ben een gejaagd lezer. En dat is voor het lezen van poëzie een ramp. Een gedicht dient geproefd te worden zoals wijn. Wellicht moet het ook hardop gelezen worden om de klanken van de woorden en het ritme van de regels te ondergaan. En vooral herlezen. En betreft het een gedicht binnen het werk van één dichter, dan is het belangrijk om dit te lezen in samenhang met andere gedichten. Omdat het mij aan geduld ontbrak, is de poëzie van Lucebert voor mij lange tijd ontoegankelijk gebleven. Ik liet mij dan ook gemakzuchtig leiden door het clichébeeld dat rond Lucebert was ontstaan: de anarchist, de rebel die schreeuwend klaagde tegen het burgerdom, de 'omroeper van oproer', de keizer van de vijftigers, de ook door zijn collega's erkende leider van de experimentele poëzie, die de zoet gevooisde verzen van de gangbare poëten aan de schandpaal nagelde. Maar zijn over elkaar tuimelende beelden, waarvan het onderlinge verband mij ontging, zijn compacte, grillige taal - ik kon er geen touw aan vastknopen. En uiteraard, ik verzaakte de vraag te stellen: waar komt die poëzie vandaan? Wat was het dat Lucebert bewoog?
Tot ik vorig jaar een literaire studie onder ogen kreeg van Jan Oegema, "Lucebert - mysticus". Ik had aanvankelijk slechts de aankondiging van het verschijnen ervan gelezen. Maar, zo plompverloren als het in de titel staat, niet met een vraagteken of met een enigszins nuancerende ondertitel, - ik wist direct: zo moet Lucebert dus gelezen worden: als een mysticus.
Natuurlijk waren er critici die hadden gewezen op de invloed van Rilke, die wisten dat hij woorden en uitdrukkingen ontleende aan de Kabbala en dat hij een bibliotheek bezat met de klassieken uit de mystieke literatuur. Maar niemand durfde hem een mysticus te noemen. Lucebert "had het ongeluk een mysticus na de tweede oorlog te zijn". Vanaf de tijd van de wederopbouw tot ver in de jaren tachtig was een mysticus voor de gemiddelde intellectueel of ziek of gek, in elk geval iemand uit een ver verleden. Of hij was voor enkele overgebleven gelovigen een mens van God, van onberispelijke levenswandel en buitensporige deugdzaamheid, een beeld dat Lucebert in geen enkel opzicht benaderde. Toch was hem een ervaring ten deel gevallen, die de aard van zijn poëzie geheel zou gaan bepalen en waardoor veel van zijn gedichten gelezen kunnen worden als moderne varianten van de mystieke traditie.
Lucebert (geb.1924) was in 1943 opgeroepen voor de Arbeitseinsatz en werd te werkgesteld in Apollensdorf nabij Wittenberg. Daar verbleef hij een jaar. Terug in Amsterdam dook hij onder bij een broer. Na de oorlog had hij verschillende baantjes. Hij zwierf rond, vond soms onderdak bij vrienden of vriendinnen, maar was meestal te vinden in en rond het Vondelpark, waar hij sliep onder de brug. In die tijd - de laatste oorlogsjaren en de jaren direct erna - moet hij overvallen zijn door "een verschrikkelijk wonder". De inhoud ervan laat zich moeilijk vaststellen. Maar gezien zijn terminologie - en Lucebert koos zijn woorden zeer zorgvuldig - vond hij in de Kabbala en in de werken van Hadewijch, Ruusbroec, Johannes van het Kruis en Dionysius de Areopagiet de woorden en de beelden die hem hielpen een poëtische uitdrukking te vinden voor zijn visioen. Overdonderd door een onuitsprekelijke schoonheid had hij een gebied leren kennen van zuiverheid en ongereptheid waar slechts de fluisterstemmen van de engelen klinken, waar de aarde niet bevuild is, waar de wereld van goed en kwaad bij verbleekt. Om dit mystieke rijk te beschrijven, zou hij een nieuwe taal moeten scheppen, de analphabetische taal (gedicht1, regel 7), want het gangbare alfabet was al te zeer besmeurd door zijn burgerlijke gebruikers. Hij zoekt de taal in haar schoonheid (gedicht 2, regel 17) en weet dat deze schoonheid in onze tijd haar gezicht heeft verbrand: beeld voor de verschroeide aarde, de menselijke waanzin, de totalitaire politiek, extreem cynisme, fascisme. Hier ligt zowel Luceberts roeping tot het dichterschap alsook zijn felle kritiek op de moderne mens en de maatschappij. Zijn anarchisme heeft diepe. religieuze wortels. Vandaar zijn beginselverklaring: uitdrukking te geven aan "de ruimte van volledig leven" (gedicht 2, regel 4). "Volledig leven" was hem in het visioen aangezegd. Vol en ledig: enerzijds vervuld van grote schoonheid, het domein van het licht, de openbaring, de goddelijke volheid, anderzijds het domein van de duisternis, de schaduw, de droom. Zijn gedichten spelen zich af tussen die twee met elkaar strijdende, mystieke gebieden, die beide op gespannen voet staan met de alledaagse realiteit. De dichter herkent beide domeinen slechts in zichzelf in zijn 'Weltinnenraum' (Rilke) en hij ziet het als zijn taak wat hij innerlijk gezien en beleefd heeft naar buiten te brengen. Zo schildert Lucebert een heelal met eigen wetten en wezens: 'boven' de creaturen van licht, de engelen, de sirenes, de Liliths en 'onder' de dood in de catacomben van de droom, maanachtige schemer, de levenloze stilte van de stenen, de takken. De ruimte van volledig leven is die van "de afgrond en de luchtmens".
"Wij zijn gezichten" (gedicht 3, regel 1) is Luceberts religieuze definitie van de mens, geschapen uit licht, uit "golven van vuur"(gedicht 3, regel 7), zegt hij Hadewijch en Ruusbroec na ("minne" en "orewoet" - vurige liefde en zielstorm), "vissen die stil zijn" verwijzend naar Lilith, die woont in de zee uit ongenoegen met Gods schepping. Zij is zeegodin, muze en lichtengel. Zij betekent lichaam, genot en vervoering. Met haar legt Lucebert een subversieve lading onder het joods, christelijke erfgoed, waarvan hij zich enerzijds afhankelijk weet, maar waarvan hij zich anderzijds ook wil ontworstelen. De dominante geloofstradities hebben in zijn ogen de mystieke ervaring verloochend, zowel door hun ethische regelgeving als ook door het goddelijke op te sluiten in een transcendentie, buiten, ver weg van de mens. Maar God zweeft niet boven de mens, God ligt verborgen in ons hart.
Lucebert kende niet alleen de mystieke vervoering in zijn hoogtepunten van geluk en schoonheid, maar ook de val in het dal van duisternis, na de extase. "Ik weet niet wat' (gedicht 3, regel 22) roept hij met Johannes van het Kruis in diepste verlatenheid, omringd door een wolk van niet-weten, 'steendood'. Hij verwijst naar het thema van Teresa van Avila: "sterf en word", noodzakelijke dood om weer leven of 'licht' te worden.
Luceberts mystiek is van immanente aard, Hij streeft naar de vereniging met het andere ik, verborgen in zichzelf, de 'Seelegrund' (Eckhart), die in de mysticus zelf woont. Tegelijk is zijn mystiek concreet, dat wil zeggen van deze aarde. In een reactie op een beroemde zin van Kloos schreef hij:
"Waarom was je god zo diep in je gedachten,
en waarom liep hij niet gewoon op straat."
In 1966 zei hij in een interview met Ben Bos voor De Nieuwe Linie, toen een progressieve katholieke krant: "In jouw terminologie of in die van je krant zou je kunnen zeggen: Lucebert schrijft een mystieke poëzie, zonder God".
In een eerder interview (1959) met Jessurun d'Oliveira: "Ik ben geen nihilist, ik ben een alles relativerend mysticus, een sceptisch zwever, een voorzichtige losbol"


Literatuur
Jan Oegema, Lucebert, mysticus. Over de roepingsgedichten en de Open brief aan Bertus Aafjes, Vantilt, 1999
Lucebert, Van de afgrond en de luchtmens. De eerste vier bundels, De Bezige Bij, Amsterdam 1999
Lucebert., Val voor vliegengod, De Bezige Bij, Amsterdam 1996 [Met een zeer interessant voorwoord van Lucebert zelf]



Er is geen tweeheid
als je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.

  • Verdwijnende scheidingen

    Douwe Tiemersma
     
    Verdwijnende scheidingen
    Proeven van intercultureel filosoferen
    276 pagina's, paperback
  • Naar de Openheid

    De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie.
    Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.
  • De ander en ik

    Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als 'de aard van het zelf', 'de mogelijkheid van communicatie' (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), 'de grondslagen van ons morele gedrag' en 'de ander als leraar'.
  • Stiltewandelingen naar eenheid

    Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.