Populaire berichten

dinsdag 13 januari 2015

Bij schoonmoeder.

Schoonmoeder bezocht. Het was gezellig. Kan er niets minder van maken. Grapjes en veel halve gesprekken. Moeilijk na te vertellen. Even bij mevrouw Geurts op de kamer. Ze is ziek en ligt aan het infuus voor het vocht, ze ziet me graag. Ze is heel katholiek en heeft een rozenkrans in haar hand. Ze vertelt gezellig. Of ze ooit nog gaat eten weet ze niet, het smaakt niet meer.

Hetty had in het kader van opruimen van het huis een speeldoosje voor haar meegenomen met daarop de Sint-Pieter afgebeeld. Prachtig vond ze het. Ze wees aan waar ze gestaan had en vertelde over haar hoogtepunt in haar leven, daar op dat plein, een hand van de paus. Het doosje speelde en zou dienen voor haar rozenkranzen. Een schot in de doos hoorde ik de verzorgers vertellen.

Moeders was vrolijk en wilde opstaan uit de rolstoel. En zowaar hebben we een stukje gelopen. Normaal verplaatst zij zich door een trappelbeweging met de voeten te maken waardoor ze met haar rolstoel van huisje naar huisje kan rijden. Ze rijdt zich wel eens vast want terugrijden lukt niet.

Tussendoor onderhielden wij ons met de andere bewoners. 'Wat heeft u een leuk baardje' zei er één. De ander wilde een afspraak maken voor de volgende dag. En Truus wilde met me wandelen. Kort om, het was weer aangenaam vertoeven op  Zilverlinde.

donderdag 8 januari 2015

Pluk een grassprietje en je schudt het universum

Dit oud Chinees spreekwoord lijkt op die van de vlinder die boven Peking door de beweging van haar vleugels een storm in Rotterdam veroorzaakt ( oud Rotterdams spreekwoord). Wat maar zeggen wil, kleine handelingen kunnen grote gevolgen hebben en alles hangt met alles samen. We kunnen niet zien wat we veroorzaken en waardoor wij iets gaan veroorzaken. En dit is wat we leven noemen. Als een blinde rondlopen zondert benul over waar we vandaan komen of heengaan. Consequent overschatten we of onderschatten wij de effecten van onze handelingen.

En toch blijft de illusie bestaan dat we zaken in de hand hebben, dat we zaken kunnen sturen. Terwijl het eerder zo is dat we met Pi, als een schipbreukeling op het water dobberen, met de stroming mee en denken zwemmende tijgers te zien.

woensdag 7 januari 2015

Ik besta.

Ja. Ik besta, het besef Ik Besta. Nogmaals, het zijn allemaal begrippen. Er bestaat pulserende potentiële energie. Als de energie dood zou zijn, zoals leegte of niets, dan kan niets uit niets voortkomen. Maar als dat niets de potentiële bron van alles is, dan pulseert en klopt die potentiële leegte, trillend van potentiële energie en die moet zich manifesteren, zichzelf activeren. En als ze zichzelf manifesteert als Ik  Ben, of de oerknal, of wat dan ook, dan exploreert deze energie tot de zintuigelijke waarneembare werkelijkheid en functioneert tot die uitbarsting van die energie zichzelf uitput en terugvalt in haar potentiële staat, om zich vervolgens weer op een ander moment te manifesteren.
Ramseh Balkesar

Ik zie een hoofd lopen en ik word wakker.

Ik zie een hoofd lopen en wordt wakker. Het hoofd loopt op 2 eendepootjes. Ik kijk naar het beeld en het beeld vervaagd. Het is een gedachte. Ik kijk naar de gedacht en die verdwijnt. Weg hoofd. De gedachte lost op. Er werd gekeken naar de gedachte. Er was kennelijk een waarnemer van de gedachte. Ik weet dat die waarnemer van mijn gedachte er is. Ik voel een warm energie gevoel rond mij hart wat sterker wordt. Heerlijk. Er is geluk. Een gevoel van verliefdheid voor iemand, en nu voor niemand. Want het is niet gefocust of op iemand geprojecteerd. De kat kruipt onder de dekens en ik blijf liggen. Ze spint, ik ook. We blijven liggen. Er komt weer een gedachte. Tijd om op te staan. Niet zo'n slechte. Ik blijf liggen. Even later sta ik op. Raar waker worden met zo'n waggelend hoofd.

dinsdag 6 januari 2015

25.000 pageviews op mijn blog

Mijn blog zal deze week de grens van 25.000 pageviews bereiken. De laatste twee jaar zit de blog op 500 per maand. Vooral veel bezoekers die zoeken naar artikelen over Douwe Tiemersma. Die laatste komen via de Google zoekmachine.

Inmiddels lezen mensen mij blogs overal ter wereld. Al is het in het Nederlands. Zijn het dan Nederlanders in het buitenland of buitenlanders die via facebook de blog aanklikken? Van India en Egypte weet ik wie het zijn. Een reisleider kan ook mijn blogwereld opvrolijken met vreemde landen.

De meeste views komen uit Nederland, België en Amerika en daarna Rusland.

Waarom schrijf ik een blog? De laatste week omdat ik genoeg gelezen heb. Er kan nog maar weinig bij. Er moet eens iets uit. Iets creëren is gewoon soms leuk.

maandag 5 januari 2015

Wanneer houden we op met zoeken?

Komt er een moment dat alle vragen wegvallen?
Dat we niet meer naar de antwoorden verlangen?
Het moment dat we niets meer hoeven,
Het moment dat we niets meer willen.
En als dat moment langzaam naderbij kruipt,
Kunnen we het dan accepteren?

zondag 4 januari 2015

Zonder wifi

Zijn wij hulpeloos zonder Wi-Fi? Een beetje wel. Interessant is te kijken hoe dat komt. Het komt doordat een van de verbindingen met de buitenwereld wegvalt. Het verbonden zijn met een groter geheel geeft kennelijk voldoening. Het is een natuurlijke behoefte. Of het nu verbinding is met je partner, je hond of facebook vrienden, het is in wezen hetzelfde.

Als wij ons verbonden voelen maken we deel uit van iets groters. Iets groters dan ons beperkte ik. We zijn ook groter maar laten onszelf verstrikken in de beperktheid van de ik-gedachte is. Als we de illusie doorzien van het ik, het ik zien voor wat het is, een tijdelijke gedachte, een gedachte die streeft naar continuïteit, ontstaat er verbinding met het grotere, de onbeperktheid.

Dan kunnen we zonder Wi-Fi ook ontspannen gelukkig zijn in eenheid met alles om ons heen. Ananda.

zaterdag 11 oktober 2014

Symbolen


Ik draag vaak allerlei symbolen. Vandaag iets keltisch, een andere dag iets christeliks, en ga zo maar door. Gewoon omdat ik het leuk vindt. Grappig ook is dat alle geloven elkaars symbolen stelen en incorporeren in hun eigen geloof.

De bovenstaande foto maakte ik in de kathedraal van Oviedo. Geen idee wat het betekent maar er zal vast een een hoop van geleend zijn. Weet iemand wat het betekent?

maandag 6 oktober 2014

IIlusie



Deze foto die ik een paar weken geleden maakte is een leuk voorbeeld van wat we wel onder illusie verstaan. We denken een stuwmeer te zien, maar zien de wolken erboven, toch zien we het stuwmeer. Illusie gaat over waarneming en het niet kunnen waarnemen van de werkelijkheid.

woensdag 1 oktober 2014

Wakker zijn op subtiel niveau. Satsang van Douwe Tiemersma


Uit een advaitagesprek met Douwe Tiemersma te Gouda op 3 maart 2004 – Deel 1



Wakker zijn op het subtiele niveau



Het proces van herkenning van jezelf als openheid gaat door. Gelukkig gaat dat bij iedereen door. Er zijn steeds meer mensen die dat open-zijn herkennen. De belangrijke dingen gebeuren daarbij op het subtiele vlak, voorafgaande en voorbij het denken. Het is duidelijk: daar ben je ook aanwezig, ook dat is je eigen sfeer, zelfs meer dan de sfeer van het ‘ik denk’, de sfeer van de woorden.

Dan ga je ook zien dat in het onderricht de woorden steeds minder belangrijk worden, dat het daarbij steeds meer gaat om een directe werking, om een direct gebeuren zonder woorden, zonder denken. Wanneer je de woorden als woorden gaat bekijken zijn ze aparte, externe dingen en hooguit kunnen ze dan als middel ergens naar verwijzen. Wanneer je eenmaal de betekenis van de woorden hebt begrepen, moet je niet bij deze woorden blijven staan, niet naar de woorden blijven luisteren, want dan is er direct de waarheid. Op dat subtiele vlak gaat het steeds directer toe. Hoe helderder je daar bent, des te sneller leer je hoe het daar zit. De belangrijke dingen blijven daar gelden: hoe is je oriëntatie, en: laat je je afleiden of niet? Het leren gaat steeds op een directere wijze, als een direct vaststellen. We blijven niet met middelen bezig. De waarheid is er direct, je herkent de waarheid direct. Het enige is daarin te blijven.

Als je daarin helder bent, verliezen de afleidende krachten hun kracht. Dat gebeurt dus door de helderheid van je eigen bewuste aanwezig zijn. Door dat licht kan er geen duisternis komen. Als je je als licht herkent, is het de meest natuurlijke zaak dat het licht er blijft. De zon hoeft ook niet haar best te doen om licht te blijven, want dat is haar natuurlijke aard. Jij hoeft ook niet je best te doen om bewust te zijn, want dat is je eigen aard. Alleen, blijf er wel op een bewuste wijze bij voor zover je je gemakkelijk laat afleiden, als het licht-zijn nog niet spontaan blijft. Dan is een intern bewustzijn noodzakelijk. Dat blijkt vaak zo te zijn, omdat je het licht gemakkelijk vergeet, omdat er toch weer een sluier komt over de helderheid.



Alle vormen worden doorzichtig en vallen in belangrijkheid weg en zijn steeds minder een stimulus om op te reageren. Zo komt er een steeds grotere vrijheid van condities, een steeds grotere onafhankelijkheid.

Vrij zijn is niet het vrij zijn op het niveau van de condities. De moderne mens heeft het steeds op die manier gezocht: door techniek steeds vrijer te worden van condities. Maar, je blijft dan aan allerlei dingen vast zitten, in ieder geval aan de eigen techniek. Op materieel en ook op psychisch niveau gelden nu eenmaal wetmatigheden, op die niveaus zijn er nu eenmaal patronen. Daar is niets mis mee. Vrijheid is vrij-zijn van de hechting aan de condities, in verticale zin, door je identiteit op het niveau van oorzaak en gevolg, van activiteit en techniek los te laten. Als je je zelf herkent op de niveaus van een steeds grotere onafhankelijkheid, van steeds meer vrijheid, dan zie je hoe zeer de gehechtheid aan vorm en activiteit maar een wijze is van denken, een constructie, een geloof. Je ziet dat het geloof op dat niveau bijgeloof is, een vals geloof, want je geeft eindige zaken een oneindigheidsdimensie. Relatieve dingen maak je absoluut. Dat kan voor alle vormen gelden.



Op de ruimere, vrijere niveaus gaat het proces van herkenning en vrij worden op subtiele wijze door. In die sfeer vindt het onderricht op een andere wijze plaats dan in de situatie van het externe onderricht. Herken dat. Zie wat er aan de hand is, wat er gebeurt, hoe het met jezelf zit. Er zijn geen vaste vormen meer van jezelf. Grijp er dus niet meer op terug. Zie dat de vormen allereerst denkvormen zijn. Grijp er niet op terug, want je bent je al verder bewust dan als ‘ik-denk’. Stel het duidelijk vast: dit is het; ik hoef niet meer terug te gaan naar vaste vormen; ik hoef niet meer te grijpen. In die open bewustzijnssfeer gaat de oplossende werking van de openheid verder. De laatste vaste restjes vallen uiteen, de laatste nevels lossen op. Dat is de radicalisering van het proces.



Heeft er iemand hier iets over te vragen? Als het duidelijk is, is het duidelijk. Maar, wees helder zodat je onduidelijkheden onder ogen ziet. Zijn er nog onduidelijkheden? Herken je heel helder wat ik schetste? Wees er voor jezelf geweldig helder in, kristalhelder, zodat er geen vage sfeer of een vage intuïtie blijft. Als je je dat kunt realiseren, betekent dat het helemaal helder wordt, dat het zo werkelijk wordt dat een vernauwing geen kans meer krijgt. Het is een wakker worden op dit niveau.

Ben je wakker op dit niveau? Het is belangrijk dit te kunnen bevestigen. Als je wakker bent, dan kan dat. Als het op een bepaalde manier niet helder genoeg is, stel dat dan ook vast. Het is duidelijk iets anders dan wegdoezelen en de sfeer aardig ruim vinden. Nee, het gaat werkelijk om wakker te worden. Iemand?
...


woensdag 18 juni 2014

De Tao Te Tjing voor kinderen, vers 11

Het vrede en vreugde boek, tekst 11

In de pan en uit het raam.

Kijk je wel eens in de pan op het fornuis?
In de pan gebeurt het!
Kijk je wel eens uit het raam?
Buiten gebeurt het.

Het gaat om de koekjes in de trommel en niet om de trommel. 
Het schilderij, daar gaat het om, niet om de lijst eromheen.
Een raamkozijn of deurpost is net als een schilderijlijst.
Het gaat om het uitzicht en de weg naar de nieuwe ruimte.

In een lege doos kun je van alles opbergen.
Waar het leeg is, waar niets is,
daar kan alles nog, daar is ruimte.
Waar het vol is, daar zit je klem.

Tussen de woorden is de stilte.
Daar gebeurt het!
Deze tekst is een bewerking voor kinderen,
gebaseerd op Tao Te Tjing tekst 11

Beginpagina
Abonnement op volgende teksten

© 2014 George Burggraaff, Roeland Schweitzer
De Tao Te Tjing voor kinderen

http://www.tekensvanleven.nl/ktao11.htm

dinsdag 1 april 2014

Niet meegaan met de dingen (Douwe Tiemersma)


Uit een advaita gesprek met Douwe Tiemersma. Schiermonnikoog, 14 juni 2002

 

(Niet) meegaan met de dingen

 

Douwe, wat je in die ruimte goed ziet, zijn al die spelletjes die de persoon speelt.

Wanneer je alles in dat perspectief ziet, zit je niet voor honderd procent in die spelletjes. Alles wordt dan erg betrekkelijk.

 

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat ik dat zoveel jaar hebt gedaan?

Wanneer je dat op die manier kunt zeggen, zit je er niet meer in. Dat is belangrijk om vast te stellen. De dingen hebben de neiging om zich nog wat door te zetten, maar je kijkt er op een afstandje naar. Dan gaat de kracht er uit. Je blijft er naar kijken als naar een schouwspel en je wordt je bewust van de grote, oneindige ruimte. Dat is jouw ruimte. Als er zo’n oneindigheid is, wat is die wereld nu? Niets.

 

Ik heb er jaren aan meegedaan en zie er nog de conditionering van, de resten. Ik zie het om me heen bij anderen, overal, een spinnenweb bijna.

De een versterkt het bij de ander en omgekeerd. Dat gaat zo. Als je eenmaal het andere perspectief ziet, zeg je: het hoeft echt niet meer.

 

Wat een energie kost het.

Verschrikkelijk veel energie, heel veel spanning, heel veel inzet, heel veel lijden. Moet je je eens voorstellen wat er gebeurt als dat allemaal eens vrij zou komen.

Het inzicht zal tot op grote diepte moeten doorgaan, omdat de conditioneringen zo diep zitten, heel diep lichamelijk, gevoelsmatig, op diepten waarvan je je eerst niet eens bewust was. Op een gegeven ogenblik krijg je kijk op die zware brokken, wanneer je rust betracht en een heldere blik aanhoudt. Dan komen ze langzamerhand naar boven en krijg je er zicht op. Kracht zit er dan nog gedeeltelijk in - dat zijn die oude conditioneringen - maar juist omdat je ze op een afstand kunt bekijken, gaat de kracht er langzamerhand uit. Dan merk je dat de zwaarte van de sfeer opeens iets minder wordt. Wat betekent dat? Dat je niet meer op de oude manier dingen vasthoudt. Zo kunnen steeds meer brokken wegvallen, al pruttelen ze aanvankelijk nog een tijdje door.

Als je er weer mee gaat bemoeien, als je werkelijk weer meegaat met de oude gewoonte-kracht, als je ergens naar kijkt met verlangen, duik je er in. Dat betekent dat je daar een geweldige hoeveelheid eigen energie in steekt. Doordat je er veel energie in steekt, geef je het voedsel en daardoor wordt het sterk. Daardoor wordt het werkelijk. Als je erin meegaat, offer je jezelf aan zo’n beeld op. Dat is afgodendienst. Dat betekent dat je totaal slaaf wordt, totaal erdoor bepaald wordt.

Als je dat niet doet, krijgt het beeld geen voedsel, geen energie meer en zo wordt het een lege huls, het valt zomaar uit elkaar. Dat is mogelijk als je een niveauverschil in verticale zin hebt, als er ruimte is. Dan zie je hoe het werkt en concludeert dat daarin meegaan te gek voor woorden is. Want dat is lijden, omdat je jezelf niet meer bent, omdat je beperkt bent, omdat je je helemaal afhankelijk maakt van wat je zelf hebt geschapen. Je diepere verlangen heeft daar niets mee te maken, dus ben je gefrustreerd.

 

Dus, je moet de dingen alleen maar zien als indrukken, beelden in jezelf, die je zelf maakt.

Vliegen zien andere dingen dan mensen. Allen hebben oogkleppen op. Als er indrukken komen, waarin verschijnen die indrukken? In de ruimte. Jij maakt allerlei mooie beelden van vliegjes die fladderen met oogkleppen op, maar jij bent zo gevangen in beelden. Het punt is dat jij aardig bevrijd bent, in beelden wel te verstaan. Maar, nu moet je nog bevrijd worden van beelden.

Iemand nog?

 

Beelden kunnen je overspoelen; de verschijnselen kunnen zo groot worden dat ze alles overheersen.

Je levert je dus helemaal uit aan de verschijnselen. Eerst maak je de werkelijkheid zo groot, zo belangrijk ten opzichte van jezelf, dat die werkelijkheid terugkeert en je verzwelgt.

 

Dat is mijn ervaring.

Het is goed om preciezer te kijken wat er gebeurt. Er is een versmelting met de verschijnselen. Dat krijg je ook als je er zomaar invliegt. Je bent gericht op iets, je duikt er helemaal in, je wordt deel van die werkelijkheid en daarin leef je. Dan ben je onderworpen aan die werkelijkheid, je bent daarmee samengesmolten, geïdentificeerd. Jij maakt van buiten af de verschijnselen zo groot dat ze terugkeren en je helemaal verzwelgen. Dus, dan ga je ook ermee samenvallen.

Je hebt eerst die uitwendige werkelijkheid zo werkelijk en zo groot gemaakt, er zoveel energie in gestopt dat die het vermogen krijgt je te verzwelgen.

 

Toch kun je je onbeweeglijkheid behouden?

Dan moet er iets anders plaatsvinden, een herkenning. Je merkt dan dat het allemaal verschijnselen zijn die opkomen en verdwijnen, al die processen van verzwelgen en verzwolgen worden. Maar, er blijft iets dat daar niet aan is onderworpen. Dat ben je zelf.

 

Waarom duiken mensen in andere dingen, zodat ze zelf daarmee samensmelten, daarin opgaan? Waarom maken ze dingen zo belangrijk dat zij terugkeren en de persoon verzwelgen? Dat wordt ook nog als positief ervaren. Waarom? Omdat er een grootsere sfeer ontstaat waarin de persoon, die beperkt is, opgaat. Als je nu heel enthousiast bent voor de ziekenhuisinstelling waarin je werkt - je duikt er helemaal in, je doet alles om je professionele werk daar goed te laten verlopen - kan dat een hele kick geven. Waarom? Omdat je dan niet meer als een persoon aan jezelf zit te denken, maar in een groter geheel opgenomen bent. Vooral als je in een goed team werkt en als het goed loopt, is daar een ruimere sfeer dan alleen de sfeer van het afgesloten ik. Dat krijg je ook bij het verzwolgen worden, als er werkelijk iets groots komt. Het verzwolgen worden in het grote geheel heeft iets moois. Omdat je in een grotere sfeer komt. Persoonlijke spanningen zijn er nauwelijks meer, want je ervaart alles in het grotere geheel.

Alleen als je verder kijkt, zie je dat het grotere geheel ook grenzen heeft. Dan zie je dat je je hebt uitgeleverd aan dat andere dat ook beperkt is. Je leeft in functie van dat grotere geheel met alle bepalingen en grenzen die dat inhoudt. Misschien vraag je je dan af: hoe zit het nu met mezelf? Ik zit daar niet honderd procent in. Dus de identificatie met dat grotere geheel is het toch niet helemaal. Waarom niet? Omdat dat zelf-zijn altijd groter is dan al die verschijnselen. Het is goed om te zien dat er fascinatie uitgaat van grotere gehelen zoals het werk, de natie, alle ismen, ook realisme en spiritualisme. Maar, ga terug naar je besef: mijn zelf-zijn is ruimer dan dat.

 

maandag 3 maart 2014

Een advaita gesprek met Douwe Tiemersma. Gouda, retraitedag 30 augustus 2009, middag


Uit een advaita gesprek met Douwe Tiemersma. Gouda, retraitedag 30 augustus 2009, middag



Je bent alles en toch is er vrijheid, omdat alles is losgelaten



Blijf bewust van wat er bij jezelf gebeurt wanneer je gaat zitten en het stil wordt. Zie wat er gebeurt wanneer je dit laat doorgaan. De verruiming van je eigen zelfzijn zet zich helemaal door, als je blijft in je bewustzijnsruimte. Ook al is er maar een miniem stukje bewustzijn, de opening gaat oneindig door. Het bewustzijn blijft altijd groter dan het gegevene: de vorm, het verschijnsel, het veld. Als het veld groter wordt, ervaar je je in je bewustzijn steeds ruimer. Als je bewustzijn oneindig groot wordt, gaan in die grote ruimte de vormen vanzelf oplossen. Dat proces van openen en oplossen gaat oneindig door.



Als je eenmaal het oneindige van je eigen bewustzijn hebt ervaren, besef je dat het vanzelfsprekend is dat dat proces doorgaat, want het bewustzijn is nu eenmaal oneindig. Dus laat het doorgaan. Dan kom je pas tot je natuurlijke zelf. Dat zelf duidt op dat wat vooraf gaat aan al die mogelijke vormen van en in tijd en ruimte. 



Wanneer de helderheid van bewustzijn verdwijnt, komen de oude patronen maar al te gemakkelijk weer op de voorgrond. Daarom is het nodig dat er helderheid blijft, de ruimte van bewustzijn. Dan blijkt duidelijk wat je niet bent en wat je wel bent. Dat zul je zelf voortdurend moeten vaststellen. Daaraan zul je je moeten toewijden. De ontwikkeling gaat soms langzaam, soms heel snel. Maar steeds is er het besef: mijn zelfzijn als bewust-zijn is oneindig en niet afhankelijk van tijd en ruimte. Daarin alles loslaten, dat is overgave. In feite ben je die openheid allang. Het is alleen de onwetendheid die verdwijnt.



De nevels trekken op. Maar ook al verdwijnen de nevels en de wolken niet direct, je hebt altijd de mogelijkheid om terug te keren naar de ruimte boven de wolken. Iedereen die wel eens een transcontinentale vlucht heeft gemaakt, weet dat je dan boven het weer zit. Daaronder kan best nog wel een donderwolkje zitten, maar dat doet er niet toe. Zie dus dat het van je standpunt afhangt wat je waarneemt. Als je een ‘laag’ standpunt inneemt, weet je dat je ‘in het weer’ zit en dat je te maken hebt met de afwisseling van regen en zonneschijn, met de wisseling van je buien, je stemmingen. Maar als je klein beetje naar boven gaat, merk je dat je ruimte helder is en blijft. Daaronder heb je het weer met lage en hoge drukgebieden. Dat is allemaal niet te voorspellen, zelfs niet door het KNMI. Je ziet het aan en je kunt het loslaten. Dan is er een natuurlijke situatie. Zo gaat het met het leven: er is regen en zonneschijn. Maar je laat het vrij.



Als bewust-zijn ben je de heldere ruimte waarin de verschijnselen komen en gaan. Dat geeft aan dat die verschijnselen niet verschillend zijn van jezelf én dat je er niet in opgaat. Het leven is een groot geheel van energieën en krachten. Dat leven ben je, maar je gaat je daar niet op blind staren en je gaat er al helemaal niet in duiken. Dat doe je als je een standpunt daarbinnen inneemt. Dat betekent een identificatie met jezelf op die plaats. De vrije ruimte is dan verdwenen.



Als je eenmaal iets hebt ervaren van vrijheid dan zie je de betrekkelijkheid van de wereld en het leven, je ziet het gevaar van illusie die erin zit. De wereld en het leven zijn geen illusie. Het geloof dat die wereld en dat leven absoluut zijn, dat alles daarin zo ernstig is dat daar alles van afhangt, dát is een illusie. De wereld is niet absoluut, alleen al omdat  het een tijdelijke wereld is. 



In de helderheid is er non-dualiteit. Je bent alles – intern - als eerste persoon en toch is er vrijheid, omdat alles is losgelaten. Dan maakt het niet meer uit of er verschijnselen of geen verschijnselen zijn. Als er een schepping is, is er de immense rijkdom en pracht van de schepping. Dan is er ook de duidelijke zijnservaring dat alles één is. Besef goed wat dat betekent. Wanneer de wereld er is en je beseft dat alles één is, dan betekent dat dat je zelf er ook volledig één mee bent.



In je bewust-zijn is dat inzicht heel duidelijk: zo zit het. Op het niveau van het mentale is er een duidelijke kennis. Op het niveau van het gevoel is er een eenheidsgevoel, een liefdesgevoel. Alles kun je dan accepteren in liefde als jeZelf. Zie het maar duidelijk, dan verdwijnt elke twijfel, dan verdwijnt elke weerstand. De nevel trekt op. Je stelt vast: zo zit het.



Als je op mentaal niveau gaat zitten, komen er voortdurend vragen en problemen op. Wanneer je allerlei dingen apart gaat benoemen, scheidingen aan gaat brengen, er aparte concepten van gaat maken en dan ook nog eens die concepten gaat verabsoluteren, ja, dan snap je er niets meer van. Dan wordt bijvoorbeeld de relatie tussen lichaam en geest een ondenkbare kwestie. Wanneer het gaat over mens en milieu en je gaat eerst een scheiding aanbrengen tussen de natuur en de mensen die de natuur kunnen overheersen en manipuleren, ja, dan krijg je moeilijkheden. Intern is er geen scheiding. Er is één geheel van het zijn, van het leven. Wanneer je eerst een concept van God en dan een concept van de mens gaat maken, ontstaan er allerlei theologische problemen waar mensen al millennia mee bezig zijn. Want hoe zit het dan met de ‘Goddelijke mens’, zo iemand als Jezus? De islam is dan consequent. Daarin wordt gezegd: ‘Er is een absolute scheiding tussen mens en God. Jezus was gewoon een profeet.’ Wanneer je die hele conceptualisering nu eens laat rusten en zelf gaat ervaren, dan moet je vaststellen dat er helemaal geen grenzen zijn tussen wat eerst zo gescheiden werd. Je kunt zien dat er in de grote religies ook altijd een bepaald besef is van dat oorspronkelijke. Maar al die verschillende vormen van conceptualisering en de verabsolutering daarvan, geven steeds weer problemen.



Wanneer een persoon zich inbeeldt dat hij God is, wordt dat in het christendom als een grote zonde betiteld. Natuurlijk is dat terecht. Wees eerlijk. Pas wanneer er werkelijk geen scheidingen meer zijn, is er de volledige liefde die mystieke eenheid betekent.



Blijf helder bewust, dat is het enige wat je kunt doen. Zodra de dufheid toeslaat, pik je zo weer oude patronen op. Wanneer je helder blijft, manifesteert de oorspronkelijke non-

donderdag 13 februari 2014

Tao teken van leven 30

Tao tekst 30

Gebruik geen geweld.

Als je een machthebber adviseert vanuit de Tao,
geef hem de raad om geen geweld te gebruiken
bij zijn veroveringen, want geweld leidt tot weerstand.

Waar een leger voorbij is getrokken, schieten doornenstruiken op.
Na een grote oorlog volgen magere jaren.
Doe wat er gedaan moet worden, maar verrijk je niet aan de macht.

Bereik resultaten,
maar schep er niet over op.
Bereik resultaten,
maar blijf er bescheiden over.
Bereik resultaten,
want het is de natuurlijke weg,
Bereik resultaten,
maar niet door geweld.

Geweld leidt altijd tot een verlies aan kracht.
Geweld is niet de weg van de Tao.
Wat tegen de Tao ingaat, komt vroegtijdig aan zijn eind.

http://www.tekensvanleven.nl/teken30.htm

zondag 2 februari 2014

Tao voor kinderen, tekens van leven.

http://www.tekensvanleven.nl/ktao02.htm
Het vrede en vreugde boek, tekst 2

De kip én het ei.

Een roos, vind je die mooi? Of een tulp, of een madelief?
Ja, welke bloem vind jij echt heel erg mooi?
Het grappige is, als je een bloem heel erg mooi vindt,
dat je dan alle andere bloemen minder mooi vindt!
Zo werkt het: als je weet wat mooi is, weet je ook wat lelijk is.
Mooi en lelijk horen dus bij elkaar, ze vormen een paar.

Overdag's wil je spelen, 's avonds moet je naar bed.
Spelen en slapen horen bij elkaar.
Als je altijd kon spelen, dan ging het je vervelen.

Eerst kon je nog niet lezen, toen was het heel zwaar.
Nu je kunt lezen is het gemakkelijk en klaar.
Moeilijk en gemakkelijk, alweer een paar.

Zo horen ook klein en groot bij elkaar, net als lang en kort haar.
En muziek op viool of gitaar, dat is ook een soort van paar.

Wat was er eerder, de kip of het ei?
En zo dadelijk, dat is nu al weer voorbij.

Als je zingt, word je blij. Ben je blij, dan ben je vrij.
Lekker zingen, thuis, in de wei of op straat.
Je hoeft niets, de tijd vliegt en alles gaat,
vanzelf.

zondag 29 december 2013

Het oorspronkelijke licht.



Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma. Hoorneboeg 8 oktober 2005

Je bent zelf dat oorspronkelijke licht (2)

Het is dus belangrijk om dat hele felle licht te herkennen. Het is het oorspronkelijke licht van de big bang of het uiteindelijke wanneer het heelal weer terugkeert naar de oorsprong. Het is het licht van de bliksem die inslaat, dwars door de persoon heen. Het is het licht van het zwaard van Shiva die je letterlijk een kopje kleiner maakt. Dus wanneer dat hele felle licht duidelijk is, laat het dan maar komen en dan is het ook duidelijk dat je er mee samenvalt.

Dat gebeurt ook na het overlijden van de persoon?

Dan heb je misschien eerst nog wat andere processen, maar uiteindelijk wel ja.

Dat is wel heel summier gezegd.

Je zult dit moeten herkennen wil ook die zijnservaring er komen dat je niet onderworpen bent aan de dood. Dan werkt het door. Zie dat die ervaring van dat lichaam en de materiële wereld een illusie is wanneer je daarin gelooft alsof dat de echte werkelijkheid is. Als de herkenning van die oorspronkelijke ontploffing er al geweest is waarbij alles verteerd is, dan krijgt geen enkele vorm, geen enkele materiële of energetische vorm meer het karakter van de echte werkelijkheid. Voor zover die vormen er zijn, zijn ze er maar die vormen en namen komen op en ze verdwijnen weer. Op een gegeven ogenblik blijkt dat de bouwwerken die je zelf hebt gemaakt, de standbeelden die je zelf hebt opgericht, zomaar ineens uiteen vallen. Jerommeke geeft een reus een keiharde stomp en dan lijkt het even of er helemaal niks gebeurt, die man zelf heeft het ook nog niet door, maar even later: psssssjjj… Zo schijnen individuele zieltjes het ook nog niet door te hebben dat ze zijn overleden wanneer er ineens een ongeluk gebeurt. Zoiets als bij amputaties: dan lijkt er ook niets veranderd te zijn. De dood is een volledige amputatie. Alles gaat in zekere zin nog voort, maar het is doorzichtig, het heeft niet meer die zwaarte. Het is ruim en doorzichtig, het kan zo uit elkaar vallen. In feite valt het voortdurend uit elkaar. Af en toe klontert weer iets samen, maar daarna valt het weer uit elkaar. Het lost op. Als je in slaapt valt: de vormende kracht wordt losgelaten en alles lost op. Maar je kunt je dat bewust zijn, je kunt dat herkennen. Het laatste wat er nog herkend kan worden is het licht. Als er weer een kosmos gaat ontstaan, is het eerste: licht. Het licht wordt aangedaan en dan komt het toneelstuk.

Gebeurt dat spontaan, dat het licht aangedaan wordt?

Voor zover het vanuit dat niveau duidelijk wordt is het totaal spontaan, gaat het vanzelf. Voor zover er een zelf is dat daar in duikt, dan wordt het daar intern weer ervaren als de grootste werkelijkheid, heel serieus. Maar het is duidelijk: op dat diepe niveau zal die herkenning er moeten zijn zodat het werkelijk gaat doorwerken. Die herkenning zal er zeker moeten zijn wanneer dat licht zo ontploft dat letterlijk alles doorzichtig wordt als in een negatief. En natuurlijk is het goed wanneer je langzamerhand in het leven of bij het sterven in het licht terecht komt. Waar het hier om gaat is dat je dat nu al heel duidelijk herkent, zodat er geen lijden meer is in die tussenperiode, want je herkent jezelf al als dat oorspronkelijke licht. Die absoluutheid zal erbij moeten komen. Of dat min of meer op een verschrikkende wijze plaatsvindt of niet, dat maakt niet uit. Het gaat er werkelijk om dat die radicalisering herkend wordt. Anders dan blijft het iets van: ‘oh, het is zo fijn om in het licht te wandelen’. Maar op een gegeven ogenblik gaat dat licht zich verder openbaren. Zie je dat dan ook resten van persoonlijkheid van die ik persoon verdwijnen, verbrand worden, oplossen? Dat dan die zuivere sfeer over blijft, zonder vorm? Het is belangrijk dat dat heel duidelijk is, dat je dat herkent, ook al zet die wereld van vormen zich nog een tijdje door, of zet het leven zich nog een tijdje door. Zelf blijf je primair die oorspronkelijke sfeer, van licht waaruit van alles ontstaat en waar alles weer in terugkeert. Dus laat dat licht van jezelf zo maar door werken, op bewuste wijze.

zondag 15 december 2013

Toekomst stichting Advaitacentrum


Vanaf januari 2014 zal de vorm van de Advaitapost veranderen. Dan zal de Advaitapost nog een maal per maand verschijnen en er zullen alleen teksten van Douwe in te lezen zijn. Ook zal er elke maand een boek of artikel van Douwe belicht worden. De mededelingen en de agenda zullen uit de Advaitapost verdwijnen.



Op zaterdag 11 januari wordt er door Stichting Openheid een laatste bijeenkomst georganiseerd in het Centrum te Gouda, van 13u30 tot omstreeks 16.00. Er zal vanaf 14u naar een opname van Douwe geluisterd worden, waarna een meditatie volgt. Daarna is er een boekenmarkt en is er de mogelijkheid gezamenlijk te genieten van een hapje en een drankje. Ook wordt deze dag het nieuwe boek van Douwe gepresenteerd met daarin een groot aantal door Douwe geredigeerde teksten, afkomstig van de uitgewerkte satsangs van de afgelopen jaren. Speciale prijs: alleen op deze middag € 25,- (normale prijs € 29,90).



Het Advaitacentrum blijft wel bestaan maar omdat er geen activiteiten meer worden georganiseerd door Stichting Openheid heeft deze haar huur opgezegd van het gelijknamige gebouw en is deze laatste bijeenkomst mogelijk gemaakt. Het gebouw zal hierna beschikbaar blijven voor verschillende doeleinden en kan hiervoor gehuurd worden. Voor meer informatie kunt u infomeren bij Odile. Email; odile.bbr@gmail.com.



Het bestuur van St. Openheid heeft afgelopen jaar, na het overlijden van Douwe, in zeer goede samenwerking alles afgesloten volgens zijn wensen. De website, de Advaitapost en Uitgeverijadvaita gaan door onder Stichting Openheid. De volgende groepen gaan (zie document Na mijn overlijden) zelfstandig door:



Onder begeleiding van Douwe zijn verschillende Advaita Stiltegroepen ontstaan. Deze groepen zijn zelfstandig en bestaan onafhankelijk van Stichting Openheid.

Deze Advaita Stiltegroepen groepen houden verder onderling contact door middel van een website: www.advaitastiltegroepen.net . Verder worden er ook Advaita stilte- en Retraiteweken georganiseerd. Jean-Pierre Verschure is de coördinator van deze groepen, e-mail . Op bovengenoemde website kunt u zich opgeven voor een algemene nieuwsbrief. Wilt u informatie ontvangen van één specifieke Stiltegroep, of over een Stilte- of Retraiteweek, vul dan uw e-mailadres in op de betreffende websitepagina.



De overige groepen die onafhankelijk van Stichting Openheid verder gaan zijn:



* Werk-en studiegroep jongeren, Coördinator; Marco Flipse

Jongeren: ontspanning en inzicht ,

www.bm-welzijn.nl/opleiding-ontspannen.html



* Yoga werkgroep, Coördinator; Marco Flipse

De Yoga-werkgroep

is een intervisie-werkgroep van yogadocenten die non-dualiteit in de lijn van Douwe centraal stellen in hun lessen.



* Advaita Yogaleraren Opleiding (AYO), Coördinatoren; Marjo Vredenbregt en Willie Oudejans. Website; www.ayo.nu



* Jongeren Ontspanning & Inzicht (Stichting JOI), Coördinator; Pia de blok

Website; www.onbeperkt-ontspannen.nl





Stichting Openheid houdt zich uitsluitend nog bezig met het beschikbaar houden van het gedachtegoed van Douwe, zolang hier belangstelling voor is.

Er komen verder geen nieuwe activiteiten. Een aantal al bestaande activiteiten gaan volgens de wens van Douwe door. Dat wil zeggen:



De website www.advaitacentrum.nl ;

De Advaitapost; Opgave gratis Advaita Post

Uitgeverij Advaita www.uitgeverijadvaita.nl (Het beschikbaar houden en de verkoop van de boeken van Douwe).





De enige bron van inkomsten van Stichting Openheid komt voort uit de verkoop van de boeken van Douwe. De inkomsten hiervan zullen worden gebruikt voor mogelijke herdrukken en voor het onderhouden van de website.

Je bent zelf dat oorspronkelijke licht (1), Douwe Tiemersma, Hoorneboeg, 9 oktober 2005

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma

Ga verder terug, verder terug, verder terug. Zie je dat het licht van het bewustzijn samen gaat vallen met het licht van het hart? Als je maar ver genoeg naar achteren gaat dan zie je dat die lichten naar elkaar toegaan en samen gaan vallen. Als je dat werkelijk zo kunt ervaren dan ervaar je ook dat het een soort kernfusie is. Dan ervaar je dat het een geweldig sterke energie is, een ontzettend scherp, wit licht. Het witte licht van de bliksem, het witte licht van de kernfusie.
Ervaar je dat zo alles wordt opgeblazen door dat witte licht van duizend zonnen? Ervaar je dat er geen enkel stukje ik meer overblijft? Dat je zelf opgaat in het licht? Alles wat niet dezelfde kwaliteit heeft als dat licht, verdampt in de hitte. Zo verdampt ook het zelfzijn in dat grote. Je bent zelf dat oorspronkelijke licht, die eerste energie van de big bang. Daar komt alles uit voort, daarin keert alles terug. Wat is er dan nog over? Misschien een kosmos waarin af en toe nog wat samenklontert, maar het zijn meer beelden die zich af en toe eventjes samenstellen en weer uit elkaar vallen. Het oorspronkelijke licht blijft op de voorgrond aanwezig en je blijft het zelf, alles doordringend. Wat er ook opkomt, het komt voort uit dat oorspronkelijke licht. Door dat licht wordt alles ook weer vernietigd. Dat licht van Shiva ben je zelf. Dat intense, alles verterende vuur ben je zelf. Je kunt eerst misschien nog de notie hebben dat je in dat vuur komt, dat je in dat vuur aanwezig bent maar dan komt het oplossen. De laatste vormen van jezelf lossen op. Dus dan wordt alles blanco en toch is er intern een weten van. Het is een intern aanwezig zijn in het licht van de droomloze slaap, die lichte sfeer van de droomloze slaap. Is dat duidelijk? Oneindigheid van leeg licht dat jezelf bent, verder niets. Laat die dimensie open. Laat het aanwezig blijven. Ook wanneer er weer vormen komen.

Dat oerlicht heeft geen eigenschappen?

Nee, behalve dat het licht is en dat het heel intens is.

Maar het is toch energie?

Het heeft als licht nog energie, maar het is heel ijl en het is leeg.

Maar dat woordje intens…

In een bepaalde fase moet het heel duidelijk zijn dat dat oorspronkelijke licht een geweldig grote intensiteit heeft, zoiets als een atoomontploffing.

Daar moet je lichaam maar tegen kunnen.

Ik kan er niet tegen. Het verwondert me dat ik nog dingen zie. Je weet hoe dat ging in Hiroshima: er zijn beelden, mensen en ineens: paf, weg. Die intense hitte, dat licht.

Douwe, de vergelijking met Hiroshima vind ik niet zo aantrekkelijk. Je hoort toch ook vaak in allerlei yoga-tradities dat het heel geleidelijk gaat via het licht in de chakra’s en dan zo langzamerhand omhoog.

Dat trekt je meer aan…

Ja, heel rustig opbouwend.

Dat is duidelijk.

Kun je nog iets meer zeggen over het verschil: dat geleidelijke dat mij meer aantrekt en dat plotselinge dat jij een beetje propageert?(gelach)

Het is een verschillende benaderingswijze, dat is duidelijk. Dat het gedeeltelijk om hetzelfde gaat is ook duidelijk. Het punt bij de Advaita is dat het niet zozeer gaat om een geleidelijke ontwikkeling door al die chakra’s heen. Het is veel meer een herkennen van een diepte van dat eigen zelfzijn waarin dit speelt. Dat is de Advaita benadering. Die chakra benadering is zoiets als: ik sta hier en ik heb het idee dat de verlichting daar op dat hoogste niveau zit een dan ga ik daar zo langzamerhand naar toe klimmen, er wordt iets uitgezuiverd en dan kun je misschien de volgende stap maken, enzovoort. Maar zo werkt het niet. Hooguit kan dat dienen om de zaken wat opener, wat relaxter te maken. Vroeg of laat zal er werkelijk iets moeten gebeuren en wanneer je het in die chakra terminologie wilt benoemen dan is dat iets op het Sahasrara-niveau (kruinchakra) En dan heb je hetzelfde.

Het lijkt mij plausibel dat je toch een soort voorbereiding nodig hebt van een paar of misschien tienduizend levens.

De mensen die hier komen hebben die voorbereiding blijkbaar allemaal al gehad.

(wordt vervolgd)

woensdag 11 december 2013

Nieuw boek van Douwe Tiemersma


Er komt een prachtig nieuw boek uit van Douwe Tiemersma. het verschijnt 23 december van dit jaar. Hier de vooraankondiging.

Satsang
Hoe zit het met jezelf?

Dit boek is een bloemlezing van satsangs gehouden door Douwe Tiemersma. Bijeenkomsten waarin hij als advaitaleraar de kern van het advaita inzicht doorgeeft. De satsangs beginnen met een inleidende meditatie, gevolgd door de mogelijkheid vragen te stellen en Douwe’s antwoorden. Zijn teksten, audio-opnamen en YouTubefilmpjes, zijn terug te vinden op: www.advaitacentrum.nl

Satsang wil zeggen: bijeenzijn in openheid. De gesprekken zijn gericht op de bewustwording van je meest eigen sfeer, je ware aard. Dat is de sfeer van volledige ontspanning en volkomen helderheid: de openheid zonder scheidingen, de afwezigheid van tweeheid (a-dvaita of non-dualiteit). De bewustwording vindt plaats door terug te gaan naar je eigen ervaring, de ervaring van je eigen situatie.

De non-dualistische visie staat centraal in de traditie van de Advaita Vedanta, die teruggaat op de Upanishaden (8e eeuw v. Chr.). Een van de grootste advaitaleraren in de vorige eeuw was Shri Nisargadatta Maharaj. Douwe Tiemersma had het voorrecht niet alleen hem te ontmoeten in Bombay, maar ontving ook zijn inwijding van hem. Dit is zondermeer van grote betekenis geweest en sinds 1980 hield hij dan ook zelf wekelijkse advaita-gesprekken, retraites en cursussen.

Zijn telkens terugkerende thema was: openheid, en wel in meest radicale zin, met de steeds opnieuw terugkerende vraag: hoe zit het met jezelf? De voortdurende nadruk op zelfmeditatie en het belang van het samengaan van inzicht en het leven in de praktische wereld, stonden hierin centraal.

Douwe Tiemersma (1945-2013) was biologiedocent aan Pedagogische Academies en daarna docent wijsgerige antropologie en interculturele filosofie aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam, waar hij ook op symposia de advaita belichtte. Hij gaf sinds de jaren '70 yoga en meditatie. In de benadering van zijn lessen legde hij een steeds duidelijker accent op de Advaita Vedanta. Zijn activiteiten resulteerden in 2000 in de oprichting van het Advaita Centrum in Gouda. Daarnaast schreef hij vele boeken en talrijke artikelen voor onder meer het tijdschrift Inzicht, waarvan hij medeoprichter en eindredacteur was. Douwe schreef ook het Voorwoord in “I AM THAT” van Nisargadatta.

"Douwe Tiemersma verbond op unieke wijze spirituele praktijk met filosofische reflectie”, dr. Bruno Nagel (SCFA).
1e Druk | 2013 | Paperback | Uitgeverij Advaita
Genre(s): Religie & Esoterie
Trefwoorden: Trefwoord(en): Advaita vedanta, Satsang, non-dualiteit
ISBN: 9789077194102
€ 29,90 Aangekondigd (moet nog verschijnen)

Bestellen is mogelijk via http://advaitauitgeverij.nl/ Of natuurlijk bij de (digitale) boekhandel.

dinsdag 19 november 2013

Jnaneshwar in de Amritanubhava; sit-sat-ananda


Wanneer een micaplaatje of de stam van een plataan
laag voor laag wordt afgepeld
dan zal er uiteindelijk niets overblijven om vast te pakken.
Zo ook moet het zoeken zelf ophouden
wanneer de zoeker en het gezochte één is.
Het is vruchteloos.

zaterdag 16 november 2013

Jnaneshwar: de Amritanubhava, sat-chit-ananda


65. Op het moment dat de zon opkomt worden alle lampen gedoofd.
Denkt iemand erover het veld te ploegen
wanneer het vol staat met gewassen?

66. Het woord is nuttig zolang de dualiteit
van gebondenheid en bevrijding bestaat.
In onze natuurlijke staat heeft het woord verder geen nut.

67. Het woord is alleen bruikbaar
om ons te herinneren aan iets dat we vergeten zijn;
maar in welke behoefte kan het woord nog voorzien in die staat die voorbij
gaat aan herinneren en vergeten?

donderdag 14 november 2013

Byron Katie

Zelf even de link in de bovenbalk kopiëren.

https://skydrive.live.com/redir.aspx?cid=cfaf16e9a01cd4ad&resid=CFAF16E9A01CD4AD!5184&parid=CFAF16E9A01CD4AD!5182&authkey=!ADEoW0MTA2CXQCI

dinsdag 12 november 2013

Als het denken stopt, stopt ook de tijd. (Douwe Tiemersma)


Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 10 januari 2007

Als het denken stopt, stopt ook de tijd

Je bent altijd maar bezig met de zorg over dingen die je belangrijk acht. De ik-structuur heeft ook direct het element van tijd in zich. Allerlei zaken uit het verleden bepalen hoe je de dingen nu ziet en je kijkt naar de toekomst om dingen te regelen en voor jezelf in orde te maken. Altijd maar weer die structuur van het ik en de tijd. Tot op een gegeven ogenblik die tijd stopt. Het is goed je er bewust van te worden dat ook dat altijd een element is in je eigen sfeer. Er is tijd maar de tijd is ook in zekere zin gestopt. Wanneer het stil is en het denken stopt, is er dan tijd? Eigenlijk kun je niet eens ‘nee’ zeggen, want wat is die tijd eigenlijk? Het speelt helemaal geen rol. Wanneer die gewone structuur doorbroken wordt is er dat onuitsprekelijke. Er is een open sfeer waarover je niets kunt zeggen. Als bewust-zijn kun wel een besef hebben van dat onzegbare. Dat zelfzijn gaat dus verder dan de tijd. Dat is een conclusie, je kunt het direct vaststellen. Klopt dat? Zeg het voor jezelf ook nog maar eens: dit zelfzijn gaat veel verder dan de tijd. De tijd mag stoppen. Er komt een sfeer van onuitsprekelijkheid, maar het heeft toch nog een kwaliteit van zelfzijn, bewust-zijn. Dat zelfzijn heeft dus duidelijk geen structuur meer van het ego dat altijd in de tijd aan het werk is en zit te denken. Die structuur valt weg en er komt ineens die opening en die sfeer waarover je niets kunt zeggen. De zorgstructuur valt weg.
Voor het denken is dit een onmogelijkheid. Dat denken denkt in de tijd en kan zich niet voorstellen dat de tijd stopt. Dan gaat het zeggen: wat is er voorbij die grens van de tijd? Dat wordt gedacht binnen die sfeer van de tijd en daar zit nu juist de beperking van het denken.

Zie je dat af en toe de tijd verschijnt en weer verdwijnt en dat de tijd niet echt nodig is? Het kan verschijnen en mag verschijnen, maar de beperking van die tijdssfeer is duidelijk. Ergens ontstond de tijd met een bepaalde gerichtheid van het leven, van de persoon. Wanneer die gerichte structuur verdwijnt, dan is er geen tijd meer. Die hele structuur verdwijnt, dus is er geen sprake meer van dat er iets moet gebeuren. En wanneer er iets gebeurt dan ontrollen de gebeurtenissen zich in de tijd, maar je ziet hoe wisselend die tijdservaring dan is. Soms duurt een dag eindeloos, soms zijn een paar jaar zo voorbij. Je ziet hoe betrekkelijk die tijdservaring is.

De tijd van de klok, de agenda en de kalender zien we meestal als iets absoluuts. Is dat ook zo? Het is natuurlijk ook maar een projectie. Vanuit die wisselende tijdservaring ga je er iets uithalen en dan zeg je: dit is de absolute tijd en die andere tijdservaringen zijn maar ervaringen. Wanneer die projectie van een absolute tijd doorzien wordt als een constructie dan kom je toch weer terug op een tijdservaring, en die kan dus wisselen. Soms gaat de tijd ontzettend snel, soms ontzettend traag en wanneer je helder blijft, blijkt dat de tijd ook in het alledaagse persoonlijke leven vaak helemaal niet aanwezig is. Meestal denk je niet aan de tijd. Als het wel zo is, is het niet best. Wanneer je intern helder blijft, ook bij het doen van allerlei werkjes, dan zie je: meestal is er geen tijd. Achteraf zeg je dan: oh, het is al twaalf uur. Dan ga je het weer terugkoppelen op die absolute tijd in die projectie van klok en dan zeg je: ik ben twee uur bezig geweest. Maar dat is dus weer het denken achteraf. Je ziet hoezeer dat denken helemaal verweven is met de tijd. Als het denken stopt, stopt ook de tijd. Gedeeltelijk is er nog een gevoelsmatig stromen en in dat gevoelsmatig stromen ervaar je al een stuk vrijheid van de tijd. Op een gegeven moment besef je dat er iets in jezelf aanwezig is dat niet onderworpen is aan de tijd ook niet aan dat stromen. Voor zover er verschijnselen zijn komen die op en verdwijnen weer. Tijd heeft met verschijnselen te maken. Verschijnselen zijn betrekkelijk, tijd is betrekkelijk. Het punt is dus dat je intern bewust blijft van dat vrij-zijn van de tijd . Dat het een open sfeer is die onuitsprekelijk is. Als dat herkend wordt krijg je van daaruit heel gemakkelijk het oplossen van identificaties met alles wat zich in die tijd afspeelt.

In memoriam dr. Douwe Tiemersma (1945 - 2013) door dr. Bruno Nagel


Op 3 januari overleed in Gouda (NL) op 67-jarige leeftijd dr. Douwe Tiemersma, geliefd docent in onze school. Jarenlang verzorgde hij in het derde jaar een zaterdaglezing onder de titel 'Dat ben jij. De bevrijdende vedanta-visie van Ramakrishna en Nisargadatta Maharaj.'
Douwe Tiemersma studeerde biologie en filosofie in Amsterdam. Hij was enkele jaren biologiedocent aan Pedagogische Academies en werd daarna docent wijsgerige antropologie en interculturele filosofie aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. Hij volgde tevens een opleiding tot yoga-leraar en gaf sinds de beginjaren '70 lessen yoga en meditatie. Zijn filosofische belangstelling voor de achtergronden van yoga kwam tot uiting in een uitvoerige doctoraatsthesis onder de titel: Body schema and body image. An interdisciplinary and philosophical study(Swets, Amsterdam/Lisse 1989).
In zijn benadering van yoga en meditatie kwam in de loop van de jaren een steeds duidelijker accent te liggen op het perspectief van de Advaita Vedanta. De ontmoeting met de advaitin Nisargadatta Maharaj te Bombay is daarin voor hem van grote betekenis geweest. Vanaf 1980 hield hij advaita-gesprekken met leerlingen. Zijn activiteiten op dit terrein resulteerden in de oprichting van het Advaita Centrum te Gouda, in vele boeken, meestal uitgegeven door Uitgeverij Advaita, en in talrijke artikelen in diverse tijdschriften, o.a. in het tijdschrift Inzicht, waarvan hij mede-oprichter en een tijd lang eindredacteur was.
Zijn telkens terugkerende thema was: Openheid, en wel in radicale zin: ten diepste is het ware Zelf van ieder van ons niet gescheiden van alles, in een non-duale eenheid. Hij ontwikkelde manieren om mensen te leiden naar ervaringen die hen op het spoor van die radicale openheid zetten. En tegelijk probeerde hij de toegangen tot die onuitsprekelijke Openheid, voor zover mogelijk, intellectueel te verhelderen.
Douwe Tiemersma verbond op een unieke wijze spirituele praktijk met filosofische reflexie.
In de School van Comparatieve Filosofie hebben zijn studenten kunnen ervaren hoe hij in staat was om met nuchtere, integere helderheid en daar iets van over te brengen in zijn lezingen.
Wij zijn hem intens dankbaar.

Enkele titels van zijn meer recente boeken:
- Naar de openheid Advaita Centrum (2002 herdruk van uitgave 1983) ISBN 908057399X
- Pranayama – adem en levensenergie kennen, ontplooien en loslaten, Advaita Centrum (2003) ISBN 9080573981
- Verdwijnende scheidingen - proeven van intercultureel filosoferen, Uitg.Asoka/Advaita Centrum (2008) ISBN 9789077194058
- Non-dualiteit : de grondeloze openheid, Advaita Centrum (2008) ISBN9789077194065
(Engelse vert. Non-Duality. The groundless openness, John Hunt Publishing 2012)
- Chakrayoga,. Ervaringskennis en bevrijding van levensenergieën en lichamen, Advaita centrum (2011) ISBN9789077194089

Enkele door hem geredigeerde bundels:
- Advaita Vedânta – De vraag naar het zelf-zijn, symposium 2001 (D.Tiemersma, red.), Advaita Centrum (2001) ISBN 9080573922
- Psychotherapie en non-dualiteit , derde Advaita Symposium (D. Tiemersma, red.) Advaita Centrum (2003) ISBN 9077194029
- De elf grote Upanishaden – tekst en toelichting (D. Tiemersma, red.). Advaita Centrum (2004) ISBN 9077194010
- (Red. en vert.), Shri Nisargadatta Maharaj, De bron van het zijn, Advaita 2010
(voor een volledige lijst van zijn boeken en artikelen, zie website: http://www.advaitacentrum.nl/nl/achtergrond/douwe-tiemersma )

maandag 14 oktober 2013

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Hoorneboeg, 6 oktober 2007   Bewustzijn en gevoel zullen samen moeten gaan.

 
D.T.: Zowel bij mensen die te veel gedronken hebben als bij de lyrische mystici zie je de beperking dat ze niet meer kunnen functioneren in het gewone leven. Een dronken man denkt wel dat hij over de brugleuning kan lopen, maar pas op! De mysticus krijgt vroeg of laat toch weer de problematiek van de confrontatie van zijn sfeer die ruim is, met de wereld zoals die verder doorgaat. Op een of andere manier zal dat weer samen moeten komen. Wanneer je een bepaald middel gebruikt om in die sfeer te komen en even later is het middel uitgewerkt, dan zit je weer in de oude toestand. Het was een goede ervaring want er waren geen zorgen, het was ruim en dus was het positief. Wanneer het als positief ervaren is, is er de neiging om dat middel opnieuw te gebruiken. Het wordt een verslaving. Het gaat hier om de afhankelijkheid van iets externs. Als het iets externs is dat die overgang naar bijvoorbeeld dat ruime gevoel, vergemakkelijkt of bewerkstelligt, dan is er dus het grote gevaar dat je eraan verslaafd raakt. Dat geldt natuurlijk ook voor de leraar. Ook daar kan hetzelfde gebeuren wanneer die als iets externs gezien wordt. Blijf dus altijd bewust van het gevaar hiervan. 
 
B.: Hoe bedoel je dat, van de leraar?
 
D.T.: Die kan dus als een soort drug fungeren wanneer je van hem afhankelijk bent om weer even die oriëntatie te krijgen. Natuurlijk, in een bepaalde fase kan het erg nuttig zijn, maar een leraar is niets anders dan een tijdelijk hulpmiddel. Het is misschien een betere drug dan de meeste andere drugs omdat een leraar - als hij het tenminste een beetje door heeft - de ander zal wijzen op de zelfstandigheid. En dat doen de meeste drugs niet. Wanneer je iemand ziet die flink aangeschoten is en je bent zelf nuchter - wat valt dan op? De beperktheid van bewustzijn. Dat is die andere kant. Het is prachtig om met de pinkstergemeente mee te gaan zingen van Halleluja. Schitterend, het werkt en het geeft verruiming, maar waarom ben je toch niet zo geneigd om je daarbij aan te sluiten? Je bent nuchter en je ziet daar de beperking. Dat doet niks af van de ervaring die die mensen hebben, maar je ziet wel de beperking van het zich opsluiten in een bepaalde ervarings-, voorstellingswereld. Wanneer je dat op een afstandje bekijkt vanuit ruimer bewustzijn  zie je dat dat een beperkt bewustzijn is. Ook in je eigen ervaring dus: wanneer je zoiets meemaakt, het gaat steeds om beperking en ontperking, niet alleen in het gevoel maar ook in het bewustzijn. De gevaren en de nadelen van intoxicatie kunnen alleen voorkomen worden door bewust te zijn. Beperktheid ervaar je vanuit ruimer bewustzijn. Ook al kan het in het gevoel helemaal open en onbeperkt zijn, het zal pas werkelijk onbeperkt kunnen zijn wanneer er bewustzijn in zit. Wanneer er geen bewustzijn in zit dan is het weer beperkt voor je het weet. Bewustzijn en gevoel zullen dus heel duidelijk samen moeten gaan.
 
(…)
 
Op een gegeven ogenblik heb je de kennis: zo werkt het, wanneer ik me zo oriënteer, dan gaat het die kant uit. Dat is het enige wat je kan doen. Op zich is bewustzijn krachteloos, leeg. De wereld kan doorgaan, energieën kunnen doorgaan. Bewustzijn staat op zich. Het kan voor die ruimte zorgen, maar het bewustzijn zelf blijft leeg. Het heeft alleen die kennendheid in zich, maar het is de vraag of die kennendheid voldoende is om alle resten van identificatie weer los te krijgen. Dan zal het toch weer opnieuw opgepikt moeten worden vanuit die identificatie zelf: het gevoel.
 
B.: Als er overgave is, dan gaat het vanzelf?
 
D.T.: Wanneer het vanzelf gaat dan spreken we niet eens van overgave want dan gaat het vanzelf. Punt. Als er helemaal geen probleem is, is er een directe herkenning en dan is er niets anders meer dan die non-duale sfeer. Wanneer je van overgave spreekt dan heb je al iets dat uitgaat van een ik-persoon. Alles is al veel ruimer geworden en dan moet er ook nog een overgave plaatsvinden. Van wie? Blijkbaar van de persoon zoals die ervaren wordt en die beseft: nu moet ik dat laatste, dat centrum van dat ik, helemaal loslaten.  Het kan zomaar, spontaan gebeuren.
 

donderdag 10 oktober 2013

Aleppo

De moskee toen wij er waren, in betere tijden, in 2006. De moskee ligt nu in puin. De minaret op de achtergrond is er niet meer. De kindertjes spelen er niet meer onbezorgd. Oorlog is nooit te rechtvaardigen. Agressie ontstaat zodra groepen zich van elkaar afscheiden. Ik ben aleviet, ik ben soenniet, ik ben sjiiet, ik ben kopt, christen, atheïst, jood enzovoorts. Ik ben niet wat jij bent, ik, mijn groep, is beter, wij zijn uitverkoren. Realiseer je dat deze misvatting de basis is van de agressie. Of nog scherper geformuleerd, het is een daad van agressie.

dinsdag 1 oktober 2013

Wat gebeurt er wanneer alles wegvalt?


Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 27 oktober 2004

Vraag: Wat gebeurt er wanneer alles wegvalt?

DT: Het is altijd heel frappant, die overgang. Je bent aan het kletsen met elkaar en dan ineens: stop. Je kunt je dan bewust worden van alles wat je meeneemt in dat spreken. Want alles wat je meeneemt betekent spanning. Wanneer het stil is kan dat alles wegvallen. Let eens op dat wegvallen. Wat zou er gebeuren wanneer alles wegvalt? Wat gebeurt er dan?

V: Er blijft niets over.

D: Fout antwoord.

V: (Iemand anders) Openheid.

D: Fout antwoord.

V: Iemand anders) Het is maar tijdelijk.

D: Fout antwoord.

V: (Iemand anders) Er is alleen nog maar geest.

D: Fout antwoord.

(Stilte)

D: Wat gebeurt er wanneer werkelijk alles wegvalt? En dan zitten jullie vanuit de volheid te praten! Ga preciezer kijken. Wat betekent het wanneer die laatste ik-spanning wegvalt? Hoe zit het met die ik-spanning, die ik-zwaarte, de scheiding tussen binnen en buiten? Zie de mogelijkheid van het wegvallen van die ik-spanning, van die ik-zwaarte, van die scheiding. Als je die ik-spanning ergens ziet dan kun je ook vermoeden wat het betekent wanneer die wegvalt. Je ziet dat dat ikje geen kans heeft om te overleven in die ruimte. Stel maar voor wat het betekent wanneer je dat ikje bent vergeten, dat het opgelost is in de ruimte, dat het niet weer terugkeert. Ervaar maar dat het een volledige overgave is. Blijf helder. Wanneer je niet helder bent dan heb je dat ‘ik’ weer in je rug voordat je het weet en zonder dat je het weet. Blijf in die overgang bewust van die absolute ruimte waarin alles oplost, van dat absolute zwarte gat waarin alles terugzinkt. Laat die absolute dimensie open. Anders blijft het een beperkte, gezapige toestand. Zijn hier nog onduidelijkheden over?

V: Alles stolt toch steeds weer tot woorden, voorstellingen.

D: Punt is dat je die stollingen met die ik-spanning erin, steeds weer opnieuw kunt zien. Wanneer werkelijk ergens dat absolute de zaak openbreekt, wanneer dat werkelijk gebeurt, dan verdwijnt die dimensie niet meer. En dat openbreken blijft voortdurend werken. Dat is niet meer iets wat je zelf doet, het gebeurt. Het enige is dat wanneer je je laat afleiden en ergens helemaal induikt, je er weer van die schijnmuren omheen bouwt, dat je je zo concentreert op andere dingen dat dat andere weggedrukt wordt. Als je maar enigszins de ervaring hebt dat dat absolute het belangrijkste is, dan gebeurt het niet. Zie je de kern van overgave? Het is een werkelijk vergeten van alles wat voor jouw ik van belang was.

27 oktober 2004, Satsang


27 oktober 2004

V: Je vraag was: wat gebeurt er als alles wegvalt.

D: Ja.

V: Niets, natuurlijk.

D: Jawel, maar pas even op je woorden.

V: Het is heel helder wat ik zeg.

D: Wees voorzichtig met woorden.

V: Er is natuurlijk geen antwoord op die vraag.

D: Er is één antwoord mogelijk op die vraag.

V: Nee. Dat ‘ik’ dat dat antwoord moet geven is dan weg, natuurlijk. Dat is er niet meer. Dus de vraag verdwijnt.

D: Er is één antwoord.

V: Welk is dat dan?

D: Ik vroeg het aan jou.

V: Ik kan het antwoord niet geven, want als alles weg is dan ben ik ook weg die het antwoord kan geven.

D: Je zit nou aardig wat te praten.

V: Maar je vroeg iets.

D: Ja, en ik hoopte op het juiste antwoord.

V: En als ik dat probeer te geven dan zit ik aardig wat te praten.

D: Juist. Omdat je dat probeert te geven.

V: Aha, dan is dus zwijgen het juiste antwoord.

D: Nee.

V: Er is dus geen antwoord.

D: Jawel.

V: Ik kan dus geen antwoorden bedenken.

D: Dan ben je al een stapje verder.

V: Ik ben een stapje verder als ik het niet kan bedenken?

D: Nee, dat je dat zo zegt.

V: Dus het antwoord ligt buiten het denken.

D: Weer een stapje verder.

V: En met denken kan ik het antwoord niet vinden, natuurlijk niet, want het ligt daar buiten. Dus het denken moet zwijgen wil ik het antwoord kunnen vinden.

D: Dat was het stapje verder.

V: Dat is het antwoord?

D: Dat is nog geen antwoord. Het is een stapje verder in de richting van een antwoord.

V: Maar alles wat ik zeg is duaal, is vanuit het denken. Dus met het denken kom ik er achter dat het denken het antwoord niet kan geven. Het denken moet zwijgen en dan valt er niks meer te zeggen.

D: En dan komt het er dus op aan. Dan komt het er op aan.

V: Om niks meer te zeggen?

D: Wanneer je niks meer zegt, dan komt het er op aan.

V: Dan stopt het zoeken.

D: Blijf maar eens een keer zo…

V: Daar word je stil van…

D: Merk op hoe allerlei zaken in de buurt van dat absolute wegvallen. Wanneer dat werkelijk zich zo gaat manifesteren dan zitten we hier misschien nog een paar honderd jaar. Tijd valt weg. Wanneer de tijd weer terugkeert merk je: tijd is spanning. Want er moet iets geprojecteerd worden: de tijd, en daarin wordt iets uitgesponnen.

V. Ik ervaar een ontsluiting waarin alles wegvalt, maar…

D: Uitstekend.

V: …maar het zet niet door. De tijd komt terug als het ware.

D: Wanneer het andere maar open blijft.

V: Dat is er altijd. Maar het is net alsof je op het scherp van de snede staat.

D: Dat is een periode waarin je geweldig helder moet blijven om niet weer gepakt te worden zodat het weer gesloten wordt.

De oorspronkelijke (on)kwetsbaarheid


Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Hoorneboeg 7 oktober 2007

De oorspronkelijke (on)kwetsbaarheid

We zullen eens verder kijken naar kwetsbaarheid en onkwetsbaarheid. Laat ik aansluiten bij wat we vanmorgen deden met de yoga, waarbij de lichamelijke energieën en de gevoelsmatige energieën de ruimte in kunnen gaan, zich kunnen uitbreiden, kunnen oplossen. Het gaat dus om iets heel concreets. Het is niet zomaar iets van psychische aard of zo. Het gaat werkelijk om een bepaalde substantie die vatbaar is voor kwetsuren. We kunnen die substantie energetisch noemen. Op dat niveau speelt het. Je kunt het heel duidelijk ervaren als een zekere substantie. Energieën zijn aan de ene kant heel erg vloeibaar en ijl, maar je hebt ook zwaardere energieën die een bepaalde vorm aannemen waarbij die vorm niet zo makkelijk verandert. Dan zeggen we: dat zijn vastzittende energieën, vastzittende gevoelsmatige, emotionele energieën. Wanneer je wat naar de geestelijke kant, de bewustzijnskant gaat, zie je dat die energieën steeds ijler zijn. Wanneer je afdaalt, meer in het lichaam, dan zie je daar dat die energieën veel zwaarder, grover zijn. Hoe dieper ze zitten des te moeilijker komen ze in het bewustzijn. Dus dat betekent dat ze des te meer de neiging hebben om zich in de tijd voort te zetten. Wanneer dan in een hele vroege levensfase die energieën helemaal vastgezet zijn door de omstandigheden, de ervaringen van het jonge kind, dan zie je dus dat in de loop van het leven er allerlei lagen overheen gelegd worden. Daardoor is er dan geen bewustzijn meer van wat daaronder zit. Dat zijn nu juist de meest essentiële energetische structuren die het gewone leven bepalen. Dan zeggen we: hij of zij heeft dit of dat karakter. Maar dat zijn die zich doorzettende patronen. Patronen van reageren, denken, voelen. Dit kunnen heel basale patronen zijn waarin een heel duidelijke kwetsbaarheid aanwezig was waardoor zich een bepaald reactiepatroon heeft ontwikkeld. Er is bijvoorbeeld een spanning die naar binnen gericht is, een wegduiken in jezelf, afsluiten, het bouwen van een muur. Wanneer dat zo’n basispatroon is dat het gewone leven bepaalt, dan zeg je: ‘dat is toch wel een teruggetrokken iemand, die maakt moeilijk contact, die stelt zich niet zo gemakkelijk open.’ Waarom niet? Omdat die oude gevoeligheid daar nog zit. Plus dan nog die secundaire reactie van: wanneer iets maar in die richting gaat, direct afschermen. Wanneer er toch eenzelfde soort aanval komt als vroeger dan is die reactie ook vaak buitenproportioneel, omdat die gevoeligheid daar zo ontzettend groot is.

Elk klein kind moet, wanneer het opgroeit met een bepaalde ik- kern, met de dingen van het leven kunnen omgaan. En elk kind heeft daar zijn eigen ‘strategie’ voor. Strategie tussen aanhalingstekens, want het is natuurlijk geen bewuste strategie. Je kunt zeggen dat met een jaar of vier de belangrijke basispatronen van reageren, van het omgaan met andere mensen, met de wereld, al vastgelegd zijn. En dan zie je ook de grote verschillen. Wanneer er een aanval komt op een kind: ‘hé, dat heb jij gedaan! Dat is helemaal verkeerd!’ Wat is de reactie? Je ziet dat het uiteen loopt. Sommigen zeggen: ’ ja hoor, volgende keer beter.’ Anderen: ‘oh, wat erg, moet je kijken die ogen van de ouders’ Gevolg: verkramping, afsluiting, spontaniteit verdwijnt. Door de kwetsbare situatie van het kind wordt de patroonvorming meteen ingeprent. En dat wordt heel gemakkelijk meegenomen door het hele leven. Als er dan weer eens zo’n aanval komt van: ‘jij doet het helemaal verkeerd’, meteen gaat het hele complex weer werken en dan is het weer helemaal mis.

De kinderlijke situatie is totaal, kinderen ervaren totaal. Volwassenen hebben allerlei verdedigingsmechanismen. Dat zijn verdedigingen om zich toch weer veilig te stellen. Ze hebben bijvoorbeeld allerlei ‘ideeën’. Maar bij kinderen is het totaal.
Als zo’n reactiepatroon dan later weer los komt, is het dan ook zo groot, zo totaal, dat het je overweldigt. Dus dat heeft allemaal te maken met die oorspronkelijke grote kwetsbaarheid wanneer er al een zekere ik-vorming is bij kinderen. Alles staat dan nog totaal open, het is dus ontzettend kwetsbaar.

In een iets eerdere fase is er nog geen ik- structuur, dus dan maakt het niks uit. Want wat gebeurt er dan? Wat gebeurt er voordat je als klein kind van, zeg maar, 2, 3, 4 jaar zo’n ik hebt ontwikkeld? Toen was er geen ik! Als dan door de ouders gezegd werd: ’jij doet het helemaal verkeerd’, wat gebeurt er dan bij zo’n kind? In die fase gebeurt er nog helemaal niets.

Camino del Norte


Ik ga hier niet al de foto's van de laatste Camino del Norte opzetten want teveel is teveel. Maar deze ene is wel leuk. Deze Duitse jongen met zijn vriendin namen elke dag een foto van welke dag het was. Tel de vingers maar. Maar na de tiende dag kwam, hij vingers tekort. Daarom vroegen ze iedere keer iemand om te helpen met tellen!

donderdag 20 juni 2013

2 februari 2005 Satsang


Het is nauwelijks te beseffen wat het betekent om direct in de openheid te blijven

Vandaag raakte ik in gesprek met mensen die op een boeddhistische weg zijn en er was iets wat heel sterk opviel. Het is wel goed om dat hier te bespreken. In de meeste boeddhistische tradities heb je een uitgekiend pad van verschillende stappen waarbij die eerste stap erg lang is. Daar worden dan allerlei voorschriften gegeven. Je moet je houden aan allerlei regels, je hebt te maken met de geloftes van de Boeddha, de Dharma, de Sangha. Die regels worden steeds weer benadrukt. Bij het gesprek over deze zaken werd gezegd: ‘natuurlijk zijn die regels niet zo belangrijk, het is gewoon een hulp. Wat aan het begin gegeven wordt is weer anders dan wat verderop bij het onderricht hoort.’ In de advaitabenadering heb je deze begeleiding, dit houvast, niet. Je hebt totaal geen houvast. Het enige wat geldt is: de essentie van openheid. Voor zover er een stuk onderricht is wordt daarop een beroep gedaan. Je hebt de notie: je bent openheid. Hoe dat dan in de praktijk uitwerkt is een tweede. Er zijn niet allerlei regeltjes, richtlijnen. Alleen die ene essentie is er als richtlijn: totale openheid. Aan de ene kant is het prachtig dat je geen regeltjes hebt want het gaat natuurlijk niet om regeltjes. Je bent dus ook niet gebonden aan bepaalde fasen van onderricht waarbij je steeds één bepaalde fase verder mag gaan. Daarom is die directe benadering erg aantrekkelijk. Aan de andere kant: het is nauwelijks te beseffen wat het betekent om direct in die openheid te blijven, wat het betekent dat er totaal geen regels zijn, dat alle vormen werkelijk wegvallen. In die situatie zitten jullie. Het vereist direct al een oneindig vertrouwen, een oneindig inzicht.