Populaire berichten

zondag 29 december 2013

Het oorspronkelijke licht.



Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma. Hoorneboeg 8 oktober 2005

Je bent zelf dat oorspronkelijke licht (2)

Het is dus belangrijk om dat hele felle licht te herkennen. Het is het oorspronkelijke licht van de big bang of het uiteindelijke wanneer het heelal weer terugkeert naar de oorsprong. Het is het licht van de bliksem die inslaat, dwars door de persoon heen. Het is het licht van het zwaard van Shiva die je letterlijk een kopje kleiner maakt. Dus wanneer dat hele felle licht duidelijk is, laat het dan maar komen en dan is het ook duidelijk dat je er mee samenvalt.

Dat gebeurt ook na het overlijden van de persoon?

Dan heb je misschien eerst nog wat andere processen, maar uiteindelijk wel ja.

Dat is wel heel summier gezegd.

Je zult dit moeten herkennen wil ook die zijnservaring er komen dat je niet onderworpen bent aan de dood. Dan werkt het door. Zie dat die ervaring van dat lichaam en de materiële wereld een illusie is wanneer je daarin gelooft alsof dat de echte werkelijkheid is. Als de herkenning van die oorspronkelijke ontploffing er al geweest is waarbij alles verteerd is, dan krijgt geen enkele vorm, geen enkele materiële of energetische vorm meer het karakter van de echte werkelijkheid. Voor zover die vormen er zijn, zijn ze er maar die vormen en namen komen op en ze verdwijnen weer. Op een gegeven ogenblik blijkt dat de bouwwerken die je zelf hebt gemaakt, de standbeelden die je zelf hebt opgericht, zomaar ineens uiteen vallen. Jerommeke geeft een reus een keiharde stomp en dan lijkt het even of er helemaal niks gebeurt, die man zelf heeft het ook nog niet door, maar even later: psssssjjj… Zo schijnen individuele zieltjes het ook nog niet door te hebben dat ze zijn overleden wanneer er ineens een ongeluk gebeurt. Zoiets als bij amputaties: dan lijkt er ook niets veranderd te zijn. De dood is een volledige amputatie. Alles gaat in zekere zin nog voort, maar het is doorzichtig, het heeft niet meer die zwaarte. Het is ruim en doorzichtig, het kan zo uit elkaar vallen. In feite valt het voortdurend uit elkaar. Af en toe klontert weer iets samen, maar daarna valt het weer uit elkaar. Het lost op. Als je in slaapt valt: de vormende kracht wordt losgelaten en alles lost op. Maar je kunt je dat bewust zijn, je kunt dat herkennen. Het laatste wat er nog herkend kan worden is het licht. Als er weer een kosmos gaat ontstaan, is het eerste: licht. Het licht wordt aangedaan en dan komt het toneelstuk.

Gebeurt dat spontaan, dat het licht aangedaan wordt?

Voor zover het vanuit dat niveau duidelijk wordt is het totaal spontaan, gaat het vanzelf. Voor zover er een zelf is dat daar in duikt, dan wordt het daar intern weer ervaren als de grootste werkelijkheid, heel serieus. Maar het is duidelijk: op dat diepe niveau zal die herkenning er moeten zijn zodat het werkelijk gaat doorwerken. Die herkenning zal er zeker moeten zijn wanneer dat licht zo ontploft dat letterlijk alles doorzichtig wordt als in een negatief. En natuurlijk is het goed wanneer je langzamerhand in het leven of bij het sterven in het licht terecht komt. Waar het hier om gaat is dat je dat nu al heel duidelijk herkent, zodat er geen lijden meer is in die tussenperiode, want je herkent jezelf al als dat oorspronkelijke licht. Die absoluutheid zal erbij moeten komen. Of dat min of meer op een verschrikkende wijze plaatsvindt of niet, dat maakt niet uit. Het gaat er werkelijk om dat die radicalisering herkend wordt. Anders dan blijft het iets van: ‘oh, het is zo fijn om in het licht te wandelen’. Maar op een gegeven ogenblik gaat dat licht zich verder openbaren. Zie je dat dan ook resten van persoonlijkheid van die ik persoon verdwijnen, verbrand worden, oplossen? Dat dan die zuivere sfeer over blijft, zonder vorm? Het is belangrijk dat dat heel duidelijk is, dat je dat herkent, ook al zet die wereld van vormen zich nog een tijdje door, of zet het leven zich nog een tijdje door. Zelf blijf je primair die oorspronkelijke sfeer, van licht waaruit van alles ontstaat en waar alles weer in terugkeert. Dus laat dat licht van jezelf zo maar door werken, op bewuste wijze.

zondag 15 december 2013

Toekomst stichting Advaitacentrum


Vanaf januari 2014 zal de vorm van de Advaitapost veranderen. Dan zal de Advaitapost nog een maal per maand verschijnen en er zullen alleen teksten van Douwe in te lezen zijn. Ook zal er elke maand een boek of artikel van Douwe belicht worden. De mededelingen en de agenda zullen uit de Advaitapost verdwijnen.



Op zaterdag 11 januari wordt er door Stichting Openheid een laatste bijeenkomst georganiseerd in het Centrum te Gouda, van 13u30 tot omstreeks 16.00. Er zal vanaf 14u naar een opname van Douwe geluisterd worden, waarna een meditatie volgt. Daarna is er een boekenmarkt en is er de mogelijkheid gezamenlijk te genieten van een hapje en een drankje. Ook wordt deze dag het nieuwe boek van Douwe gepresenteerd met daarin een groot aantal door Douwe geredigeerde teksten, afkomstig van de uitgewerkte satsangs van de afgelopen jaren. Speciale prijs: alleen op deze middag € 25,- (normale prijs € 29,90).



Het Advaitacentrum blijft wel bestaan maar omdat er geen activiteiten meer worden georganiseerd door Stichting Openheid heeft deze haar huur opgezegd van het gelijknamige gebouw en is deze laatste bijeenkomst mogelijk gemaakt. Het gebouw zal hierna beschikbaar blijven voor verschillende doeleinden en kan hiervoor gehuurd worden. Voor meer informatie kunt u infomeren bij Odile. Email; odile.bbr@gmail.com.



Het bestuur van St. Openheid heeft afgelopen jaar, na het overlijden van Douwe, in zeer goede samenwerking alles afgesloten volgens zijn wensen. De website, de Advaitapost en Uitgeverijadvaita gaan door onder Stichting Openheid. De volgende groepen gaan (zie document Na mijn overlijden) zelfstandig door:



Onder begeleiding van Douwe zijn verschillende Advaita Stiltegroepen ontstaan. Deze groepen zijn zelfstandig en bestaan onafhankelijk van Stichting Openheid.

Deze Advaita Stiltegroepen groepen houden verder onderling contact door middel van een website: www.advaitastiltegroepen.net . Verder worden er ook Advaita stilte- en Retraiteweken georganiseerd. Jean-Pierre Verschure is de coördinator van deze groepen, e-mail . Op bovengenoemde website kunt u zich opgeven voor een algemene nieuwsbrief. Wilt u informatie ontvangen van één specifieke Stiltegroep, of over een Stilte- of Retraiteweek, vul dan uw e-mailadres in op de betreffende websitepagina.



De overige groepen die onafhankelijk van Stichting Openheid verder gaan zijn:



* Werk-en studiegroep jongeren, Coördinator; Marco Flipse

Jongeren: ontspanning en inzicht ,

www.bm-welzijn.nl/opleiding-ontspannen.html



* Yoga werkgroep, Coördinator; Marco Flipse

De Yoga-werkgroep

is een intervisie-werkgroep van yogadocenten die non-dualiteit in de lijn van Douwe centraal stellen in hun lessen.



* Advaita Yogaleraren Opleiding (AYO), Coördinatoren; Marjo Vredenbregt en Willie Oudejans. Website; www.ayo.nu



* Jongeren Ontspanning & Inzicht (Stichting JOI), Coördinator; Pia de blok

Website; www.onbeperkt-ontspannen.nl





Stichting Openheid houdt zich uitsluitend nog bezig met het beschikbaar houden van het gedachtegoed van Douwe, zolang hier belangstelling voor is.

Er komen verder geen nieuwe activiteiten. Een aantal al bestaande activiteiten gaan volgens de wens van Douwe door. Dat wil zeggen:



De website www.advaitacentrum.nl ;

De Advaitapost; Opgave gratis Advaita Post

Uitgeverij Advaita www.uitgeverijadvaita.nl (Het beschikbaar houden en de verkoop van de boeken van Douwe).





De enige bron van inkomsten van Stichting Openheid komt voort uit de verkoop van de boeken van Douwe. De inkomsten hiervan zullen worden gebruikt voor mogelijke herdrukken en voor het onderhouden van de website.

Je bent zelf dat oorspronkelijke licht (1), Douwe Tiemersma, Hoorneboeg, 9 oktober 2005

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma

Ga verder terug, verder terug, verder terug. Zie je dat het licht van het bewustzijn samen gaat vallen met het licht van het hart? Als je maar ver genoeg naar achteren gaat dan zie je dat die lichten naar elkaar toegaan en samen gaan vallen. Als je dat werkelijk zo kunt ervaren dan ervaar je ook dat het een soort kernfusie is. Dan ervaar je dat het een geweldig sterke energie is, een ontzettend scherp, wit licht. Het witte licht van de bliksem, het witte licht van de kernfusie.
Ervaar je dat zo alles wordt opgeblazen door dat witte licht van duizend zonnen? Ervaar je dat er geen enkel stukje ik meer overblijft? Dat je zelf opgaat in het licht? Alles wat niet dezelfde kwaliteit heeft als dat licht, verdampt in de hitte. Zo verdampt ook het zelfzijn in dat grote. Je bent zelf dat oorspronkelijke licht, die eerste energie van de big bang. Daar komt alles uit voort, daarin keert alles terug. Wat is er dan nog over? Misschien een kosmos waarin af en toe nog wat samenklontert, maar het zijn meer beelden die zich af en toe eventjes samenstellen en weer uit elkaar vallen. Het oorspronkelijke licht blijft op de voorgrond aanwezig en je blijft het zelf, alles doordringend. Wat er ook opkomt, het komt voort uit dat oorspronkelijke licht. Door dat licht wordt alles ook weer vernietigd. Dat licht van Shiva ben je zelf. Dat intense, alles verterende vuur ben je zelf. Je kunt eerst misschien nog de notie hebben dat je in dat vuur komt, dat je in dat vuur aanwezig bent maar dan komt het oplossen. De laatste vormen van jezelf lossen op. Dus dan wordt alles blanco en toch is er intern een weten van. Het is een intern aanwezig zijn in het licht van de droomloze slaap, die lichte sfeer van de droomloze slaap. Is dat duidelijk? Oneindigheid van leeg licht dat jezelf bent, verder niets. Laat die dimensie open. Laat het aanwezig blijven. Ook wanneer er weer vormen komen.

Dat oerlicht heeft geen eigenschappen?

Nee, behalve dat het licht is en dat het heel intens is.

Maar het is toch energie?

Het heeft als licht nog energie, maar het is heel ijl en het is leeg.

Maar dat woordje intens…

In een bepaalde fase moet het heel duidelijk zijn dat dat oorspronkelijke licht een geweldig grote intensiteit heeft, zoiets als een atoomontploffing.

Daar moet je lichaam maar tegen kunnen.

Ik kan er niet tegen. Het verwondert me dat ik nog dingen zie. Je weet hoe dat ging in Hiroshima: er zijn beelden, mensen en ineens: paf, weg. Die intense hitte, dat licht.

Douwe, de vergelijking met Hiroshima vind ik niet zo aantrekkelijk. Je hoort toch ook vaak in allerlei yoga-tradities dat het heel geleidelijk gaat via het licht in de chakra’s en dan zo langzamerhand omhoog.

Dat trekt je meer aan…

Ja, heel rustig opbouwend.

Dat is duidelijk.

Kun je nog iets meer zeggen over het verschil: dat geleidelijke dat mij meer aantrekt en dat plotselinge dat jij een beetje propageert?(gelach)

Het is een verschillende benaderingswijze, dat is duidelijk. Dat het gedeeltelijk om hetzelfde gaat is ook duidelijk. Het punt bij de Advaita is dat het niet zozeer gaat om een geleidelijke ontwikkeling door al die chakra’s heen. Het is veel meer een herkennen van een diepte van dat eigen zelfzijn waarin dit speelt. Dat is de Advaita benadering. Die chakra benadering is zoiets als: ik sta hier en ik heb het idee dat de verlichting daar op dat hoogste niveau zit een dan ga ik daar zo langzamerhand naar toe klimmen, er wordt iets uitgezuiverd en dan kun je misschien de volgende stap maken, enzovoort. Maar zo werkt het niet. Hooguit kan dat dienen om de zaken wat opener, wat relaxter te maken. Vroeg of laat zal er werkelijk iets moeten gebeuren en wanneer je het in die chakra terminologie wilt benoemen dan is dat iets op het Sahasrara-niveau (kruinchakra) En dan heb je hetzelfde.

Het lijkt mij plausibel dat je toch een soort voorbereiding nodig hebt van een paar of misschien tienduizend levens.

De mensen die hier komen hebben die voorbereiding blijkbaar allemaal al gehad.

(wordt vervolgd)

woensdag 11 december 2013

Nieuw boek van Douwe Tiemersma


Er komt een prachtig nieuw boek uit van Douwe Tiemersma. het verschijnt 23 december van dit jaar. Hier de vooraankondiging.

Satsang
Hoe zit het met jezelf?

Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft. De satsangs beginnen met een inleidende meditatie, gevolgd door de mogelijkheid vragen te stellen en Douwe’s antwoorden. Zijn teksten, audio-opnamen en YouTubefilmpjes, zijn terug te vinden op: www.advaitacentrum.nl

Satsang wil zeggen: bijeenzijn in openheid. De gesprekken zijn gericht op de bewustwording van je meest eigen sfeer, je ware aard. Dat is de sfeer van volledige ontspanning en volkomen helderheid: de openheid zonder scheidingen, de afwezigheid van tweeheid (a-dvaita of non-dualiteit). De bewustwording vindt plaats door terug te gaan naar je eigen ervaring, de ervaring van je eigen situatie.

De non-dualistische visie staat centraal in de traditie van de Advaita Vedanta, die teruggaat op de Upanishaden (8e eeuw v. Chr.). Een van de grootste advaitaleraren in de vorige eeuw was Shri Nisargadatta Maharaj. Douwe Tiemersma had het voorrecht niet alleen hem te ontmoeten in Bombay, maar ontving ook zijn inwijding van hem. Dit is zondermeer van grote betekenis geweest en sinds 1980 hield hij dan ook zelf wekelijkse advaita-gesprekken, retraites en cursussen.

Zijn telkens terugkerende thema was: openheid, en wel in meest radicale zin, met de steeds opnieuw terugkerende vraag: hoe zit het met jezelf? De voortdurende nadruk op zelfmeditatie en het belang van het samengaan van inzicht en het leven in de praktische wereld, stonden hierin centraal.

Douwe Tiemersma (1945-2013) was biologiedocent aan Pedagogische Academies en daarna docent wijsgerige antropologie en interculturele filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar hij ook op symposia de advaita belichtte. Hij gaf sinds de jaren '70 yoga en meditatie. In de benadering van zijn lessen legde hij een steeds duidelijker accent op de Advaita Vedanta. Zijn activiteiten resulteerden in 2000 in de oprichting van het Advaita Centrum in Gouda. Daarnaast schreef hij vele boeken en talrijke artikelen voor onder meer het tijdschrift Inzicht, waarvan hij medeoprichter en eindredacteur was. Douwe schreef ook het Voorwoord in “I AM THAT” van Nisargadatta.

"Douwe Tiemersma verbond op unieke wijze spirituele praktijk met filosofische reflectie”, dr. Bruno Nagel (SCFA).
1e Druk | 2013 | Paperback | Uitgeverij Advaita
Genre(s): Religie & Esoterie
Trefwoorden: Trefwoord(en): Advaita vedanta, Satsang, non-dualiteit
ISBN: 9789077194102
€ 29,90 Aangekondigd (moet nog verschijnen)

Bestellen is mogelijk via http://advaitauitgeverij.nl/ Of natuurlijk bij de (digitale) boekhandel.

dinsdag 19 november 2013

Jnaneshwar in de Amritanubhava; sit-sat-ananda


Wanneer een micaplaatje of de stam van een plataan
laag voor laag wordt afgepeld
dan zal er uiteindelijk niets overblijven om vast te pakken.
Zo ook moet het zoeken zelf ophouden
wanneer de zoeker en het gezochte één is.
Het is vruchteloos.

zaterdag 16 november 2013

Jnaneshwar: de Amritanubhava, sat-chit-ananda


65. Op het moment dat de zon opkomt worden alle lampen gedoofd.
Denkt iemand erover het veld te ploegen
wanneer het vol staat met gewassen?

66. Het woord is nuttig zolang de dualiteit
van gebondenheid en bevrijding bestaat.
In onze natuurlijke staat heeft het woord verder geen nut.

67. Het woord is alleen bruikbaar
om ons te herinneren aan iets dat we vergeten zijn;
maar in welke behoefte kan het woord nog voorzien in die staat die voorbij
gaat aan herinneren en vergeten?

donderdag 14 november 2013

Byron Katie

Zelf even de link in de bovenbalk kopiëren.

https://skydrive.live.com/redir.aspx?cid=cfaf16e9a01cd4ad&resid=CFAF16E9A01CD4AD!5184&parid=CFAF16E9A01CD4AD!5182&authkey=!ADEoW0MTA2CXQCI

dinsdag 12 november 2013

Als het denken stopt, stopt ook de tijd. (Douwe Tiemersma)


Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 10 januari 2007

Als het denken stopt, stopt ook de tijd

Je bent altijd maar bezig met de zorg over dingen die je belangrijk acht. De ik-structuur heeft ook direct het element van tijd in zich. Allerlei zaken uit het verleden bepalen hoe je de dingen nu ziet en je kijkt naar de toekomst om dingen te regelen en voor jezelf in orde te maken. Altijd maar weer die structuur van het ik en de tijd. Tot op een gegeven ogenblik die tijd stopt. Het is goed je er bewust van te worden dat ook dat altijd een element is in je eigen sfeer. Er is tijd maar de tijd is ook in zekere zin gestopt. Wanneer het stil is en het denken stopt, is er dan tijd? Eigenlijk kun je niet eens ‘nee’ zeggen, want wat is die tijd eigenlijk? Het speelt helemaal geen rol. Wanneer die gewone structuur doorbroken wordt is er dat onuitsprekelijke. Er is een open sfeer waarover je niets kunt zeggen. Als bewust-zijn kun wel een besef hebben van dat onzegbare. Dat zelfzijn gaat dus verder dan de tijd. Dat is een conclusie, je kunt het direct vaststellen. Klopt dat? Zeg het voor jezelf ook nog maar eens: dit zelfzijn gaat veel verder dan de tijd. De tijd mag stoppen. Er komt een sfeer van onuitsprekelijkheid, maar het heeft toch nog een kwaliteit van zelfzijn, bewust-zijn. Dat zelfzijn heeft dus duidelijk geen structuur meer van het ego dat altijd in de tijd aan het werk is en zit te denken. Die structuur valt weg en er komt ineens die opening en die sfeer waarover je niets kunt zeggen. De zorgstructuur valt weg.
Voor het denken is dit een onmogelijkheid. Dat denken denkt in de tijd en kan zich niet voorstellen dat de tijd stopt. Dan gaat het zeggen: wat is er voorbij die grens van de tijd? Dat wordt gedacht binnen die sfeer van de tijd en daar zit nu juist de beperking van het denken.

Zie je dat af en toe de tijd verschijnt en weer verdwijnt en dat de tijd niet echt nodig is? Het kan verschijnen en mag verschijnen, maar de beperking van die tijdssfeer is duidelijk. Ergens ontstond de tijd met een bepaalde gerichtheid van het leven, van de persoon. Wanneer die gerichte structuur verdwijnt, dan is er geen tijd meer. Die hele structuur verdwijnt, dus is er geen sprake meer van dat er iets moet gebeuren. En wanneer er iets gebeurt dan ontrollen de gebeurtenissen zich in de tijd, maar je ziet hoe wisselend die tijdservaring dan is. Soms duurt een dag eindeloos, soms zijn een paar jaar zo voorbij. Je ziet hoe betrekkelijk die tijdservaring is.

De tijd van de klok, de agenda en de kalender zien we meestal als iets absoluuts. Is dat ook zo? Het is natuurlijk ook maar een projectie. Vanuit die wisselende tijdservaring ga je er iets uithalen en dan zeg je: dit is de absolute tijd en die andere tijdservaringen zijn maar ervaringen. Wanneer die projectie van een absolute tijd doorzien wordt als een constructie dan kom je toch weer terug op een tijdservaring, en die kan dus wisselen. Soms gaat de tijd ontzettend snel, soms ontzettend traag en wanneer je helder blijft, blijkt dat de tijd ook in het alledaagse persoonlijke leven vaak helemaal niet aanwezig is. Meestal denk je niet aan de tijd. Als het wel zo is, is het niet best. Wanneer je intern helder blijft, ook bij het doen van allerlei werkjes, dan zie je: meestal is er geen tijd. Achteraf zeg je dan: oh, het is al twaalf uur. Dan ga je het weer terugkoppelen op die absolute tijd in die projectie van klok en dan zeg je: ik ben twee uur bezig geweest. Maar dat is dus weer het denken achteraf. Je ziet hoezeer dat denken helemaal verweven is met de tijd. Als het denken stopt, stopt ook de tijd. Gedeeltelijk is er nog een gevoelsmatig stromen en in dat gevoelsmatig stromen ervaar je al een stuk vrijheid van de tijd. Op een gegeven moment besef je dat er iets in jezelf aanwezig is dat niet onderworpen is aan de tijd ook niet aan dat stromen. Voor zover er verschijnselen zijn komen die op en verdwijnen weer. Tijd heeft met verschijnselen te maken. Verschijnselen zijn betrekkelijk, tijd is betrekkelijk. Het punt is dus dat je intern bewust blijft van dat vrij-zijn van de tijd . Dat het een open sfeer is die onuitsprekelijk is. Als dat herkend wordt krijg je van daaruit heel gemakkelijk het oplossen van identificaties met alles wat zich in die tijd afspeelt.

In memoriam dr. Douwe Tiemersma (1945 - 2013) door dr. Bruno Nagel


Op 3 januari overleed in Gouda (NL) op 67-jarige leeftijd dr. Douwe Tiemersma, geliefd docent in onze school. Jarenlang verzorgde hij in het derde jaar een zaterdaglezing onder de titel 'Dat ben jij. De bevrijdende vedanta-visie van Ramakrishna en Nisargadatta Maharaj.'
Douwe Tiemersma studeerde biologie en filosofie in Amsterdam. Hij was enkele jaren biologiedocent aan Pedagogische Academies en werd daarna docent wijsgerige antropologie en interculturele filosofie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij volgde tevens een opleiding tot yoga-leraar en gaf sinds de beginjaren '70 lessen yoga en meditatie. Zijn filosofische belangstelling voor de achtergronden van yoga kwam tot uiting in een uitvoerige doctoraatsthesis onder de titel: Body schema and body image. An interdisciplinary and philosophical study(Swets, Amsterdam/Lisse 1989).
In zijn benadering van yoga en meditatie kwam in de loop van de jaren een steeds duidelijker accent te liggen op het perspectief van de Advaita Vedanta. De ontmoeting met de advaitin Nisargadatta Maharaj te Bombay is daarin voor hem van grote betekenis geweest. Vanaf 1980 hield hij advaita-gesprekken met leerlingen. Zijn activiteiten op dit terrein resulteerden in de oprichting van het Advaita Centrum te Gouda, in vele boeken, meestal uitgegeven door Uitgeverij Advaita, en in talrijke artikelen in diverse tijdschriften, o.a. in het tijdschrift Inzicht, waarvan hij mede-oprichter en een tijd lang eindredacteur was.
Zijn telkens terugkerende thema was: Openheid, en wel in radicale zin: ten diepste is het ware Zelf van ieder van ons niet gescheiden van alles, in een non-duale eenheid. Hij ontwikkelde manieren om mensen te leiden naar ervaringen die hen op het spoor van die radicale openheid zetten. En tegelijk probeerde hij de toegangen tot die onuitsprekelijke Openheid, voor zover mogelijk, intellectueel te verhelderen.
Douwe Tiemersma verbond op een unieke wijze spirituele praktijk met filosofische reflexie.
In de School van Comparatieve Filosofie hebben zijn studenten kunnen ervaren hoe hij in staat was om met nuchtere, integere helderheid en daar iets van over te brengen in zijn lezingen.
Wij zijn hem intens dankbaar.

Enkele titels van zijn meer recente boeken:
- Naar de openheid Advaita Centrum (2002 herdruk van uitgave 1983) ISBN 908057399X
- Pranayama – adem en levensenergie kennen, ontplooien en loslaten, Advaita Centrum (2003) ISBN 9080573981
- Verdwijnende scheidingen - proeven van intercultureel filosoferen, Uitg.Asoka/Advaita Centrum (2008) ISBN 9789077194058
- Non-dualiteit : de grondeloze openheid, Advaita Centrum (2008) ISBN9789077194065
(Engelse vert. Non-Duality. The groundless openness, John Hunt Publishing 2012)
- Chakrayoga,. Ervaringskennis en bevrijding van levensenergieën en lichamen, Advaita centrum (2011) ISBN9789077194089

Enkele door hem geredigeerde bundels:
- Advaita Vedânta – De vraag naar het zelf-zijn, symposium 2001 (D.Tiemersma, red.), Advaita Centrum (2001) ISBN 9080573922
- Psychotherapie en non-dualiteit , derde Advaita Symposium (D. Tiemersma, red.) Advaita Centrum (2003) ISBN 9077194029
- De elf grote Upanishaden – tekst en toelichting (D. Tiemersma, red.). Advaita Centrum (2004) ISBN 9077194010
- (Red. en vert.), Shri Nisargadatta Maharaj, De bron van het zijn, Advaita 2010
(voor een volledige lijst van zijn boeken en artikelen, zie website: http://www.advaitacentrum.nl/nl/achtergrond/douwe-tiemersma )

maandag 14 oktober 2013

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Hoorneboeg, 6 oktober 2007   Bewustzijn en gevoel zullen samen moeten gaan.

 
D.T.: Zowel bij mensen die te veel gedronken hebben als bij de lyrische mystici zie je de beperking dat ze niet meer kunnen functioneren in het gewone leven. Een dronken man denkt wel dat hij over de brugleuning kan lopen, maar pas op! De mysticus krijgt vroeg of laat toch weer de problematiek van de confrontatie van zijn sfeer die ruim is, met de wereld zoals die verder doorgaat. Op een of andere manier zal dat weer samen moeten komen. Wanneer je een bepaald middel gebruikt om in die sfeer te komen en even later is het middel uitgewerkt, dan zit je weer in de oude toestand. Het was een goede ervaring want er waren geen zorgen, het was ruim en dus was het positief. Wanneer het als positief ervaren is, is er de neiging om dat middel opnieuw te gebruiken. Het wordt een verslaving. Het gaat hier om de afhankelijkheid van iets externs. Als het iets externs is dat die overgang naar bijvoorbeeld dat ruime gevoel, vergemakkelijkt of bewerkstelligt, dan is er dus het grote gevaar dat je eraan verslaafd raakt. Dat geldt natuurlijk ook voor de leraar. Ook daar kan hetzelfde gebeuren wanneer die als iets externs gezien wordt. Blijf dus altijd bewust van het gevaar hiervan. 
 
B.: Hoe bedoel je dat, van de leraar?
 
D.T.: Die kan dus als een soort drug fungeren wanneer je van hem afhankelijk bent om weer even die oriëntatie te krijgen. Natuurlijk, in een bepaalde fase kan het erg nuttig zijn, maar een leraar is niets anders dan een tijdelijk hulpmiddel. Het is misschien een betere drug dan de meeste andere drugs omdat een leraar - als hij het tenminste een beetje door heeft - de ander zal wijzen op de zelfstandigheid. En dat doen de meeste drugs niet. Wanneer je iemand ziet die flink aangeschoten is en je bent zelf nuchter - wat valt dan op? De beperktheid van bewustzijn. Dat is die andere kant. Het is prachtig om met de pinkstergemeente mee te gaan zingen van Halleluja. Schitterend, het werkt en het geeft verruiming, maar waarom ben je toch niet zo geneigd om je daarbij aan te sluiten? Je bent nuchter en je ziet daar de beperking. Dat doet niks af van de ervaring die die mensen hebben, maar je ziet wel de beperking van het zich opsluiten in een bepaalde ervarings-, voorstellingswereld. Wanneer je dat op een afstandje bekijkt vanuit ruimer bewustzijn  zie je dat dat een beperkt bewustzijn is. Ook in je eigen ervaring dus: wanneer je zoiets meemaakt, het gaat steeds om beperking en ontperking, niet alleen in het gevoel maar ook in het bewustzijn. De gevaren en de nadelen van intoxicatie kunnen alleen voorkomen worden door bewust te zijn. Beperktheid ervaar je vanuit ruimer bewustzijn. Ook al kan het in het gevoel helemaal open en onbeperkt zijn, het zal pas werkelijk onbeperkt kunnen zijn wanneer er bewustzijn in zit. Wanneer er geen bewustzijn in zit dan is het weer beperkt voor je het weet. Bewustzijn en gevoel zullen dus heel duidelijk samen moeten gaan.
 
(…)
 
Op een gegeven ogenblik heb je de kennis: zo werkt het, wanneer ik me zo oriënteer, dan gaat het die kant uit. Dat is het enige wat je kan doen. Op zich is bewustzijn krachteloos, leeg. De wereld kan doorgaan, energieën kunnen doorgaan. Bewustzijn staat op zich. Het kan voor die ruimte zorgen, maar het bewustzijn zelf blijft leeg. Het heeft alleen die kennendheid in zich, maar het is de vraag of die kennendheid voldoende is om alle resten van identificatie weer los te krijgen. Dan zal het toch weer opnieuw opgepikt moeten worden vanuit die identificatie zelf: het gevoel.
 
B.: Als er overgave is, dan gaat het vanzelf?
 
D.T.: Wanneer het vanzelf gaat dan spreken we niet eens van overgave want dan gaat het vanzelf. Punt. Als er helemaal geen probleem is, is er een directe herkenning en dan is er niets anders meer dan die non-duale sfeer. Wanneer je van overgave spreekt dan heb je al iets dat uitgaat van een ik-persoon. Alles is al veel ruimer geworden en dan moet er ook nog een overgave plaatsvinden. Van wie? Blijkbaar van de persoon zoals die ervaren wordt en die beseft: nu moet ik dat laatste, dat centrum van dat ik, helemaal loslaten.  Het kan zomaar, spontaan gebeuren.
 

donderdag 10 oktober 2013

Aleppo

De moskee toen wij er waren, in betere tijden, in 2006. De moskee ligt nu in puin. De minaret op de achtergrond is er niet meer. De kindertjes spelen er niet meer onbezorgd. Oorlog is nooit te rechtvaardigen. Agressie ontstaat zodra groepen zich van elkaar afscheiden. Ik ben aleviet, ik ben soenniet, ik ben sjiiet, ik ben kopt, christen, atheïst, jood enzovoorts. Ik ben niet wat jij bent, ik, mijn groep, is beter, wij zijn uitverkoren. Realiseer je dat deze misvatting de basis is van de agressie. Of nog scherper geformuleerd, het is een daad van agressie.

dinsdag 1 oktober 2013

Wat gebeurt er wanneer alles wegvalt?


Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 27 oktober 2004

Vraag: Wat gebeurt er wanneer alles wegvalt?

DT: Het is altijd heel frappant, die overgang. Je bent aan het kletsen met elkaar en dan ineens: stop. Je kunt je dan bewust worden van alles wat je meeneemt in dat spreken. Want alles wat je meeneemt betekent spanning. Wanneer het stil is kan dat alles wegvallen. Let eens op dat wegvallen. Wat zou er gebeuren wanneer alles wegvalt? Wat gebeurt er dan?

V: Er blijft niets over.

D: Fout antwoord.

V: (Iemand anders) Openheid.

D: Fout antwoord.

V: Iemand anders) Het is maar tijdelijk.

D: Fout antwoord.

V: (Iemand anders) Er is alleen nog maar geest.

D: Fout antwoord.

(Stilte)

D: Wat gebeurt er wanneer werkelijk alles wegvalt? En dan zitten jullie vanuit de volheid te praten! Ga preciezer kijken. Wat betekent het wanneer die laatste ik-spanning wegvalt? Hoe zit het met die ik-spanning, die ik-zwaarte, de scheiding tussen binnen en buiten? Zie de mogelijkheid van het wegvallen van die ik-spanning, van die ik-zwaarte, van die scheiding. Als je die ik-spanning ergens ziet dan kun je ook vermoeden wat het betekent wanneer die wegvalt. Je ziet dat dat ikje geen kans heeft om te overleven in die ruimte. Stel maar voor wat het betekent wanneer je dat ikje bent vergeten, dat het opgelost is in de ruimte, dat het niet weer terugkeert. Ervaar maar dat het een volledige overgave is. Blijf helder. Wanneer je niet helder bent dan heb je dat ‘ik’ weer in je rug voordat je het weet en zonder dat je het weet. Blijf in die overgang bewust van die absolute ruimte waarin alles oplost, van dat absolute zwarte gat waarin alles terugzinkt. Laat die absolute dimensie open. Anders blijft het een beperkte, gezapige toestand. Zijn hier nog onduidelijkheden over?

V: Alles stolt toch steeds weer tot woorden, voorstellingen.

D: Punt is dat je die stollingen met die ik-spanning erin, steeds weer opnieuw kunt zien. Wanneer werkelijk ergens dat absolute de zaak openbreekt, wanneer dat werkelijk gebeurt, dan verdwijnt die dimensie niet meer. En dat openbreken blijft voortdurend werken. Dat is niet meer iets wat je zelf doet, het gebeurt. Het enige is dat wanneer je je laat afleiden en ergens helemaal induikt, je er weer van die schijnmuren omheen bouwt, dat je je zo concentreert op andere dingen dat dat andere weggedrukt wordt. Als je maar enigszins de ervaring hebt dat dat absolute het belangrijkste is, dan gebeurt het niet. Zie je de kern van overgave? Het is een werkelijk vergeten van alles wat voor jouw ik van belang was.

27 oktober 2004, Satsang


27 oktober 2004

V: Je vraag was: wat gebeurt er als alles wegvalt.

D: Ja.

V: Niets, natuurlijk.

D: Jawel, maar pas even op je woorden.

V: Het is heel helder wat ik zeg.

D: Wees voorzichtig met woorden.

V: Er is natuurlijk geen antwoord op die vraag.

D: Er is één antwoord mogelijk op die vraag.

V: Nee. Dat ‘ik’ dat dat antwoord moet geven is dan weg, natuurlijk. Dat is er niet meer. Dus de vraag verdwijnt.

D: Er is één antwoord.

V: Welk is dat dan?

D: Ik vroeg het aan jou.

V: Ik kan het antwoord niet geven, want als alles weg is dan ben ik ook weg die het antwoord kan geven.

D: Je zit nou aardig wat te praten.

V: Maar je vroeg iets.

D: Ja, en ik hoopte op het juiste antwoord.

V: En als ik dat probeer te geven dan zit ik aardig wat te praten.

D: Juist. Omdat je dat probeert te geven.

V: Aha, dan is dus zwijgen het juiste antwoord.

D: Nee.

V: Er is dus geen antwoord.

D: Jawel.

V: Ik kan dus geen antwoorden bedenken.

D: Dan ben je al een stapje verder.

V: Ik ben een stapje verder als ik het niet kan bedenken?

D: Nee, dat je dat zo zegt.

V: Dus het antwoord ligt buiten het denken.

D: Weer een stapje verder.

V: En met denken kan ik het antwoord niet vinden, natuurlijk niet, want het ligt daar buiten. Dus het denken moet zwijgen wil ik het antwoord kunnen vinden.

D: Dat was het stapje verder.

V: Dat is het antwoord?

D: Dat is nog geen antwoord. Het is een stapje verder in de richting van een antwoord.

V: Maar alles wat ik zeg is duaal, is vanuit het denken. Dus met het denken kom ik er achter dat het denken het antwoord niet kan geven. Het denken moet zwijgen en dan valt er niks meer te zeggen.

D: En dan komt het er dus op aan. Dan komt het er op aan.

V: Om niks meer te zeggen?

D: Wanneer je niks meer zegt, dan komt het er op aan.

V: Dan stopt het zoeken.

D: Blijf maar eens een keer zo…

V: Daar word je stil van…

D: Merk op hoe allerlei zaken in de buurt van dat absolute wegvallen. Wanneer dat werkelijk zich zo gaat manifesteren dan zitten we hier misschien nog een paar honderd jaar. Tijd valt weg. Wanneer de tijd weer terugkeert merk je: tijd is spanning. Want er moet iets geprojecteerd worden: de tijd, en daarin wordt iets uitgesponnen.

V. Ik ervaar een ontsluiting waarin alles wegvalt, maar…

D: Uitstekend.

V: …maar het zet niet door. De tijd komt terug als het ware.

D: Wanneer het andere maar open blijft.

V: Dat is er altijd. Maar het is net alsof je op het scherp van de snede staat.

D: Dat is een periode waarin je geweldig helder moet blijven om niet weer gepakt te worden zodat het weer gesloten wordt.

De oorspronkelijke (on)kwetsbaarheid


Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Hoorneboeg 7 oktober 2007

De oorspronkelijke (on)kwetsbaarheid

We zullen eens verder kijken naar kwetsbaarheid en onkwetsbaarheid. Laat ik aansluiten bij wat we vanmorgen deden met de yoga, waarbij de lichamelijke energieën en de gevoelsmatige energieën de ruimte in kunnen gaan, zich kunnen uitbreiden, kunnen oplossen. Het gaat dus om iets heel concreets. Het is niet zomaar iets van psychische aard of zo. Het gaat werkelijk om een bepaalde substantie die vatbaar is voor kwetsuren. We kunnen die substantie energetisch noemen. Op dat niveau speelt het. Je kunt het heel duidelijk ervaren als een zekere substantie. Energieën zijn aan de ene kant heel erg vloeibaar en ijl, maar je hebt ook zwaardere energieën die een bepaalde vorm aannemen waarbij die vorm niet zo makkelijk verandert. Dan zeggen we: dat zijn vastzittende energieën, vastzittende gevoelsmatige, emotionele energieën. Wanneer je wat naar de geestelijke kant, de bewustzijnskant gaat, zie je dat die energieën steeds ijler zijn. Wanneer je afdaalt, meer in het lichaam, dan zie je daar dat die energieën veel zwaarder, grover zijn. Hoe dieper ze zitten des te moeilijker komen ze in het bewustzijn. Dus dat betekent dat ze des te meer de neiging hebben om zich in de tijd voort te zetten. Wanneer dan in een hele vroege levensfase die energieën helemaal vastgezet zijn door de omstandigheden, de ervaringen van het jonge kind, dan zie je dus dat in de loop van het leven er allerlei lagen overheen gelegd worden. Daardoor is er dan geen bewustzijn meer van wat daaronder zit. Dat zijn nu juist de meest essentiële energetische structuren die het gewone leven bepalen. Dan zeggen we: hij of zij heeft dit of dat karakter. Maar dat zijn die zich doorzettende patronen. Patronen van reageren, denken, voelen. Dit kunnen heel basale patronen zijn waarin een heel duidelijke kwetsbaarheid aanwezig was waardoor zich een bepaald reactiepatroon heeft ontwikkeld. Er is bijvoorbeeld een spanning die naar binnen gericht is, een wegduiken in jezelf, afsluiten, het bouwen van een muur. Wanneer dat zo’n basispatroon is dat het gewone leven bepaalt, dan zeg je: ‘dat is toch wel een teruggetrokken iemand, die maakt moeilijk contact, die stelt zich niet zo gemakkelijk open.’ Waarom niet? Omdat die oude gevoeligheid daar nog zit. Plus dan nog die secundaire reactie van: wanneer iets maar in die richting gaat, direct afschermen. Wanneer er toch eenzelfde soort aanval komt als vroeger dan is die reactie ook vaak buitenproportioneel, omdat die gevoeligheid daar zo ontzettend groot is.

Elk klein kind moet, wanneer het opgroeit met een bepaalde ik- kern, met de dingen van het leven kunnen omgaan. En elk kind heeft daar zijn eigen ‘strategie’ voor. Strategie tussen aanhalingstekens, want het is natuurlijk geen bewuste strategie. Je kunt zeggen dat met een jaar of vier de belangrijke basispatronen van reageren, van het omgaan met andere mensen, met de wereld, al vastgelegd zijn. En dan zie je ook de grote verschillen. Wanneer er een aanval komt op een kind: ‘hé, dat heb jij gedaan! Dat is helemaal verkeerd!’ Wat is de reactie? Je ziet dat het uiteen loopt. Sommigen zeggen: ’ ja hoor, volgende keer beter.’ Anderen: ‘oh, wat erg, moet je kijken die ogen van de ouders’ Gevolg: verkramping, afsluiting, spontaniteit verdwijnt. Door de kwetsbare situatie van het kind wordt de patroonvorming meteen ingeprent. En dat wordt heel gemakkelijk meegenomen door het hele leven. Als er dan weer eens zo’n aanval komt van: ‘jij doet het helemaal verkeerd’, meteen gaat het hele complex weer werken en dan is het weer helemaal mis.

De kinderlijke situatie is totaal, kinderen ervaren totaal. Volwassenen hebben allerlei verdedigingsmechanismen. Dat zijn verdedigingen om zich toch weer veilig te stellen. Ze hebben bijvoorbeeld allerlei ‘ideeën’. Maar bij kinderen is het totaal.
Als zo’n reactiepatroon dan later weer los komt, is het dan ook zo groot, zo totaal, dat het je overweldigt. Dus dat heeft allemaal te maken met die oorspronkelijke grote kwetsbaarheid wanneer er al een zekere ik-vorming is bij kinderen. Alles staat dan nog totaal open, het is dus ontzettend kwetsbaar.

In een iets eerdere fase is er nog geen ik- structuur, dus dan maakt het niks uit. Want wat gebeurt er dan? Wat gebeurt er voordat je als klein kind van, zeg maar, 2, 3, 4 jaar zo’n ik hebt ontwikkeld? Toen was er geen ik! Als dan door de ouders gezegd werd: ’jij doet het helemaal verkeerd’, wat gebeurt er dan bij zo’n kind? In die fase gebeurt er nog helemaal niets.

Camino del Norte


Ik ga hier niet al de foto's van de laatste Camino del Norte opzetten want teveel is teveel. Maar deze ene is wel leuk. Deze Duitse jongen met zijn vriendin namen elke dag een foto van welke dag het was. Tel de vingers maar. Maar na de tiende dag kwam, hij vingers tekort. Daarom vroegen ze iedere keer iemand om te helpen met tellen!

donderdag 20 juni 2013

2 februari 2005 Satsang


Het is nauwelijks te beseffen wat het betekent om direct in de openheid te blijven

Vandaag raakte ik in gesprek met mensen die op een boeddhistische weg zijn en er was iets wat heel sterk opviel. Het is wel goed om dat hier te bespreken. In de meeste boeddhistische tradities heb je een uitgekiend pad van verschillende stappen waarbij die eerste stap erg lang is. Daar worden dan allerlei voorschriften gegeven. Je moet je houden aan allerlei regels, je hebt te maken met de geloftes van de Boeddha, de Dharma, de Sangha. Die regels worden steeds weer benadrukt. Bij het gesprek over deze zaken werd gezegd: ‘natuurlijk zijn die regels niet zo belangrijk, het is gewoon een hulp. Wat aan het begin gegeven wordt is weer anders dan wat verderop bij het onderricht hoort.’ In de advaitabenadering heb je deze begeleiding, dit houvast, niet. Je hebt totaal geen houvast. Het enige wat geldt is: de essentie van openheid. Voor zover er een stuk onderricht is wordt daarop een beroep gedaan. Je hebt de notie: je bent openheid. Hoe dat dan in de praktijk uitwerkt is een tweede. Er zijn niet allerlei regeltjes, richtlijnen. Alleen die ene essentie is er als richtlijn: totale openheid. Aan de ene kant is het prachtig dat je geen regeltjes hebt want het gaat natuurlijk niet om regeltjes. Je bent dus ook niet gebonden aan bepaalde fasen van onderricht waarbij je steeds één bepaalde fase verder mag gaan. Daarom is die directe benadering erg aantrekkelijk. Aan de andere kant: het is nauwelijks te beseffen wat het betekent om direct in die openheid te blijven, wat het betekent dat er totaal geen regels zijn, dat alle vormen werkelijk wegvallen. In die situatie zitten jullie. Het vereist direct al een oneindig vertrouwen, een oneindig inzicht.

donderdag 13 juni 2013

Wat te doen?

Wat te doen in een toestand van geluk? Maakt geluk ook lui? Maakt geluk dat je niet verder zoekt? Dat laatste wel denk ik. Maar is dat dat een probleem? De kernvraag in deze is of er nog meer is dan gelukzaligheid. Is er een grotere ruimte waaruit de gelukzaligheid sit-sat-ananda, voortkomt? En is dat het egvallen van alles? Het opgaan in het geheel, het geheel zijn, non-dualisme. Maar is gelukzaligheid in zichzelf eigenlijk al geen non-dualisme?

zaterdag 6 april 2013

Je ziet het masker

D.T.: Je ziet het masker, je ziet de vormen, je ziet de betekenis daarvan. Het is een masker met tanden en weet ik wat allemaal. Dus je ziet het, je kent het. Maar je ziet er ook dwars doorheen en zegt: ‘O, het is maar een masker.’ Weten is niet genoeg, want de beelden kunnen angstaanjagend blijven terwijl je weet dat ze niet echt zijn.

B.: Die vormen gaan hun eigen gang.

D.T.: Zie, dat ze geen werkelijkheid op zich zijn, maar waarnemer-afhankelijk, dat de waarde die je geeft van je zelf afhankelijk is. Je ziet ze wel, maar je kunt ze allemaal rustig hun gang laten gaan. Ze hebben geen beperkend effect op jezelf. Wanneer zo’n kind met een masker of een autoriteit op je afkomt, kun je even meespelen. Dat is het leven. Het is toch te gek dat het spel je werkelijk pakt. Dat geldt ook voor het mentale gebied, voor al die dingen die in je psyche opkomen. Die zit je zelf te bedenken. Het zijn hallucinaties, illusies, in ieder geval constructies. Wanneer je dat doorziet, dan verliezen ze hun kracht. Dan herken je dat het een gewoonte van je is. Blijkbaar gaat het een tijde door. Maar je doorziet het wel. Je kunt alles in je hoofd halen: fantasiebeelden, ervaringen vanuit het verleden. Gooi die maskers, kleden en decors in de Noordzee.

Interview met Douwe Tiemersma op 26 september 2000 te Gouda (deel 1) door Paul Blok



Er zijn vele redenen om Gouda te bezoeken. Het heldere licht dat Gouda-kaarsen uitstralen schijnt ongeëvenaard te zijn, verder kan men zich in de oude kerk erover verwonderen hoe dat wonderschone licht door de wereldberoemde gebrandschilderde glas-in-loodramen van de gebroeders Crabeth valt. Mijn bezoek had een andere reden. In Gouda ging ik op bezoek bij Douwe Tiemersma om hem te vragen zijn licht te laten schijnen over de Advaita Vedanta. Dit is de meest radicale stroming in het hindoeïsme, waarin zelfonderzoek leidt naar de bevrijding van het ego, de kern van elke problematiek. Degene die van dit ego is bevrijd wordt een zelf-gerealiseerde genoemd.
Er zijn vele aanleidingen voor ons gesprek: zijn persoonlijke ontwikkeling, de westerse variant van de Advaita, het Advaita-symposium dat hij organiseerde, de snelle toename van mensen die zich gerealiseerd noemen en die overal satsangs houden en tenslotte mogelijke praktische tips voor de zoeker naar de juiste leraar of lerares.
Douwe ontvangt mij voor zijn stadsboerderij en leidt me rond over het erfje dat omgeven is door slootjes vol kroos waarin zwanen en eenden driftig foerageren. ‘Dit is een boerderij uit het einde van de 19de eeuw; de gevel is een rijksmonument.' Ik zie dat Douwe op de gevel een bordje heeft geschroefd van de vereniging van yogaleerkrachten.
Als ik hem vragen stel over zijn opvoeding, zijn studietijd en zijn ontwikkelingsweg, wil hij daar het liefst geen tijd aan verspillen. ‘Ach, er is alleen in zekere zin sprake van een ontwikkelingslijn en van een zekere activiteit.’ Liever komt hij tot de kern. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, als gaf hij mij een college op dicteersnelheid. Met lichte tegenzin en na enig aandringen wil hij wel iets over zichzelf kwijt.
Douwe volgde begin jaren ’70 de yogalerarenopleiding bij Rama Polderman, bezocht eind jaren ’70 zijn uiteindelijke leermeester Sri Nisargadatta Maharaj en combineerde na zijn realisatie zijn activiteit op het terrein van yoga en advaita met zijn docentschap oosterse wijsbegeerte en filosofische antropologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het verbaast mij hoe bijna nederig hij over zijn, in mijn ogen glansrijke carrière spreekt. Alsof het er niet toe doet. Dan nu de Advaita Vedanta. Wellicht dat hij vanuit een historische en culturele schets lijnen kan trekken naar de actuele situatie en de zaak op zijn waarde kan schatten.
We lopen langs de bloementuin en Douwe vertelt dat de aanleiding voor zijn studies biologie en filosofie zijn verwondering was over het leven en zijn nieuwsgierigheid naar de aard van het leven . ‘Eerst was er het onderzoek naar de aard van het leven van planten en dieren en later ook van mensen.’ Op mijn vraag of hij die oorspronkelijke verwondering heeft weten te behouden tijdens zijn wetenschappelijke vorming, beantwoordt hij bevestigend, ‘zij het dat je merkt dat je gemakkelijk vernauwt als je steeds kleinere onderdelen onderzoekt en dus ook verruimt wanneer je jezelf openstelt voor het grotere geheel.’

‘Wat vind je nu het meest kenmerkende onderscheid tussen de oosterse en westerse filosofie?’
’Wat je ziet is dat het Westen vanaf de 17de eeuw een sterke scheiding ging aanbrengen tussen lichaam en geest en tussen binnen en buiten. Deze benadering werd steeds verder doorgevoerd waardoor de blik zich steeds verder vernauwde tot object- en deelaspecten. Dit kon gebeuren doordat men terugging op de oude Grieken waar het analytisch onderzoek en objectiveren al voorkwam. Uiteindelijk heeft dat in de 19de en 20ste eeuw geleid tot een sterk eenzijdige materialistische benadering van het gehele leven waaruit de eerbiediging en verwondering waren verdwenen.’

‘Hoe is de actuele situatie?’
‘Tegenwoordig zie je de tendens zich doorzetten waarin alles veel meer gerelativeerd wordt, met name ons kenvermogen. Soms gaat dat heel radicaal, zoals in het postmodernisme waarin het hele denken als een proces wordt gezien waarin steeds op een typische manier scheidingen worden gemaakt en dat dus zeer betrekkelijk is. Door dit denken open te breken wordt de situatie heel open.’

‘En in dat open klimaat was het mogelijk om een symposium te organiseren over Advaita Vedanta ?‘
‘Ja, daar was heel veel belangstelling voor. We hadden 80 plaatsen beschikbaar, maar we hadden wel 200 aanvragen, niet alleen van studenten, maar ook van mensen van buiten en bijvoorbeeld van OHM-radio.’
Douwe vertelt dat er een verkort verslag in het tijdschrift Inzicht komt en dat er een volledig verslag in boekvorm zal verschijnen. Nu het over zijn liefde gaat, beluister ik, zij het onopvallend, enige trots in zijn stem.

‘Kun je spreken van een Nederlandse variant van Advaita Vedanta?’
‘Misschien. Wat je in ieder geval ziet, is dat hier in het Westen die hele godsdienstige laag van het hindoeïsme achterwege blijft, waardoor het radicale karakter van de Advaita beter tot zijn recht komt. Wij zijn hier in de gelegenheid om heel direct tot het diepgaande zelfonderzoek te komen, zonder godsdienstige rituelen en voorstellingen. Hierdoor wordt de kans groter dat men zichzelf direct ervaart als zonder grenzen, zoals dat in de geschriften wordt genoemd tat tvam asi oftewel ‘dat ben jij’, het Al, de wereldgrond. Zonder die ballast wordt het pad heel eenvoudig en kan men onmiddellijk tot de kern komen. Die zuivere vorm van Advaita is naar het Westen gekomen.’
Als tweede positief kenmerk van de westerse Advaita noemt Douwe de relatie van de zoeker en de gerealiseerde met het gewone dagelijks leven. In India zie je veel meer wereldverzaking.

‘Zou je kunnen zeggen dat in India het accent ligt op de realisatie en in het westen veel meer op de integratie ervan?’
‘Voor een deel is dat waar. Aan de andere kant zie je dat Shankara (8e eeuw na Chr.) gerealiseerden het advies gaf om toch vooral te blijven mediteren, om de integratie met het gewone leven maar volkomen te laten zijn. Dat zie ik als de hoogste vorm van Advaita.’

‘Is dat jouw persoonlijke ervaring?’
Er verschijnt een verlegen lachje op zijn serene gezicht.
‘Och, niets doet af aan die sfeer van ongescheiden zijn. Die is op de voorgrond voortdurend aanwezig, terwijl ook de vormen aanwezig zijn. En dat is de hoogste vorm van Advaita. Niet je terugtrekken in samadhi, maar in eenheid de vormen laten verschijnen en er deel van uit maken. Alles is hier en nu volledig. Niets doet af aan die ongescheidenheid.’

‘En hoe komt het dat de een dat wel ziet en de ander niet?’
‘Eigenlijk kun je daar niets over zeggen. Je ziet dat mensen vanuit allerlei condities zichzelf ineens realiseren: jonge mensen en oude mensen, rijk en arm, mannen en vrouwen. Je kunt daar niets over zeggen. De condities doen er niet toe. Iedereen heeft een besef van zelf-zijn, dus iedereen heeft alles in huis. Realisatie is, dat je daar naar teruggaat en dat dit zo duidelijk voor je wordt dat dit je werkelijkheid wordt.’

‘Er mogen dan voordelen kleven aan de westerse variant, er zijn mijns inziens ook nadelen te noemen in de westerse cultuur. In het christelijke denken is toch een enorme, niet overbrugbare afstand gecreëerd, die alleen en uiterst zelden is teniet gedaan door enkele middeleeuwse mystici? Is het dan geen genade, iets heel uitzonderlijks, iets voor de uitverkorenen?’
‘In het christelijke Westen wordt het onmogelijk geacht de afstand tussen God en mens op te heffen; dat zou je een beperkende conditie kunnen noemen.’

‘Dat geldt dan niet voor de teksten van de middeleeuwse mystici, zoals bijvoorbeeld Eckhart.’
‘Zelfs bij Eckhart zie je de noodzaak om zijn teksten dualistisch te (her-)formuleren, namelijk God tegenover de mens, om daarmee de banvloek van de kerk te ontlopen.’

‘Wat hem uiteindelijk niet is gelukt, want hij is verkettert.’
‘Dat klopt.’

'In India speelt die censuur niet. Komen daardoor de teksten veel directer tot de kern?’
‘Precies, hoewel daar andere problemen zijn.’

Het is ontluisterend en tegelijk bevrijdend voor mij om iemand zo gewoon over de realisatie te horen spreken, alsof het over iets heel gewoons gaat. Niks geen sterren die van de hemel vallen of Shiva die zijn voorhoofd kust. Voor Douwe is de realisatie kernachtig en nuchter: ‘Zo zit het’ en onopvallend geniet hij daarvan. Douwe is er de man niet naar om daar een vlammend en bloemrijk betoog over te houden. Liever kiest hij, zonder inspanning overigens, rustig zijn woorden uit een open reservoir van Ananda.

We staan opnieuw stil bij de kernactiviteit van de Advaita, namelijk dat zelfonderzoek. Daarin is nog steeds de doener aanwezig als degene die dat onderzoek uitvoert. Maar deze zal oplossen, zodra alles begint te verschuiven. Dan verdwijnt het eigen initiatief. Op dat niveau gaat het om overgave aan het Zelf. Dit laatste punt vindt Douwe nu juist didactisch zo nuttig, en nu zit hij op het puntje van zijn stoel.

‘Dit staat in tegenstelling tot het boeddhisme, waar het gaat om het niet-aanwezig-zijn van een zelf. Het uiteindelijke is je hoogste zelf, dus hoef je nergens bang voor te zijn: je laat je los, in jezelf. Het zelfonderzoek leidt uiteindelijk tot het alles-doorbrekende inzicht: 'O, zo zit het.’
Weer dat nuchtere Hollandse lachje. Is dat soms ook onderdeel van de westerse variant?
Ik realiseer mij dat Douwe totaal tegenovergesteld is aan zijn rokende en vloekende leermeester Nisargadatta en ook aan de flamboyante Osho of aan de confronterende stijl van een Alex Smit. Als het Douwe erom te doen is geweest om zo onopvallend mogelijk door het leven te gaan, dan is hij daar meesterlijk in geslaagd.

‘Mag je ook een bepaald gedrag verwachten van een gerealiseerde? Ik denk dan aan ethisch handelen en verantwoordelijkheid. Het valt mij ook op dat gerealiseerden nogal eens onverantwoord met hun lichaam omgaan, onder het motto: ‘ik ben niet mijn lichaam.’
‘Voor de totaal bevrijde speelt dat niet. Fundamenteel is hij helemaal vrij en open, zonder ego-centrum. In die zin is zijn handelen spontaan moreel en liefdevol in heel diepe zin. Aan de andere kant kun je nog bepaalde karmische resten zien die blijkbaar uitgewerkt moeten worden. De bevrijde in dit leven zal vanuit zijn liefdevolle openheid zien wat voor gevolgen bepaald gedrag teweegbrengt en daar zijn conclusies aan verbinden. In de non-dualiteit gaat ook dat altijd samen, vrijheid en verantwoordelijkheid. Maar het wordt kwalijk wanneer die hoogste realisatie niet volkomen is en er dus nog allerlei ego-resten meespelen.’

‘Hoe stel je dat vast als zoeker.’
Zodra Douwe komt te spreken over de leraar-leerling relatie, spreekt uit zijn hele wezen, als je daar goed op let, die oprechte warme en eenvoudige betrokkenheid op zijn medemens.
‘Bij sommige mensen kun je iets in jezelf voelen resoneren en het gevoel hebben dat je op je plaats bent en iets wezenlijks ervaart. Pas dan krijg je de leraar-leerling verhouding.’

‘En in die sfeer kom je ook makkelijker tot onvoorwaardelijke overgave?’
‘Op dit punt moet heel helder worden vastgesteld dat die overgave altijd een overgave is aan de ervaren Openheid en nooit aan de persoon van de leraar. Het is altijd aan de ervaren sfeer van Openheid. Zodra er sprake is van overgave aan de persoon en de luimen van de leraar, moet je uiterst kritisch worden.’

‘Aan de andere kant is het natuurlijk zo, dat je vanuit je ego altijd wel iets kunt bedenken om die bepaalde leraar af te wijzen om het zelfonderzoek maar uit te kunnen stellen.’
‘Hierin moet je eerlijk zijn en goed bij jezelf te rade gaan, nagaan wat je intuïtief ervaart en wat mee-resoneert.’

‘In die zin is het ook niet zo erg om te shoppen.’
‘Het is niet zo erg om te shoppen, als je maar de openheid betracht en helder afwacht wat er gebeurt.’

‘En als dat voorlopige en vrijblijvende karakter wegvalt, is er pas sprake van een leraar-leerling relatie.’
‘Er komt een moment dat alle overwegingen en vergelijkingen wegvallen en dan kan het heel snel gaan. Dan kan in een fractie van een seconde het bevrijdend inzicht inslaan.’

‘Maar wat is dan het onderscheid met psychotherapie? Daar wordt toch ook aangestuurd op helder inzicht vanuit een vertrouwensrelatie?’
‘In de psychotherapie gaat het om het weer goed functioneren als persoon met een 'gezond' ik, in de Advaita om de bevrijding van het ik dat de bron is van alle problematiek.’

We komen te spreken over het fenomeen satsang. Het kenmerk ervan is, dat de leraar iets zegt dat bij de leerling iets zou kunnen triggeren, waardoor er een helderder inzicht doorbreekt. Toch is dat maar een deel van het gebeuren, want de sfeer van de aanwezige openheid van de leraar is belangrijker. Deze kan de leerling intuïtief ervaren en hem openen. Dit is een volkomen spontaan gebeuren. ’Laat mensen maar georiënteerd zijn op die openheid en laat de woorden maar doorzichtig worden.’
In India zie je het probleem dat de leraar op een voetstuk wordt geplaatst omdat hij gezien wordt als een goddelijke incarnatie. Daardoor ontstaat een geweldige afstand. ‘In het Westen is de relatie veel vrijer en directer en dat past ook meer bij de Advaita. Maar die relatie bestaat alleen vanuit het standpunt van de leerling. Voor de leraar speelt dat allemaal niet, voor hem is er geen onderscheid.’

‘Verder is het toch zo dat er gradaties in realisatie zijn? Ik kan mij voorstellen dat een Jezus en een Boeddha hoger gerealiseerden zijn dan bijvoorbeeld een Hans Laurentius of een Marian van de Wetering of een Douwe Tiemersma. Of is realisatie realisatie, wat gezien is, is gezien?’
‘Wat gezien is, is gezien en in die zin kun je geen onderscheid maken. Wat wel opvalt is, dat er nog allerlei ego- en karmische resten in verschillende mate kunnen meespelen. Je kunt jezelf de vraag stellen in hoeverre er sprake is van een ‘gevestigd zijn in Brahman’. Daarin zie je grote verschillen. Waar het om gaat is de volledige integratie van alles.’

‘Ik noemde zojuist al namen van de nieuwe generatie gerealiseerden. Zie jij een groei van het aantal leraren?’
‘Dat is zeker het geval. Op zich is dat een goede zaak. Ik heb in het februari-nummer van InZicht het Voorwoord daaraan gewijd. Kijk alleen maar naar het aanbod van satsangs in de agenda van InZicht. Die groeit enorm. Alleen, blijf wel kritisch.’

Ik vraag Douwe of het in de evolutie besloten ligt, dat iedereen uiteindelijk de bevrijding zal bereiken, maar daar maakt hij korte metten mee, want een van de kernpunten van de Advaita is dat alles open is. Met het creëren van een theorie neem je een bepaald standpunt in. ‘Er is sprake van een vrijheid van oriëntatie, maar laat dat dan een oriëntatie zijn op het hoogste zelf en niet op theoretische constructies. In feite is de oriëntatiemogelijkheid je enige vrijheid.’

Bij het afscheid geniet ik buiten nog eenmaal van de mooie boerderij. Douwe vertelt mij dat deze ieder jaar een beetje verder in de zachte ondergrond wegzakt. Met lichte ironie in zijn stem en zonder een spoortje van bezorgdheid voegt hij er aan toe: ‘Vroeger werd er niet geheid.’

Helder blijven

D.T.: Als je helder blijft, zie je de spanningsvolle verschijnselen en hun werking, de aantrekkingskracht en de neiging om de afstand tussen jezelf en die brok energie, steeds kleiner te laten worden. Als je merkt dat je er zomaar weer in zit, is het goed om preciezer te gaan kijken naar wat er bij die overgang gebeurt. Blijkbaar gaat het zo snel dat je je niet bewust was van die overgang. Achteraf kun je misschien wel vaststellen: dat trok ineens mijn aandacht, dat was er ineens en dat vond ik belangrijk en zo dook ik er zomaar in. De tegenwoordigheid van geest kan zo groot worden dat je ook actueel ziet wat er gebeurt wanneer er een samenvallen gaat plaatsvinden. Als je helderheid groot genoeg is, zie je ook de eerste impuls tot vernauwing. In dat geval zet hij zich niet door. In een bepaalde fase van mediteren, kan het proces ook heel langzaam gaan, zodat je dit heel duidelijk ziet. Dan merk je ook: ik heb nog een zekere keuze. Deze keuzemogelijkheid ontstaat door een grotere helderheid. Je ziet het proces en je weet: als ik even wat meer aandacht daaraan geef, is deze diepe meditatie voorbij; maar ik heb nog de keuze om dat te laten zitten en in de meditatie te blijven. Dat betekent dus dat die overgang niet meer zomaar automatisch plaatsvindt.

Openheid

D.T.: In een periode waarin soms openheid wordt ervaren, is er steeds weer een terugkeer naar een gesloten toestand. Dat is bij de meeste mensen zo. Die terugkeer gaat blijkbaar erg gemakkelijk. Maar, je zult moeten zien wat bij die overgang plaatsvindt. Je bent wakker in een heldere sfeer en even later heb je een specifieke invulling van een ik en een wereld. Wat gebeurt daar? Het eerste wat ontstaat is een ‘ik’, een ‘ik-ben’. Dan is er verder nog niets. Daarna gaat het verder: ‘ik ben die en die’ en ‘ik moet dat en dat gaan doen’. Zo komt er een steeds verdere invulling van de openheid.

B.: Het lijkt erop dat er als eerste zomaar iets in mijn bewustzijn komt.

D.T.: Dat is het eerste wat je opmerkt. Maar direct is er al een ik die zich tot het waargenomene verhoudt, bijvoorbeeld ‘ik neem dat waar’, ‘ik moet er iets mee doen’. Zo is er een verdere ontwikkeling. Daarbij zijn er steeds twee polen die zich tegelijkertijd ontwikkelen: de wereld en het ik dat de wereld waarneemt, de denkwereld en het ik-denk. Het punt is dat als je niet erg helder bent, je de overgang niet opmerkt. De nieuwe situatie komt zomaar en is zo vanzelfsprekend dat er niet zo snel een bewustwording van je situatie komt.

Vreugde (Douwe Tiemersma)

D.T.: De gevoelsmatigheid heeft de kwaliteit van vreugde. Wanneer er ruimte komt, zit er altijd iets bij van ‘heerlijk’, ‘prachtig’, ‘ruimte’, ‘vrijheid’. Bij elke doorbraak naar een grotere ruimte of naar een ruimer bewustzijn is er die emotionele of gevoelsmatige kwaliteit van vreugde. Verruiming geeft vreugde. Omgekeerd kun je ook zeggen: wanneer er vreugde is, is er blijkbaar verruiming. Die verruiming zoeken mensen, op alle mogelijke wijzen. Waarom? Omdat die vreugde geeft. Men wil steeds meer over grenzen heengaan. Als ergens nieuwe grenzen ervaren worden, is er de neiging om opnieuw datgene wat over die grens ligt te bereiken. Als je daarvoor open staat, zet het proces zich verder voort. Dat geldt ook ten aanzien van vreugde en geluk. Iedereen heeft er een notie van. Wanneer iets zich in je wereld gaat verruimen, word je enthousiast. Er is vreugde. Maar, blijf open voor de totale vreugde, het totale geluk. Dat betekent een open-staan voor het oneindige. En kijk, dan zet het proces zich verder voort. Dan zie je ook, terugkijkend, dat het zoeken naar vreugde wel iets kan opleveren dat enige vreugde geeft, maar dat er meteen weer nieuwe grenzen waren. Dan zet het proces van verlangen en zoeken zich opnieuw voort. Laat het proces nu eens volledig doorgaan; laat het zich radicaliseren tot in het oneindige. Dan is er de oneindige vreugde. Vreugde, geluk, inzicht zijn oneindig. Zij zijn er niet platonisch, in een aparte hemel of zo. Nee, zij zijn er hier en nu. Zij zijn direct aanwezig, als je ze herkent. ‘O, zo zit het!’ Iedereen die heeft de vreugde en geluk in zich. En wanneer je daarbij blijft, tonen zij zich op stabiele wijze als oneindig.

Paasgedachte

Paasgedachte:

D.T.: Ja, dat gaat op dezelfde wijze als met lekkere dingen. Als de ellende helemaal bij je mag komen en je hem volledig accepteert, vallen het object en jezelf als subject van de ervaring weg. Beide vallen samen en dan is er geen probleem meer. Natuurlijk, als het lijden dichterbij komt, wordt het pijnlijker. Als het verder mag gaan naar je centrum, komt het lijden en je zelf-zijn samen en is er weer het omklappen, het binnenste komt buiten, wordt oneindig in alle richtingen en lost op. Jezus neemt alle zonden en het lijden van de wereld op zich. Snap je dat dit in deze zin is? Het is het accepteren van het lijden, de scheiding tussen dat lijden en jezelf laten wegvallen, het opnemen en oneindig laten uitwerken. Gevoelsmatig is dat liefde. Door liefde komt het problematische in de oneindige ruimte en verdwijnt. Het lijden is daarmee opgeheven, omdat het de ruimte heeft gekregen. Die ruimte is niet die van drie object-dimensies, maar die van het zelf-zijn. Die waarheid van Jezus is een grote waarheid. Als je daarin met hem meegaat, ervaar je dat ook.

Je leest teveel

D.T.: Ik zei: je leest veel te veel en je maakt daar een bepaalde voorstelling van die nergens op slaat. Die woorden zoals sterven kun je gebruiken, maar zie waarop ze slaan. Jij gaat ze meteen een vorm geven vanuit je beperkte ik: dan donder ik in de leegte en dat vind ik helemaal niet prettig. Het is eigenlijk levensgevaarlijk om dingen te lezen, juist omdat je er bepaalde voorstellingen van gaat maken waardoor je jezelf laat vastzetten. Dus als je nu terugkeert naar jezelf en zegt: ik neem niks anders aan, ook niet wanneer ik nog eens een boek lees of wanneer ik iets hoor; ik neem niks anders aan van anderen dan datgene wat ik zelf vaststel. Dan heb je een punt bereikt waarin je zelfstandig bent. ‘Hier blijf ik zitten en hier zie ik de dingen op heldere wijze. Nu komt er meer ruimte en dat is positief. Dat stel ik zelf vast. Laat het zo maar verder gaan.’ Dan ben je er continu zelf bij. Het blijkt dat je steeds minder vormen krijgt, ja. Maar daarbij kom je steeds meer tot jezelf en zie je een steeds grotere eenheid met alles. Dat is een heel positief gebeuren. Je komt meer tot je ware aard. Blijf alleen maar vaststellen: nu, nu, nu, nu, nu. Er komt steeds minder vorm van jezelf. Je wordt steeds ruimer. Wanneer je steeds ruimer wordt - het gaat maar steeds door - zie je op een gegeven ogenblik dat je alles bent.

De lente

De lente.

Het wegvallen van de ik-persoon is heel iets kleins: iets verdraait even en het ikje is weg. Soms wordt het pas duidelijk wanneer er zware negatieve ervaringen zijn. Soms wordt het ineens duidelijk wanneer er een positieve ervaring is, bijvoorbeeld de ervaring van de lente in de laatste paar dagen. Iedereen vindt de bloeiende krokussen prachtig. Als het kan ga je naar buiten toe. Dan is er de ervaring dat het leven zo maar weer opbloeit na de winter. Wat gebeurt er dan in de sfeer van jezelf? Als je de natuur, de tuin, het park ingaat en geniet van het uitbottende leven, is er geen ik-persoon.

Douwe Tiemersma

Wondermooie bloemen

wondermooie bloemen
wondermooie tuin
hoor de bijen zoemen
een heldere fontein
zondoorglansde kleuren
van verrukkelijke pracht
hier kan alles gebeuren
hier wordt het nooit meer nacht.

ten koste van de vormen
versterkt zich steeds het licht
het stralen van alles wordt sterker
de dingen verdwijnen uit 't gezicht
ik word overweldigd
kan niet meer blijven staan
alleen bewustzijn is nu over
oneindige lichtoceaan
DT

zaterdag 2 februari 2013

zondag 27 januari 2013

'Schaatsen' door Douwe Tiemersma



Hoe schaatsen?

Uit niets
is er het universum
van bewust-zijn met een witte vlakte en
een eigen lichaam met benen.
Evenwicht in het centrum,
in beweging komt de schepping:
zwaarte helt over en
massa stroomt naar één kant.

Ondanks de eenzijdigheid blijft
er in het gebeuren evenwicht.
Meegaan met de verschuiving betekent
in evenwicht blijven.
De beweging gaat door tot
ze zichzelf uitput en
omkeert.
Gelukkig is er nog een ander been waarmee
de beweging zich in de andere richting doorzet.
Zo is er een heen- en weergaand glijden in evenwicht.
Zo is er een voortvliegen over de vlakte, terwijl
er stilte blijft.
Zo is het leven, zolang het er is.

woensdag 16 januari 2013

Ik ben dat licht, van Douwe Tiemersma



Alles is er als licht,
licht dat geen grenzen kent;
daarom is er geen schaduw,
geen zweem in de transparantie;
alleen kleurenspel.

Jij bent, ik ben dat licht,
licht dat overal zijn centrum heeft;
universeel stralen wij van binnenuit
onbeperkt de rijkdom
van het kleurenspel,
zolang het doorgaat?

dinsdag 15 januari 2013

Laat dit een dag van vreugde zijn, Douwe Tiemersma



Tekst door Douwe geschreven ter gelegenheid van de retraitedag op 28 december 2010

Laat dit een dag zijn van vreugde,

Van diepe vreugde in de zijnservaring een te zijn in vrijheid.

Daarin zit ook de vrijheid van hechtingen aan het vergankelijk lichaam.

Het lichaam heeft zijn eigen gesteldheid en wetmatigheden.

Ook bij mij is er zo’n lichaam met zware genetische bepaling.

Het is en blijft een wonder en daarin is de incarnatie.

Toch; ik ben vrij van het lichaam, jullie zijn vrij van het lichaam.

Daarom kan het lichamelijk leven op vrije wijze doorgaan totdat de incarnatie lang genoeg heeft geduurd.

Niets mist, alles is er, en daarom is er geen verlangen.

Ik ben en alles is er als universele eenheid, en daarom is er geen vasthouden.

Er is niets anders en daarom is er geen afweer.

Alles is compleet in de ene non-dualiteit.

Niemand en niets kan je van deze open eenheid afhouden, en daarom ben je zelfstandig.

Dat is een bewuste zelf-standigheid zonder enige beperking, zonder conditie; grondeloze openheid.

Dus laat dit een dag van vreugde, liefde en vrijheid zijn.

Ik ben er bij.

Douwe

zaterdag 5 januari 2013

Bijeenkomst voor de begrafenis van Douwe Tiemersma

DOUWE TIEMERSMA

Is op 3 januari 2013 overleden.

Er is gelegenheid om afscheid van Douwe te nemen in het Advaita Centrum te Gouda op vrijdag 11 januari van 10:15 –12:30 uur. De zaal gaat om 10:15 uur open. Om de doorstroming wat gemakkelijker te maken verzoeken wij u bij deze gelegenheid uw schoenen aan te houden.

Rond 11:30 uur zal er een gezamenlijk moment zijn met wat woorden en aansluitend een korte meditatie. Verder zo veel mogelijk stilte. Gezien de beperkte ruimte wordt u verzocht ook van de bovenzaal gebruik te maken zodat iedereen de gelegenheid krijgt nog even bij Douwe te zijn. Om ca 12:30 uur moet de zaal weer leeg zijn, dan wordt Douwe naar het uitvaartcentrum gebracht.

donderdag 3 januari 2013

Douwe Tiemersma is overleden

Douwe Tiemersma is vanochtend op 7 minuten over 5 overleden. We zullen hem als persoon en als leermeester missen.