Populaire berichten

zaterdag 6 april 2013

Je ziet het masker

D.T.: Je ziet het masker, je ziet de vormen, je ziet de betekenis daarvan. Het is een masker met tanden en weet ik wat allemaal. Dus je ziet het, je kent het. Maar je ziet er ook dwars doorheen en zegt: ‘O, het is maar een masker.’ Weten is niet genoeg, want de beelden kunnen angstaanjagend blijven terwijl je weet dat ze niet echt zijn.

B.: Die vormen gaan hun eigen gang.

D.T.: Zie, dat ze geen werkelijkheid op zich zijn, maar waarnemer-afhankelijk, dat de waarde die je geeft van je zelf afhankelijk is. Je ziet ze wel, maar je kunt ze allemaal rustig hun gang laten gaan. Ze hebben geen beperkend effect op jezelf. Wanneer zo’n kind met een masker of een autoriteit op je afkomt, kun je even meespelen. Dat is het leven. Het is toch te gek dat het spel je werkelijk pakt. Dat geldt ook voor het mentale gebied, voor al die dingen die in je psyche opkomen. Die zit je zelf te bedenken. Het zijn hallucinaties, illusies, in ieder geval constructies. Wanneer je dat doorziet, dan verliezen ze hun kracht. Dan herken je dat het een gewoonte van je is. Blijkbaar gaat het een tijde door. Maar je doorziet het wel. Je kunt alles in je hoofd halen: fantasiebeelden, ervaringen vanuit het verleden. Gooi die maskers, kleden en decors in de Noordzee.

Interview met Douwe Tiemersma op 26 september 2000 te Gouda (deel 1) door Paul Blok



Er zijn vele redenen om Gouda te bezoeken. Het heldere licht dat Gouda-kaarsen uitstralen schijnt ongeëvenaard te zijn, verder kan men zich in de oude kerk erover verwonderen hoe dat wonderschone licht door de wereldberoemde gebrandschilderde glas-in-loodramen van de gebroeders Crabeth valt. Mijn bezoek had een andere reden. In Gouda ging ik op bezoek bij Douwe Tiemersma om hem te vragen zijn licht te laten schijnen over de Advaita Vedanta. Dit is de meest radicale stroming in het hindoeïsme, waarin zelfonderzoek leidt naar de bevrijding van het ego, de kern van elke problematiek. Degene die van dit ego is bevrijd wordt een zelf-gerealiseerde genoemd.
Er zijn vele aanleidingen voor ons gesprek: zijn persoonlijke ontwikkeling, de westerse variant van de Advaita, het Advaita-symposium dat hij organiseerde, de snelle toename van mensen die zich gerealiseerd noemen en die overal satsangs houden en tenslotte mogelijke praktische tips voor de zoeker naar de juiste leraar of lerares.
Douwe ontvangt mij voor zijn stadsboerderij en leidt me rond over het erfje dat omgeven is door slootjes vol kroos waarin zwanen en eenden driftig foerageren. ‘Dit is een boerderij uit het einde van de 19de eeuw; de gevel is een rijksmonument.' Ik zie dat Douwe op de gevel een bordje heeft geschroefd van de vereniging van yogaleerkrachten.
Als ik hem vragen stel over zijn opvoeding, zijn studietijd en zijn ontwikkelingsweg, wil hij daar het liefst geen tijd aan verspillen. ‘Ach, er is alleen in zekere zin sprake van een ontwikkelingslijn en van een zekere activiteit.’ Liever komt hij tot de kern. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, als gaf hij mij een college op dicteersnelheid. Met lichte tegenzin en na enig aandringen wil hij wel iets over zichzelf kwijt.
Douwe volgde begin jaren ’70 de yogalerarenopleiding bij Rama Polderman, bezocht eind jaren ’70 zijn uiteindelijke leermeester Sri Nisargadatta Maharaj en combineerde na zijn realisatie zijn activiteit op het terrein van yoga en advaita met zijn docentschap oosterse wijsbegeerte en filosofische antropologie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Het verbaast mij hoe bijna nederig hij over zijn, in mijn ogen glansrijke carrière spreekt. Alsof het er niet toe doet. Dan nu de Advaita Vedanta. Wellicht dat hij vanuit een historische en culturele schets lijnen kan trekken naar de actuele situatie en de zaak op zijn waarde kan schatten.
We lopen langs de bloementuin en Douwe vertelt dat de aanleiding voor zijn studies biologie en filosofie zijn verwondering was over het leven en zijn nieuwsgierigheid naar de aard van het leven . ‘Eerst was er het onderzoek naar de aard van het leven van planten en dieren en later ook van mensen.’ Op mijn vraag of hij die oorspronkelijke verwondering heeft weten te behouden tijdens zijn wetenschappelijke vorming, beantwoordt hij bevestigend, ‘zij het dat je merkt dat je gemakkelijk vernauwt als je steeds kleinere onderdelen onderzoekt en dus ook verruimt wanneer je jezelf openstelt voor het grotere geheel.’

‘Wat vind je nu het meest kenmerkende onderscheid tussen de oosterse en westerse filosofie?’
’Wat je ziet is dat het Westen vanaf de 17de eeuw een sterke scheiding ging aanbrengen tussen lichaam en geest en tussen binnen en buiten. Deze benadering werd steeds verder doorgevoerd waardoor de blik zich steeds verder vernauwde tot object- en deelaspecten. Dit kon gebeuren doordat men terugging op de oude Grieken waar het analytisch onderzoek en objectiveren al voorkwam. Uiteindelijk heeft dat in de 19de en 20ste eeuw geleid tot een sterk eenzijdige materialistische benadering van het gehele leven waaruit de eerbiediging en verwondering waren verdwenen.’

‘Hoe is de actuele situatie?’
‘Tegenwoordig zie je de tendens zich doorzetten waarin alles veel meer gerelativeerd wordt, met name ons kenvermogen. Soms gaat dat heel radicaal, zoals in het postmodernisme waarin het hele denken als een proces wordt gezien waarin steeds op een typische manier scheidingen worden gemaakt en dat dus zeer betrekkelijk is. Door dit denken open te breken wordt de situatie heel open.’

‘En in dat open klimaat was het mogelijk om een symposium te organiseren over Advaita Vedanta ?‘
‘Ja, daar was heel veel belangstelling voor. We hadden 80 plaatsen beschikbaar, maar we hadden wel 200 aanvragen, niet alleen van studenten, maar ook van mensen van buiten en bijvoorbeeld van OHM-radio.’
Douwe vertelt dat er een verkort verslag in het tijdschrift Inzicht komt en dat er een volledig verslag in boekvorm zal verschijnen. Nu het over zijn liefde gaat, beluister ik, zij het onopvallend, enige trots in zijn stem.

‘Kun je spreken van een Nederlandse variant van Advaita Vedanta?’
‘Misschien. Wat je in ieder geval ziet, is dat hier in het Westen die hele godsdienstige laag van het hindoeïsme achterwege blijft, waardoor het radicale karakter van de Advaita beter tot zijn recht komt. Wij zijn hier in de gelegenheid om heel direct tot het diepgaande zelfonderzoek te komen, zonder godsdienstige rituelen en voorstellingen. Hierdoor wordt de kans groter dat men zichzelf direct ervaart als zonder grenzen, zoals dat in de geschriften wordt genoemd tat tvam asi oftewel ‘dat ben jij’, het Al, de wereldgrond. Zonder die ballast wordt het pad heel eenvoudig en kan men onmiddellijk tot de kern komen. Die zuivere vorm van Advaita is naar het Westen gekomen.’
Als tweede positief kenmerk van de westerse Advaita noemt Douwe de relatie van de zoeker en de gerealiseerde met het gewone dagelijks leven. In India zie je veel meer wereldverzaking.

‘Zou je kunnen zeggen dat in India het accent ligt op de realisatie en in het westen veel meer op de integratie ervan?’
‘Voor een deel is dat waar. Aan de andere kant zie je dat Shankara (8e eeuw na Chr.) gerealiseerden het advies gaf om toch vooral te blijven mediteren, om de integratie met het gewone leven maar volkomen te laten zijn. Dat zie ik als de hoogste vorm van Advaita.’

‘Is dat jouw persoonlijke ervaring?’
Er verschijnt een verlegen lachje op zijn serene gezicht.
‘Och, niets doet af aan die sfeer van ongescheiden zijn. Die is op de voorgrond voortdurend aanwezig, terwijl ook de vormen aanwezig zijn. En dat is de hoogste vorm van Advaita. Niet je terugtrekken in samadhi, maar in eenheid de vormen laten verschijnen en er deel van uit maken. Alles is hier en nu volledig. Niets doet af aan die ongescheidenheid.’

‘En hoe komt het dat de een dat wel ziet en de ander niet?’
‘Eigenlijk kun je daar niets over zeggen. Je ziet dat mensen vanuit allerlei condities zichzelf ineens realiseren: jonge mensen en oude mensen, rijk en arm, mannen en vrouwen. Je kunt daar niets over zeggen. De condities doen er niet toe. Iedereen heeft een besef van zelf-zijn, dus iedereen heeft alles in huis. Realisatie is, dat je daar naar teruggaat en dat dit zo duidelijk voor je wordt dat dit je werkelijkheid wordt.’

‘Er mogen dan voordelen kleven aan de westerse variant, er zijn mijns inziens ook nadelen te noemen in de westerse cultuur. In het christelijke denken is toch een enorme, niet overbrugbare afstand gecreëerd, die alleen en uiterst zelden is teniet gedaan door enkele middeleeuwse mystici? Is het dan geen genade, iets heel uitzonderlijks, iets voor de uitverkorenen?’
‘In het christelijke Westen wordt het onmogelijk geacht de afstand tussen God en mens op te heffen; dat zou je een beperkende conditie kunnen noemen.’

‘Dat geldt dan niet voor de teksten van de middeleeuwse mystici, zoals bijvoorbeeld Eckhart.’
‘Zelfs bij Eckhart zie je de noodzaak om zijn teksten dualistisch te (her-)formuleren, namelijk God tegenover de mens, om daarmee de banvloek van de kerk te ontlopen.’

‘Wat hem uiteindelijk niet is gelukt, want hij is verkettert.’
‘Dat klopt.’

'In India speelt die censuur niet. Komen daardoor de teksten veel directer tot de kern?’
‘Precies, hoewel daar andere problemen zijn.’

Het is ontluisterend en tegelijk bevrijdend voor mij om iemand zo gewoon over de realisatie te horen spreken, alsof het over iets heel gewoons gaat. Niks geen sterren die van de hemel vallen of Shiva die zijn voorhoofd kust. Voor Douwe is de realisatie kernachtig en nuchter: ‘Zo zit het’ en onopvallend geniet hij daarvan. Douwe is er de man niet naar om daar een vlammend en bloemrijk betoog over te houden. Liever kiest hij, zonder inspanning overigens, rustig zijn woorden uit een open reservoir van Ananda.

We staan opnieuw stil bij de kernactiviteit van de Advaita, namelijk dat zelfonderzoek. Daarin is nog steeds de doener aanwezig als degene die dat onderzoek uitvoert. Maar deze zal oplossen, zodra alles begint te verschuiven. Dan verdwijnt het eigen initiatief. Op dat niveau gaat het om overgave aan het Zelf. Dit laatste punt vindt Douwe nu juist didactisch zo nuttig, en nu zit hij op het puntje van zijn stoel.

‘Dit staat in tegenstelling tot het boeddhisme, waar het gaat om het niet-aanwezig-zijn van een zelf. Het uiteindelijke is je hoogste zelf, dus hoef je nergens bang voor te zijn: je laat je los, in jezelf. Het zelfonderzoek leidt uiteindelijk tot het alles-doorbrekende inzicht: 'O, zo zit het.’
Weer dat nuchtere Hollandse lachje. Is dat soms ook onderdeel van de westerse variant?
Ik realiseer mij dat Douwe totaal tegenovergesteld is aan zijn rokende en vloekende leermeester Nisargadatta en ook aan de flamboyante Osho of aan de confronterende stijl van een Alex Smit. Als het Douwe erom te doen is geweest om zo onopvallend mogelijk door het leven te gaan, dan is hij daar meesterlijk in geslaagd.

‘Mag je ook een bepaald gedrag verwachten van een gerealiseerde? Ik denk dan aan ethisch handelen en verantwoordelijkheid. Het valt mij ook op dat gerealiseerden nogal eens onverantwoord met hun lichaam omgaan, onder het motto: ‘ik ben niet mijn lichaam.’
‘Voor de totaal bevrijde speelt dat niet. Fundamenteel is hij helemaal vrij en open, zonder ego-centrum. In die zin is zijn handelen spontaan moreel en liefdevol in heel diepe zin. Aan de andere kant kun je nog bepaalde karmische resten zien die blijkbaar uitgewerkt moeten worden. De bevrijde in dit leven zal vanuit zijn liefdevolle openheid zien wat voor gevolgen bepaald gedrag teweegbrengt en daar zijn conclusies aan verbinden. In de non-dualiteit gaat ook dat altijd samen, vrijheid en verantwoordelijkheid. Maar het wordt kwalijk wanneer die hoogste realisatie niet volkomen is en er dus nog allerlei ego-resten meespelen.’

‘Hoe stel je dat vast als zoeker.’
Zodra Douwe komt te spreken over de leraar-leerling relatie, spreekt uit zijn hele wezen, als je daar goed op let, die oprechte warme en eenvoudige betrokkenheid op zijn medemens.
‘Bij sommige mensen kun je iets in jezelf voelen resoneren en het gevoel hebben dat je op je plaats bent en iets wezenlijks ervaart. Pas dan krijg je de leraar-leerling verhouding.’

‘En in die sfeer kom je ook makkelijker tot onvoorwaardelijke overgave?’
‘Op dit punt moet heel helder worden vastgesteld dat die overgave altijd een overgave is aan de ervaren Openheid en nooit aan de persoon van de leraar. Het is altijd aan de ervaren sfeer van Openheid. Zodra er sprake is van overgave aan de persoon en de luimen van de leraar, moet je uiterst kritisch worden.’

‘Aan de andere kant is het natuurlijk zo, dat je vanuit je ego altijd wel iets kunt bedenken om die bepaalde leraar af te wijzen om het zelfonderzoek maar uit te kunnen stellen.’
‘Hierin moet je eerlijk zijn en goed bij jezelf te rade gaan, nagaan wat je intuïtief ervaart en wat mee-resoneert.’

‘In die zin is het ook niet zo erg om te shoppen.’
‘Het is niet zo erg om te shoppen, als je maar de openheid betracht en helder afwacht wat er gebeurt.’

‘En als dat voorlopige en vrijblijvende karakter wegvalt, is er pas sprake van een leraar-leerling relatie.’
‘Er komt een moment dat alle overwegingen en vergelijkingen wegvallen en dan kan het heel snel gaan. Dan kan in een fractie van een seconde het bevrijdend inzicht inslaan.’

‘Maar wat is dan het onderscheid met psychotherapie? Daar wordt toch ook aangestuurd op helder inzicht vanuit een vertrouwensrelatie?’
‘In de psychotherapie gaat het om het weer goed functioneren als persoon met een 'gezond' ik, in de Advaita om de bevrijding van het ik dat de bron is van alle problematiek.’

We komen te spreken over het fenomeen satsang. Het kenmerk ervan is, dat de leraar iets zegt dat bij de leerling iets zou kunnen triggeren, waardoor er een helderder inzicht doorbreekt. Toch is dat maar een deel van het gebeuren, want de sfeer van de aanwezige openheid van de leraar is belangrijker. Deze kan de leerling intuïtief ervaren en hem openen. Dit is een volkomen spontaan gebeuren. ’Laat mensen maar georiënteerd zijn op die openheid en laat de woorden maar doorzichtig worden.’
In India zie je het probleem dat de leraar op een voetstuk wordt geplaatst omdat hij gezien wordt als een goddelijke incarnatie. Daardoor ontstaat een geweldige afstand. ‘In het Westen is de relatie veel vrijer en directer en dat past ook meer bij de Advaita. Maar die relatie bestaat alleen vanuit het standpunt van de leerling. Voor de leraar speelt dat allemaal niet, voor hem is er geen onderscheid.’

‘Verder is het toch zo dat er gradaties in realisatie zijn? Ik kan mij voorstellen dat een Jezus en een Boeddha hoger gerealiseerden zijn dan bijvoorbeeld een Hans Laurentius of een Marian van de Wetering of een Douwe Tiemersma. Of is realisatie realisatie, wat gezien is, is gezien?’
‘Wat gezien is, is gezien en in die zin kun je geen onderscheid maken. Wat wel opvalt is, dat er nog allerlei ego- en karmische resten in verschillende mate kunnen meespelen. Je kunt jezelf de vraag stellen in hoeverre er sprake is van een ‘gevestigd zijn in Brahman’. Daarin zie je grote verschillen. Waar het om gaat is de volledige integratie van alles.’

‘Ik noemde zojuist al namen van de nieuwe generatie gerealiseerden. Zie jij een groei van het aantal leraren?’
‘Dat is zeker het geval. Op zich is dat een goede zaak. Ik heb in het februari-nummer van InZicht het Voorwoord daaraan gewijd. Kijk alleen maar naar het aanbod van satsangs in de agenda van InZicht. Die groeit enorm. Alleen, blijf wel kritisch.’

Ik vraag Douwe of het in de evolutie besloten ligt, dat iedereen uiteindelijk de bevrijding zal bereiken, maar daar maakt hij korte metten mee, want een van de kernpunten van de Advaita is dat alles open is. Met het creëren van een theorie neem je een bepaald standpunt in. ‘Er is sprake van een vrijheid van oriëntatie, maar laat dat dan een oriëntatie zijn op het hoogste zelf en niet op theoretische constructies. In feite is de oriëntatiemogelijkheid je enige vrijheid.’

Bij het afscheid geniet ik buiten nog eenmaal van de mooie boerderij. Douwe vertelt mij dat deze ieder jaar een beetje verder in de zachte ondergrond wegzakt. Met lichte ironie in zijn stem en zonder een spoortje van bezorgdheid voegt hij er aan toe: ‘Vroeger werd er niet geheid.’

Helder blijven

D.T.: Als je helder blijft, zie je de spanningsvolle verschijnselen en hun werking, de aantrekkingskracht en de neiging om de afstand tussen jezelf en die brok energie, steeds kleiner te laten worden. Als je merkt dat je er zomaar weer in zit, is het goed om preciezer te gaan kijken naar wat er bij die overgang gebeurt. Blijkbaar gaat het zo snel dat je je niet bewust was van die overgang. Achteraf kun je misschien wel vaststellen: dat trok ineens mijn aandacht, dat was er ineens en dat vond ik belangrijk en zo dook ik er zomaar in. De tegenwoordigheid van geest kan zo groot worden dat je ook actueel ziet wat er gebeurt wanneer er een samenvallen gaat plaatsvinden. Als je helderheid groot genoeg is, zie je ook de eerste impuls tot vernauwing. In dat geval zet hij zich niet door. In een bepaalde fase van mediteren, kan het proces ook heel langzaam gaan, zodat je dit heel duidelijk ziet. Dan merk je ook: ik heb nog een zekere keuze. Deze keuzemogelijkheid ontstaat door een grotere helderheid. Je ziet het proces en je weet: als ik even wat meer aandacht daaraan geef, is deze diepe meditatie voorbij; maar ik heb nog de keuze om dat te laten zitten en in de meditatie te blijven. Dat betekent dus dat die overgang niet meer zomaar automatisch plaatsvindt.

Openheid

D.T.: In een periode waarin soms openheid wordt ervaren, is er steeds weer een terugkeer naar een gesloten toestand. Dat is bij de meeste mensen zo. Die terugkeer gaat blijkbaar erg gemakkelijk. Maar, je zult moeten zien wat bij die overgang plaatsvindt. Je bent wakker in een heldere sfeer en even later heb je een specifieke invulling van een ik en een wereld. Wat gebeurt daar? Het eerste wat ontstaat is een ‘ik’, een ‘ik-ben’. Dan is er verder nog niets. Daarna gaat het verder: ‘ik ben die en die’ en ‘ik moet dat en dat gaan doen’. Zo komt er een steeds verdere invulling van de openheid.

B.: Het lijkt erop dat er als eerste zomaar iets in mijn bewustzijn komt.

D.T.: Dat is het eerste wat je opmerkt. Maar direct is er al een ik die zich tot het waargenomene verhoudt, bijvoorbeeld ‘ik neem dat waar’, ‘ik moet er iets mee doen’. Zo is er een verdere ontwikkeling. Daarbij zijn er steeds twee polen die zich tegelijkertijd ontwikkelen: de wereld en het ik dat de wereld waarneemt, de denkwereld en het ik-denk. Het punt is dat als je niet erg helder bent, je de overgang niet opmerkt. De nieuwe situatie komt zomaar en is zo vanzelfsprekend dat er niet zo snel een bewustwording van je situatie komt.

Vreugde (Douwe Tiemersma)

D.T.: De gevoelsmatigheid heeft de kwaliteit van vreugde. Wanneer er ruimte komt, zit er altijd iets bij van ‘heerlijk’, ‘prachtig’, ‘ruimte’, ‘vrijheid’. Bij elke doorbraak naar een grotere ruimte of naar een ruimer bewustzijn is er die emotionele of gevoelsmatige kwaliteit van vreugde. Verruiming geeft vreugde. Omgekeerd kun je ook zeggen: wanneer er vreugde is, is er blijkbaar verruiming. Die verruiming zoeken mensen, op alle mogelijke wijzen. Waarom? Omdat die vreugde geeft. Men wil steeds meer over grenzen heengaan. Als ergens nieuwe grenzen ervaren worden, is er de neiging om opnieuw datgene wat over die grens ligt te bereiken. Als je daarvoor open staat, zet het proces zich verder voort. Dat geldt ook ten aanzien van vreugde en geluk. Iedereen heeft er een notie van. Wanneer iets zich in je wereld gaat verruimen, word je enthousiast. Er is vreugde. Maar, blijf open voor de totale vreugde, het totale geluk. Dat betekent een open-staan voor het oneindige. En kijk, dan zet het proces zich verder voort. Dan zie je ook, terugkijkend, dat het zoeken naar vreugde wel iets kan opleveren dat enige vreugde geeft, maar dat er meteen weer nieuwe grenzen waren. Dan zet het proces van verlangen en zoeken zich opnieuw voort. Laat het proces nu eens volledig doorgaan; laat het zich radicaliseren tot in het oneindige. Dan is er de oneindige vreugde. Vreugde, geluk, inzicht zijn oneindig. Zij zijn er niet platonisch, in een aparte hemel of zo. Nee, zij zijn er hier en nu. Zij zijn direct aanwezig, als je ze herkent. ‘O, zo zit het!’ Iedereen die heeft de vreugde en geluk in zich. En wanneer je daarbij blijft, tonen zij zich op stabiele wijze als oneindig.

Paasgedachte

Paasgedachte:

D.T.: Ja, dat gaat op dezelfde wijze als met lekkere dingen. Als de ellende helemaal bij je mag komen en je hem volledig accepteert, vallen het object en jezelf als subject van de ervaring weg. Beide vallen samen en dan is er geen probleem meer. Natuurlijk, als het lijden dichterbij komt, wordt het pijnlijker. Als het verder mag gaan naar je centrum, komt het lijden en je zelf-zijn samen en is er weer het omklappen, het binnenste komt buiten, wordt oneindig in alle richtingen en lost op. Jezus neemt alle zonden en het lijden van de wereld op zich. Snap je dat dit in deze zin is? Het is het accepteren van het lijden, de scheiding tussen dat lijden en jezelf laten wegvallen, het opnemen en oneindig laten uitwerken. Gevoelsmatig is dat liefde. Door liefde komt het problematische in de oneindige ruimte en verdwijnt. Het lijden is daarmee opgeheven, omdat het de ruimte heeft gekregen. Die ruimte is niet die van drie object-dimensies, maar die van het zelf-zijn. Die waarheid van Jezus is een grote waarheid. Als je daarin met hem meegaat, ervaar je dat ook.

Je leest teveel

D.T.: Ik zei: je leest veel te veel en je maakt daar een bepaalde voorstelling van die nergens op slaat. Die woorden zoals sterven kun je gebruiken, maar zie waarop ze slaan. Jij gaat ze meteen een vorm geven vanuit je beperkte ik: dan donder ik in de leegte en dat vind ik helemaal niet prettig. Het is eigenlijk levensgevaarlijk om dingen te lezen, juist omdat je er bepaalde voorstellingen van gaat maken waardoor je jezelf laat vastzetten. Dus als je nu terugkeert naar jezelf en zegt: ik neem niks anders aan, ook niet wanneer ik nog eens een boek lees of wanneer ik iets hoor; ik neem niks anders aan van anderen dan datgene wat ik zelf vaststel. Dan heb je een punt bereikt waarin je zelfstandig bent. ‘Hier blijf ik zitten en hier zie ik de dingen op heldere wijze. Nu komt er meer ruimte en dat is positief. Dat stel ik zelf vast. Laat het zo maar verder gaan.’ Dan ben je er continu zelf bij. Het blijkt dat je steeds minder vormen krijgt, ja. Maar daarbij kom je steeds meer tot jezelf en zie je een steeds grotere eenheid met alles. Dat is een heel positief gebeuren. Je komt meer tot je ware aard. Blijf alleen maar vaststellen: nu, nu, nu, nu, nu. Er komt steeds minder vorm van jezelf. Je wordt steeds ruimer. Wanneer je steeds ruimer wordt - het gaat maar steeds door - zie je op een gegeven ogenblik dat je alles bent.

De lente

De lente.

Het wegvallen van de ik-persoon is heel iets kleins: iets verdraait even en het ikje is weg. Soms wordt het pas duidelijk wanneer er zware negatieve ervaringen zijn. Soms wordt het ineens duidelijk wanneer er een positieve ervaring is, bijvoorbeeld de ervaring van de lente in de laatste paar dagen. Iedereen vindt de bloeiende krokussen prachtig. Als het kan ga je naar buiten toe. Dan is er de ervaring dat het leven zo maar weer opbloeit na de winter. Wat gebeurt er dan in de sfeer van jezelf? Als je de natuur, de tuin, het park ingaat en geniet van het uitbottende leven, is er geen ik-persoon.

Douwe Tiemersma

Wondermooie bloemen

wondermooie bloemen
wondermooie tuin
hoor de bijen zoemen
een heldere fontein
zondoorglansde kleuren
van verrukkelijke pracht
hier kan alles gebeuren
hier wordt het nooit meer nacht.

ten koste van de vormen
versterkt zich steeds het licht
het stralen van alles wordt sterker
de dingen verdwijnen uit 't gezicht
ik word overweldigd
kan niet meer blijven staan
alleen bewustzijn is nu over
oneindige lichtoceaan
DT