Populaire berichten

Posts tonen met het label Amritanubhava. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Amritanubhava. Alle posts tonen

dinsdag 19 november 2013

Jnaneshwar in de Amritanubhava; sit-sat-ananda


Wanneer een micaplaatje of de stam van een plataan
laag voor laag wordt afgepeld
dan zal er uiteindelijk niets overblijven om vast te pakken.
Zo ook moet het zoeken zelf ophouden
wanneer de zoeker en het gezochte ƩƩn is.
Het is vruchteloos.

zaterdag 16 november 2013

Jnaneshwar: de Amritanubhava, sat-chit-ananda


65. Op het moment dat de zon opkomt worden alle lampen gedoofd.
Denkt iemand erover het veld te ploegen
wanneer het vol staat met gewassen?

66. Het woord is nuttig zolang de dualiteit
van gebondenheid en bevrijding bestaat.
In onze natuurlijke staat heeft het woord verder geen nut.

67. Het woord is alleen bruikbaar
om ons te herinneren aan iets dat we vergeten zijn;
maar in welke behoefte kan het woord nog voorzien in die staat die voorbij
gaat aan herinneren en vergeten?

dinsdag 8 mei 2012

Amritanubhava van Jnaneshwar, de eenheid van Shiva en Shakti, 27-31


27, 28
De vrouw die huwde met "Dat" wat overblijft nadat alles is verdwenen,
en daarmee diens waardigheid verkreeg,
zonder wie "Dat" zich zelfs niet bewust is van zichzelf,
Die vrouw is niets anders dan "Dat".

29,30
Het is Shakti, die door middel van het vormgeven van het heelal
aan Shiva zijn bestaan en plaats gaf,
zijn naam en vorm.
Het was alsof Shakti zich schaamde dat haar echtgenoot,
ondanks zijn potentialiteit, zonder naam en vorm zou blijven,
en daarom besloot dat hij zo'n versiering nodig had.

31.
In haar schitterende creativiteit heeft Shakti de ontelbare vormen van het
heelal geschapen, op het fundament van iets, zodanig ƩƩn,
dat je het niet eens ƩƩn kan noemen.

Copyright Nederlandse vertaling
Advaita Foundation 1996

zaterdag 7 april 2012

Uit de Amritanubhava van Jnaneshwar, de eenheid van Shiva-Shakti, 13-16



13. Buiten deze twee bestaat er niets in de wereld
en als Purusha slaapt
is alleen Prakriti actief en zorgt voor het functioneren in de wereld,
zoals de huisvrouw de zorg opneemt van het huishouden,
bij afwezigheid van de echtgenoot.

14. Als ƩƩn van hen zou ontwaken,
wordt het hele universum verzwolgen en houdt het op te bestaan.

15. Deze twee, Shiva en Shakti, ontlenen hun eenheid
aan hun oorspronkelijke onverdeeldheid.
Alleen omwille van de manifestatie van de vormen gaan ze uit elkaar.

16. Deze twee worden subject en object met betrekking tot elkaar,
maar in hun staat van onverdeeldheid zijn ze puur bewustzijn.

© Nederlandse vertaling
Advaita Foundation 1996

zaterdag 10 september 2011

Uit de Amritanubhava van Jhaneshwar; de ongeschiktheid van het woord (Shabda) 74-87



















Daarom kan je niet zeggen dat het woord belangrijk is
als vernietiger van onwetendheid,
want het kan niet vernietigen wat helemaal niet is.

Het slaat nergens op om te zeggen
dat bewustzijn door het woord zichzelf kan kennen.

Is ooit iemand met zichzelf getrouwd?
Heeft de zon ooit zichzelf verduisterd?

Heeft de ruimte ooit zichzelf omhuld?
Is de oceaan ooit zichzelf binnengetreden?
Kan de hand zichzelf omsluiten?

Kan de zon zichzelf belichten?
Kan een vrucht zelf weer vrucht dragen?
Kan de geur van zichzelf genieten?

Je zou alles wat bestaat tegelijkertijd water kunnen geven,
maar kun je water zichzelf laten drinken?

Is er ooit een dag gezien dat de zon zichzelf zag?

Het vuur kan het hele universum verbranden,
maar kan het zichzelf verbranden?

Bestaat er iemand die zichzelf kan zien? Kan de smaak zichzelf proeven?
Kan iemand die wakker is zichzelf wakker maken?
Kan verf zichzelf verven? Kunnen parels zichzelf versieren met parels?

Kan goud zichzelf versieren met goud? Kan licht zichzelf verlichten?

Shiva versierde met de maan boven op zijn hoofd,
maar kan de maan zichzelf dragen o zijn eigen hoofd?

Hoe kan het Absolute - dat Kennen zelf is - zichzelf kennen?
Als Kennen zichzelf moet omarmen, zouden er dus twee zijn in plaatsen van ƩƩn.

dinsdag 6 september 2011

Amritanubhava van Jnaneshwar; de eenheid van Shiva-Shakti; vers 25-28


25. Zonlicht wordt overal op de wereld gezien,
maar de zon is de bron van het zonlicht.
Net zo wordt in het aannemen van de dualiteit,
Shakti het in werking van Shiva.

26. De weerspiegeling van een object in de spiegel
is geen bewijs van het bestaan van twee objecten, maar bewijst alleen maar
het bestaan van het oorspronkelijke object.
Net zo schept onverdeeldheid de illusie van dualiteit
ten einde zijn eigen bestaan te bewijzen.

27/28. De vrouw die huwde met "Dat" wat overblijft nadat alles is verdwenen,
en daarmee diens waardigheid verkreeg,
zonder wie "Dat" zich zelfs niet bewust is van zichzelf.
Die vrouw is niet iets anders dan "Dat".

Amritanubhava van Jnaneshwar; eerbewijs aan de Guru; vers 25-28


25. Hoewel de maan omhuld wordt door maanlicht,
wil dat niet zeggen dat de maan verschillend is van maanlicht.
Hoewel de Guru waargenomen wordt in zijn fysieke vorm,
leeft hij als ongedefinieerd bewustzijn,
omdat hij zijn ware natuur heeft gerealiseerd.
Het is ongeveer zoals een lapje stof dat gevouwen is en twee lijkt
maar in feite ƩƩn stuk is

26. Hoewel hij de totalieit van alle mogelijkheden is,
kan de Guru (als het Absolute) geen vorm geven aan zijn ware natuur.

27. De guru kan geen object van het kennen zijn
en kan daarom niet begrepen worden volgens welke logica of criteria dan ook.

maandag 5 september 2011

Amritanubhava van Jnaneshwar; de eenheid van Shiva-Shakti; vers 21-24


21. Het toegewijde paar is onafscheidelijk verbonden met elkaar
en geen van beide kan ook maar een ogenblik zonder elkaar bestaan.

22. Het is onmogelijk, Shiva, in wie alles in aanleg aanwezig is,
te scheiden van Shakti, de energie die de vormen doet ontstaan.

23. Het is onmogelijk zoetheid van suiker te scheiden
of geur van kamfer.

24. Als je probeert het licht te grijpen sta je met de lamp in je handen.
Evenzo, als je diep nadenkt over de essentie van Shakti, de energie,
ontdek je Shiva, waarin alles in aanleg aanwezig is.

zaterdag 3 september 2011

Amritanubhava van Jnaneshwar; de eenheid van Shiva-Shakti; vers 13-16



13. Buiten deze twee bestaat er niets in de wereld
en als Purusha slaapt
is alleen Prakriti actief en zorgt voor het functioneren van de wereld,
zoals de huisvrouw de zorg op zich neemt van het huishouden,
bij afwezigheid van de echtgenoot.

14. Als ƩƩn van hen zou ontwaken,
dan wordt het hele universum verzwolgen en houdt het op te bestaan.

15. Deze twee - Shiva en Shakti - ontlenen hun eenheid
aan de oorspronkelijke onverdeeldheid.
Alleen omwille van de manifestatie van de vormen gaan ze uit elkaar.

16. Deze twee worden subject en object met betrekking van elkaar,
maar in hun staat van onverdeeldheid zijn ze puur bewustzijn.

Copyright Advaita Foundation

vrijdag 2 september 2011

Amritanubhava van Jhaneshwar 8-12



Uit: Amritanubhava van Jhaneshwar
Copyright Advaita Foundation 1996

9. Het onderscheidingsvermogen, dat onderscheid wilde maken tussen de twee in hun tweevoudigheid,
was zo overweldigd door de intimiteit van hun relatie,
dat het zijn gezicht verloor en zich verborg, door te verzinken in hun eenheid.

10. Shiva en Shakti zijn zo onafscheidelijk verenigd
dat de ƩƩn niet kan bestaan zonder de ander.

11. Het is onmogelijk te beschrijven hoezeer ze elkaar liefhebben.
Hun relatie is zo intiem, dat ze zelfs samen terug te vinden zijn
in het atoom en het sub-atomaire deeltje.

12. Geen van beide bestaat onafhankelijk van de ander, en geen van beide kan zelfs maar een grassprietje voortbrengen zonder de ander.

donderdag 1 september 2011

Uit: Amritanubhava van Jhaneshwar; de eenheid van Shiva-Shakti; 5-8



Copyright Advaita Foundation 1996

5. De vormen van het vormloze
lijken gescheiden en verschillend van elkaar te zijn,
maar hun liefde voor elkaar is zo diep,
dat ze hun fundamentele eenheid nooit opgeven,
zelfs niet per ongeluk als ze genieten van hun onderlinge intimiteit.

6. 7. Deze twee (Shiva en Shakti) hebben een kind voortgebracht,
zo groot als dit heelal, maar ze zijn voortdurend waakzaam
opdat geen idee van dualiteit hun liefde voor elkaar kan bezoedelen.
Ze zorgen ervoor dat het ontstaan van het heelal niet plaats vindt
als iets anders dan zijzelf, als derde entiteit,
en dat de oorspronkelijke onverdeeldheid voor altijd voort blijft bestaan.

8. Shiva en Shakti horen bij elkaar, hebben wezenlijk dezelfde aard,
en leven sinds onheuglijke tijden samen, onverdeeld in hun tweevoudigheid.