Populaire berichten

zaterdag 31 oktober 2020

Mediteren kun je leren! Douwe Tiemersma




Hier het dunste en simpelste boekje over mediteren 😀 En nu de goedkoopste. Minder dan 10 euro. 

Klik hier om voor minder 10 euro dit boekje te kopen!


Maar wellicht kan het nog sneller door het artikel te lezen van Douwe Tiemersma (ook de schrijver van het boekje). 


Mediteren kun je leren

Douwe Tiemersma


In: OHM-Vani 14 nr. 2 (april/juni 2008), p. 32-34


Het leven in onze maatschappij vraagt veel. Niet alleen is het druk in werk en studie, maar ook daarbuiten. Er zijn steeds allerlei dingen die van anderen en van jezelf zo nodig moeten. Daarbij komen de altijd maar doorgaande psychische processen van denken en voelen, met daarin moeilijke vragen, conflicten en eenzijdigheden die om een oplossing vragen. Meditatie laat al deze spanningen verdwijnen, en het goede nieuws is: je kunt het leren.


In de interne en externe krachtenvelden die er zijn, ervaren niet alleen ouderen, maar ook veel jongeren sterke spanningen en instabiliteit. De gevolgen zijn onder andere onzekerheid, piekeren, concentratieproblemen, slapeloosheid, depressiviteit, angsten, maar ook verharding en onverschilligheid.

Veel mensen beginnen met mediteren om de spanning en onrust te boven te komen. De Indiase traditie reikt hiervoor diverse meditatiemethoden aan. Natuurlijk, meditatie is niet alleen therapeutisch, want ze is traditioneel gericht op het vrij worden van alle spanningen en beperkingen, op de realisatie van eenheid met de oorsprong van alles (moksha). Toch werkt mediteren ook op het vlak van mensen die actief zijn in de maatschappij. In alle soorten meditatie zijn twee elementen erg belangrijk: ontspanning en bewust-zijn.


Gerichtheid

Spanning zit in de gerichtheid op allerlei dingen, op allerlei problemen. Ontspanning is mogelijk als je die gerichtheid terughaalt in jezelf. Je aandacht die van je uitgaat, laat je terugkeren naar de bron die je zelf bent, en: wég is de spanning. Dat is het begin van mediteren. In jezelf als bron van aandacht is alleen maar stilte en vrede. Als je je hiervan bewust wordt door naar deze plek terug te keren, ben je zelf rust en vrede. Deze blijkt zich dan te ontplooien naar alle kanten, universeel: overal is vrede. Als je hierin thuis bent, hebben acties van buiten geen effect meer op je. Je zult merken dat juist het omgekeerde plaatsvindt: de ontspanning en vrede werken ook in anderen door!


Meditatieve ontspanning

Als je eenmaal hebt ervaren wat meditatieve ontspanning is, kun je steeds daarnaar terugkeren. Je hoeft je dan alleen maar een situatie voor te stellen waarin je totaal ontspannen was. Heb je zo’n herinnering? Dan ga je die situatie weer binnen en er is weer rust. Als je heel duidelijk die meditatieve ontspanning kent, kun je je er direct op richten, zodat zij steeds sterker wordt. Je hoeft alleen maar even aan die ontspanning te denken en je glijdt erin, spontaan. Daarom noem ik het ook de Spontane Ontspanning:

‘Word je bewust van je lichaam en je lichamelijke situatie hier en nu. Stel vast dat er spontaan een ontspanning kan optreden en een stilte van je geest. Laat deze voortbestaan door daarop te letten. Laat de ontspanning dieper doorgaan en de stilte groter worden, terwijl je helder blijft. Geef je over aan die ontspanning en stilte. Zo ontplooit zich de meditatie. Alles komt open. Doe dit zo vaak als maar mogelijk is.’ (Uit: Mediteren leren, p 22)

Het is de moeite waard om te leren ervaren dat je altijd ontspannen bij de bron van jezelf kunt blijven onder alle omstandigheden.


Voortdurende alertheid

Bewust blijven van jezelf is bij de ontspanning nodig, alleen al om niet al te gemakkelijk mee te gaan met alles wat om aandacht vraagt. Als je bewust wordt van je eigen ontspannen diepte, kan die ontspanning steeds gemakkelijker doorgaan of terugkeren en uiteindelijk altijd blijven. Verder is het goed om ook in het alledaagse leven meer bewust te blijven van jezelf, in alle situaties. Dan zie je tenminste in een grotere ruimte wat er gebeurt. Dan kun je ook gemakkelijker allerlei spanninggevende dingen loslaten en je eigen weg gaan. Als je je op dit bewustzijn toelegt, wordt dit inzichtsmeditatie genoemd. Tegenwoordig is een aangepaste westerse vorm bekend onder mindfulness. Daarin wordt een voortdurende alertheid beoefend gedurende de gehele dag. Als speciale meditatie in zittende houding gaat het als volgt:

‘Ga door met de aandacht voor het ademproces in de onderbuik, maar blijf nu ook een open aandacht houden voor de ruimere sfeer waarin dit proces zich afspeelt. Merk direct op als iets deze open aandacht verstoort, ... laat dit los, ontspan je en keer terug tot de open uitgangspositie.’ (Uit: Mediteren leren, p 30)


Eenheid met God

Deze meditaties met de nadruk respectievelijk op ontspanning en inzicht kunnen zich verdiepen. De meditatie op een beeld van Krishna, Kâlî, Shiva, Ganesha of andere goddelijke figuur laat de essentie van dat beeld in je eigen sfeer werkelijkheid worden. Door zo te mediteren kom je letterlijk in die goddelijke sfeer te leven en val je meer en meer samen met die god. Het is een mystieke beweging naar eenheid met God. In de Yoga-sûtra's van Patañjali leidt de meditatie tot een één-zijn (samâdhi), waarin de geestelijke processen volledig stilliggen. Dan is er geen waarnemen en denken meer. In de Advaita Vedânta ligt de nadruk op het inzicht in het één-zijn van de grondslag van jezelf en van die van de wereld. Het gaat dan om een wakker-zijn, dat is een realisatie van dat hoogste één-zijn, terwijl de wereld en de persoon zonder problemen aanwezig kunnen blijven. De meditatie is een bewust gericht blijven op deze grondslag en je daarin laten zakken; zie de beschrijving van Spontane Meditatie eerder in dit artikel.


Vertrouwd raken

Zo heeft iedereen dus de mogelijkheid om zich bewust te leren ontspannen, om meer inzicht te krijgen in je situatie van spanning-ontspanning en in je oorspronkelijke aard en om daarin te blijven. Daarvoor is het meestal nodig regelmatig te mediteren, maar ook een paar keer per dag naar die bewuste ontspanning terugkeren zou al veel problemen verhelpen. Vooral voor jongeren zou een vertrouwdheid met die bewuste ontspanning de moeite waard zijn, omdat zij nog een heel leven voor de boeg hebben. In een project van het Advaita Centrum leren veel jongeren dit met behulp van kleine oefeningetjes (pitstops).

De terugkeer naar de diepte van jezelf betekent ontspanning en vrede. Zij betekent ook onafhankelijkheid van de omstandigheden. Je laat je dan niet meer meeslepen door allerlei krachten die in en buiten je werkzaam zijn. Zo ga je ook niet meer mee met ideeën dat jij niet meer bent dan de werking van je hersenen; zie bijvoorbeeld ‘Mysticus denkt als een konijn’ (Volkskrant 7 januari 2008). Je bent meer dan wat de neurobiologische wetenschap kan zeggen, omdat je meer bent dan je hersenen. Je bent jezelf en als zelf-zijn ben je geen object van de wetenschap of van wie dan ook. Dat kan het mediteren je ook leren.

donderdag 29 oktober 2020

Kwetsbaar zijn is de nieuwe nep (Niels Zwakhals)


Onzekerheid is veel meer 

aanvaard 

dan ervoor uitkomen dat

niets en niemand

je geen hol interesseert. 


Kwetsbaar zijn is de nieuwe nep.

Je zoveelste hengel 

om geaccepteerd te worden.


Iemand wegsturen

omdat hij je verveelt

of omdat zijn kop je niet meer aanstaat,

is een zegen.


Een mens tolereert te veel. 

Ben jij een mens?

Wel? 


Een god als ik 

laat de jankerds en de poeslieven 

niet toe. 

Zij mogen in de tuin schijten. 


Ook mijn hoop ligt er nog.

Ook ik zocht mijn liefde bij hen

die me toch niks deden. 

Ook ik deed alsof. 


Het vraagt ballen

jezelf tot nul te verklaren. 

De angst voorbij. 

De schaamte voorbij. 

De zin voorbij. 


Niet meer voor de ander leven. 

Niet meer voor jezelf leven. 

Niet meer wíllen leven,

maar bestaan,

vrij en wreed. 


Het zal je niets brengen,

maar hey

dat boeide je toch 

al nooit. 


- ♥️ Niels Zwakhals

Ajax en verlichting (Victor)


Dat sommigen 'verlichten' voor Ajax zijn is voor mij een bewijs dat ze niet verlicht zijn. 

Victor

 



Bijschrift toevoegen



woensdag 28 oktober 2020

Jed McKenna, auteur van ‘Spirituele verlichting? Vergeet het maar!’


 Uit Koorddanser


Jed McKenna: ‘Het ware zelf is geen-zelf, en dat valt gewoon niet uit te leggen’

Door Redactie / op 9 december 2009

Interview met Jed McKenna, auteur van ‘Spirituele verlichting? Vergeet het maar!’


Bij de uitgever van de trilogie van Jed McKenna, die onder pseudoniem drie nogal opruiende spirituele boeken schreef, blijkt nogal wat ongepubliceerd materiaal te liggen. Onder andere een interview met deze auteur kort na het verschijnen van zijn eerste boek.


Jed McKenna bestaat niet. Althans niet bij de burgerlijke stand in de VS. Het is een pseudoniem van iemand die de waarheid heeft gerealiseerd, geen zelf meer heeft en vanuit permanent non-duaal bewustzijn leeft. Daarover schreef hij als ‘niemand’ onder deze schuilnaam drie stevige boeken. Op internet gonst het van de speculaties over wie McKenna is. Maar dat doet eigenlijk niet ter zake, sterker nog, het is volkomen irrelevant, al zullen sommigen het daar niet mee eens zijn. Maar dat is hún gehechtheid aan de droomstaat, de begoocheling van Maya, zou Jed waarschijnlijk zeggen.


De kern van Jed’s betoog luidt: de waarheid is dat verlichting niet ergens ver weg of onbereikbaar is. Ze is dichterbij dan je eigen huid en directer dan je volgende ademhaling. Als we ons afvragen waarom maar zo weinig mensen dat wat nooit verloren kan gaan kunnen vinden, hoeven we alleen maar te denken aan het kind dat een munt had laten vallen in het donker, maar dat ging zoeken onder een lamp omdat ‘het licht daar beter is.’


Wat is verlichting?


‘Geen-zelf. Permanent non-dualistisch bewustzijn. Ik kan je niet vertellen wat dat is, dat kan niemand. Het is geen ding, geen concept, geen plek. Aan iemand die nooit vuur heeft gezien, kun je niet uitleggen wat vuur is; geen enkele beschrijving kan recht doen aan een rechtstreekse ervaring ervan. Ik gebruik termen als ‘permanent non-dualistisch bewustzijn’, ‘geen-zelf’ en het ‘realiseren van de waarheid’ niet omdat ze de juiste betekenis weergeven, maar omdat ze nog het minst misleidend lijken te zijn.’


De meeste mensen geven een heel andere definitie van verlichting. Hoe kan er zo’n groot verschil zijn?


‘Verlichting is absoluut. Er zijn geen variaties of gradaties in. Verlichting biedt geen ruimte voor interpretatie. Maar het belangrijkste is dat je het zelf kunt verifiëren en dat je er volledig met je hersens bij kunt. Iedereen die het wil begrijpen kan het begrijpen. Je hebt geen commentators of bemiddelaars nodig. Het is er gewoon, open en bloot, voor iedereen die de moeite neemt te kijken. Niemand hoeft zich op mij te verlaten of op iemand anders. Verlicht worden mag dan wel een zware dobber lijken, de theorie ervan is kinderspel. Het eerste hoofdstuk van mijn eerste boek heeft als titel ‘Het eenvoudigste wat er bestaat.’ Dat is een exacte formulering. Verlichting is een toestand die niet verder gesimplificeerd of verder gereduceerd kan worden.’


Dat brengt ons bij de vraag wie er dan verlicht is. Wie schrijft het boek? Wie is er leraar? De manifestatie van het zelf laat zich moeilijk rijmen met de aanspraak geen zelf te hebben.


‘En toch is het zo. Het ware zelf is geen-zelf, en dat valt gewoon niet uit te leggen. Ik kan het niet zeggen op een manier dat het te snappen is. Ik ben me ervan bewust dat het lijkt alsof er een tegenstrijdigheid is, maar voor mijzelf gaat dat niet op. Het is zoiets als de poortloze poort. Het is maar vanuit welke richting je daarnaar kijkt. Het enige wat ik kan zeggen is, ga zelf maar kijken.’


Dat klinkt als een kwestie van geloof, niet als een kwestie van logica.


‘Het is gewoon een rekensom. Dat non-dualiteit de hoogste waarheid is, het feit dat alles één is, kan iedereen voor zichzelf nagaan. Iedereen met een beetje verstand kan daar op eigen houtje achter komen. Van daar is het maar een kleine stap naar geen-zelf. Als je eenmaal zelf hebt vastgesteld dat non-dualiteit de hoogste waarheid is, zullen talloze verzinselen, zoals het idee van een afgescheiden zelf, niet lang meer overeind blijven.’


Je zegt ’iedereen met een beetje verstand.’ Hoe intelligent moet je zijn om achter die waarheid te komen?


‘Niet erg, zoals mijn eigen succes bewijst. Het komt allemaal neer op intentie. Als je intentie in orde is, komt de rest vanzelf. Als het daaraan schort, zal ook een grote intelligentie je niet helpen.’


Dan is logisch nadenken dus het gereedschap van de geest, en verlangen dat van het hart?


‘Zeker. Correct. Logisch nadenken – de geest – is het zwaard, en intentie – het hart – is de wil om het te gebruiken.’


Waarom doe jij geen signeersessies of radio-interviews en zo?


‘Hier zou ik een heleboel verschillende antwoorden op kunnen geven. Ik zou kunnen zeggen dat de aard van dit boek zich niet leent voor dat soort publiciteit, wat waar is. Ik zou kunnen zeggen dat ik niet bereid ben mij aan een dergelijke persoonlijke publiciteit bloot te stellen, wat ook waar is. Maar wat hier eigenlijk achter zit is dat het succes van dit boek afhangt van andere factoren dan van marketing en PR. Mijn taak was het om het boek deskundig te schrijven. De taak van de uitgever is om het deskundig uit te geven en op de markt te brengen. Hoe het boek het daar verder zal gaan doen, is niet ons probleem.’


Maakt het je wat uit of het succes heeft of niet?


‘Ik zou het nogal grappig vinden als het succes zou hebben. Als het mislukt, zal ik opgelucht zijn. Ik voelde een sterke behoefte om bepaalde dingen te zeggen. Dat heb ik gedaan, en nu is die behoefte weg. Dat is in feite alles.’


Mensen willen weten wat je achtergrond is, hoe het zit met je relaties, je financiën, met alles. Heb je vrienden bijvoorbeeld? Ga je, behalve met leerlingen, ook nog met andere mensen om?


‘Deze hele kwestie heeft echt niets met mij persoonlijk te maken en de aandacht naar mij verleggen werkt alleen maar contraproductief. Een geest die naar buiten is gericht, is niet gericht op zo’n serieuze zaak als wakker worden. Mensen voor wie het geen ernst is, zijn altijd op zoek naar iets waar ze zich aan kunnen vastklampen, iets buiten henzelf om zich op te richten. Het enige wat ze in werkelijkheid willen, is naar buiten gericht blijven. Er zijn meer dan genoeg mensen en organisaties die hierin voorzien.’


Die nieuwsgierigheid naar jou is gemakkelijk te begrijpen.


‘De dynamiek van vraag en aanbod is waar heel de spirituele supermarkt op draait, maar iedereen die werkelijk vooruit wil, moet al die nonsens van wederzijdse afhankelijkheid en massabegoocheling achter zich laten. Dit is geen populariteitswedstrijd of een democratisch proces. Alle grote godsdiensten hebben miljoenen en miljoenen intelligente, toegewijde volgelingen, maar als je er objectief naar kijkt, dan zijn het niet meer dan kinderachtige sprookjesverhalen die geen serieuze beschouwing waard zijn. Als je dat niet kunt inzien, als je niet zover kunt komen, als je niet los kunt komen van die ranzige consumentenmentaliteit, dan zou je daar eens je licht over moeten laten schijnen, en niet over een of andere vent die een boek heeft geschreven.


Voor iemands zoektocht ben ik niet relevant. Ik ben alleen maar een vinger die naar de maan wijst. Van die vinger valt niets te leren. Iedereen wil niets liever dan afleiding zoeken van het echte werk, namelijk wakker worden, maar meer dan dat is het niet, een afleiding. Ik ben geen publiek figuur en ik voel er niets voor om mee te doen aan de afleidingsmanoeuvres van anderen.’


Hoe moet het dan met mensen die jou als leraar zouden willen?


‘Op zoek gaan naar een leraar doet het ego alleen maar om uitstel te krijgen; uitstel van executie. Jezelf overgeven aan een leraar, een lering of een geliefde goeroe of wat dan ook, betekent in slaap blijven, niet wakker worden. De eerste regel in deze onderneming luidt dat je er helemaal alleen voor staat. Ego klampt zich vast aan een leraar als een drenkeling aan wrakhout. De leraar is geliefd zoals het wrakhout geliefd is. De lering is heilig zoals het wrakhout heilig is. Het wrakhout is de redder, het redt ons van de koude, zwarte diepten waarin we dreigen weg te zinken.’


Maar hoe zit het dan met leerlingen die onder jouw begeleiding verlicht zijn geworden?


‘Ik was er voor hen. Een vroedvrouw kan niet de eer opeisen voor de geboorte van een kind. Een wegwijzer kan niet de eer opeisen voor een succesvolle tocht.’


In plaats van mensen bij hun zoektocht naar verlichting te helpen, lijk jij hen soms aan te moedigen ermee te stoppen.


‘Absoluut. Wat verlichting werkelijk is, is zo ver verwijderd van wat veel zoekers zoeken, dat het niet meer dan menselijk is te proberen hen er vanaf te houden. De overgrote meerderheid van wie dit leest is hier het beste mee gediend. Maar een heel klein percentage valt onder wat ik beschouw als serieuze mensen, mensen die inderdaad in de buurt komen van een zoektocht naar verlichting. Wat de rest betreft, zoeken zonder te vinden is een ding op zich – een levensdoel op zichzelf – en dat is wat de meeste mensen in werkelijkheid doen. Voor hen vervult het zoeken een heel reële behoefte, en dat is waar het om gaat: om het zoeken, niet om het te vinden.’


Je hebt zelfs gezegd dat verlichting eigenlijk een beetje raar is.


‘Ja, het hele gedoe is nogal belachelijk. Alles is belachelijk. Wat is niet belachelijk? De Eerste Edele Waarheid is niet: ‘Het leven is lijden,’ maar: ‘Het leven is belachelijk.’ De belachelijkste mensen zijn zij die het leven het meeste serieus nemen, en niemand neemt het meer serieus dan iemand die wil ontwaken.’


Gewoonlijk wordt verlichting beschouwd als de grootste prestatie die er is, maar soms doet jij het voorkomen alsof het bijna zinloos is.


‘Nou, ik wil niet de indruk geven dat het bijna zinloos is. Het is volslagen zinloos. Ontwaken tot je ware aard is zoiets als sterven; het is iets wat zeker is, onvermijdelijk. Je zult het altijd bereiken, wat je ook doet, dus waarom zou je je haasten? Geniet van je leven, het is gratis. Kosmisch Bewustzijn, Veranderde Bewustzijnstoestanden, Universele Geest, zo heten de tochtjes die je kunt maken in dit uitgestrekte en fascinerende dualistische pretpark. Net als Armoede, Ziekte en Wanhoop. Verlichting daarentegen is iets heel anders dan zo’n tochtje. Verlichting betekent dat je het hele park verlaat, maar waarom zou je? In het park kun je een heilige zijn of een yogi, een multimiljonair, een wereldleider of een krijgsheer. Goed zijn of slecht zijn. Geluk, ellende, gelukzaligheid, ondraaglijke pijn, glorie, nederlagen, het is er allemaal. Waarom zo’n vaart erachter zetten? Als het tijd is om het park te verlaten, zul je dat weten en dan ga je, maar er valt zeker niets bij te winnen. Zoals in je boek staat: “Bijna altijd is de verlichting die verhandeld wordt helemaal niet de realisatie van de waarheid, maar een bewustzijnstoestand die zo krankjorum fantastisch is, dat je wel een idioot moet zijn om die niet te willen. Zo bedrieglijk fantastisch eigenlijk, dat de schittering ervan talloze miljoenen zoekers heeft verblind voor het feit dat ze niet bestaat.” ’


Jij beschrijft een verlichtingsproces dat over het algemeen twee jaar duurt, plus nog eens tien jaar om het te integreren. Geen plotselinge ervaring waar veel leraren het over hebben.


‘Naar mijn idee hebben zij het soort ervaring gehad waar Richard Bucke over schrijft in zijn boek Cosmic Consciousness: een of ander mystiek inzicht in het hart van de schepping, of iets net zo transcendent en transformerend. Geweldige ervaring. Ik heb zelf ook mystieke ervaringen gehad die zo wonderbaarlijk waren dat ik ze met geen pen kan beschrijven. Maar het idee dat iemand zomaar in een flits tot geen-zelf kan ontwaken is gewoon absurd. Dergelijke mensen hebben het weliswaar over iets moois, maar het is niet het realiseren van de waarheid. Het is geen permanent, non-dualistisch bewustzijn.’


Je mediteert niet, je hebt nooit koans gebruikt, nooit een mantra gehad, nooit een goeroe of leraar gehad.


‘Ik heb ontwaken nooit gezien als een spirituele doelstelling, ik wilde alleen maar doordringen tot de waarheid. Als ik erop terugkijk, dan zie ik wel dat er een moment moet zijn geweest waarop ik het woord oneindigheid als een soort koan heb gebruikt, als de westerse versie van mu. Oneindigheid is prachtig, ze vernietigt alles waar ze mee in aanraking komt. Oneindigheid vernietigt alle concepten, alle overtuigingen, elk gevoel van een zelf te hebben. Geen leraar, lering, boek of oefening is zo effectief als simpelweg je langzaam te laten verslinden door de gedachte aan de oneindigheid.’


Zelfs meer dan spirituele autolyse oftewel spirituele zelfanalyse: jezelf al schrijvend tot op het bot ontleden, totdat je op de onontkoombare waarheid stuit?


‘Spirituele autolyse leidt steevast naar de oneindigheid. Ik bedoel, waar anders naar toe?’


Uit: Notities van Jed McKenna, Samsara voorjaar 2010.


Zelf lezen: Jed McKenna, ‘Spirituele verlichting? Vergeet het maar!’; ‘Spiritueel incorrecte verlichting’; ‘Spirituele oorlogvoering’, uitgeverij Samsara.


 


Mdeer op deze site over Jed:


https://kd.nl/2012/05/29/niemand-is-jed/


 




zaterdag 24 oktober 2020

Onwetendheid is geen staat van zijn (Wouter van Oord)


 Onwetendheid is geen staat van zijn. Onwetendheid kan niet worden begrepen.

Als de illusie van weten wegvalt, valt er niets. Toch is het in zekere zin duidelijk dat er nooit iets gebeurt en nooit is gebeurd.

De vanzelfsprekendheid hiervan is geen helderheid van geest. Het is gewoon duidelijkheid voor niemand. De verschuiving in perceptie heeft geen oorzaak. Het is a-causaal. Het is wat er schijnbaar gebeurt.

Zowel echt als onwerkelijk, voor niemand.

Alles is nog steeds hetzelfde en tegelijkertijd totaal anders, zonder dat er enig verschil is.

Onwetend merkt niets op. Het ziet geen dingen. Het weet niets. Het is niet-iets.

Toch is het helder als puur licht. 

Geen-punt perspectief .....


 Wouter van Oord.

woensdag 21 oktober 2020

Het lied van de vrijheid (Wouter van Oord)


 

Het lied van de vrijheid.


Er is absoluut niets te begrijpen. Wat verschijnt is wat er moeiteloos is. Meer niet. Wat je bent en niet bent is niet verschillend van wat lijkt te  verschijnen. Er is geen afstand  tussen de ogen en het schijnbare uitzicht. Ooglidfilms zijn wat geen vertaling behoeft. Noem het hoe je wil. Universum of cosmos.  Geen naam past als een fluwelen handschoen of als het schoentje van Assepoester. Geen water dus ook  geen maan! De hand die vindt en doet zijn gewoon het soepele leven dat stroomt als de liefde om te zijn. Het lotus paradijs, niet op aarde, noch in de hemel, maar op het puntje van de tong, smakend naar de nectar van onsterfelijkheid. 

Deze wonderlijke tijdloze levensdroom die van niemand is en simultaan alles is wat het hart begeert is de alchemische bruiloft die wordt gezocht!  Het vrije huwelijk van hemel en hel. Het hert en de waterstromen dansend op de toverfluit van Mozart.  Shiva shakti  in zijn roze Cadillac Eldorado met 150 mijl per uur flitsend als een bliksemschicht aan de hemelsnelweg.

God op LSD! 

De blanke, de neger, de eskimo, de Chinees en de Papua in één cocktail vervloeid en nooit ergens buitenstaand. Tolle's droom van een nieuwe aarde is gekkigheid vergeleken bij de droom van afgescheidenheid. Beide zijn een droom in de plakboeken van 'Ik ben'.  Een sprookje van een buitenstaander op weg naar nergens die de klok hoort luiden in het  tijdloze onmiddellijke. Nulliteit van het brein. Wat niets minder is dan onverdund niet-iets.  Net als de buurvrouw en je meest favoriete lievelings dier. Allemaal gewoon gratis en voor niets present in het poppenspel dat het alledaagse is. De verassing die onkenbaar onbeduidend de realiteit schildert in duizend kleuren en geuren.

De natuurlijke realiteit die zichzelf niet zoekt en zonder begin en einde dobbert als de eendjes op een meer de avondzon. 


Wouter van Oord

Op het scherp van de snede Julie Thayer over U.G. Krishnamurti

 


InZicht nummer 1 2020


Julie Thayer (NY), echtgenote, moeder, schrijfster en fotografe, ontmoette U.G. Krishnamurti in 1989. Ze bleef 18 jaar bij hem en filmde, fotografeerde en schreef over hem tot zijn dood in 2007. Ze woont tegenwoordig op een boerderij in Princeton, NJ.


U.G.’s aanwezigheid in mijn leven was twintig jaar lang van levensbelang, glorieus, pijnlijk ... Ik leefde altijd, zoals hij het uitdrukte, “op het scherp van de snede”, zonder enige ruimte om fouten te maken. Hij zei altijd: “Als je één ding wilt, zul je het krijgen, als je twee dingen wilt, tien dingen, vergeet het dan maar. Zolang je het gevoel hebt dat je iets verplicht bent aan anderen, en aan ‘dingen’, ben je kansloos.”


Op het scherp van de snede

Julie Thayer

Schrijven of praten over U.G. is altijd een behoorlijke uitdaging. Je voelt je in zekere zin onbekwaam, maar aan de vooravond van de publicatie van deze nieuwe uitgave* merk ik dat ik me toch geroepen voel om na te denken over het leven van deze man en de invloed die hij op dat van mij heeft gehad. U.G.’s aanwezigheid in mijn leven was twintig jaar lang van levensbelang, glorieus, pijnlijk ... Ik leefde altijd, zoals hij het uitdrukte, “op het scherp van de snede”, zonder enige ruimte om fouten te maken. Hij zei altijd: “Als je één ding wilt, zul je het krijgen, als je twee dingen wilt, tien dingen, vergeet het dan maar. Zolang je het gevoel hebt dat je iets verplicht bent aan anderen, en aan ‘dingen’, ben je kansloos.” Als alles wat de mensheid gedacht, gevoeld en ervaren heeft in 1967 uit zijn systeem werd weggevaagd toen hem zijn ‘ramp’ overkwam, hoe zou ik dan in godsnaam kunnen denken dat ik zou kunnen ontsnappen aan culturele druk en verwachtingen, en onafhankelijk te werk zou kunnen gaan?


ETEN, DRINKEN, SLAPEN 

Iemand vertelde me kortgeleden dat U.G. ‘er’ niet was, dat er geen U.G. was, alsof zijn ogenschijnlijke aanwezigheid een illusie was, dat er geen U.G. was die teleurgesteld of verheugd zou kunnen zijn. Mijn ervaring van hem was heel anders. In mijn ogen was hij uiterst gevoelig en ontvankelijk, voelde hij alles, meer dan we ons kunnen voorstellen. Het verschil is dat niets aan hem bleef plakken; hij hield zich nergens aan vast en kon dat ook niet. Voor hem was ieder moment een wedergeboorte, een frisse start, geen overblijfsel. Aan ons blijven dingen plakken, compleet, dwangmatig – en misschien waren het die nazeurende sentimenten wel die zulke heftige reacties bij hem uitlokten. We kunnen het eindeloos hebben over de manier waarop U.G. functioneerde, maar niemand weet het zeker omdat onze ervaring van hem alleen maar subjectief en achteraf gezien kan zijn. Zijn oude huisbaas in Gstaad, Zwitserland, wijlen meneer Grossmann, zei op een avond in 1977 tegen me: “Mensen snappen of waarderen U.G. niet, ze komen met een vork in hun hand naar hem toe om soep te eten.” Toch blijven me een paar dingen bij. Toen U.G. in de auto zat aan de rand van Fairway Market in New York, met uitzicht op de Hudsonrivier, vroeg iemand hem: “Wat moeten we doen?” Zijn antwoord, simpel gesteld, was “Essen, trinken und schlafen.” Eten, drinken en slapen. “Niets anders?” Niets anders. Dat was zijn boodschap ... een van zijn boodschappen in ieder geval. Een systeem dat efficiënt functioneert heeft geen behoefte aan, niet eens ruimte voor, iets anders. Op mijn eerste reis met hem naar Bangalore in 1990, vroeg iemand iets over de ‘weg’ die we moeten gaan. Zijn antwoord: “Totale overgave ... niet aan iemand, maar aan alles wat er gebeurt.” De helderheid van zijn antwoorden blijft je verbazen, blijft natrillen, laat je denken uit elkaar klappen.


RADICALE EENVOUD 

U.G. bracht in praktijk wat hij predikte, leefde in een soort radicale eenvoud en omzeilde daarmee iedere normale gang van zaken. Hij hield ons een uitgebeende benadering van het leven voor zonder ergens doekjes om te winden, een glimp van een werkelijkheid die weinig mensen zien, maar die voor iedereen beschikbaar is, de basis van het menselijk bestaan. Het is leven zoals de natuur het bedoeld heeft door het lichaam en de intelligentie die er eigen aan is te respecteren, zich te voegen naar de ‘orde’ ervan en niet naar de denkbeeldige ‘orde’ van het denken (de ‘Kraker’ die zich voor ‘ons’ uitgeeft), zonder te streven naar concepten over ‘hoe we zouden moeten leven’, bevrijding of verlichting. Het is wensen en behoeften op hetzelfde vlak koesteren, geen advies aannemen van heilige mensen.


Hij deed nooit enige concessie aan de integriteit van zijn eigen woorden

staan van de culturele normen en waarden van het gezin en de samenleving. Dat allemaal met rust laten door er geen conflict mee aan te gaan, maar slechts de druk die ze uitoefenen te negeren. “Als je bevrijd bent van de last van het volledige verleden van de mensheid, blijft er alleen nog moed over.” U.G. kon niet door wie of wat dan ook aangestuurd worden, maar hij was wel altijd ‘in de weer’ voor anderen, onder zijn voorwaarden ... door te doen wat het leven hem ingaf, verstoken van schuldgevoelens en dwangmatigheden. Niets kon fout vallen bij hem; zo functioneerde hij niet. Ik vertelde hem eens dat ik “van hem hield”, en hij antwoordde: “Ik zou nooit zeggen dat ik van je houd, maar ik zou wel alles voor je doen wat ik kon.” Maar in een goedkope discountzaak (zijn favoriete soort winkel) aan de Upper West Side van New York wees hij naar een poster aan de muur waarop stond ‘Love is the only way’. “Laat dat maar aan je zusje zien.” zei hij toen tegen onze wederzijdse vriend Guha, en daarmee bedoelde hij mij. “Aantrekkingskracht zet het in gang,” zei hij vaak. “Ik doe de eerste bewering teniet met de tweede, en doe de tweede bewering teniet met de derde!” Dat was U.G. Toen we langs een bouwplaats in de straten van Melbourne, Australië, liepen, zei hij tegen me: “Die drilboor is de Stilte.” Hij ging daarop door en zei dat geluid het denken zomaar een paar seconden tot stilstand kan brengen, of hij wees naar de trein die langs zijn huis in Gstaad raasde en zei: “Dat is je leraar.” “Anarchie is iets wat je bent, niet wat je doet!”


ONGELOOFLIJK KRACHTIG

Zijn boodschap en aanwezigheid waren ontwapenend eenvoudig en ongelooflijk krachtig. Er schuilde enorm veel kracht in dat broze menselijke lichaam en hij was in hoge mate praktisch in zijn dagelijks leven. De heilige boeken van India beschrijven een brahmajnani als U.G. als een “monster, waanzinnige en een kind”. Ieder moment was hij al die dingen, kinderlijk en ongelooflijk lastig, een filosoof van de hoogste orde, uniek, briljant, onvoorspelbaar, maar ontwapenend op een voorspelbare manier, krachtig en scherpzinnig.


Iemand zei ooit tegen me: “Het is niet te geloven dat iemand zoals jij het onderscheidingsvermogen heeft gehad om voor U.G. te vallen.” Dat was gewoon mijn grote geluk, een speling van het lot. Onderscheidingsvermogen, als dat is wat het is, is het streven om alleen te staan (en je ervan bewust te zijn dat niets anders dat je in je leven hebt gedaan een herkenbaar blijvend effect heeft gehad, dat niets heeft geholpen) ... want dat is wat U.G. deed en wat hij in mijn ogen vertegenwoordigde. Hij had van niemand bevestiging nodig, noch goedkeuring. Hij leefde gewoon zoals hij leefde, zoals het hem goeddunkte. Hij reisde alleen (tot het leven hem inhaalde) en overal waar hij zich op de planeet bevond, droeg hij zijn eigen vijf kilo zware koffer met al zijn aardse bezittingen erin en kookte hij iedere morgen zijn havermout, vaak met behulp van de piepkleine draagbare keuken die hij jarenlang met zich meesleepte. Zijn deur stond altijd open voor iedereen die langskwam om met hem te praten, niemand regelde ooit de dingen voor hem of stond de toegang van anderen tot hem in de weg – dat was nadrukkelijk ‘verboden’. Een paar jaar geleden vroeg ik hem of hij me wilde leren om mijn spullen net zo in te pakken als hij dat deed. “Ik kan je makkelijker leren wat verlichting is,” zei hij, en hij voegde eraan toe: “En verlichting bestaat niet eens!” Toen hij niet langer voor zichzelf kon zorgen, zich niet meer kon verplaatsen zoals hij wilde, weigerde hij om zich afhankelijk te maken van medische interventie of iemands hulp, gaf hij zichzelf alle ruimte om te overlijden. Tot hij zijn laatste adem uitblies, deed hij nooit enige concessie aan de integriteit van zijn eigen woorden.


INVLOED 

U.G.’s aanwezigheid en zijn woorden hebben ontelbare mensen uit de hele wereld beïnvloed. Hij raakte een snaar die twijfelloos nooit eerder geraakt werd. Nu, na zijn dood, zien en horen we hoe dat effect zich exponentieel uitbreidt, dankzij het internet en steeds meer boeken en vertalingen. Misschien is zijn invloed zelfs nog groter voor hen die hem nooit persoonlijk ontmoet hebben, ook al geloof ik dat ieder van ons die met of bij hem leefde, met hem meereisde, zijn of haar leven liet samenvloeien met dat van hem, ongelooflijk veel geluk heeft gehad. Als zijn invloed mensen zou kunnen helpen om op eigen benen te staan zonder verleid te worden tot snelle genezing en beloften door religieuze figuren en goeroes van iets wat gewoon niet bestaat (verlichting, verlossing, blijvend geluk) en daarmee de mensheid weg te slepen uit de wereld van de keizer met zijn nieuwe kleren, hoe geweldig zou dat zijn! “Ik weet niet wat geluk is, daarom kan ik nooit ongelukkig zijn!” Hij kon in geen enkele religieuze context geplaatst worden – dat lukte gewoon niet. U.G. haalde vaak een van zijn favoriete Sanskrietregels uit de Upanishads aan als mensen hem naar ‘die staat van zijn’ vroegen: ... “na pravachanena na medhaya, na bahunasrutena na karmanye, na prajaya na dhanena, tyagenaike amrutatwa manasaha.” Niet door middel van heilige boeken, niet door middel van het intellect, niet door middel van herhaaldelijk luisteren, niet door middel van welke inspanning dan ook (karma-yoga), niet door middel van erfelijke aanleg en niet door middel van geld ... alleen door middel van volledige zelfverloochening kun je de eeuwige staat van zijn bereiken.


OP JEZELF STAAN 

U.G. zei dat je alles wat je aan het doen bent moet ‘opgeven’ om te krijgen wat je probeert te krijgen. “Maar,” zei hij dan, “er valt niets te krijgen!” Tegenwoordig voel ik U.G.’s aanwezigheid steeds meer en zweeft zijn gezicht voor mijn ogen, weerklinken zijn woorden in mijn geest ... “Je kunt het niet wel of niet eens zijn met iets wat ik zeg. Je neemt het aan of niet.” Ik denk over hem na en besef nu hoezeer hij gelijk had in hoe hij tegen de dingen aankeek en hoe weinig ik ervan begreep toen ik bij hem was. Mijn kinderlijke en burgerlijke denken haalde me steeds weer bij hem weg – en steeds weer verwelkomde hij me terug en bood hij me zijn wijsheid en bescherming en een nieuwe start. Hij wilde niets van ons, maar gaf ons wel de enige aanwijzingen die ons konden helpen, ook al waren ze nog zo moeilijk om toe te passen. U.G. was degene die achttien jaar door dik en dun achter me stond, bijna een derde van mijn volwassen leven, die me opblies om me te helpen, die nooit compromissen sloot, dingen nooit makkelijker maakte omdat hij wist dat het de dingen niet zou veranderen als hij zou toegeven aan onwetendheid, neurose, domheid. Als ik me soms een beetje wanhopig voel over zijn afwezigheid, kan ik zijn stem weer horen: “Zo wanhopig ben je nou ook weer niet, dame!” Hij zei altijd dat hoop geput kan worden uit hopeloosheid. Om een gebroken hart te helen moet je het nog meer breken. Als je werkelijk begint te beseffen dat er geen uitweg is, ga je misschien eindelijk eens op jezelf staan. Alleen iemand die werkelijk onafhankelijk is van welke autoriteit of welk idee dan ook beschikt over zoveel moed. Dat was U.G. 


*Bron: De inleiding tot de vertaling van een van U.G.’s boeken in het Bengaals, uitgegeven in Bangladesh. Vertaling: Han van den Boogaard


U.G. Krishnamurti

2

Niet-weten

Je moet gered worden van het hele idee dat je gered moet worden. Je moet gered worden van de zaligmakers, verlost worden van de verlossers. Als het gaat gebeuren, dan moet het nu gebeuren. Mijn woorden kunnen niet doordringen tot jouw krankzinnigheid. Het is de waanzin van de spirituele zoektocht waardoor mijn woorden je niet kunnen beroeren en bereiken. De lijn tussen de krankzinnige en de mysticus is zeer, zeer dun. De krankzinnige wordt beschouwd als een klinisch geval, terwijl de ander, de mysticus, net zo pathologisch is.


Vergeet de rozenkransen, de geschriften en de heilige as op je voorhoofd. Als je zelf het belachelijke van je zoektocht inziet, wordt de hele cultuur binnen in je tot as gereduceerd. Dan ben je eruit gestapt. Traditie bestaat dan niet meer voor je. Geen spelletjes meer. Vedanta betekent het einde van kennis, dus waarom nog meer heilige boeken schrijven, meer scholen openen en meer leringen behouden? Het opbranden van al je verlangens is wat die as in je symboliseert. Als je niets weet, praat je veel. Als je wel iets weet, dan valt er niets te zeggen.


De staat van niet-weten die jij beschrijft, is gerelateerd aan een ander niveau van bewustzijn. Wat heeft dat met mij, een gewoon neurotisch mens, te maken?


Welke niveaus van bewustzijn? Er bestaan geen niveaus van bewustzijn. Het bewustzijn als je wakker bent, verschilt niet van het bewustzijn tijdens je slaap. Zelfs terwijl je hier zit, ben je aan het dromen. Er kunnen geen dromen bestaan zonder beelden. Als je in bed ligt, noem je het dromen. Als je rechtop zit, met je ogen open, dan noem je het anders. Dat is het enige verschil. Bij mij zijn deze beelden afwezig, of ik me nu in de ‘wakende’ of de ‘slapende’ staat bevind. Ik kan op geen enkel moment een beeld vormen. Het maakt bij mij niet uit of mijn ogen open of gesloten zijn. Het enige wat er is in dit geïndividualiseerde bewustzijn is de natuurlijke weerkaatsing van wat zich eraan voordoet. Ik ga niets benoemen. Het verlangen om te weten wat het is, is eenvoudigweg niet aanwezig. Ik kan op geen enkele wijze deze zogenaamde wakende staat kennen of ervaren. Ik kan op mechanische wijze de wakende staat uitleggen, maar dat betekent niet dat er iemand is die weet dat hij wakker is. Verklaringen hebben geen betekenis. Daarom blijf ik zeggen dat jouw natuurlijke staat er een van ‘niet-weten’is. t


Uit: De Denkbeeldige Geest, U.G. Krishnamurti, uitgeverij Samsara.


dinsdag 20 oktober 2020

Louis Brawley over U.G. Krishnamurti in zijn boek Goner




Louis Brawley


InZicht nummer 1 2020


Het was behoorlijk fantastisch om met zo’n kerel elke nacht de hele nacht, en nacht na nacht, door te brengen.

Louis Brawley ontmoette U.G. Krishnamurti in 2002 en begeleidde hem daarna tijdens zijn onophoudelijke reizen door India, Amerika en Europa. Toen U.G.’s gezondheid achteruitging en hij fysiek steeds zwakker werd, werd Louis zijn informele verzorger. Louis’ neerslag daarvan schijnt een genadeloze maar tedere schijnwerper op U.G.’s leven, beperkt door lichamelijke zwakte, maar groots in meedogenloze compassie en brute eerlijkheid. U.G. was een paradox. De volgende fragmenten komen uit Brawley’s boek Goner.


Het was fijn dat vrede en stilte neerdaalden zodra de deur dichtging en de spelletjes ophielden. Voor mij betekende dat in plaats van constant lastiggevallen worden, nu genegeerd worden. Als het doek viel waren we in de kleedkamer van de vergetelheid achter de coulissen, waar hij eigenlijk leefde. Ik denk niet dat hij anders was als hij alleen was. Eenvoudig gezegd: hij had activiteiten niet nodig. Die waren voor anderen. Zonder anderen was er geen weerklank. Eigenlijk was het behoorlijk fantastisch om met zo’n kerel elke nacht de hele nacht, en nacht na nacht, door te brengen.


PIJN

De eerste dagen was de pijn in zijn been zo intens dat toen ik hem naar de badkamer bracht om te plassen, hij bijna bewusteloos raakte. Hij zei alleen: “Er is pijn! Er is pijn!” Zijn hoofd begon te tollen en zijn ogen draaiden. Ik moest voorzichtig zijn: hij zei niets tot het te laat was. Hij sprak over zijn lichaam als een indicator van de relatie tussen wat hij was en zijn lichaam. Als ik vroeg “Doet dat pijn?”, zei hij altijd: “Zeg niet dat het pijn doet! Er is pijn daar!”, alsof de pijn iemand anders betrof. In U.G. was de respons tot het fenomeen louter functioneel. Hij pretendeerde nooit niet-menselijk te zijn: hij schepte vaak op dat hij een complete egoïst was en prees luid zijn eigen grootsheid, om duidelijk te maken dat hij geen gebrek aan ego had. Nadat ik gezien had hoe hij functioneerde, was al die opschepperij net een theater met een leeg podium. Het was niet zo dat er geen pijn was, maar de relatie tussen de pijn en de getuige was ergens ver weg en gaf de indruk van een werkelijke ‘no-body’.


KOFFIE

De eerste ochtend maakte hij koffie voor me. Eerst liet hij me alle ingrediënten brengen, instant koffie, suiker natuurlijk, een beetje room, en daarna maakte hij als een alchemist aan tafel de koffie klaar terwijl ik toekeek. Hij vergewiste zich ervan dat ik hem dronk voordat hij zijn ontbijt at. De koffie was sterk en bitterzoet. Later ging ik hem voor mezelf maken. Altijd wilde hij eerst weten of ik mijn koffie gedronken had voordat ik hem zijn havermout bracht. “Heb je al koffie gehad, meneer?” vroeg hij.


Hartje zomer telde ik eens 35 mensen die zich samengeperst hadden in de kleine ruimte. Het was er net een sauna. Toen hij in staat was zich op te trekken in een stoel trok ik me terug naar de andere kant van het appartement en terwijl hij zijn audiëntie hield, hield ik me bezig met schrijven en schilderen.


GELD

“Alleen dieven hebben eigendommen,” riep hij uit toen ze zijn testament aan het opmaken waren. Vervolgens schreeuwde hij naar de meisjes aan de andere kant van de kamer: “Hé, meisjes! Wat gaan jullie doen met het geld?” “We gaan er puja (ceremoniële offers, red.) mee doen, U.G.!” zei Shilpa snel. “Hé! Geen smerige puja doen!” Hij wilde dat niemand spirituele rituelen deed, ook niet voor geld. Als U.G. over zijn eigen geld sprak, raakte iedereen in de war. Er is een videoclip van hem in een casino in Las Vegas waarop hij met vrienden praat. “Wat is het geheim?” vraagt iemand hem. “Je hebt geen cent, geen bron van inkomsten, niets om geld mee te verdienen, niets om te overleven. Helemaal geen geld! Als de gedachte ‘Ik wilde dat ik geld had. Hoe kan ik overleven zonder geld?’ er ook niet is, is dat geen probleem. Zo iemand komt hier ook niet om te gokken.” Inderdaad observeerde U.G. in Las Vegas de dynamiek rondom geld en deed er zelf niet aan mee. Net zoals eerder met de aandelenmarkt vatte hij samen: “Als je wint, winnen zij en als je verliest winnen zij ook.” Net als in de handel in heiligheid, waarbij wat beloofd wordt nooit geleverd wordt, put de industrie in Las Vegas haar inkomen uit ‘de goedgelovigheid en lichtgelovigheid van de mensen’. Maar hoe kun je dat terrein waar hij over sprak binnentreden? Het woord ‘hoe’ zou uit de zin weggehaald moeten worden, zou hij zeggen. Ik heb nooit iemand ontmoet die U.G.’s totale gemak met geld bezat. Iedereen maakt zich er zorgen over, of ze nu tien dollar of tien miljoen hebben. Ondanks zijn voortdurende gepraat over geld ben ik ervan overtuigd na hem jaren geobserveerd te hebben dat hij zich echt geen zorgen maakte. Zijn praatjes over geld richtten zich op de zorg die in iedereen aanwezig is; het lichtte deze laatste barrière uit. Het schrok spirituele mensen af, ongetwijfeld omdat ze gevangen zaten in het web van de religieuze commercie en het zouden haten dat te moeten toegeven. Het is een vuurproef, en meer zichtbaar dan die andere vuurproef, seks. Je kon hem niet voor de gek houden door te pretenderen niet om geld te geven. Altijd wees hij erop dat de meeste zoekers in India ‘buitenbeentjes uit de samenleving waren die een makkelijk leven wilden’.


ZELFLOOSHEID

We moesten goed op zijn lichamelijke behoeften letten, want hij zelf deed dat niet. Als er mensen in de kamer waren, zei hij niet dat hij naar de wc moest. Hij ontkende het. Een paar keer gebeurde het dat toen iedereen de kamer verlaten had, het duidelijk werd dat hij al een tijdje had moeten gaan. Zijn zelfloosheid was compleet en toch gaf hij het nooit toe. “Denk je dat ik een lieve aardige Jezus ben? Ik ben geen aardige kerel!” Dat was een van zijn uitspraken, maar zijn gedrag was compleet het tegenovergestelde. Hij was er voor iedereen die hem kwam opzoeken, elke dag de hele dag. Dat was alles wat hij deed. Ondanks zijn ogenschijnlijke hebberigheid en hamsterneigingen zag hij erop toe dat op het moment dat je iets nodig had ervoor gezorgd werd. Hij gaf een vriend die dokter was ter plekke $70.000 toen deze financiële problemen had en kampte met zijn gezondheid. Hij toverde $10.000 tevoorschijn voor de zoon van een vriend zodat deze een piano kon kopen toen zijn grootvader daarvoor een miezerige $50 bijdroeg. Hij gaf mensen financieel advies dat hen redde van een faillissement of slechte business. Hij hield toezicht op de carrière van een vrouw die van stripper veranderde in een succesvolle onafhankelijke zakenvrouw. Op een keer stootte U.G. per ongeluk tegen iemands voet in Bangalore. Later zei de man: “De manier waarop hij naar me keek met echte bezorgdheid en verontschuldiging is iets wat ik nooit zal vergeten. Ik was het die in de weg stond en toch verontschuldigde hij zich zo oprecht.” U.G. praktiseerde elementaire manieren en normaal fatsoen buitengewoon, en toch aarzelde hij geen moment om iemand de brute waarheid in zijn gezicht te zeggen als ze het konden hebben. Hij voelde aan wie het wel en wie het niet kon hebben. Als iemand hém beledigde, lachte hij zich een ongeluk. Je kunt niet iemand beledigen die zich niet aangesproken voelt.


ANDERE DIMENSIE

Op een dag was hij in een bijzonder goede stemming. Het was alsof het hele universum door hem heen straalde terwijl hij in zijn koperkleurige zijden pyjama in zijn stoel zat en eruitzag als een dansende Shiva uit een van die Indiase tempels. Het was eigenaardig hoe hij steeds herhaalde: “Het is een bijzonder mooie dag!” Later in de middag wierp de zon haar stralen vanuit een scherpe hoek het souterrain in. Ongeveer een uur lang zat hij direct in het zonlicht. Het was moeilijk te zeggen waar het licht vandaan kwam: van hem of van de zon. Hij stond in brand van een vreugdevolle energie. De koperkleur van zijn zijde kleding schitterde en zijn bewegingen waren van een betoverend goud en geel, als een engel uit een andere dimensie. Iets in zijn verschijning gaf me kippenvel. Als gewijd barstte het oneindige leven door hem heen, met niets anders verbonden dan met zichzelf. Hij was een vlammende mannelijke/ vrouwelijke vorm die danste alsof de goden uit alle uithoeken van het collectieve spirituele bewustzijn waren samengekomen in één vorm. Opnieuw wervelde er een waterval van licht en nectar rondom hem heen. De elementen waren haast traceerbaar in de lucht die rond hem golfde, van oneindige ruimte naar oneindige ruimte – als een storm die losbarst op het rollende landschap van de eeuwigheid. Die middag werd iedereen overdonderd door een machtige vriendelijkheid die het denken als een watermeloen uiteenspleet en tijd en ruimte wegwaste in haar gouden kielzog.


Fragmenten uit: Goner, Louis Brawley, Non-duality Press, VK. Vertaling: Karin Visser




maandag 19 oktober 2020

Antwoorden .... (Victor)

 


Kan JE verder doorpakken? Interessante vraag. Nee, in directe zin kan dat niet. De gedachten proberen maar steeds zichzelf te begrijpen, en soms zichzelf op te heffen als zijnde iemand te zijn. Dat lukt niet. Denken kan het niet-weten niet bereiken. Vragen wekken vragen op. Maar er wordt niets beantwoord. Waarmee ik niet zeg dat er niets te doen is om gelukkiger te leven ...



Robert Smit en zijn confrontaties met U.G. Krishnamurti



Robert Smit

InZicht nummer 1 2020

Ik ben altijd nieuwsgierig van aard geweest. Geboeid door schoonheid, techniek, de oneindigheid van het heelal en vooral het denken. Altijd wilde ik dieper graven. Ik wilde weten hoe het zat. Zo belandde ik met een goede vriend bij mijn eerste leraar Saswitha (Jan Rijks). Vol bravoure stelden wij onze vragen, die echter nog te pril waren om serieus genomen te worden. En het naadje van de kous dat ik zocht, vond ik daar niet. Na een jaar ging ik naar de School voor Filosofie, een serieus en gedegen instituut gebaseerd op het gedachtegoed van Gurdjieff/Ouspensky en de advai- ta vedanta. Tijdens een van de lesavonden stelde ik een voor mij wezenlijke vraag, waarop de tutor mij duidelijk maakte: “Daar zijn wij nog niet aan toe.” Ongedurig concludeerde ik dat dit voor mij niet de weg was. Ik moest op zoek naar iemand die direct vanuit zijn eigen wijsheid en autoriteit kon spreken en antwoorden. Henk Schonewille, die ik op de school ontmoette, kende een heuse goeroe en het verlangen groeide om met hem naar deze U.G. Krishnamurti in Gstaad te gaan. Ik had in dat voorjaar van twee sloop-Volvo Amazo- nes één prachtige goedwerkende auto geknutseld. Met gereviseerde motor, simons-uitlaat en brede velgen zoefden we met 160 km per uur over de snelweg, richting de man die mijn goeroe werd! Nu na veertig jaar proef ik nog steeds de magie en stille opwinding van die eerste ontmoeting. Die eerste drie dagen in Gstaad werden bepalend voor mijn levenslange relatie met U.G. Vragen stellen, aanwezig zijn en ontdekken dat het hele bouwwerk van denken in die drie dagen tot op de fundamenten gesloopt kon worden. Mijn denkbeelden gingen failliet en elke heiligheid werd ontzenuwd. “De wereld is geen illusie, maar de gedachte dat er een ik is dat desondanks een standpunt denk
te moeten innemen, is dat wel.” Alles waar ik aan hechtte, smolt en verdampte uiteindelijk compleet. Op de vierde dag werd ik wakker met het besef dat ik nooit meer met waanideeën gevuld zou kunnen worden. Het was leeg, schoon en bodemloos. Verder graven was dus onmogelijk.

GRUZELEMENTEN 
De confrontaties en heftigheid van U.G.’s reacties werkte als een alles vernietigende atoombom voor mijn spirituele wereldbeeld zoals ik dat had opgebouwd uit opgedane boekenwijsheid en eigen ondervinding. Ik had net een paar weken eerder tijdens een zeer intense werkweek bij de School voor Filosofie een ervaring waarbij ik gloeide van het verstilde inzicht. Deze ervaring werd door U.G. totaal aan gruzelementen geslagen. Niet met grove woorden, maar met vlijmscherpe opmerkingen, waardoor mijn waarheid als vanzelf verdampte. Aan de buitenkant was dat een vreselijke klap in mijn gezicht. Innerlijk veroorzaakte dit echter een immens diepe zijnservaring waardoor ik mij met elke dreun weer meer bevrijd voelde. Eerst was het nog een verzamelen van spirituele ervaringen, maar na verloop van tijd werd het me duidelijk dat het juist het verliezen was van alles wat spiritueel was. Mijn opgeschoonde wezen was zo ontzettend verheugd en stil dat het niet moeilijk was in U.G.’s fall-out te verblijven. De vragen kwamen echter weer bovendrijven en ik bleef U.G. dus bezoeken. De eerste jaren waren moeilijk. Al mijn zorgvuldig voorbereide vragen werden fel en faliekant van tafel geveegd. Vooral als ik te snel genoegen nam met de antwoorden of verdween in de mystificatie die ik er soms weer van maakte. Zonder onderscheid des persoons was hij vaak keihard en direct op de man. “Moet ik nu de politie bellen om je m’n huis uit te gooien?” Zelfs in het heetst van de gesprekken stuurde hij aan op de kern met onbetwistbare logica en kraakheldere wijsheid.

'Robert C. Smit (1952) groeide op in Oud-IJmuiden. Van het hout dat hij vond in de wijken die daar gesloopt werden, bouwde hij hutten en een grote kar met een zelfgetimmerde caravan erachter. Daarmee ging hij naar buiten als het hard regende en waaide en genoot dan in zijn caravan intens van de natuurkrachten. Naast zijn kunstenaarschap creëert Robert al 20 jaar technische illustraties voor bedrijven als Tata Steel en Danieli Corus. In 1983 schreef Robert een boek over U.G. Krishnamurti. Dit is een neerslag van zijn contact met U.G.: www.bijouti-tech.com/SLEUTEL.pdf Website: https://www.bijouti-tech.com'

VERTROUWEN
U.G. was een confronterende autoriteit voor zijn vrienden en bezoekers. Nooit was er echter enige twijfel over de intenties van zijn aanpak. Je kwam voor de waarheid en die kreeg je, onverbloemd! Achter die directheid voelde je zijn oprechtheid en daardoor durfde je zijn confronterende boodschap vol vertrouwen binnen te laten. Valentine, zijn reisgenote, was tot het einde van haar leven zijn metgezel en maakte het voor hem financieel mogelijk - weg uit India - in het Westen te verblijven. Kim was jarenlang hun persoonlijke assistent en reisde altijd met hen mee. Ook voor dit gezelschap was U.G. niet altijd even makkelijk. Ik herinner me een autoritje met U.G. en Valentine waarbij Kim halverwege de rit de auto parkeerde om een wildvreemde vrouw te helpen met het verwisselen van haar wiel. Verbolgen riep U.G. uit: “Kim is onze chauffeur en zou onze tijd niet moeten verdoen door deze vrouw te willen helpen.” Ik zat achter in de auto en verbaasde me toen U.G., direct na deze heftige woordenwisseling met Kim, zich naar mij omdraaide en in volkomen rust zei: “Ja Robert, waarom zou hij die vrouw helpen?” Ik had verwacht dat zijn adem nog gejaagd zou zijn na het schreeuwen en tieren, maar er was volkomen rust.

Niemand hoefde ooit een cent te betalen bij U.G. Ook in die zin was hij integer en oprecht. Je kreeg waarvoor je kwam, je werd door elkaar geschud en er werd je flink de oren gewassen. Ik vroeg U.G. eens of mensen die jarenlang met hem leefden voordeel hadden in hun proces ten opzichte van mensen die nieuw bij hem kwamen. Zijn blik was vaak voldoende, maar hij antwoordde in een paar woorden: “Je kunt niets doen en toch van binnenuit schoongebrand worden. Doorbraak is er niet alleen voor devotees.”

Mij gaat het erom de hele zaak te ontdoen van elk spoortje religiositeit.

GENADE 
Ondanks de kennis en autoriteit die U.G. had, was hij niet een goeroe die jou zo nodig een lesje had te leren. Jij was de initiator van je eigen proces, hij de katalysator. Je was ook altijd welkom, van ’s morgens vroeg tot laat in de avond, werkelijk elke dag van het jaar! Soms, wanneer hij wist dat ik zou komen, belde hij of stuurde een ansichtkaart met het verzoek om een kilo Leonidas-chocolaatjes gevuld met room mee te nemen. Op een keer reed U.G. met mij mee naar Parijs en in een scherpe bocht belandde hij pardoes bij mij op schoot. Ik verbaasde me erover dat hij zo’n licht lichaam had, zeker in contrast met de zwaargewicht die hij was in het hartstochtelijk stellen van ontzenuwende vragen. “Blijf bij de feiten.” Al je ideeën over spiritualiteit ontmaskerde hij en al je illusies werden doorgeprikt. Als ik na drie of vier weken Gstaad afscheid had genomen van U.G. en de gasten, en over bochtige bergwegen naar huis reed, overviel mij altijd een wonderlijke stilte. Door dat constante afbreken en vernietigen van mijn spirituele wereldbeeld en intellectuele wijsheden in combinatie met zijn
vaak onthutsende woorden bleef er uiteindelijk een schone vredige leegte over. Ik ben dankbaar voor mijn band met U.G. Als er iemand was die ik kon vertrouwen, dan was hij het. Iets krijgen van iemand die zoveel kapot kan maken en daardoor zoveel genade schenkt… Dankzij al die jaren met U.G. hoef ik niet zo nodig meer verder te graven. Alles is al vol van God. Of vol met de schoonheid van het sublieme, zo je wilt. 

zaterdag 17 oktober 2020

Han Van Den Boogaard over een blaffende hond, U,G, Krishnamurti


Han Van Den Boogaard

InZicht nummer 1 2020


Een blaffende hond

De toestand van ‘ontkoppeling’ maakte U.G. extreem impulsief en onberekenbaar, en zijn gedrag grillig en onvoorspelbaar. Hij liet alles van het moment afhangen, had ontzag voor niemand en zei altijd precies waar het op stond, ongeacht de mogelijke gevolgen. Hij hechtte zich aan niemand, beschouwde niemand als zijn leerling en tolereerde de constante aanwezigheid van zoekers en vrienden alleen omdat er zelden een impuls in hem opkwam om ze weg te sturen. Zoals hij het zelf zag, was de persoon U.G. in 1967 gestorven en was alleen zijn lichaam in leven gebleven.


In mijn huis hangt een grote poster, getekend door Nic Grey, een nauwelijks bekende outsider-kunstenaar, woonachtig in Phnom Penh, Cambodja. Ik kreeg hem ooit van een vriend die indertijd ook in Cambodja woonde en hem van Grey had gekocht. Het is om meerdere redenen een opmerkelijke tekening. Het afgebeelde tafereel beslaat de onderste helft van de poster en laat zes mensen zien die rond een salontafel bijeen zitten. Ze kijken wat wezenloos voor zich uit. Op de grond bevinden zich twee op dieren gelijkende wezens die je in de echte wereld nooit zult tegenkomen. Erboven staat in sierlijke letters: A Portrait of Uppaluri Gopala Krishnamurti, July 9, 1918 – March 22, 2007. Dwars over de personen rond de tafel loopt een tekst in grote kapitalen: THIS DOG BARKING. De bovenste helft van de poster wordt in beslag genomen door een in priegelig handschrift geschreven tekst die helemaal doorloopt langs de randen van de tekening. Het is de tekst die U.G. uitsprak tijdens de eerste en enige openbare lezing die hij gaf na zijn ‘ontwaken’. Zelf heeft hij het altijd omschreven als “the calamity” (de ramp), en daar had hij zijn redenen voor: “Voor mij is het geen ramp, maar wel voor degenen die het idee hebben dat ze iets fantastisch zullen gaan meemaken.”


AANLOOP EN NASLEEP Om enig idee te krijgen wat voor iemand U.G. was, is het nodig om te weten waar hij over sprak als hij het over ‘the calamity’ had. Sterker nog, in de ogen van U.G. zelf was alles wat er vóór 9 juli 1967 in zijn leven gebeurde slechts een aanloop naar of voorbereiding op ‘de ramp’, en alles wat erna gebeurde slechts de nasleep ervan. Gelukkig heeft hij zich in de toespraak die hij kort erna hield en 


'Han van den Boogaard (1956) is psycholoog, schrijver en vertaler. Hij schreef een zestal boeken, waaronder Sprekende stilte, Herinneringen aan het Nu (beide uitgegeven bij uitgeverij Juwelenschip) en Zen en de kunst van het kijken (uitgeverij Samsara Books). Herinneringen aan het nu werd ook in het Engels uitgegeven onder de titel Memories of Now (uitgeverij Non-duality Press). Daarnaast was hij tien jaar eindredacteur van InZicht en vertaalde hij meer dan twintig boeken over non-dualiteit, o.a. van Tony Parsons, Jeff Foster en Rupert Spira. Han is jarenlang werkzaam geweest als psycholoog/behandelaar in het Centrum voor Doofblinden in Beek-Ubbergen, maar zag zich vanwege gezondheidsproblemen gedwongen met zijn werk te stoppen. Incidenteel geeft hij lezingen over non-dualiteit.'


en tijdens informele bijeenkomsten in die tijd zeer gedetailleerd uitgelaten over wat er op die zomerdag in 1967 met hem gebeurde en hoe hij sinds die dag onafgebroken heeft gefunctioneerd. Bijna zijn hele leven lang was U.G. op zoek geweest naar het antwoord op de vraag: wat is die toestand waar alle heiligen en verlichten het over hebben? In de loop van zijn leven zocht hij talloze goeroes op, onder wie Ramana Maharshi. Op U.G.’s vraag of Ramana die toestand op hem kon overdragen, had Ramana geantwoord: “Ik kan je hem wel geven, maar kun je hem ontvangen?” Via de Theosophical Society, waar hij al vroeg in zijn leven mee in contact kwam, richtte U.G. zich in zijn zoektocht uiteindelijk op zijn naamgenoot, Jiddu Krishnamurti. Met hem voerde U.G. vanaf eind jaren ’40 vaak gesprekken en discussies. Hun levens liepen in vele opzichten parallel, maar U.G.’s bewondering voor J. Krishnamurti sloeg uiteindelijk om in een openlijke afkeer van hem.


DOODSERVARINGEN De laatste keer dat U.G. een droom had, was een maand vóór de ramp. Hij droomde dat hij door een cobra gebeten werd en stierf, en dat zijn lichaam op een brandstapel verbrand werd. In diezelfde tijd droomde hij niet alleen over de dood, maar had hij ook verschillende ‘doodservaringen’, zoals toen hij tijdens het kijken naar een film waarin geschoten werd plotseling dood op de grond lag. Hij lag erbij “alsof hij neergeschoten was”, gaf een van de getuigen later aan. Zijn handen en voeten waren ijskoud, zijn lichaam was verstijfd en hij haalde raspend adem. Toen hij niet veel later zijn ogen weer opendeed, begon hij te bewegen als een pasgeboren baby. Later in zijn leven kwamen de doodservaringen nog een paar keer voor. In hun verschijningsvorm leken ze veel op de doodservaringen die Ramana Maharshi enkele keren onderging. Volgens U.G. was het de natuurlijke manier van het lichaam om zichzelf te vernieuwen, een proces dat bij iedereen ongemerkt plaatsvindt omdat het denkproces de bewuste waarneming ervan verstoort.


In de laatste weken voor de ramp transformeerde U.G.’s basisvraag tot een andere: hoe weet ik zeker dat ik me in die toestand bevind? U.G. verbleef toen in Saanen, de plek in Zwitserland waar hij lang daarvoor al met zijn gezin had willen gaan wonen (tot zijn huwelijk op de klippen liep) en dezelfde plaats waar J. Krishnamurti tot U.G.’s verbazing jaarlijks een serie lezingen was gaan geven. Een vriend overtuigde U.G. om nog één keer naar zijn naamgenoot te gaan luisteren, nu hij toch al in Saanen was. Dat deed hij, maar al gauw kreeg hij het onmiskenbare gevoel dat J. Krishnamurti bezig was niet zijn eigen staat van zijn te beschrijven, maar die van U.G. als hij sprak over ‘bewegingen’, ‘gewaarzijn’ en ‘stilte’. “Ik bevind me al in die toestand,” zei U.G. tegen zichzelf. “Waar ben ik de afgelopen veertig jaar in godsnaam mee bezig geweest?” Hij liep de tent uit waar de lezing gehouden werd en besloot voortaan alleen nog zijn eigen weg te volgen.


DE RAMP De volgende dag, de dag waarop hij 49 jaar werd, zat hij op een bankje onder een boom toen de vraag die al wekenlang door zijn hoofd spookte plotseling in het niets oploste. Het verdwijnen van de vraag bracht een ongekende kettingreactie teweeg. Daarover zei hij later: “Binnenin vond plotseling een explosie plaats. Iedere lichaamscel, iedere zenuw en iedere klier ontplofte. Het was een fysiek uiterst pijnlijke soort kernexplosie die de hele chemische werking van mijn lichaam radicaal veranderde.” Zijn huid werd in de weken daarna zijdezacht en hij at alleen nog als hem eten werd voorgehouden (zoals ook bij Ramana Maharshi na diens ontwaken het geval is geweest), hij knipperde niet meer met zijn ogen en zijn zintuigen begonnen een volkomen eigen leven te leiden. Over zijn veranderde visus zei hij: “Er is geen ‘ik’ dat kijkt; bergen, bloemen, bomen, koeien, alles kijkt naar mij. Dingen die op me afkomen gaan mij binnen en dingen die van achter mij tevoorschijn komen, komen uit mij tevoorschijn” (een ervaringsmodus die jaren later eveneens beschreven is door Douglas Harding en Suzanne Segal). Geluiden werden uitsluitend ervaren als betekenisloze trillingen en leken allemaal uit hemzelf voort te komen, en niet uit de wereld om hem heen (iets wat ook door Rupert Spira is ervaren toen diens leraar Francis Lucille aan hem vroeg waar het geluid van een blaffende hond (!) vandaan kwam). Hij voelde geen voorwerpen meer, of zelfs maar zijn eigen lichaam, maar slechts “losse punten van contact” die niet meer door het denken aaneen werden gesmeed tot een lichaam of een voorwerp.


ONTKOPPELD De verdere rest van zijn leven wist U.G. niet meer wat hij zag, hoorde, voelde, rook of proefde, tenzij iemand hem dat vertelde. Hij bevond zich permanent in een toestand die hij “psychologisch ontkoppeld” noemde. De continuïteit van het gedachteproces was voorgoed doorbroken, waardoor zijn zintuigen onafhankelijk van elkaar en los van het denken functioneerden. Het ‘ik’, de centrale coördinator, was verdwenen; zintuiglijke waarnemingen werden niet meer automatisch vertaald in concepten, namen of gedachten, tenzij de situatie daar specifiek om vroeg. Het merendeel van de tijd bevond hij zich in een toestand van leegte of nietweten, die hij “de natuurlijke toestand van de mens” noemde. Hij zei daarover: “Die toestand is er een waarin een mens zich op een unieke manier kan uiten en waarin hij een levend contact heeft met de mensen en dingen om hem heen. Dan functioneert het oorspronkelijke bewustzijn, dat vrij is van de ballast van het verleden en onaangeraakt is door het denken. Het denken is dan alleen nog nuttig om met elkaar te communiceren. Daarvoor is het denken ook bedoeld. Iemand die het leven zijn eigen gang laat gaan zonder de bescherming van het denken, heeft geen zelf om te verdedigen. De natuurlijke toestand is geen toestand zonder gedachten. Om te overleven moet je kunnen denken. Maar in de natuurlijke toestand word je niet meer door het denken verstikt; het valt dan in zijn natuurlijke ritme. Als je ook maar één seconde, één keer in je leven, bewust aanwezig zou zijn, zou de continuïteit doorbroken worden, zou de illusie van de ervarende entiteit, het ‘ik’, ineenstorten en zou alles in zijn natuurlijke ritme vallen. In die toestand weet je niet waar je naar kijkt – dat is bewuste aanwezigheid.” DAAR IS OOK HIER De bewuste aanwezigheid waar U.G. het over heeft was zo allesbepalend dat hij geen onderscheid of afscheiding meer ervoer tussen hemzelf (zijn lichaam) en de wereld om hem heen. “Wat daar gebeurt, gebeurt ook hier,” zei hij daarover. “Ik kan daar niets tegen doen, om de eenvoudige reden dat het harnas dat ik ter bescherming om me heen had gebouwd vernietigd is. Dat maakt me erg bevattelijk voor alles wat er om me heen gebeurt.” Dat ging zelfs zover dat als iemand zich in zijn nabijheid bezeerde of verwondde, de fysieke gevolgen daarvan op zijn eigen lichaam zichtbaar waren. Maar zodra het contact verbroken werd (als iets bijvoorbeeld uit zijn gezichtsveld verdween), maakte het geen deel meer uit van zijn bestaanswereld. Opmerkelijk genoeg heeft ook J. Krishnamurti met name in zijn dagboeken vaak precies zo’n zelfde staat van zijn beschreven. De toestand van ‘ontkoppeling’ maakte U.G. extreem impulsief en onberekenbaar, en zijn gedrag grillig en onvoorspelbaar. Hij liet alles van het moment afhangen, had ontzag voor niemand en zei altijd precies waar het op stond, ongeacht de mogelijke gevolgen. Hij hechtte zich aan niemand, beschouwde niemand als zijn leerling en tolereerde de constante aanwezigheid van zoekers en vrienden tijdens zijn leven na de ramp alleen maar omdat er zelden een impuls in hem opkwam om ze weg te sturen. Zoals hij het zelf zag, was de persoon U.G. in 1967 gestorven en was alleen zijn lichaam, zij het in sterk gewijzigde vorm, in leven gebleven, als een robot waarvan de batterijen maar niet leeg raakten. Pas op zijn 88e hield het op te functioneren en kwam er een einde aan zijn opmerkelijke leven.


GEEN HOUVAST U.G. tolereerde, zoals gezegd, de mensen die jaar in, jaar uit in zijn nabijheid verbleven, maar hij bood ze in antwoord op de vragen die ze hem stelden geen enkel houvast. Vast als ze in zijn ogen zaten in de tentakels van het massadenken, daagde hij ze uit hun eigen vragen te stellen en probeerde hij ze op basis van zijn antwoorden duidelijk te maken dat ieder antwoord niet meer waarheid bevatte dan willekeurig welk ander antwoord, opdat de vragen ten slotte zouden oplossen in niet-weten en de persoon die de vraag stelde in het niets zou verdwijnen. Over zijn houding tegenover de zoekers om hem heen zei hij: “Ik heb geen boodschap om aan de wereld te geven. Wat er met mij gebeurd is, kan ik niet met de wereld delen. Dat is de reden waarom ik niet op een podium klim of lezingen geef. En ik zit ook niet graag op een en dezelfde plek met mensen om mij heen die steeds dezelfde vragen stellen. Ik begin nooit een gesprek; de mensen komen om mij heen zitten – ze kunnen tenslotte doen wat ze willen. Als iemand mij een vraag stelt, probeer ik antwoord te geven door erop te wijzen en er de nadruk op te leggen dat er op die vraag geen antwoord is. Dus zeg ik het met andere woorden, draai de vraag om en vuur hem weer op de ander af.” Tijdens zijn openbare lezing na de ramp zei hij: “Mijn doel is om je het bos in te sturen. Ik blokkeer iedere nooduitgang. Als me dat lukt, ga je nooit meer naar iemand luisteren.”


In de laatste jaren van zijn leven werden zijn reacties op de mensen om hem heen steeds extremer, ontbrak vaak iedere logica en grensde zijn gedrag aan complete waanzin, zoals de Amerikaan Louis Brawley laat zien in zijn intrigerende boek Goner – The Final Travels of U.G. Krishnamurti. Niettemin bleven mensen hem tot het allerlaatst opzoeken, aangetrokken als ze werden door U.G.’s geweldige onbevreesdheid, onafhankelijkheid en nonchalance, en misschien ook wel door zijn ultieme onvoorspelbaarheid. Zelf leek het hem allemaal weinig uit te maken. “Alles wat ik zeg,” zei hij ooit, “is als het huilen van een jakhals, het blaffen van een hond, het balken van een ezel.” Zo zou je U.G.’s onderricht kunnen kenschetsen, maar het is onwaarschijnlijk dat er in de geschiedenis van de mensheid ooit iemand is geweest die zo heeft gehuild, geblaft en gebalkt als U.G. Krishnamurti. 


De levende toestand

De mensen noemen mij een verlicht man. Ik haat die term. Ze kunnen geen ander woord vinden om de manier waarop ik functioneer te beschrijven. Tegelijk wijs ik erop dat er helemaal niet zoiets bestaat als verlicht zijn. Ik zeg dat omdat ik er mijn hele leven naar gezocht heb en een verlicht mens wilde zijn, en ik ontdekte dat er niet zoiets is als verlichting. Ik geef geen lor om Boeddha uit het jaar 600 voor Christus, laat staan om al die andere bezitterige lieden die wij in ons midden hebben. Zij vormen een kudde uitbuiters die leven van de goedgelovigheid van de mensen. Er bestaat geen macht buiten de mens. De mens heeft God geschapen uit angst. Dus het probleem is de angst en niet God.


U.G. Krishnamurti

Er bestaat niet zoiets als mijn leer en die zal er ook nooit komen. ‘Leer’ is niet het juiste woord ervoor. Een leer houdt een methode of een systeem in, een techniek of een nieuwe manier van denken die toegepast zou moeten worden om in jouw manier van leven een transformatie tot stand te brengen. Wat ik zeg ligt buiten het bereik van wat onderwezen kan worden; het is gewoon een beschrijving van de manier waarop ik functioneer. Het is niets anders dan een beschrijving van de natuurlijke toestand van de mens - dat is de manier waarop jij, ontdaan van de kuiperijen van het denken, ook functioneert.


NATUURLIJKE TOESTAND De natuurlijke toestand is niet de staat van een zelfgerealiseerd of God-gerealiseerd mens, het is niet iets wat bereikt of verkregen kan worden, niet iets wat door de wil in het leven geroepen kan worden; het is er - het is de levende toestand. Deze toestand is niets anders dan het doelmatig functioneren van het leven. Met ‘het leven’ bedoel ik niet iets abstracts; het is het leven van de zintuigen zoals die natuurlijk functioneren zonder tussenkomst van het denken. Het denken is een indringer, die zich met de aangelegenheden van de zintuigen bemoeit. Het heeft een winstmotief; het denken bestuurt de activiteit van de zintuigen om er zijn voordeel mee te doen.



vrijdag 16 oktober 2020

InZicht nummer 1 2020 Een spiegel die weerkaatst, Jan Kerschot 'interviewt' U.G. Krishnamurti

 




InZicht nummer 1 2020 Een spiegel die weerkaatst door Jan Kerschot



InZicht nummer 1 2020

Een spiegel die weerkaatst door Jan Kerschot

Ik heb niets te zeggen over wat dan ook. Ik weet ook niets. Wat er ook uit moge komen, dat is er tevoren ingestopt. Ik ben als een poepdoos: alles wat erin gestopt is, is de poep en wat er ook uit me komt is nog meer poep.

Interview met U.G. door Jan Kersschot

JK : Er wordt soms gezegd dat een van de kenmerken van uw onderricht – als ik het zo kan noemen – is dat u niets voor uzelf opeist. Klopt dat? 

U.G.: Dat klopt. Maar onderricht is eigenlijk niet het juiste woord. Onderricht is iets wat je gebruikt om een verandering teweeg te brengen. Maar ik zie geen enkele noodzaak om wat dan ook te veranderen. Filosofen en hoogleraren zeggen me: “We zijn er tot nu toe niet in geslaagd een denksysteem te creëren op grond van wat u zegt.” Ze zeggen ook: “We kunnen welk boek dan ook schrijven over een filosoof uit het verleden of heden, maar wat u zegt kan in geen enkel kader worden ingepast. We zijn niet in staat een denkkader rond U.G. te creëren.” Ik beweer de hele tijd, steeds maar weer, dat er niets is wat veranderd dient te worden. Dus hoe zou men dat wat ik zeg kunnen gebruiken om een verandering te bewerkstelligen? Ik ben er niet in geïnteresseerd om wie dan ook van wat dan ook te bevrijden. Dat is mijn benadering. Van meet af aan is het al onjuist te suggereren dat men iemand kan redden. 

JK: Er is dus geen sprake van bepaalde bedoelingen. Geen spiritueel doel. Geen spirituele ambities. 

U.G.: Bijvoorbeeld de opdracht: ‘Laat egoïsme varen.’ Waarom zou iemand vrij van egoïsme moeten zijn? Een bepaalde hoeveelheid egoïsme hebben we nodig om in deze wereld te overleven. Het is juist die eis om onzelfzuchtig te zijn die egoïsme creëert. Ik ben met deze samenleving niet in conflict, omdat die niet anders kan zijn dan ze is. Ik houd er geen enkel waardesysteem op na en ik wens ook in geen enkel systeem te passen. Zolang mensen een oorlog vanbinnen hebben, zal er buiten hen ook oorlog zijn.

NIETS TE ZEGGEN
JK: Wat drijft u er dan toe om over de hele wereld lezingen te houden?

U.G.: Ik ben hier gewoon als een hond, een blaffende hond. U komt hier en maakt dat de hond gaat blaffen. U komt hier en stelt vragen, en ik ben net als een computer. Wat er uit me komt is iets wat ik niet weet. Er is natuurlijk bewustzijn hier [wijst op zijn lichaam]. Ik ben me bewust van wat er om me heen gebeurt, bewust ook van wat er in mijn lichaam aan de hand is. Maar in feite is er geen binnen en geen buiten. Die verdeling, die scheiding, is niet meer dan een gedachte. Het is niet dat ik mijn woorden wil mystificeren of ze in een mystiek kader wil plaatsen. Wat ik zeg is als het ware mechanisch. Het zit hier in deze computer, in de databank of hoe men het ook wil noemen. Dus als men bepaalde toetsen op mijn computer indrukt, komt de computer vanzelf met het antwoord. Er is hier niets. Er is hier geen activiteit. En ik mystificeer het niet, maar verwoord het gewoon in fysiologische termen. Het brein is een heel idioot instrument – het is gewoon een container, een vat waarin allerlei reacties plaatsvinden. Ik zeg zoveel dingen. Dit produceert een heleboel woorden. Maar het weet niet wat het betekent. Zoals ik u al zei, u bent degene die de computer bedient. En als u een vraag stelt, luister ik zelfs niet eens naar de vraag. Er is geen luisteraar die luistert en vertaalt. Zowel de vragen als de antwoorden zijn niet meer dan ruis, geluid.

JK: Al die interviews zijn compleet zinloos. 

U.G.: Ja! Ik heb niets te zeggen over wat dan ook. Ik weet ook niets. Wat er ook uit moge komen, dat is er tevoren ingestopt. Ik ben als een poepdoos: alles wat erin gestopt is, is de poep en wat er ook uit me komt is nog meer poep [lacht]. Het spijt me dat ik zulke taal gebruik.

JK: Het is helemaal niet nodig om sorry te zeggen. 
U.G.: Ik weet het, u hebt gelijk. Sorry zeggen, zeggen dat het me spijt, is niet meer dan een oude gewoonte. Oxford en Cambridge. Opvoeding. De victoriaanse invloed. Hoe dan ook, het is absurd om te zeggen dat er iemand is die denkt – het is zelfs belachelijk om te stellen dat er gedachten zijn. Dat er iemand is. Alleen maar door het voortdurend gebruik van het geheugen zijn we in staat een gevoel van identiteit te creëren. Op de keper beschouwd heeft me in mijn hele leven nog nooit iets gespeten. Het is een kwestie van het nemen zoals het is. Hoe het ook zij, in deze poepdoos vind ik geen enkele gedachte. Er bestaat niet zoiets als gedachte. Weten we wat gedachten zijn, wat denken is? Wat is denken? Ik stel mezelf geen vragen, anderen stellen die.

JK: Bij alles wat u zegt is er geen sprake van persoonlijke betrokkenheid.
 
UG: Inderdaad. En dat zeg ik niet uit bescheidenheid. Alles wat ik zeg, alle radio-interviews, alles wat in mijn boeken gepubliceerd is – ik weet niet wat ik zeg. Ik ben niet meer dan een spiegel die weerkaatst. In feite hebben we helemaal geen vrijheid van handelen, omdat al ons handelen, al onze actie reactie is.

ALLES GEDAAN
U.G.: Voor mij is iedere gebeurtenis een op zichzelf staande gebeurtenis. Al die spirituele geloofssystemen … Dat is niet mijn manier van functioneren. En ik heb echt alles gedaan. Alles. Ik heb zeven jaar in een grot geleefd. Van mijn veertiende tot mijn eenentwintigste. Ik heb alle boeken bestudeerd. Elk boek, elke spirituele praktijk. 

JK: Waarom hebt u dat gedaan? 

U.G.: Omdat ik er zeker van wilde zijn dat ze alle ...vals waren (lacht: Er is niets dat veranderd dient te worden). Toen ik zeventien jaar was en in die grot zat, had ik nog een natuurlijke drang. Ik ontdekte dat er iets niet goed was. Waarom? Waarom zou ik mijzelf loochenen? Waarom seks verachten? Toen kwam ik op een punt waarop ik het niet meer nodig vond om me seks te ontzeggen. Ik was eenentwintig jaar en lid van de Theosofische Vereniging en er waren meisjes uit alle delen van de wereld. Ze zaten daar vast ten gevolge van de oorlog. Ik ging toen voor een knappe vent door. Maar ik verviel niet in het andere uiterste. Het ging bij mij niet alleen maar om seks. Maar ik wilde weten waarom seks in mijn spirituele leven niet mocht. Ik vroeg me echt af waarom seks werd afgewezen. Als verlangen, begeerte, een hormoon is, dan slaat het hele verhaal over ethiek en religieuze regels nergens op. Ik gaf eens een lezing in India, voor de Theosofische Vereniging. Daar zat onder de toehoorders een katholieke priester. Hij stond op en vroeg me hoe ik tegenover het celibaat stond. En ik zei hem: “Als u zich om wat voor reden dan ook wilt bevrijden van seks, zult u zich moeten bevrijden van God. Ik weet niet waarom u het celibaat aanhangt. Zorg ervoor dat u God uit uw lichaam krijgt, dan zult u vanzelf van seks bevrijd zijn. Beide komen uit dezelfde Bron voort. Waarom wilt u volhouden dat God zo belangrijk is? Neem alles toch niet zo serieus! Alles is goddelijk.” Ik herinner me dat we, toen ik nog maar zeven jaar was, het gouden jubileum van de Theosofische Vereniging bijwoonden. Er waren drieduizend afgevaardigden uit alle delen van de wereld. En bij de eerste ontmoeting stellen mensen zich dan voor met de woorden: “Ik was in mijn vorige leven koningin Victoria, wat was jij?” of: “Ik was in mijn eerdere leven Alexander de Grote.” Ik kwam erachter dat er voor mij geen enkele historische figuur meer over was. En ook geen enkele spirituele leraar. Wat was ik in mijn vorige leven? Einde verhaal … Dus van die dag af liet ik mijn hele geloof in karma en reïncarnatie voor wat het was. India was natuurlijk de bakermat ervan. Ze vertalen de termen ‘karma’ en ‘reïncarnatie’ altijd op een heel verkeerde manier. Er zijn zo veel van die termen vertaald en overgenomen zonder dat mensen weten wat ze zeggen. 

JK: Wat bedoelt u daarmee?

U.G.: Maya, zeggen ze, betekent illusie. Maar maya is niet illusie. Het woord ‘maya’ betekent meten. Dus altijd als je aan het meten bent, moet er hier [wijst op zijn ogen] een punt zijn. Er bestaat dus een relatie tussen dat punt en de dingen die je meet. En het is het meten vanuit dat punt dat de illusie creëert. Maar de wereld zelf is geen illusie. Als iemand met een geweer op je afkomt om je dood te schieten, noem je dat geen illusie, nietwaar? De manier waarop ze dingen trachten te vertalen is zo grappig. Er bestaat niet zoiets als karma in de gebruikelijke zin van het woord. Het woord refereert gewoon aan de reactie op een stimulus. Maar reactie en stimulus kunnen niet van elkaar worden gescheiden. Het is een beweging die één geheel vormt.

JK: De wet van actie en reactie. 

U.G: Ja! Actie en reactie. Vandaag de dag zeggen ook de wetenschappers dat het brein een reagerend instrument is, dat het niets kan creëren. Het brein speelt in dit lichaam geen hoofdrol – het is niet meer dan een reactiemechanisme. Hedendaagse fysiologen komen er nu achter dat het niet zo is zoals men jarenlang heeft beweerd. In het licht van hun experimenten realiseerden ze zich dat het brein maar een kleine rol in het lichaam speelt. Allemaal onzin. Nietwaar? Het is de menselijke geest. De menselijke geest die alles verzint. Vanochtend zei ik nog dat alle dieren in de hoogste spirituele staat van zijn leven waar de wijzen het over hebben. Spiritueel onderricht is helemaal niet nodig. Al die ernst over het spirituele doel. Laat me je vertellen dat al dat verlangen zoekers nergens brengt. En ik heb niets te geven. We hebben genoeg gezegd. Het was prettig u te ontmoeten. Waar komt u vandaan?

JK: België. 

U.G.: Ik ben dol op België – ik houd van Belgische chocola. t

Fragment uit: Het is zoals Het is, Jan Kersschot, iBooks.

U.G. Krishnamurti 5

Vreugdevuur
Het enige wat ik je werkelijk kan verzekeren, is dat zolang je zoekt naar geluk, je ongelukkig zult blijven. Dat is een feit. De samenleving is zo georganiseerd en complex dat je op geen enkele andere manier kunt overleven dan het leven, zoals het om je heen georganiseerd is, te aanvaarden, inclusief de beperkingen die het ons allen oplegt. We moeten allemaal de werkelijkheid of de samenleving accepteren, of we dat nu leuk vinden of niet. Maar daar gaat het hier niet om. Waarover we hier spreken is van een heel andere orde. Al jouw relaties, kennis en ervaringen, al jouw emoties en gevoelens, al dat romantische gedoe, behoort geheel toe aan de samenleving, niet aan jou. Jullie zijn helemaal geen individuen; jullie zijn tweedehands mensen.

Pas wanneer je vrij bent van wat iedere man en vrouw vóór jou heeft gedacht en gevoeld, zul je een individu worden. Een dergelijk individu zal niet proberen alles te vernietigen wat toebehoort aan de samenleving, want hij is helemaal niet in conflict met die samenleving. Hij zou nooit tempels en instituten afbreken of boeken verbranden die mensen met grote zorg hebben gemaakt. Hij zou geen rebel zijn. Alle opeengestapelde kennis, ervaring en lijden van de mensheid zit in jou. Je moet een enorm vreugdevuur in jezelf aansteken. Dan zul je een individu worden. Een andere manier bestaat er niet. De samenleving is gebouwd op een fundering van conflict en jij bent de samenleving. Daarom kun je niet anders dan altijd in conflict zijn met de samenleving. Een echt individu, iemand die vrij is van de opgehoopte traditie en kennis van de mensheid, is noodzakelijkerwijs een bedreiging voor die samenleving. De samenleving, waar jij deel van uitmaakt, kan niet anders zijn dan wat ze is, dus hou ermee op om haar te willen redden of te veranderen. Je kunt zelfs je schoonmoeder niet veranderen. 

Uit: De Denkbeeldige Geest, U.G. Krishnamurti, uitgeverij Samsara.

Voor wat?

Je vraagt me hoe mijn tijd met U.G. me geïnspireerd of veranderd heeft? Of een andere hoek van waaruit ik iets zou kunnen schrijven over U.G.?

Er is geen hoek van waaruit je dit kunt benaderen. Geen kader om dit te benaderen. Dit is ook niet interessant. Niets en niemand is veranderd.

Inspiratie is een gevoel dat komt en gaat en gebaseerd is op ervaringen. Ervaringen komen en gaan. Er is niemand om te inspireren en U.G. had nooit de intentie om inspirerend te zijn. Er is geen bedoeling en niets en niemand om te veranderen.

Religie, spiritualiteit, non-dualiteit, filosofie – ze gaan allemaal uit van de aanname dat er een bedoeling zou zijn en dat er een zelf is dat die bedoeling zou kunnen of moeten vinden, en zou kunnen veranderen om die bedoeling te vervullen – dit is allemaal verdwenen en het had helemaal niets met U.G. of wie dan ook te maken. U.G. openbaarde niets, gaf niets, onderwees niets. Waarom praat je over U.G.?

Voor wat? Dat was een vraag die U.G. vaak binnensmonds mompelde.

(Ellen Chrystal transcribed, edited and wrote the epilogue for The Courage To Stand Alone: Conversations With U.G. Krishnamurti.)

U.G. Krishnamurti De moed om te zijn wie je bent Uitgeverij Samsara ISBN 978 94 9141 136 6 De moed om te zijn wie je bent is het tweede boek van U.G. dat in Nederlandse vertaling is uitgebracht. Het bevat de weerslag van gesprekken die U.G. in 1982 in Amsterdam voerde, voorafgegaan door een voorwoord van Henk Schonewille en een inleiding van Julie Thayer (zie ook elders in dit nummer). Ook het eerder bij Samsara verschenen De denkbeeldige geest bevat (‘verontrustende’) gesprekken met U.G. Het lezen van U.G. is inderdaad een nogal verontrustende bezigheid. Voor mij betekent het veel bevestigend geknik (natuurlijk, zo is het en het kan niet anders), gevolgd door een gevoel van lichte paniek (ja maar help, wat dán?). De tekst is overwegend helder en duidelijk, maar er zijn ook passages die ik lastig te begrijpen vind en waar ik ‘de meester’ graag om een nadere toelichting zou hebben gevraagd. Overigens kan ik me voorstellen dat er in het proces van gesprek tot (vertaald) boek ook wat grammaticale onvolkomenheden in de tekst zijn geslopen, die mijn begrip in de weg staan. Maar dat is een detail, en om dat mentale begrijpen ging het toch al niet, schijnt. Een van de delen van het boek heeft als titel gekregen ‘Je hoeft niets te doen’. Dat klinkt nog wel gemoedelijk, geruststellend. Maar de ‘boodschap’ is natuurlijk dat je ook niets kúnt doen. Ai, paniek in de tent. U.G. is niet voor watjes. Hij hamert er steeds weer op dat de honger zichzelf moet opbranden. Het zoeken naar antwoorden voorkomt dat de vraag kan oplossen. De oplossing is het probleem, niet het probleem zelf. Niets te doen dus. Een berg beklimmen kan elke gek, zegt U.G. Maar zijn wie je bent, met beide benen op de grond, dat vergt ware moed. Gaat dat lezen. Jacolien Schreuder