Populaire berichten

donderdag 15 oktober 2020

Het leven leid je, Dick Sinnige in gesprek met U.G. Krishnamurti



Het leven leidt je

Dick Sinnige in gesprek met U.G. Krishnamurti


Ik heb Uppaluri Gopala Krishnamurti een aantal keren ontmoet in de huiskamer van Henk Schonewille in Amsterdam. Ik had plezier in zijn tegendraadse reacties op de kring van spirituele mensen om hem heen. Hij gaf aardig tegengas aan de gebakken lucht die ons tegemoet waaide uit het Oosten. Het huis van U.G. Krishnamurti’s jeugd was de ontmoetingsplek van de theosofische top. De spiritualiteit die hij daar met de paplepel ingegoten kreeg, heeft hij de rest van zijn leven uitgespuugd. U.G. stemde in met het hier volgende interview, dat plaatsvond in 2003, vier jaar voor zijn dood.


Je bent opgegroeid in een milieu van vooraanstaande spirituele leraren. Zaten er figuren bij die jou geïnspireerd hebben? U.G.: Niet een! Ik wilde alleen maar uitvinden of er iets klopte van wat de leraren rondom me zeiden, en ik ontdekte dat ze me misleidden.


En jijzelf? U.G.: Ik vraag niemand om te doen wat ik doe en ik vraag niemand om niet te doen wat ik doe.


Wat doe je dan? U.G.: Niets, het kan niet als voorbeeld gebruikt worden. Dat is de tragedie van de mensheid. Ze hebben ons al die voorbeelden voorgezet van perfecte wezens en wij zouden moeten zijn als zij. Maar wij moeten ons eigen leven leiden.


Een vals houvast geeft ons natuurlijk niets, maar we kunnen toch wel iets opsteken van een wijze? U.G.: Ik ben nog nooit geholpen door spirituele of wereldse leraren. Helaas probeert de psychologie nu de religieuze overtuigingen van de mens te vervangen. Ze komen met allerlei oplossingen voor problemen. Ze gaan vertellen wat gekte is, maar gekke mensen bestaan niet. Gekte is een definitie. 


Je bedoelt dat spiritualiteit en psychologie de mens voor de gek houden? U.G.: Waar geen plaats is voor een psyche, is er al helemaal geen plaats voor psychologie. Ik ga zelfs nog een stap verder en zeg dat er niet zoiets als een geest is. Ook is er niet zoiets als een ziel. Dus hoe kan er dan spiritualiteit bestaan? ‘Spirit’ is een Latijns woord en het betekent adem. Dus niet zoals ze nu over ‘spirit’ spreken. Het is niet alleen het religieuze denken van de mens, maar alles wat uit het denken voortkomt is heel destructief. De wetenschappers doen precies dezelfde schadelijke dingen voor de mensheid. Alles wat geboren is uit het denken, is uiterst gevaarlijk!


Geen gedachte, geen probleem? U.G.: Al die dingen zullen uit de weg geruimd moeten worden. Als we het lef hebben.


De weg terug naar de oorsprong is toch eenvoudig? U.G.: Nee, het is onmogelijk voor ons om terug te gaan en te leven als de andere dieren in de wereld. Alle dieren zijn in de hoogste spirituele staat, die deze mensen ons eeuwenlang hebben geprobeerd te verkopen. Neem bijvoorbeeld een hond. Ik ben ook een hond, zie je, en jij komt en je maakt me aan het blaffen. Wat er dan ook maar uit me komt, stop jij in het raamwerk van het denken. Je vertaalt het om te zien of er zinvolle of zinloze onzin uit me komt. Maar feitelijk heb ik echt niets te zeggen! Ik heb niets te bieden aan de mensheid. Wie heeft mij het mandaat gegeven om de mensheid te redden? De wereld is voor mij aanvaardbaar precies zoals die is.


Je hebt ook een tijd met J. Krishnamurti doorgebracht. U.G.: Ik kende hem heel goed. We groeiden op in dezelfde atmosfeer. We behoorden tot dezelfde organisatie. Ik had de mogelijkheid om veel tijd met hem door te brengen. Maar ik kreeg genoeg van de psychologische dieventaal die hij in zijn zogenaamde leringen stopt. Hij mystificeerde het, dus moest ik zijn leringen afwijzen. Eerst gebruikte hij de mystieke geheimtaal, later wilde hij een lingo creëren: zijn eigen taaltje. Zijn eigen merk sigaretten verkopend, ons verzekerend dat het allemaal nicotinevrij is!


J. Krishnamurti heeft me wel van het roken afgeholpen.


U.G.: Ik kende hem uit de inner circle. Ik had geluk, veel geluk. Ik werd geboren in een ongelooflijk rijke familie. Ik ben geboren met gouden lepels. Er kwamen zoveel lepels mijn kant op! Mijn opa was een van de eerste leden van de Theosofische Vereniging toen ze het hoofdkwartier van New York naar Madras verplaatsten. Alle leiders van deze Theosofische Vereniging kwamen in mijn huis. ‘Doe niet wat ik doe, doe wat ik zeg!’ was hun motto.


Is er eigenlijk wel iets te zeggen of te doen? U.G.: Dit is al het paradijs. Jouw wens of onze wens om dit in de hemel te veranderen is de wens die dit in de hel veranderd heeft. Eeuwenlang hebben ze ons laten geloven dat we zijn geschapen voor een nobeler en groter doel dan alle andere vormen van leven op deze planeet. Alle leraren houden zichzelf en ons voor de gek. Er is niemand die je kan redden en er is niemand die gered hoeft te worden. Als ik alle spirituele leraren verwens, zoals Boeddha ...


Boeddha is ook al niet in orde? U.G.: Wil je dat ik iets lelijks over Boeddha zeg?


Als we dan toch bezig zijn ... U.G.: Ik noem hem een idioot. Hij was de eerste gast die er een zootje van maakte voor de hele mensheid. Voorheen was er geen bekering, met hem begon die narigheid. De drie grote religies: boeddhisme, christendom en islam, zouden een kleine sekte gebleven zijn, net als de sektes die we vandaag hebben, als de staat ze niet gebruikt zou hebben als een machtsinstrument. Ze hebben ons al deze zaken met geweld opgedrongen.


En waar sta je dan? U.G.: Hoe moet ik in hemelsnaam weten wie of wat


Alles wat geboren is uit het denken is uiterst gevaarlijk!

ik ben? Meneer, daarom ben ik weggelopen bij Ramana Maharshi. Helaas was ik daar, hij vrat als een varken. Ik was toen 21. Alles waar de grote erfenis van India voor stond is uit mijn systeem gegooid. Compleet en totaal. Het is alleen maar aantrekkelijk voor de hippies en andere waardeloze types, die daar heen gaan om criminelen op te pikken. Geen kracht in de wereld kon nog indruk op me maken of me overtuigen.


Maar je kunt toch niet de oorsprong zelf ontkennen? U.G.: Ik heb altijd volgehouden dat het hele spirituele gedoe begon toen ze in de verre oudheid somasap dronken. Het gaf dezelfde ervaring als LSD. Ze stopten hun buitengewone ervaringen in een religieus raamwerk en gaven het door van generatie op generatie. Wij leven in de herinnering. Zij zijn dood en begraven, maar wij lopen nog steeds met ze rond.


Zie je nog nieuwe mogelijkheden? U.G.: Het instrument dat we gebruiken om de toekomst te scheppen, het intellect, is hetzelfde instrument dat het verleden schiep. Het gaat dus op geen enkele manier anders worden, behalve de gemodificeerde continuïteit van hetzelfde. (U.G. geeft me een hand en verontschuldigt zich) Sorry dat ik niets te bieden heb!


Het gaat mij niet om de toekomst! U.G.: Waar gaat het dan wel om, Dick?


Het gaat er gewoon om dat we hier en nu puur zintuiglijk aanwezig zijn. U.G.: Ja, het zien is dan heel helder en je gehoor is gevoelig. Maar dat gebeurt alleen als het denken niet de energie voor het functioneren van het lichaam wegzuigt.


Heeft het denken in jouw visie eigenlijk wel een functie? U.G.: De denkstructuur, die op elke situatie vooruitloopt, heeft geen enkele zin, want iedere situatie is weer heel anders. Het leven leidt je. Het organisme heeft er belang bij zichzelf te beschermen en het weet hoe het moet overleven.


Hoe ga jij dan met gedachten om? U.G.: Ha, bijna als een grap. Gedachten kunnen niet blijven hangen, want ze staan in de rij te dringen. Als je een problematische gedachte ziet, helemaal goed, die wordt al snel weer weggeduwd door de volgende gedachte! Je hoeft niets te doen, alleen maar af te wachten. Verder kun je ook niets doen, want gedachten borrelen ongevraagd in je op. Je kunt ze echt niet beheersen.


Mooi om dat kalm waar te nemen. U.G.: Als je je hulpeloosheid voor lief neemt, het feit dat je hierin geen vrijheid hebt, dan is het probleem opgelost.


Dat klinkt negatief, maar het is positief. U.G.: Klopt, ik verkondig geen fatalistische filosofie. Ik heb het alleen maar over de mogelijkheid om te verhinderen dat het verleden zich met het heden bemoeit en het een bepaalde gewichtigheid geeft.


Sommigen noemen dat wellicht verlichting. (De kring barst uit in lachen; U.G. heft zijn handen ten hemel) Spaar me, alsjeblieft! 




Alles is een persoonlijke aangelegenheid ... (Wouter van Oord)

 


Alles is een persoonlijke aangelegenheid. Er is geen onpersoonlijk gewaarzijn wat dat ervaart.

Geen stille getuige glurend in het duister. Er is geen ervaring van gewaarzijn en er is niemand die zichzelf ervaart als bewustzijn. Er is alleen maar wat schijnbaar gebeurt. Voor niemand.

Schijnbaar gebeuren geldt voor alles, niets uitgezonderd. Persoonlijke aangelegenheden zijn de droom. Er is niets anders dan dat.

Alle teachings over Gewaarzijn als de enige werkelijke realiteit gaan in feite over de persoon zelf en zijn schijnbare eigenschappen en potentieel. Ervaringen van onpersoonlijk bewustzijn zijn in feite gewoon persoonlijk bewustzijn zonder een persoonlijk verhaal als inhoud. Dit schept de idee van een Gewaarzijn wat losstaat van wat er in verschijnt. Iets wat onmogelijk is!

De meeste spiritualiteit gaat over deze misvatting. De ervaring van onpersoonlijk bewustzijn wordt aangezien als de beleving van Gewaarzijn als het Absolute. Dit is waar alle teachings naar verwijzen. 'Ik ben' ( het besef van aanwezigheid) is daar dol op en omarmt dit Gewaarzijn als de vluchtheuvel waar het zich wil nestelen. Het is echter nog altijd een ervaring van bewust-zijn, en is daarmee niets anders dan afscheiding en misplaatste aanwezigheid. De ontdekking door de zoeker van dit schijnbare onpersoonlijke bewustzijn is de  kers op de taart en de schijnbare vondst van de pot met goud aan het einde van de regenboog. Maar het is slechts klatergoud en aandacht gaat zich - er in verwijlend - vervelen en zal vroeger of later terug gaan naar de sensatie en de dynamiek van het persoonlijke verhaal. 

Onpersoonlijk gewaarzijn voelt goed, voor een tijdje. Het kan echter niet beklijven als status quo of natuurlijke staat. 'Ik ben' kan niet permanent  loskomen van zichzelf en zal uiteindelijk zichzelf realiseren als het enige wat er is; de onmiddellijke totaliteit van wat schijnbaar gebeurt. Er is niet zoiets als een absoluut bewustzijn. Maar er is 'niet-iets' als 'schijnbaar' bewustzijn wat niet begrensd is door de persoonlijke ervaring en gewoon niets anders is dan wat schijnbaar gebeurt. Niets werkelijk gebeurend! Leegte die vorm lijkt, vorm die leegte lijkt. Alle realiteit is niets anders dan het persoonlijke droom-verhaal. Gedroomde realiteit. Deze gedroomde realiteit biedt geen uitweg uit de droom. Alle uitwegen zijn eveneens de droom. Ontwaken, verlichting en bevrijding bestaan alleen in de droom. Er is geen hogere werkelijkheid. Alles is verbeelding. Een mysterieuze verschuiving in de perceptie die plaatsvindt in het brein dat de eigen conceptuele sluier beseft als de eigen geprojecteerde werkelijkheid, kan alle verbeelding vernietigen over een autonoom zelf en over het bestaan van een onafhankelijk bewustzijn. Alles, werkelijk alles is zonder uitzondering de gedroomde perceptie van de hersenschors. Deze revelatie maakt een einde  aan alle vormen van spiritualiteit. Dit kan abusievelijk worden beschouwd als een ontwaken, maar het behoort gewoon tot de droom van het brein. Het wonder is hier dat er zich een diep niet-weten ontvouwt waarin niets werkelijks zich kan openbaren. Alles is gewoon wat het is, maar nu met een stralende glans en een onverdeelde naadloze vorm. 

Het geziene IS het zien!

De glorie en de heerlijkheid van de totaliteit!


Wouter van Oord.

maandag 12 oktober 2020

In één klap knockout, U.G. Krishnamurti, door Jan Koehoorn

 


Jan Koehoorn

InZicht nummer 1 2020


In één klap knockout

“De afwezigheid van wat jij aan het doen bent – proberen jezelf te begrijpen of proberen jezelf te veranderen – dat is de staat van zijn waar ik het over heb.”


Jan Koehoorn is musicus en muziekleraar, en ontwerpt daarnaast websites. In de jaren tachtig leerde hij Alexander Smit kennen. Die werd zijn leermeester op het gebied van de advaita. Jan geeft satsang op diverse plaatsen in Nederland. Hij heeft zijn onderricht samengevat in zijn boek Zelfonderzoek – volgens de traditie van de Advaita Vedanta, dat in 2012 werd uitgegeven door uitgeverij Samsara. Meer informatie: www.jankoehoorn.nl


Het jaartal weet ik niet meer precies. Het zal eind jaren tachtig zijn geweest. Het advaita-virus had me goed te pakken en ik begon erachter te komen dat enkele boeken die ik lukraak had gekocht, met elkaar te maken hadden. Sterker nog, ze verwezen allemaal naar precies hetzelfde, alleen anders verwoord. Van Wolter Keers tot Nisargadatta, maar ook Ramana, Jean Klein, John Levy en nog een groot aantal andere leraren die over advaita schreven. Uiteraard ook Osho, en Jiddu Krishnamurti, van wie me in het begin niet duidelijk was dat het over hetzelfde ging, omdat hij gewoonlijk niet verwees naar leraren, boeken en tradities. En toen kwam ik ineens in een boekhandel in Hoorn een boekje tegen van U.G. Het heette ‘De Mystiek van Verlichting’.


STRAATVECHTER De titel trok me aan, lekker oosters en exotisch. Op de cover stond een foto van hem, en zo te zien kwam hij nog uit India ook. Helemaal goed! Uiteraard lees je altijd even een stukje van de eerste bladzijde, en dat deed ik dus ook. Daar stond: “De mensen noemen mij een verlicht man. Ik haat die term. Ze kunnen geen ander woord vinden om de manier waarop ik functioneer te beschrijven.” In één klap knock-out! Ik heb later nog wel eens ergens gehoord of gelezen dat hij het ook niet eens was met de titel van dit boekje en liever had gezien dat het ‘The Mistake of Enlightenment’ had geheten. Ik weet niet of het waar is, maar ik zou het me bij hem heel goed voor kunnen stellen. U.G. was wat mij betreft een soort spirituele atoombom. Hij veegde letterlijk met alles de vloer aan: leraren, tradities, wijze mannen, maniertjes, je best doen, satsangs. Zijn naamgenoot Jiddu Krishnamurti is ooit door Osho een “keurige Engelse kostschooljongen” genoemd. U.G. deed me meer denken aan een straatvechter. Er stonden wonderlijke dingen in het boek over fysieke processen die hij in zijn lichaam had ervaren. En er stonden vraaggesprekken met hem in, waarbij de bezoekers werkelijk geen poot hadden om op te staan. Hij liet niets heel van de vooroordelen en projecties waarmee de mensen die hem bezochten binnenkwamen. Toen ik het boekje uithad, zag ik dat het maar 67 bladzijden dun was. Maar ik had het idee dat ik zeshonderd bladzijden gelezen had, zoveel essentie bevatte het. Dus, zoals zo vaak met goede boeken, ben ik het nog een keer gaan lezen, en nog een keer.


GEEN ANTWOORDEN Na de eerste keer lezen miste ik een beetje de component liefde. Het kwam allemaal zo hard en koud over, en het leek ook vaak of hij kwaad was. Ik heb later, toen internet zo’n hoge vlucht nam, ook wel opnames van hem gezien, eerst op heel moeilijk te vinden websites, maar later gewoon op YouTube. En ook daar kan het heel goed zijn dat je de eerste keer gewoon een kwaaie oude man ziet, en meer niet. Maar het vraagt moed en liefde om bezoekers onomwonden te vertellen hoe het zit. Ze niet te vertellen wat ze willen horen, maar om een rechtstreeks antwoord te geven op de vragen die binnenkomen, ook al is dat niet het antwoord dat je populair maakt bij het publiek. U.G. is nooit een goeroe van het grote publiek geweest. Hij reisde de wereld rond en logeerde bij mensen bij wie hij welkom was. En overal waar hij was, kwamen er bezoekers, met vragen. Hij zei wel eens: “Ik geef geen antwoorden, ik probeer je uit te leggen dat je vraag niet klopt. Dus draai ik de vraag om en vuur hem vervolgens weer op je af. En dat is wat jij dan een antwoord noemt.”


Misschien tot slot nog een klein citaat, voor lezers die U.G. niet kennen, om in de sfeer te komen. “Ik heb feitelijk iets beweerd: waar je naar kijkt, verschilt niet van degene die kijkt. Wat doe je nu met zo’n bewering? Wat voor instrument heb je tot je beschikking om zo’n zinloze, onlogische, irrationele bewering te begrijpen? Je begint met na te denken. Maar door middel van het denken kun je niets begrijpen. Je vertaalt wat ik zeg in de begrippen die je al kent, net zoals je alles vertaalt omdat je er beter van wilt worden. Als je daarmee ophoudt, dan blijft er iets over en dat is waar ik het over heb. De afwezigheid van wat jij aan het doen bent – proberen jezelf te begrijpen of proberen jezelf te veranderen – dat is de staat van zijn waar ik het over heb.”


Stel daarna nog maar eens een vraag!


U.G. Krishnamurti:


Vrijheid

Ik hoor zekerheid en autoriteit in wat je zegt. We willen weten… Van wie wil je wat weten? Niet van mij. Ik weet het niet. Als jij aanneemt dat ik het weet, dan heb je het jammerlijk mis. Ik kan op geen enkele manier weten. Bij jou is alleen maar de kennis in beweging en die wil steeds maar meer weten. De ‘jij’, de afgescheiden structuur, kan alleen voortbestaan zolang het verlangen om te weten bestaat. Dat is de reden waarom jij al deze vragen stelt; je hoeft dan zelf niets uit te zoeken. Jij kunt jezelf niet vertellen hoe je je onfortuinlijke situatie kunt veranderen. Waarom zou er iets, of juist niets, moeten gebeuren?


Het verlangen naar vrijheid leeft al lange tijd onder ons. Ons is verteld dat dit een heilig, nobel streven is. Zijn we opnieuw misleid? Het verlangen om vrij te zijn, is de oorzaak van jouw problemen. Je wilt jezelf als vrij zien. Degene die zegt: “Je bent niet vrij”, is dezelfde die je vertelt dat er een staat van ‘vrijheid’ is die je moet najagen. Maar dat najagen is slavernij, de totale ontkenning van vrijheid. Ik weet helemaal niets over vrijheid, want ik weet helemaal niets over mijzelf. Ik weet niet of ik vrij ben, tot slaaf gemaakt ben of anderszins. Vrijheid en zelfkennis zijn met elkaar verbonden. Aangezien ik mijzelf niet ken en op geen enkele manier naar mezelf kan kijken, behalve dan met de kennis die mij gegeven is door de cultuur, komt de kwestie van het vrij willen zijn helemaal niet bij mij op. De kennis die je over vrijheid hebt, ontkent juist de mogelijkheid van die vrijheid. Als je stopt met kijken naar jezelf met de kennis die je hebt, dan zal het verlangen om vrij te zijn van dat zelf vanzelf wegvallen. t


Uit: De Denkbeeldige Geest, U.G. Krishnamurti, uitgeverij Samsara.









Het kaartje dat ontplofte, U.G. Krishnamurti door Wouter van Oord

 





InZicht nummer 1 2020

Het kaartje dat ontplofte

Wouter van Oord


Terwijl we zwijgend wachtten op U.G.’s komst, verscheen geruisloos en bijna onopvallend een kleine gestalte in het kamertje, die plaatsnam op een lege stoel in de erker. Pas na een tijdje drong het tot me door dat het U.G. was. Hij zag eruit als een bosje gedroogd hout. Hij zag er onwerkelijk, bijna buitenaards uit. Ik kon mijn ogen niet geloven! Hij zat daar stilletjes en schijnbaar ongeïnteresseerd in de aanwezigheid van het gezelschap.


William Burroughs, de meest excentrieke schrijver van de beatgeneratie, publiceerde in 1962 in Parijs zijn boek: ‘The Ticket That Exploded’ (Het kaartje dat ontplofte). Samen met ‘De Soft Machine’ en ‘Nova Express’ vormt het een bizarre trilogie met als centraal concept: de taal als virus. Burroughs en U.G. hebben iets met elkaar gemeen; een nietsontziende kracht tot het vernietigen van taal als virus van betekenis en waan dat zich vestigt in de menselijke hersenschors. Taal is immers het eerste wat zich in de hersencellen nestelt en bepaalt ons voorstellingsvermogen, kennis, gedrag en communicatie.


GONER In datzelfde 1962 bevond U.G. zich in Londen. ‘Down and out’ zwierf hij door de hoofdstad, volkomen berooid en zonder uitzicht op terugkeer naar India. Drie jaar lang leefde hij doelloos op straat. De paar vrienden die hij had, zagen hem onherroepelijk en willoos afglijden richting ondergang. Maar volgens U.G. zelf ervoer hij dat toen als vanzelfsprekend en liet hij alles gebeuren zoals het zich voordeed zonder de wens het te stoppen.


'Wouter van Oord (1946) is autodidact. Hij was werkzaam als zelfstandig ondernemer in de muziekhandel en had het geluk een groot deel van zijn leven door te mogen brengen als bon vivant en reiziger. Op zijn 14e sloeg bij hem de bliksem in bij het zien van een foto van Ramana Maharshi. Deze gebeurtenis werd de basis voor een leven van onderzoek naar waarheid. Die waarheid werd primair gevonden in de realisatie van Leegte en vervolgens in het gaandeweg existentieel samenvallen met wat is, de paradox van de volte van de presentie van afwezigheid.'


Hij beschrijft deze jaren als de opmaat en ingang naar de natuurlijke staat, waarin hij uiteindelijk na zes jaar zwerven zou arriveren, zowel eindigend als beginnend met ‘the calamity’ zoals hij het noemt. Het was een explosie van het levende organisme in de oneindigheid van zelfloosheid. Het was een totale vernietiging van alles wat hij voorheen leek te zijn; een mens vol kennis, identiteit, trots en ongemak. De ramp was een dood die zich een leven lang periodiek zou blijven herhalen als sterven en herrijzenis als verwondering en als Niets. Burroughs was 15 jaar lang tot 1956 verslaafd aan heroïne, maar stopte radicaal met hulp van een apomorfinekuur, een controversiële methode die de stofwisseling manipuleert en de fysieke afhankelijkheid bestrijdt. Later noemde hij die behandeling ‘the turning point between life and death’. Zijn geniale meesterwerk ‘Naked Lunch’ zou zonder deze behandeling nooit geschreven zijn. In deze periode, waarin Burroughs uit de figuurlijke dood herrees en bij zinnen kwam en zijn roem als gearriveerd anarchistisch schrijver vestigde, verloor U.G. zijn ‘persoonlijke’ leven en werd een ‘goner’, verdwenen, voorbij alle hulp en kans op herstel en terugkeer naar de conventies van het oude leven, een gestorvene…


TAAL Volgens Burroughs is taal een virus dat de mensheid controleert. Controle is synoniem voor een kwaad dat niet van buitenaf wordt opgelegd, maar zich van binnenuit verspreidt door het hele systeem. Het komt binnen door middel van machtsstructuren als cultuur en politieke en religieuze instituten. Deze bepalen het gedrag en de moraal. Niemand is veilig voor zichzelf – of, zoals Jack Kerouac het samenvatte: “I am not ‘I am’ but just a spy in someone else’s body.” De waarheid die taal pretendeert te zijn is van jongs af aan in onze hersenen gepompt als kennis. Ze overwoekert alle helderheid. Taal is een monster.


DE CLOUD U.G. zegt dat we zijn ingeplugd in de wereldgeest - een soort cloud waar alle kennis ligt opgetast die gedurende de menselijke evolutie en geschiedenis is ontwikkeld. Ons brein fungeert als een antenne die zijn kennis uit die cloud tapt. Kennis die al ons doen en laten bepaalt. Die databank moet uit je systeem verdwijnen, zegt U.G. Het is de wurggreep van kennis die ons in een droomstaat van aanwezigheid (ik ben) houdt. De vicieuze cirkel van herhaling van klinkklare nonsens waar we rondfladderen als krassende papegaaien en elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Burroughs zoekt in zijn paranoïde verhaal ondergronds verlossing en vindt anonimiteit in de fictieve vrijstaat ‘Interzone’, waar herenliefde en drugsgebruik de heersende cultuur zijn. Hij wil op die manier ontsnappen aan de dreiging van zowel de buiten- als binnenaardse ‘mindcontrol’. Bij hem blijft het fictie, een vlucht in de droom. Bij U.G. is het geen vlucht. Bij hem ontploft het kaartje echt. Het is menens tot in de cellen! U.G. heeft geen boodschap. Bij hem valt niks te halen. Hij is leeg. Zijn harde schijf is gewist. Dat kun je niet nadoen. Niet imiteren of navolgen. Niet bereiken via meditatie of welke spirituele methode dan ook. Je bent volkomen hulpeloos. Gedoemd. Geen ervaring levert je wat op. U.G. zegt dat wanneer er tot in de cellen de realisatie is dat er niets te vinden is, jouw identiteit niet overeind kan blijven. Dan brandt kennis op tot as en blijft er geen ervaren over omdat er niemand meer is om dat te kunnen. Dan ben je weg!


DOOD HOUT Ik herinner mij nog goed hoe ik U.G. voor het eerst ontmoette in levende lijve. Ik was samen met mijn vrouw naar de binnenstad van Amsterdam gereisd, waar op een bovenetage een meeting was georganiseerd door enkelen van zijn volgers. Het was in een kleine voorkamer met een erker. Er was een tiental aanwezigen.

Er werd niet veel gezegd. We wachtten op het verschijnen van U.G., die blijkbaar de vorige dag was aangereden door een fietser tijdens een wandeling. Hij was daarbij ten val gekomen en had een wond aan het hoofd. Toen de fietser toesnelde om hem overeind te helpen, schijnt U.G. hem te hebben toegeroepen: “Get lost!” Aldus Henk Schoonewille, een close friend van U.G. Terwijl we zwijgend wachtten op zijn entree, verscheen geruisloos een bijna onopvallende kleine gestalte in het kamertje, die plaatsnam op een lege stoel. Pas na een tijdje drong het tot me door dat het U.G. was. Hij zag eruit als een bosje gedroogd hout. Hij zag er onwerkelijk, bijna buitenaards uit. Ik kon mijn ogen niet geloven! Hij zat daar stilletjes en schijnbaar ongeïnteresseerd in de aanwezigheid van het gezelschap. Het bleef lang stil. Niemand nam het woord. Niemand had blijkbaar lust om iets te zeggen of te vragen. U.G. staarde zwijgend voor zich uit. Uiteindelijk werden er wat losse-floddervragen gesteld, die U.G. kortaf beantwoordde. Ik herinner me niets van die vragen en antwoorden. Hij scheen er niet veel zin in te hebben. De sessie leek te gebeuren in tijdloos grauw, zonder retorisch hoogtepunt om aan terug te kunnen denken. Het gaf geen genoegen. Het stelde niks voor.


ZWARTE GATEN Na ongeveer een uur vertrokken een voor een de aanwezigen weer totdat mijn vrouw en ik als laatsten overbleven. U.G. stond als een bevroren pop onbeweeglijk in het midden van het kamertje. Hij leek nog altijd op dood hout. We maakten aanstalten om te vertrekken en afscheid van hem te nemen. Toen gebeurde het! Ik liep naar hem toe en hij kwam onmiddellijk tot leven, nam mijn beide handen in de zijne en keek me recht aan zonder iets te zeggen. We stonden oog in oog. Wat ik toen zag, zal ik nooit vergeten. Zijn ogen waren zwarte gaten waarin ik verdronk, ik loste op in oneindige leegte. Zo stonden we een moment, dat eeuwig leek, sprakeloos hand in hand, als kinderen en er was een onbedwingbare neiging om te lachen… ook bij U.G. Hij lichtte op als een ster en even leek het of we dansten… gracieus, lichtvoetig, onschuldig… vervloeiend met wat schijnbaar verscheen…


Vrede

Dus je boodschap komt erop neer dat de mens geen vrede kan hebben met zichzelf. Is dat het wat je wilt zeggen?

UG: Nee. De mens is al in vrede met zichzelf. Het idee dat er ergens anders vrede te vinden is, ergens in de toekomst, veroorzaakt het probleem. Alle religieuze ervaringen zoals compassie, gelukzaligheid en liefde zijn onderdeel van het hevige verlangen naar een niet-bestaande vrede die de natuurlijke vrede, die er al in het lichaam is, vernietigt.


Geen vrede. Geen religie. Geen mededogen. Geen hoop. Wat houden we dan nog over U.G.?

UG: Niets. Ik stel de hele spirituele ervaring ter discussie. Die probeer ik open te breken.


Hoe zit dat dan met de mooie, eeuwenoude en uitgebreide rituelen die zo’n groot onderdeel vormen van onze religieuze belevenis. Zijn zij van enige betekenis of relevantie voor onze levens?

UG: De mens heeft zich altijd met het een of ander willen vermaken. Rituelen hebben hem, door de jaren heen, voorzien van het noodzakelijke vermaak en zijn nu vervangen door films, video’s, televisie, circussen, bijeenkomsten van J. Krishnamurti en wat nog meer. Er zijn zoveel van die dingen, weet je. Iedereen probeert zijn eigen speciale sigarettenmerk te verkopen, zijn eigen bijzondere product. En wij willen het. Er is een markt voor deze spirituele artikelen en daarom verkoopt iemand ze. Niemand kan dat spul aan mij slijten, want ik ben er niet in geïnteresseerd. Anderen misschien wel.


Ja, maar waar ben jij in geïnteresseerd? Wat is jouw drive om door te gaan met leven?

UG: Alles wat ik tegenkom. Wat er ook gebeurt, op dit moment, is het enige wat voor mij telt.


Kom op nou. Je bent een ‘hier-en-nu-mens’, is dat het?

UG: Nee. Het is zeer misleidend om het op die manier uit te leggen. Ik weet niet hoe ik het moet uitleggen.

Kijk, ik lees sciencefictionboeken. Waarom? Omdat er actie in zit. Ik heb geen interesse in hoe het afloopt, maar alleen in de voortgaande actie. Het is net als bij een striptease. Het strippen vind ik interessant, maar het einde niet. Wie is er geïnteresseerd in het einde? Net zo zijn alle dingen die je hebt meegemaakt, al jouw kennis en je hele gevoel van een ‘zelf ’, dode dingen uit het verleden. Deze herinneringen hebben een enorme emotionele inhoud voor jou, maar niet voor mij. Ik heb alleen maar interesse in wat er feitelijk nu gebeurt en niet morgen of gisteren.


Uit: De Denkbeeldige Geest, U.G. Krishnamurti, uitgeverij Samsara.


Spreekbuis van het leven

Door de manier waarop jullie luisteren ben ik genoodzaakt de eerste bewering altijd teniet te doen met behulp van een andere bewering. Daarna wordt de tweede bewering tenietgedaan door een derde, enzovoorts. Mijn doel is geen gerieflijke dialectische these, maar het volkomen tenietdoen van alles wat tot uitdrukking gebracht kan worden.”

U.G. Krishnamurti


U.G. Krishnamurti werd beschouwd als de antigoeroe, een verlicht man, en door sommigen zelfs als een charlatan. Hij was radicaal in de manier waarop hij het onuitsprekelijke verwoordde. Hij was aards en gewoon, maar had ook een heel bijzondere transformerende ervaring ondergaan waarin hij ontwaakte tot zijn natuurlijke staat van zijn en die hij ‘de ramp’ noemde. Je kunt hem heel moeilijk een etiket opplakken dat hem definieert. En dat was in feite ook zijn boodschap. Dat niets gedefinieerd kan worden en dat wie we denken te zijn slechts een conclusie van het denken is. Omdat ik wist dat ik deze column moest schrijven, ben ik een paar video’s van U.G. Krishnamurti op YouTube gaan bekijken. Toen ik hem zag spreken en de vragen van mensen zag beantwoorden, kon ik me heel goed vinden in de manier waarop hij probeerde uit te leggen wat niet uit te leggen valt. Mensen stelden wat hij zei ter discussie en hij reageerde in heel precieze en heldere bewoordingen, maar in wezen verwees hij steeds naar dat wat die woorden overstijgt. In mijn bijeenkomsten en retraites merk ik ook dat als ik spreek en er woorden uit mijn mond komen, ze door me heen gaan en dit lichaam gebruikt wordt om er uitdrukking aan te geven, maar dat de woorden zelf slechts verwijzen naar het woordloze. De woorden geven op zichzelf nooit de waarheid weer. En toch wil ik die graag in woorden uitdrukken. De woorden worden eindeloos verkeerd begrepen en fout geïnterpreteerd, maar het grootste misverstand is dat men aanneemt dat ze iets betekenen. Men neemt aan dat ze iets definitiefs zeggen waar je je aan vast kunt houden. De aard van het denken is dusdanig dat het hard zijn best doet om conclusies te trekken die het Leven begrijpelijk en daarmee veilig maken. Alles staat in relatie tot een referentiepunt genaamd ‘ik’, zodat de leegte van het Leven minder leeg kan aanvoelen. We stoppen de dingen in denkbeeldige hokjes zodat we ernaar kunnen kijken en ‘Ik weet wat dit is’ kunnen zeggen. We kijken naar anderen en nemen van alles over hen aan. We denken dat we ze kennen. Als we daarmee op zouden houden en werkelijk diegene onder ogen zouden komen die zich tegenover ons bevond, zonder enige vorm van interpretatie, zouden we schrikken hoe leeg die persoon werkelijk is. Als je gelooft in de gedachte die dingen, mensen en zelfs het hele Leven indeelt en in hokjes plaatst, dan leef je in de illusie dat ik lossta van jou en daardoor iets aan jou kan schrijven – de ‘jij’ die ik denk dat je bent. Maar toegeven dat ik jou, de lezer, niet ken, of dat ik niet eens weet of iemand dit wel zal lezen, plaatst me in een absoluut isolement, en als ik in dat isolement geen geloof hecht aan gedachten die onderdelen van het leven, inclusief mijzelf, van elkaar scheidt, dan ben ik vrij om gewoon een spreekbuis te zijn waarmee het Leven zichzelf tot uitdrukking brengt. Je kunt wat ik schrijf interpreteren op een manier die past bij de identiteit waar je je mee vereenzelvigt. Maar daar heb ik niets mee van doen. Alles wat ik tot uitdrukking zou kunnen brengen is altijd alleen maar een onsamenhangende energiestroom die hier en nu plaatsvindt. Als ik of jij die op welke manier dan ook probeer te laten stollen, lijkt ze een object te worden dat losstaat van mij. Voor het denken is dat gekmakend. Er valt niets te begrijpen of te bevatten. Elke conclusie die je zou kunnen trekken, wordt dan tenietgedaan door het tegenovergestelde. Als de kern van wat in, en buiten, de woorden tot uitdrukking wordt gebracht voortdurend gefilterd wordt door het denken en er steeds verwezen wordt naar een ‘ik’, wordt die kern over het hoofd gezien. Maar tegelijkertijd kan er ook nooit naar ‘gekeken’ worden.



Hoe worden we gelukkig en blijven dit? (Victor)


 Ananda

Hoe worden we gelukkig en blijven dit?



Inleiding

We kunnen veel beweren. Maar wat we toch allemaal willen is gelukkig zijn. De één is hier succesvoller in dan de ander. Sommigen hebben een betere uitgangspositie. Maar voor iedereen geldt dat er stappen zijn te zetten. We gaan eens kijken wat we zoal kunnen doen. 

Wat kunnen we doen om gelukkiger te worden? 

We kunnen dit benaderen vanuit grofweg twee kanten. De lichamelijk, sociale en psychologische kant, en de non-dualistische kant. 

De eerste kant is belangrijk. Het blijkt dat genoeg bewegen, regelmatig contact met andere mensen en huisdieren en inzicht in je eigen problemen behoorlijk wat toevoegen aan je welbevinden. Dit is makkelijk. Echter, je hebt hier wel wat zelfdiscipline voor nodig. Of een doel wat je motiveert. Hier is veel over geschreven en ik wil je best wel wat tips geven. Maar kijk maar eens op internet. Het is vooral een kwestie van doen. Zelf was ik ooit veel ziek. Werd wel gepest. Maar uiteindelijk heb ik toch een leuk netwerk van vrienden opgebouwd, een leuke partner en heb ik de Camino gelopen vanuit Rotterdam naar Santiago de Compostella, 2600 km alles bij elkaar. Daarmee kom je al een heel eind. 

De non-duale kant is de kant van de eenheid en liefde zien. Heb je dat gezien dan volgt het gevoel in jou, als onderdeel van die eenheid ook. 

Om je hierin te verdiepen heb je leraren en stromingen. De belangrijkste zijn de Advaita (A-dvaita, niet-twee)  het (dzogchen) Boeddhisme en de Christelijk mystieke weg. Er zijn vele leraren, zowel dood als levende. Ik geef hier even een lijstje.

Non-dualistische leraren van vroeger:

J. Krishnamurti (Advaita)

Osho (Advaita)

Ramana Maharshi (Advaita)

Nisargadatta Maharaj (Advaita)

Douwe Tiemersma (Advaita), NL

Alexander Smit (Advaita), NL

Wolter Keers (Advaita), NL

Jezus Christus (Cursus in Wonderen en spiritueel Christendom)

Boeddha (Boeddhisme en Dzogchen Boeddhisme)

U.G. Krishnamurti (Advaita)


Non-dualistische leraren van nu:

Mooji (Advaita), Jamaica/Portugal

Eckhart Tolle (Advaita), Canada

Jan Geurtz (Dzogchen Boeddhisme), NL

Hans Laurentius (Advaita), NL

Jan Koehoorn (Advaita), NL, in de lijn van Alexander Smit

Ivo Wantola (Advaita), NL, in de lijn van Ramana Maharshi

Lama Surya Das (Dzogchen Boeddhisme), US

Wouter van Oord (Advaita), NL, in de lijn van U.G. Krishnamurti

Anthonie Hagen (Advaita), NL, Mindstillness

Roj Rodgers (Advaita), NL, over Liefde

Je kan deze leraren benaderen via boeken of internet.

Zelf heb ik nu geen leraar. Leraren zijn een geschenk maar je moet ze ook weer loslaten. 

Kern is dat de persoonlijkheid een tijdelijke constructie is, geen vast gegeven. Wat jij in de kern bent overstijgt het persoonlijke, het afgescheidene. Die overstijging, dat alles zijn, daar ligt het geluk zonder reden. De ananda, gelukzaligheid. Dat inzien is alles. De weg van dat inzicht loopt in eerste instantie via het begrijpen. Maar dat is slechts een klein stapje. Het begrijpen is een hersenactiviteit. En deze is altijd beperkt en niet zo geschikt om het onbeperkte te begrijpen. 

Het ego kunnen zien als een tijdelijke gedachte, jezelf zien als tijdelijke gedachte, hoe doe je dat? Daar zijn boeken over volgeschreven. In feite is er geen weg naar wat geen wegen kent.

Doorzien van wat niet echt is, het luisteren als actie waarbij jezelf verdwijnt, mededogen met alles, kan iets doen. Kijken, luisteren, getuige zijn van jezelf en het leven. 

Ikzelf maak een onmogelijke combinatie tussen Liefde en ontkenning van alles wat niet werkelijk is. Alleen de Liefde omarmen is te weinig, alleen onderzoeken en afwijzen wat het niet is, ook. Voor mij.

Dus … omring je met liefdevolle mensen, dieren, beweeg, eet en slaap goed, en onderzoek jezelf, hoe staat het met jezelf? Zie wat niet waar is, zie wat jij niet bent en dompel je onder in Liefde.

Victor

Karl Renz, U.G. Krishnamurti, door Jan-Willem van den Braak




Door:

Jan-Willem van den Braak


from InZicht nummer 1 2020


Bij toeval kreeg ik begin 2019 een boek van Karl Renz in handen en was direct zeer geïntrigeerd door zijn ultradirecte en concessieloze benadering. Zo woonde ik in mei een weekend van gesprekken met hem bij in Berlijn, waaruit weer het idee van de eerste vertaling in het Nederlands van een boek van hem voortkwam. Er zijn al veel van Renz’ boeken in andere taalgebieden verschenen, altijd als weergave van gesprekken.


Jan-Willem van den Braak (1952) had vele jaren zitting in de directie van de werkgeversorganisatie VNO-NCW. In november 2005 schreef hij een artikel voor InZicht over zijn ontmoetingen met Alexander Smit. Hij is de vertaler van het eerste Nederlandstalige boek van Karl Renz, dat in april 2020 bij Samsara verschijnt onder de titel Verlichting en andere dwalingen.


Karl Renz is nog een grotendeels onbekende in ons taalgebied. Hij werd in 1953 geboren in WestDuitsland in een boerenfamilie. Van 1980 tot 2000 woonde en werkte hij als kunstenaar in Berlijn, terwijl hij tegelijkertijd intensief onderzoek deed naar de Werkelijkheid, zonder begeleiding van een persoonlijke leermeester – totdat zich aan hem het ‘goddelijk ongeluk’ voltrok, het ‘tijdloze kleine aha’, zoals hij het zelf noemt. Sindsdien houdt hij overal op de wereld ‘Zelfgesprekken’, gesprekken van het Zelf dat hier spreekt en daar luistert, zoals hij het wel omschrijft. Daarbij refereert hij regelmatig aan uitspraken van met name Nisargadatta en Ramana, zonder dat hij zich daarbij afficheert als advaita-leraar of wat ook, benadrukkend dat iedere lering met leraar er ‘weer een te veel is’, omdat de Werkelijkheid (het Zelf, het Absolute) nu eenmaal niet te vangen is. In alle gesprekken stoot hij direct door naar het illusoire karakter van alle ervaringen, met het ik als de primaire illusie, welke alle niet meer zijn dan vluchtige schaduwen op Dat wat je niet niet kunt zijn, zoals zijn misschien wel grootste uitspraak luidt. Hieronder twee fragmenten uit deze vertaling met een korte toelichting.


EERSTE FRAGMENT Eerst het hoofdstukje met als titel ‘De parelketting van je persoonlijke geschiedenis‘. De titel verwijst naar het ik-verschijnsel (object), dat zich een subject waant en uit alles wat het beleeft een persoonlijke geschiedenis breit (his-story, zegt hij vaak), als een lange parelketting.


V: Hoewel ik eerder zonder succes van alles geprobeerd heb om ervan af te komen, is nu ineens een soort hardnekkige spanning van me afgevallen. Ik heb er nu niets voor gedaan en hij is ineens weg. Hoe kan dat nu? Komt dat, omdat ik losgelaten heb of omdat ik eerst zo mijn best heb gedaan? 

A: Alles wat losgelaten of vastgehouden werd, alles wat wel of niet gedaan werd, heeft daartoe bijgedragen. Iedere stap is de juiste stap naar dit ene punt. Maar tegelijkertijd heb jij over geen enkele stap kunnen beslissen. Iedere stap was het gevolg van een oneindige, onderlinge relatie, waarbij alles door elkaar werd bepaald. Ieder moment is een parel in een oneindige hoeveelheid parels, waarbij elke parel afhankelijk is van de andere.


V: Een parelketting. 

A: Dat wordt dan weer een persoonlijk verhaal. Is het verleden echt van belang voor de toekomst? Of is het alleen maar onderling verbonden, waarbij alles tegelijkertijd aanwezig is, zonder komen en gaan? Het is een snoer van individuele parels, waarbij enkele parels worden uitgekozen en een voor een aan elkaar worden geknoopt als persoonlijke momenten. Dat hang je dan om je hals en noem je ‘mijn ketting, mijn verhaal, mijn verleden, mijn toekomst, mijn leven’. Zo’n ketting is erg zwaar om te dragen! Voor het ik zelfs niet te dragen. Daarom frunnikt het er de hele tijd mee om hem mooier of verfijnder te maken, om hem meer te laten blinken of juist om hem minder opvallend te maken.


V: Totdat ik hem eindelijk heb afgerukt. 

A: Voor het ik is het onmogelijk om hem af te doen. Het kan hem niet loslaten, want de ketting is er, omdat het ik er is. En het ik is er alleen maar, omdat de ketting er is. Het een kan niet zonder het ander.


V: Dan is er maar één oplossing: dat ze allebei gelijktijdig verdwijnen!

De overzijde waar er geen leraar en leerling meer zijn

A: De enige mogelijkheid is inzien dat ze geen van beide ooit hebben bestaan, het ik noch de ketting. 

V: Bedoel je dat er geen persoonlijke geschiedenis bestaat? Geen opeenvolging van momenten? 

A: Dat wat je bent, is zonder gevolg en zonder voorwaarde. Het valt niet op te delen in momenten. Het maakt nergens deel van uit en het gaat altijd aan alles vooraf.


V: Het is ook niet de parelberg? 

A: Het gaat daaraan vooraf. En het verkneukelt zich als je erover uitglijdt.


TWEEDE FRAGMENT En dan een tweede passage, naar aanleiding van vragen over zijn ontwaken. Hij maakt daarbij scherp onderscheid tussen verschuivingen binnen het bewustzijn (ik-bewustzijn, kosmisch bewustzijn, gewaarzijn) en Dat, wat je niet niet kunt zijn, dat zich in deze tijdelijke, droomachtige staten ontvouwt (hij ontleent dit aan Ramana). Vanuit dat absolute ‘gezichtspunt’ zijn geen van die staten hoger of lager, zoals veel zoekers veronderstellen. Een eyeopener van klasse.


A: Als ik al over iets definitiefs zou kunnen spreken, dan gebeurde dat een jaar of acht, tien later bij de berg Arunachala, het licht van Shiva. Tot dan toe was ik nog steeds in gewaarzijn, waar ik mijn thuis van had gemaakt. Wat er bij Arunachala gebeurde, was veel subtieler, meer een inzien dat zelfs licht enkel een gewaarwording is en dat je dat bent wat aan licht voorafgaat, in de grot van het hart. Het was niet eens een ontwaken, eerder een simpel ‘aha’. Tot dan toe was alles een spectaculair energetisch vuurwerk, maar dit ‘aha’, veel wezenlijker en onomkeerbaar, veroorzaakte geen enkele lichamelijke reactie.

Tot dan toe kon het nog steeds persoonlijk genomen worden, maar van toen af aan was dat onmogelijk. Ik had in dit licht kunnen blijven steken en dan was ik een leraar van het licht geworden (in feite was ik dat tot dan toe ook), die gezegd zou hebben: ‘Je moet ontwaken en het licht zijn; wanneer je die doorbraak beleeft, ervaar je harmonie, omdat er alleen nog maar eenheid is met alles.’ Maar voor mij is dit ‘aha’ veel wezenlijker, aha! (...)


V: Je hebt het acht jaar lang geloofd, maarw wat je niet niet kunt zijn  toch leek het nog steeds enkel een bepaalde episode te zijn. A: Ja, het gebeurde per ongeluk en het bleek heel comfortabel te zijn. Het is niet noodzakelijkerwijze iets wat gebeurt, maar eerder iets waar je over struikelt.


V: Het laatste tapijt… Ook Nisargadatta heeft gezegd dat we gewaarzijn moeten overstijgen. 

A: Ja, in zijn book ‘I Am That’ verwijst hij naar dit ‘Ik ben’, naar gewaarzijn, maar later zegt hij: ‘Vergeet het.’ Ik deed hetzelfde. Eerst vertelde ik acht of tien jaar: ‘O, ja, dit is!’ en daarna ‘Vergeet het! Je raakt verblind door het licht en je bent er je niet eens van bewust.


V: Hoe dan ook,we kunnen niet ontkomen aan wat we zijn. 

A: Je kunt noch ontsnappen, noch niet ontsnappen. Het is niet iets bijzonders, ik zou zeggen: eerder het tegenovergestelde. Tot dit subtiele ‘aha’ speelden altijd de reacties van anderen, omdat ik net een rondwandelende shakti was en ook met die shakti speelde. Daarom zeg ik dat er nog steeds een controleur was, zij het misschien heel subtiel. Er viel nog altijd voordeel uit te halen, dus was het iets speciaals.

De laatste goeroe, die we de Satgoeroe noemen, is de goeroe met wie je verdwijnt. Hij neemt je mee naar de overzijde, waar er geen leraar en leerling meer zijn. En wanneer dit gebeurt, is het omdat het deel uitmaakt van het plan, ondanks alles wat je gedaan of niet gedaan hebt. Wat je ook doet of niet doet, maakt immers deel uit van het plan. Het is dus onvermijdelijk. Als het moet gebeuren, zal het ook gebeuren. Anders is het onmogelijk, ook al wil je het koste wat kost. Je moet dus zijn wat je bent, ook zonder dat. Beter niet te lang wachten, want dit alles is maar een droom, zelfs wat ik net zei over dit subtiele ‘aha’*. t


* De cursivering aan het slot is van de auteur, omdat het zo’n prachtillustratie is van het droomachtige karakter van het bestaan en alles wat daarover gezegd wordt, zelfs over de ont-maskering van het bestaan zelf als een klein ‘aha’. Daarbij moet het verstand wel buigen.


Moed

Veel mensen moeten niets hebben van goeroes. Ze gruwen bij het idee dat ze zich als een adorerende leerling zouden vlijen aan de voeten van een meester. In hun ogen zijn goeroes geen enkele vorm van bewondering, laat staan aanbidding waardig, zijn het valse profeten, oplichters en gewetenloze bedriegers die hun volgelingen emotioneel, financieel en seksueel uitbuiten. Psychiaters beschrijven goeroes als mensen met psychopatische of narcistische persoonlijkheden die zich superieur aan anderen voelen; als krankzinnigen met waanideeën of messiaanse figuren die recht denken te hebben op speciale privileges en menen dat ze anderen hun wil op kunnen en mogen leggen. Politici en andere machthebbers zien goeroes als een zuur dat bijt in de fundamenten van de samenleving. Zulke lieden dienen te vuur en te zwaard bestreden te worden, en desnoods tot in de verste uithoeken van de aarde vervolgd te worden, zoals met Osho ook daadwerkelijk is gebeurd. Maar er zijn ook mensen die het anders zien, en een deel van hen is juist wel bereid zich te vlijen aan de voeten van een meester en zijn of haar woorden te drinken als waren ze nectar. En sommige leraren maken daar ondanks alle valkuilen geen misbruik van en voldoen wel degelijk aan de betekenis die het woord goeroe oorspronkelijk in het Sanskriet had, namelijk die van ‘eerbiedwaardig individu’ of ‘gerespecteerd leraar’. Met de beste bedoelingen proberen ze hun volgelingen door de dualiteit van het leven heen te laten kijken en aan zelfonderzoek te laten doen. Weer andere leraren vallen in een categorie die tussen die van valse profeet en ware goeroe in zit. Op hun benadering valt veel af te dingen, maar gewetenloze bedriegers kunnen ze niet genoemd worden. En dan is er nog de leraar die in geen van deze categorieën valt in te delen; de leraar die overal buiten valt en nergens bij hoort – bij geen enkele traditie, beweging, school of filosofische denkrichting. Als zo’n leraar ooit heeft bestaan, dan was het U.G. Krishnamurti. Hij had geen vrienden (van hem uit in ieder geval niet), geen volgelingen (al beschouwden sommigen zich wel degelijk als zijn leerling), geen vaste woon- of verblijfplaats, geen geld, geen bezittingen, geen vaste standpunten en geen gefundeerde meningen. Hij was de leraar die de ‘via negativa’ ook werkelijk leefde en alles afbrak waar anderen hun identiteit en soms alleen maar een beetje houvast aan ontleenden. Zijn gedrag vormde een zichtbare vrije val in niet-weten, en voor de gevolgen ervan kon hij op geen enkele manier instaan. Hij leefde naar eigen zeggen in ‘de natuurlijke toestand’, een staat van verwondering die het midden hield tussen “de geestestoestand van een baby en die van een krankzinnige”. “Als ik antwoord geef op een vraag,”, zei U.G., “ben ik niet verplicht om consequent te zijn. Ik heb geen standpunt te verdedigen, geen theorie te verkondigen. Ik kan jullie niets belangrijks leren, en toch blijven jullie maar vragen stellen. Daarmee beweeg je je alleen maar weg van jezelf. Het enige wat ik doe is je erop wijzen dat je op de verkeerde weg zit. Je leraar moet verdwijnen, en wat je leest, precies dat is het waar je vrij van moet zijn. Als zulke gedachtebewegingen er niet meer zijn, hoeft er ook niets meer begrepen te worden. Je kunt alleen maar jezelf zijn, en niemand kan je daarbij helpen.” Op het laatst gedroeg hij zich ‘mad as a hatter’, niet omdat hij gek geworden was, maar om de mensen om hem heen een spiegel voor te houden die hun eigen gekte op een wijze weerspiegelde die nog nooit eerder was vertoond. Zelf noemde hij zijn antwoorden op vragen “hondengeblaf” en “kattengejammer”. Hij ging zelfs zo ver om mensen die desondanks vragen bleven stellen te ridiculiseren en oorvijgen te verkopen “om ze wat gezond verstand bij te brengen”. Uiteindelijk stierf U.G. als een onbegrepen goeroe die geen goeroe was en er ook nooit een wilde zijn; die van je vroeg om alles los te laten. “Moed betekent dat je alles terzijde veegt wat de mens vóór jou heeft ervaren en gevoeld,” zei hij ooit. “Jij bent de Enige, groter dan al die dingen.” Zo’n leraar als U.G. was, misschien is dat wel de enige soort goeroe die we nodig hebben.


Documentaire in wording

Matthew Dougherty

Meer dan tien jaar geleden, toen 26 jaar oud, begon ik met een documentaire over U.G. te maken. Voordat ik ooit van hem gehoord had, kreeg ik het idee om de praktisch onmogelijke taak op me te nemen om een film te maken over een ‘verlicht iemand’. De meeste spirituele films waren of idealiserende biografieën of een soort van ontmaskeringen die me verveelden of frustreerden. Ik wilde graag een film maken die de radicale claim van spiritueel inzicht serieus nam zonder deze kritiekloos aan te nemen. Want iedereen kan wel zeggen verlicht te zijn of te leven in een staat van geen-zelf, maar ik vroeg me af of het ook mogelijk zou zijn om te zien hoe dit eruit zou kunnen zien. Toen ik ongeveer een jaar na U.G.’s overlijden een paar video’s van hem vond op YouTube, was het alsof ik geraakt werd door een ton bakstenen. Niet alleen verpletterden zijn uitspraken de vage hoop en dwaze gedachten die ik over mezelf als zoeker had, maar ook begon er iets te kriebelen in de vorm van een film die gemaakt wilde worden. (En hoe beter kon ik de ego-dood vermijden waar U.G. onvermoeibaar naar verwijst dan door een sisyfusachtig project te beginnen!) Spoedig ontdekte ik dat er honderden uren intieme video-opnames waren van het leven rondom U.G., gemaakt door zijn vrienden. Het leek een geweldige kans om te onderzoeken hoe leven vanuit geen-zelf (wat U.G. de Natuurlijke Staat noemt) eruit zou kunnen zien, en dan in een moderne context: zonder ashram, zonder pij en te midden van de wereld. Zou het mogelijk zijn om de diepte en kracht van iemands functioneren te zien of aan te voelen door ongeveer 30 jaar oude thuisvideootjes met een lage resolutie? Mijn hoop was dat het medium film de mogelijkheid zou bieden om naar U.G. en het fenomeen verlichting te kijken zonder de afgezaagde culturele normen of veronderstelde manieren van hoe dit eruit zou moeten zien. Omdat U.G. onvermurwbaar elke vorm van organisatie of archivering geweigerd had, reisde ik de hele wereld rond om ontelbare mensen die lang rond U.G. geleefd hadden te interviewen en zo zowel positieve als negatieve verhalen te horen. Ook verzamelde ik 500 uur video-opnames van het leven rondom hem. In de video’s wordt U.G.’s voor de vuist weg en nietsontziende intensiteit duidelijk weergegeven, maar ook zijn er momenten van intimiteit en stilte. In de interviews delen de mensen 500 uur oude video-opnames

hun persoonlijke moeilijkheden, verlangens en twijfels en proberen ze hun liefde te beschrijven voor de man die liefde ontkende, evenals hun nabijheid tot wat ze begrepen dat U.G. vertegenwoordigde. Met deze fragmentarische filmcollage hoop ik mijn steentje bij te dragen, niet om een man die claimde vergeten te willen worden op een voetstuk te plaatsen, maar om het vuur aan te wakkeren dat het mysterie dat U.G. ons zo compromisloos terugspiegelt, onderzoekt. t


Voor meer informatie https://www.facebook.com/ugkdocumentary

Over ervaringen met Ramakrishna, Matthew Dougherty




Matthew Dougherty



From InZicht nummer 1 2020


Alles is God

Op een dag zei Ramakrishna’s leerling Naren tegen een andere leerling: “Kan het zo zijn dat de waterpot God is, dat de drinkbeker God is, dat alles wat we zien en zijn God is?” Naren lachte schamper bij dat idee. Toen Ramakrishna dat hoorde, kwam hij naar hem toe. “Waar hebben jullie het over?”, vroeg hij liefdevol aan Naren. Daarna, zonder diens antwoord af te wachten, raakte hij Naren aan en raakte hij zelf in trance. “Na die aanraking,” vertelde Naren later, “onderging ik een volledige ommekeer. Tot mijn ontzetting kwam ik tot de ontdekking dat er in het hele universum werkelijk niets anders bestond dan God. Ik hield mijn mond erover en vroeg me af hoe lang die geestestoestand zou voortduren. Die bleef de hele dag aanwezig. Ik kwam thuis, en ook daar voelde ik me zo; alles wat ik zag was God. Ik ging zitten om te eten en zag dat alles – het bord, het eten, mijn moeder die het opdiende en ikzelf – God was en niets anders dan God. Ik slikte een paar happen door en bleef toen stilzitten zonder te spreken. Mijn moeder vroeg liefdevol: ‘Waarom ben je zo stil? Waarom eet je niet?’ Dat bracht me terug tot mijn alledaagse bewustzijn, en ik begon weer te eten. Maar vanaf die dag had ik steeds weer dezelfde ervaring, ongeacht wat ik aan het doen was – eten, drinken, zitten, liggen, naar school gaan, op straat lopen. Het was een soort bedwelming; ik kan het niet anders omschrijven. Als ik een straat overstak en een koets op me af zag komen, had ik niet, zoals normaal, de neiging om uit de weg te gaan om niet overreden te worden. Ik zei dan tegen mezelf: ‘Ik ben die koets. Er is geen verschil tussen die koets en mij.’ In die periode voelde ik niets met mijn handen of mijn voeten. Als ik voedsel at, gaf dat geen bevrediging; het was dan alsof iemand anders zat te eten. Toen die eerste bedwelming haar kracht gedeeltelijk begon te verliezen, begon ik de wereld te zien als in een droom. Als ik een wandelingetje rond Cornwallis Square maakte, stootte ik met mijn hoofd steeds tegen de ijzeren hekken om erachter te komen of het slechts droomhekken waren of echte. Het gevoelsverlies in mijn handen en voeten maakte me bang dat ik verlamd zou raken. Toen ik uiteindelijk mijn normale bewustzijn terugkreeg, raakte ik ervan overtuigd dat de toestand waarin ik verkeerd had een openbaring van non-dualistisch bewustzijn was geweest. Toen wist ik dat wat in de heilige geschriften over dat bewustzijn geschreven staat helemaal waar is.”


Uit: Ramakrishna and his Disciples, Christopher Isherwood, uitgegeven door Advaita Ashrama, Calcutta, 1990.

‌‌

This story is from:

Cover of "InZicht nummer 1 2020"

InZicht nummer 1 2020




woensdag 7 oktober 2020

Als water (Victor)

Wees als water. 

Dan drink ik je op.

Voordat je de zee hebt bereikt zullen we één zijn.

Want ik hou van je.

Victor




maandag 5 oktober 2020

Wat is Liefde? (Victor)

Liefde is de regen omarmen.

Genieten van de druppels.

De bomen achter de bomen zien.

Het genieten van in afwachting zijn op je vriendin.

De muur van het zichzelf beschermende ik zien instorten.

Alleen zijn terwijl er niemand is. Hierover nadenken en het begrijpen opgeven.

Het slechts in verwondering achterblijven. 

De liefde horen en voelen en schrijven.

Het zien zien zien gebeuren.

Heb uw vijanden lief en je andere wang toekeren. Begrijpen dat dat waar is en toch van je afbijten.

Liefde Is. Liefde heb je nooit. Liefde ben je.

Geboren worden in nieuwe gedaanten. Waar is de oude?

Opeens zien wat je nooit gezien hebt, hier kan dat, alles was er toch al?

De zon die gaat schijnen als wonder beleven.

Horen wat er in je gesproken wordt. 

Morgen verder, nu even genieten van het zijn. 

Victor




donderdag 1 oktober 2020

Paul Smit en 'enlightenment for lazy people', 'verlichting voor luie mensen'

 


'Enlightenment for Lazy People' is a very popular and well-selling book. Now offered for free, thanks to Paul Smit. And as you can see in Dutch but also in English. Everything you want to know about enlightenment but told simply and fun. The best-selling Advaita teacher in the Netherlands. Read and enjoy!

Verlichting voor luie mensen is een heel populair en goed verkocht boekje. Nu gratis aangeboden, met dank aan Paul Smit. En zoals u ziet in het Nederlands maar ook in het Engels. Alles wat u wilt weten over verlichting maar dan eenvoudig en leuk verteld. De best verkopende Advaita leraar van Nederland. Lees en geniet!

Klik hier om het Nederlandse boekje te downloaden

Click here for the English translation.