Populaire berichten

maandag 13 februari 2012

Uit Satsang 7 september2011 (Douwe Tiemersma)



Een totaal andersoortige werkelijkheid

Uit een gesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 7 sept. 2011

Verlichting is nogal een moeilijk begrip. Ik gebruik het niet vaak, maar het heeft te maken met een oorspronkelijk bewust-zijn dat er altijd al is, maar meestal niet bewust wordt herkend. In de meeste yoga-scholen wordt daar meditatief en stapsgewijs naar toe gewerkt, bijvoorbeeld bij het achtvoudige pad van Patanjali. Dit wordt dan geplaatst in het kader van de tijd en in het kader van de ruimte. Maar het gaat om iets heel anders. Het heeft te maken met bewustwording van datgene wat vooraf gaat aan het ontstaan van tijd en ruimte en alle vormen die daarin aanwezig zijn. Het is daar zelf niet aan onderworpen, het is daar vrij van. Wanneer je daar bewust in kunt verblijven, herken je dat het iets van je eigen zelf-zijn is. Er is dan een uiterste ontspanning, een loslaten en tegelijk een uiterst helder bewust-zijn. Die combinatie is erg moeilijk voor de meeste mensen. Er is ook vaak een verkeerde opvatting van het type bewustzijn dat er dan is. Wanneer je je totaal ontspant, komt er een andersoortig bewustzijn. In het Westen wordt bewustzijn meestal gedefinieerd als ‘gericht zijn op iets anders zodat je dat leert kennen’. Ik zie een lamp en ik ben me er bewust van. Dit bewustzijn is een kwaliteit van de waarneming. Je bent gericht op de dingen in het horen, het voelen, het zien. Maar wanneer je je ontspant, valt die gerichtheid weg. Dat is iets wat in de westerse psychologie en filosofie nooit herkend en nooit geaccepteerd is. Maar het is juist een erg waardevol type van bewustzijn. Je keert terug naar de oorsprong van je aandacht. Daar vind je een nulpunt waarin het open is. In die oorsprong ben je jezelf.

Het gaat dus om een bewustzijn van de totaal ontspannen staat. Iedereen heeft dat in zich, want iedereen is zichzelf. De vormen die het zelf heeft gekregen, zoals zelfbeeld, sociale identiteit, allerlei opvattingen, trauma’s, complexen, zijn allemaal secundair. Er is altijd iets dat voorafgaat aan het diepste trauma, iets dat geen last heeft van dat trauma. Als je daarmee contact kunt krijgen is dat de basis waarop dat trauma verdwijnt. Je schiet niets op met het blijven wroeten in het verleden of in allerlei moeilijke omstandigheden. Ook zogenaamd ‘normale mensen’ hebben een complex, namelijk een ik-complex. Je gaat dus terug naar het gebied voorafgaande aan de ego-vorming. Wanneer je daar niet regelmatig naar terugkeert – al is het maar in de slaap – dan word je binnen de kortste tijd overspannen en ben je rijp voor de psychiater. Iedere vorm van yoga is er op gericht je te laten terugkeren naar je oorspronkelijke staat. De jnanayoga die in de Advaita Vedanta centraal staat, zegt: laat dit met inzicht gebeuren, zodat die staat stabiel kan blijven.

Moet die staat herkenbaar zijn op een of andere manier?

Nee. Besef dat het niet gaat om een psychologisch of persoonlijk herkennen. Het gaat om een totaal andersoortige werkelijkheid. Ga dit niet reconstrueren in de standaard ruimte en tijd en de wereld van de mensen. De standaardwereld is heel erg betrekkelijk. Als je over honderd jaar terug zou kunnen kijken en je ziet hoe druk die ego’s zich allemaal maken en doen alsof hun werkelijkheid de absolute werkelijkheid is, dan zie je hoe betrekkelijk dat is. Je ziet dan ook dat de bron van het lijden direct samenhangt met een heel beperkt perspectief van dat ego met al zijn conditioneringen. Wanneer je maar een klein beetje ruimer en dieper bewust wordt, besef je dat het zelf-zijn oneindig veel groter is dan dat beperkte wereldje. Het beperkte ik denkt: ik moet vrij worden in deze wereld dus daar moet ik me laten gelden. Ik moet meer macht, meer geld, meer spirituele vermogens krijgen en daardoor word ik vrij. Die basale vergissing maken bijna alle mensen.

Dus keer terug naar die oorsprong. Wanneer dit op een bewuste manier gebeurt, ga je heel snel door al die lagen heen. De helderheid van bewustzijn moet extreem hoog zijn. Anders verval je heel snel weer in de standaardreactie, bijvoorbeeld wanneer iets zich als heel interessant aandient, wanneer iemand je naam noemt of wanneer er een aanval is. Je zult dan moeten zien en ervaren: er is ook iets anders mogelijk. Dat is het bewuste herkennen van wat je altijd al was en daarbij blijven. Je zult op een gegeven ogenblik herkennen dat zelfs het eerste binnengaan in de wereld, de eerste stappen van incarnatie, een traumatische kant heeft. Waarom is dat zo? Omdat het een inperking is van een eindeloze vrijheid en non-dualiteit.

Er is de mogelijkheid van het steeds meer gaan incarneren in die wereld van ruimte en tijd, maar ook van het juist weer terugkeren naar een dimensie waarbij die wereld van ruimte en tijd ontzettend betrekkelijk wordt. Het is een dieptedimensie in die wereld, maar valt niet samen met de wereld van de drie ruimtedimensies plus die van de tijd. Wanneer je ziet dat die dieptedimensie daar niet mee samenvalt is er ook vrijheid ten opzichte van die wereld. In de hele theologie en filosofie van de 20e eeuw wordt gezegd: je bent nu eenmaal eindig, dat moet je maar accepteren, maak er maar wat van. Maar wanneer je teruggaat naar jezelf, merk je dat dat zelf-zijn oneindig veel ruimer is. Het is niet ruimer binnen de ruimte van de standaardwerkelijkheid, maar het bestaat in een heel andere dimensie die veel grootser is dan de kosmos. Wat was er voor de Big Bang? Daar kunnen we niets over zeggen. Na miljarden jaren gaat het heelal krimpen. Wat blijft er over? Daar kunnen we niets over zeggen. Wat is er buiten de grenzen van het heelal? Daar kunnen we niets over zeggen. Terugkerend in jezelf kun je een interne herkenning hebben van een weten dat je jezelf blijft, wat er ook gebeurt, ook buiten de grenzen van het heelal. Natuurlijk, alles wat bij dat heelal hoort- lichaam en geest- gaat verdwijnen. Maar hoe zit het met jezelf? Het gaat op in iets veel groters. Daar kun je bewust van blijven. Die dimensie kun je open laten, ook als zelfruimte. Als dat duidelijk is hoeven we niet meer verder te praten.

* * * * *

Douwe Tiemersma over het dragen van pijn



Pijn

Mensen stellen vragen over ervaringen rond de operatie. Misschien is het nuttig over enkele te schrijven. Vandaag over de pijn.
Regelmatig word je in het ziekenhuis gevraagd de sterkte van je pijn een cijfer te geven van 1 t/m 10. Van 1 tot 6 is die pijn nog dragelijk. Dat betekent dat je een zekere bewustzijnsruimte hebt waarin je de pijn ‘kunt dragen’ en een houding tegenover de pijn kunt innemen. De pijn is dan een ervaren verschijnsel dat zich in je lichamelijke sfeer opdringt en waar je je haast als vanzelf met je aandacht op focust (1). Deze gerichtheid geeft vrijwel altijd lijden, als de pijn aanblijft, omdat ‘ik’ die pijn niet wil.
Dat is ook het geval als je in je bewustzijn afstand neemt van de pijn als lokaal verschijnsel en vaststelt dat je niet die pijn bent (2). De dualiteit van ik en pijn blijft bestaan. Er blijft een weerstand tegen de pijn.
In deze situatie kan er een besef komen van de noodzaak de pijn gelaten te aanvaarden en je neer te leggen bij het onvermijdelijke van de pijn (3). Meestal is dit ook geen definitieve oplossing, omdat er een ik-persoon blijft met een conflict: enerzijds wil ik de pijn niet en anderzijds wil ik dit niet-willen laten wegvallen. Binnen een ik kan dit conflict niet worden opgelost.
Dat kan pas plaatsvinden als de structuur ik-pijn, met alle weerstand, verdwijnt. Vanuit je bewust-zijn kun je je blikveld verruimen in alle richtingen, zodat het pijnverschijnsel een heel betrekkelijk plaatsje in je bewust-zijn krijgt zonder focus. De afstand tussen jezelf en de pijn die er was, is dan grotendeels verdwenen in je grote bewust-zijn. Dat gebeurt volledig, als je je bewustzijnscentrum loslaat (4). Dan is er een overgave aan het grote non-duale geheel.
Uitgaande van je bewust-zijn kan het wegvallen van de afstand ook direct plaatsvinden, als je bewust naar de pijn toegaat, die pijn binnengaat en gaat samenvallen met de kern van pijn (5). Je geeft je dan over aan de pijn. Ik en pijn verdwijnen dan in een non-dualiteit. Zie het interview op de website onder GGZ en non-dualiteit: 'Samenvallen met de pijn'.
Voor zover de pijn ontzettend sterk is, is er geen sprake van een bewust-zijn van waaruit een kiezen van een houding of beweging ten opzichte van de pijn mogelijk is (6). Dat gebeurde bij mij, toen op de intensive care het ‘pijnblok’ niet meer werkte. De pijn kan ondraaglijk zijn, dat wil zeggen, niet te dragen door een persoon, een ik met een zekere bewustzijnsruimte. Het ik wordt overweldigd en weggevaagd. Dan is er alleen nog maar pijn-zijn. Hierbij is er niet de keuze die in de bovenbeschreven situaties wel bestond. Hier zijn keuzevrijheid en weerstand niet aan de orde. Met geweld wordt het ik overrompeld. Over blijft een laag van oneindig zijn, voorafgaande aan die van de ik-persoon, met een kreunen als van een dier. Hierin blijft er het weten van deze vóórtoestand. Dit is een intern basisbewust-zijn dat samenvalt met deze natuurtoestand. Zo is er het interne zijnsweten van een oernon-dualiteit en deze blijkt een oerstilte en oerlicht te zijn. Je droom van ik en pijn gaat zomaar over in een grote, lichte, stille, eigen, bewuste droomloze slaap.
Hevige pijn die je uit de wereld wegslaat, geeft dus een goede mogelijkheid je intern van dat eigen oneindige stille licht en van het absolute waarin die stilte overgaat, bewust te laten worden.
Als dan toch de wereldse situatie terugkeert, kan deze dimensie open blijven ....

* * * * *

In liefde en non-dualiteit


Alleen in zelf-standigheid
zonder afhankelijkheid
kom je open
in liefde en non-dualiteit.

zaterdag 11 februari 2012

Alexander Smit; de oude Cheng, met 6 teksten en 21 audio's!



Ik heb een week of 4 geleden deze teksten beluisterd. Ik ga het nog een keer doen. Hele mooie zomercursus van Alexander Smit. In 7 dagen, 3 keer per dag, kortom in 21 delen,  neemt hij je mee via de oude boeddhistische meester Cheng naar de kern van de Advaita. Weergaloos. 

Klik hier voor de geluidsfragmenten

Hieronder een eerste deel in tekst vorm om je warm te maken.

De woorden van de Oude Cheng (1)

De abt van een boeddhistisch klooster nodigt de oude Cheng uit om zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘De oude Cheng grijpt niet in om tegemoet te komen aan de verlangens van een enkeling om gebeurtenissen in stand te houden of de loop der gebeurtenissen te veranderen. De oude tradities hoeven niet bewaakt te worden en er is ook geen revolutie nodig, maar alleen wat nu, op dit ogenblik voor de hand ligt.

Kaalgeschoren schedels, als ik me op een ongebruikelijke manier tot jullie richt, dan gebeurt dat in de hoop dat jullie eindelijk de moed zullen opbrengen de Oorspronkelijke Geest rechtstreeks in jezelf te zien, in plaats van die steeds weer te zoeken aan de hand van grappenmakers die al eeuwen dood zijn of door steeds weer met malle oude kerels te praten zoals ik.

Mijn methode is jullie door elkaar te schudden als een struik in de bergwind. Zo breek ik al jullie steunpunten aan stukken. En daar sta je dan, helemaal de kluts kwijt, met niets meer om je aan vast te klampen. Maar doordat ik al jullie kleinzielige zekerheidjes ontkracht, raak je in paniek en om jezelf dan weer gerust te stellen, zeggen jullie dat ik zondig tegen de traditie en tegen het goede fatsoen en dat ik een lelijke heiligschenner ben.

Zo kunnen jullie je dan toch nog wanhopig vastklampen aan de uiterlijke schijn en aan dingen die bedoeld zijn als hulpmiddel in plaats van ze te laten gaan zonder iets te willen achterhouden. Omdat mijn woorden geen weerklank bij jullie vinden, heb ik jullie een rad voor de ogen gedraaid door je te vertellen dat ze afkomstig zijn van een of andere oude schelm die al eeuwen dood is.
Maar ook dat heeft je niet geholpen te begrijpen dat deze woorden direct, hier en nu, voor jullie gelden. Integendeel, jullie behandelen ze nu als een museumstuk dat bewaard en vereerd moet worden. Kaalgeschoren schedels, door je aan futiliteiten vast te klampen, vergooien jullie je leven, en de evidente tegenwoordigheid van de Oorspronkelijke Geest ontgaat je. Wat een mislukking!
Kaalgeschoren schedels, de Oorspronkelijke Geest verschijnt niet bij het verdwijnen van de slaap en verdwijnt niet als die je overmeestert. De Oorspronkelijke Geest is niets en hangt op geen enkele manier af van dingen die veranderen of verdwijnen.

Als de Oorspronkelijke Geest echt het enige was wat jullie interesseerde, zouden jullie alles wat verandert en sterft op precies dezelfde manier zien als de wervelingen van de dansers met de rode zijden banieren. En het enige waar jullie je nog aan vast zouden houden, zou het ononderbroken zoeken zijn naar dat in je wat niet verandert en niet sterft. Als je het eenmaal gevonden hebt, zou geen van de duizend werelden ook maar een ogenblik in staat zijn je ervan te scheiden.

Jullie denken dat je op zoek bent naar de Oorspronkelijke Geest, maar in feite zoeken jullie naar een toestand van voldoening en naar bevrediging van kennis en aanzien. En daarom, arme kaalkoppen, zijn jullie totaal betoverd door alles wat verandert en sterft, in je en buiten je. Daarom gaan de woorden van de oude Cheng dwars door jullie heen zonder een spoor achter te laten, zoals vogels geen spoor nalaten in de lucht.

Kaalgeschoren schedels, alles wat jullie over de Oorspronkelijke Geest denken en zeggen, is alleen maar gekakel van jullie persoonlijke kleine geest. Maar jullie tonen geen enkele respons op wat je spontaan door de natuur wordt aangeboden, tenzij je het eerst geïnterpreteerd hebt volgens meningen van anderen die je boven jezelf hebt geplaatst. Hoe kun je hopen, zolang je net zo kunstmatig blijft als de draken die voor de festiviteiten worden gemaakt, ooit de Oorspronkelijke Geest in zijn spontaniteit te zien?

Toen ik jong was, heb ik het land in alle richtingen doorkruist, terwijl ik me bezondigde aan allerlei studies en oefeningen. Ik bezocht allerlei verdwaalden die zich inbeeldden dat ze verlicht waren en niets anders deden dan anderen misleiden.

Toen heb ik hem ontmoet die het mij mogelijk maakte te ontdekken dat ik mijzelf had omhuld met een vette modderkorst die nergens toe diende. Daardoor werd de juiste richting mij duidelijk en vanaf dan hield ik mij alleen nog maar bezig met de Oorspronkelijke Geest.

En op een dag is alles in elkaar gestort in het Ontwaken.

Ik, oude Cheng, doe niemand na, ik belijd geen enkel geloof, ik volg geen enkele school en ben niemands volgeling. In mijn wezenlijke natuur weet ik niets, heb ik niets en ben ik niets, want daar bestaat geen oude Cheng. Wat ik jullie hier zeg, komt niet voort uit dingen die ik geleerd heb. En wat het dagelijkse betreft, daar vloeien de dingen waaraan ik deelneem vanzelf uit elkaar voort. Zelfs met de Oorspronkelijke Geest bemoei ik me niet meer.

Kaalgeschoren schedels, ik heb niets voor jullie verborgen gehouden. Wat voor belang hebben jullie hier eigenlijk bij? Niets dan gekakel!’

En de oude Cheng verliet het vertrek.

‘Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke spirituele school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag, hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.’


De woorden van de Oude Cheng (2)

De abt van een klooster vraagt de oude Cheng zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘De Oorspronkelijke Geest is altijd tegenwoordig geweest, vlak voor je ogen. Je hoeft niets te verwerven om hem te kunnen zien, want je hebt elk ogenblik alles tot je beschikking wat daarvoor nodig is. Als jullie er toch niet toe in staat zijn, komt dat door je onophoudelijke gekwebbel met jezelf en met anderen.

Jullie brengen je tijd en leven door met veronderstellen, vergelijken, berekenen, commentaar leveren, argumenteren, verklaren, rechtvaardigen en citeren van wat jullie kleine hersentjes hebben onthouden of dachten te begrijpen van de geschriften en van de woorden van oude ratels zoals ik. Bij voorkeur gebruiken jullie de woorden van degenen aan wie men, toen ze eenmaal veilig dood waren, zo’n gezag heeft toegekend dat hun woorden daarna nooit meer in twijfel getrokken konden worden. Hoe willen jullie onder zulke omstandigheden de Oorspronkelijke Geest in al zijn onmiddellijkheid kunnen zien?
Kaalgeschoren schedels, omdat jullie zo opgewonden zijn als apen, besteden jullie je tijd aan futiliteiten. Jullie leven stroomt weg als modderwater. Er is voor jullie geen uitweg. Zeggen dat de Oorspronkelijke Geest niet louter niets is, maar ook niet als een iets bestaat … wat een gewauwel. Denken over de Oorspronkelijke Geest … wat een vergif. Opgeven van de gedachte en denken aan de afwezigheid van deze gedachte … nog meer vergif. Kaalgeschoren schedels, jullie zijn voortdurend aan het zoeken met jullie gedachten en zo doe je niets anders dan gedachten voortbrengen. Denken dat de Oorspronkelijke Geest kan worden begrepen door middel van gedachten, is jullie ondergang.

Wierook branden, soetra’s reciteren, je tijd doorbrengen met je ter aarde buigen, opletten of je wel helemaal stilzit, je op een gedachte of juist het uitbannen van die gedachte concentreren, kijk, dat is jullie dwaling. Jullie menen te kunnen ingrijpen en daardoor doe je niets anders dan steeds weer activiteiten produceren. Je leeft in de illusie dat je de Oorspronkelijke Geest kunt zien door middel van (juist) handelen.

En nog iets. Het vereren van de Boeddha roept het kwaad (van de gehechtheid) op, en het verwerpen van de Boeddha roept het kwaad (van profaniteit) op. En zo, kaalkoppen, zijn jullie steeds bezig met het tot uitdrukking brengen van gevoelens, waardoor alleen maar meer gevoelens worden voortgebracht. Jullie menen dat je de Oorspronkelijke Geest kunt zien door middel van gevoelens. Wat een vergissing!

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn ervan overtuigd dat je zo ooit de Oorspronkelijke Geest te zien zult krijgen. Maar op die manier pak je alleen jezelf bij de staart, en niets anders. Nooit, hoor het goed, nooit zul je op die manier de Oorspronkelijke Geest te zien krijgen. Maar jullie luisteren niet naar mij. Je blijft liever doof. Jullie zien de Oorspronkelijke Geest niet omdat je liever blind blijft. Jullie zijn niet meer te redden.

Als je de gedachten van anderen beschouwt als heilige kostbaarheden, waard om ze ingetogen en eerbiedig uit het hoofd te leren, te reciteren en door te geven alsof het een groot geheim betreft, kijk, dat noem ik geketend zijn aan de heerschappij van gedachten. Jullie kweken gedachten in je eigen kleine geest en je beschouwt ze als iets zeldzaams dat de moeite waard is goed te worden bewaard. Als men je gedachten niet respecteert, voel je je verongelijkt als een ouwe vrijster. Je voelt je zelfs aangerand als iemand ervan afwijkt, al is het maar een paar millimeter, kijk, zoiets noem ik jezelf te kijk zetten aan de schandpaal van het denken.

Als gedachten, zowel van anderen als van jezelf, je voorkomen alsof het golven zijn in de oceaan, die komen en gaan, de een niet belangrijker dan de andere, terwijl je niet onder de invloed van die gedachten komt, maar je toch nog vastklampt aan die ene gedachte dat je een toestand van volmaakte rust hebt bereikt, kijk, dat noem ik de dwaling van het rusten op de lauweren van het denken.

Wanneer er geen enkele gedachte meer om aandacht vraagt omdat het je duidelijk is geworden dat er, wat de Oorspronkelijke Geest betreft, niets bewaard hoeft te worden en door het denken niets verkregen kan worden, kijk, dat noem ik staan op de drempel van de Oorspronkelijke Geest.
Zijn in niet-tijd, niet-plaats, niet-vorm, niet-beweging en niet-gedachte, terwijl je waarneemt wat wordt waargenomen als er geen waarnemingen zijn, kijk, dat noem ik het zien van de Oorspronkelijke Geest.

Ook al zou je alle geschriften en verhandelingen van alle patriarchen hebben bestudeerd en alle ontwaakten hebben ontmoet en alle methoden van onderricht en mysterieuze krachten meester zijn en je ziet de Oorspronkelijke Geest niet, dan is het leven van jullie kaalkoppen niets meer dan nutteloos tijdverdrijf. Ik heb jullie eerder uit de geschriften voorgelezen.

Als ik zeg dat ze van de Boeddha afkomstig zijn, beschouwen jullie ze als heilig en word je met vrees en verering vervuld. Als ik zeg dat ze van de Bodhidharma of van een groot patriarch zijn, kijk dan eens hoe je vervuld wordt van bewondering en respect. Als ik zeg dat ze van een onbekende monnik zijn, kijk dan eens hoe je gaat twijfelen. En als ik zeg dat ze van de kok zijn, barsten jullie in lachen uit en denk je dat ik je voor de gek houd.

Wat belangrijk is voor jullie is niet de waarheid die deze woorden in zich dragen, maar het gezag dat wordt toegekend aan degene aan wie de woorden worden toegeschreven. Jullie zijn niet in staat zelf te kijken. Jullie denken wat je geacht wordt te denken volgens de mensen die je boven je geplaatst hebt. Jullie zijn voortdurend bezig dingen aan te vullen en te veranderen en te vervalsen. Daarom zijn jullie niet in staat de Oorspronkelijke Geest te zien zonder je te beroepen op wie of wat dan ook.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn een stelletje bedriegers. Jullie zijn een hopeloos geval.’

En de oude Cheng liep weg.

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke spirituele school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”

Deel twee uit een serie van zes. Een herhaling van een eerdere publicatie in het BD. Wij hopen nieuwe lezers daar een plezier mee te doen.

*De Oorspronkelijke Geest is ooit opgetekend uit de mond van de oude meester Chen. Advaita-Vedantaleraar Alexander Smit maakte voor zijn boek ‘Het onmiddellijke zien: gesprekken naar aanleiding van de woorden van de Oude Cheng’ voornamelijk gebruik van de herziene Nederlandse vertaling uit het Frans van Wolter A. Keers, zoals die werd gepubliceerd in ‘Chetana’ in 1985 (nr. 12 en 13). Propos du vieux Tcheng verscheen in 1974 in ‘Être’, een tijdschrift onder redactie van Jean Klein, dat in de jaren zeventig de non-dualistische benadering (advaita) belichtte.

home » boeddhisme » chinees boeddhisme » de woorden van de oude cheng (3)


De woorden van de Oude Cheng (3)

De abt van een klooster vraagt de oude Cheng zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘Jullie hebben gehoord dat je kleine menselijke geest leeg moet zijn als je de Oorspronkelijke Geest wilt zien. En daar zit je dan, rechtop en stijf als een bamboe, blik op de muur, tong tegen het gehemelte, druk doende gedachten tot stilstand te brengen. Maar het resultaat is dat je uitkomt bij een afwezigheid van gedachten die je dan aanziet voor de leegte van de Oorspronkelijke Geest. Een ogenblik later begint het geborrel van de kleine geest weer zoals wanneer je wakker wordt uit de slaap. Wat heeft die afwezigheid van gedachten voor nut?

En als je opschrikt van een lichtflits, spring je ter plekke overeind als een veulen en je roept dat je de Oorspronkelijke Geest hebt gezien, dat je iets onmetelijks hebt beleefd en dat je bevoorrecht bent. Wat voor nut heeft dat, om door de bliksem te worden getroffen? Dat zijn allemaal kunstjes, goed genoeg voor het circus. Kaalgeschoren schedels, als jullie doorgaan met die manie en die pretentie van wat dan ook te willen bereiken en bezitten, vecht je voor een verloren zaak.

De Oorspronkelijke Geest zien, houdt in dat je die ziet, of er gedachten zijn of niet, of je onbeweeglijk of actief bent, of je spreekt zoals ik dat doe voor jullie dan wel of je zwijgt, of je keizer of monnik of dakloze zwerver bent. Welk belang kunnen zulke dingen hebben?

Wat voor verschil zou er kunnen zijn tussen de Boeddha en een ongeletterde plattelandsmonnik die alleen maar hout kan kloven, maar die de Oorspronkelijke Geest heeft gezien?

Er bestaat niet zoiets als een Oorspronkelijke Geest die speciaal bij een Bodhidharma hoort en een andere die speciaal bij de oude Cheng hoort of bij een van jullie. De Oorspronkelijke Geest is de Oorspronkelijke Geest. Iets anders kun je er niet over zeggen. Zelfs dit is al te veel.

Wat anderen over de Oorspronkelijke Geest hebben gezegd, en wat ik erover zeg, kan jullie alleen maar aanmoedigen hem zelf direct te gaan zoeken, zonder je te beroepen op enig ander gezag en zonder enig hulpmiddel. Want dat kan je blik alleen maar vertroebelen en je afhouden van de enige vraag waar je bezeten van moet zijn, waar je ook bent of wat je ook doet, of je mediteert of de binnenplaats veegt of je natuurlijke behoeften bevredigt.

Maar als ik zie wat jullie uithalen met de woorden van de patriarchen en met de mijne, dan zou je zeggen dat het beter was geweest als ze de patriarchen bij hun geboorte hadden verdronken, en mij daarbij.

Kaalgeschoren schedels, jullie lijden aan een ongeneeslijke ziekte. De hele wereld en jullie zelf zijn niets anders dan gedachten van je eigen kleine geest. Ze verdwijnen immers samen met de gedachten als je in slaap valt! En dat geldt precies zo voor de opinies die jullie kleine geest heeft verzonnen over de Boeddha en over de Weg en over de Oorspronkelijke Geest.

Begrijp nu toch eens en voorgoed dat al jullie pogingen om het Ondoordringbare te doordringen met je gedachten en activiteiten volmaakt zinloos zijn. Je kunt net zo goed proberen de wind te grijpen. Maar als er geen obstakels meer in jullie zijn en je staat helemaal open voor de Oorspronkelijke Geest, dan zul je regelrecht door hem worden gegrepen.

Omdat jullie over de leegte hebben horen praten als over het hoogst bereikbare resultaat, proberen jullie die te bereiken. Zo vervallen jullie in een verdoving en een gevoelloosheid, die je aanziet voor de leegte van de Oorspronkelijke Geest.

Omdat je over het Absolute hebt horen spreken als over de uiteindelijke toestand, verbeeld je je dat alle dingen gelijkwaardig zijn en dat geen enkel ding respect verdient. Zo verval je in anarchie en bandeloosheid, die je aanziet voor de al-een-heid van de Oorspronkelijke Geest.

Omdat je over zuiverheid heb horen spreken als onvervalste gelukzaligheid, span je je in om die te bereiken. Zo verval je tot koppigheid en onbuigzaamheid, die je aanziet voor de onthullende helderheid van de Oorspronkelijke Geest.

Omdat je over onthechting hebt horen spreken als de enige echte vrijheid, probeer je je af te scheiden van de wereld en van jezelf. Zo verval je tot onverschilligheid, die je aanziet voor de onafhankelijkheid van de Oorspronkelijke Geest.

Kaalgeschoren schedels, het is de Oorspronkelijke Geest waarvan gezegd wordt dat hij leegte, eenheid, helderheid en onafhankelijkheid is, en het kleine stukje van het grote wiel van het bestaan dat jullie zijn, kan nooit en te nimmer een van deze elementen bevatten.

Maar als je de Oorspronkelijke Geest zou zien, zou je weten dat hij je eigen diepste natuur is, die je geen enkele eigenschap kunt toekennen en die je in werkelijkheid geen enkele naam kunt geven. Dan zou je ook weten dat leegte, of het Absolute, of zuiverheid, of onthecht zijn, of Oorspronkelijke Geest enkel woorden zijn die alleen maar bestaan aan jullie kant en alleen omdat jullie blind en onwetend zijn.

Kaalgeschoren schedels, als je de Oorspronkelijke Geest wilt nadoen, is het met je gedaan.

Omdat jullie monniken geworden zijn, gedrenkt in de wetten van de Boeddha, en leerlingen van een beroemd Meester, denk je dat je anders bent dan het gewone volk, waar je verwaand op neerkijkt. Kaalgeschoren schedels, van de Oorspronkelijke Geest weten jullie net zoveel af als het onkruid op het veld.

Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.

Kaalgeschoren schedels, jullie hebben je ogen dicht gepleisterd met modder en nu kom je je beklagen dat je blind bent.’

Druk gebarend liet de Oude Cheng de groep monniken alleen.

 

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke spirituele school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”


De woorden van de Oude Cheng (4)


De abt van een klooster vraagt de oude Cheng zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘Kaalgeschoren schedels, door je helemaal over te geven aan de wil en aan de grillen van iemand anders die je hoog boven je hebt gesteld, waarbij je zover gaat dat je over alle dingen contact met hem opneemt, denk je dat je in de juiste houding leeft, zonder wereldse zaken en zonder verlangen. In werkelijkheid gedraag je je alleen maar als apenjongen die hun moeder geen ogenblik verlaten en zich koortsachtig aan haar vastklampen omdat ze doodsbang zijn.

En met het voortgaan van de tijd worden jullie als verdorde bomen die je ’s winters niet van andere kunt onderscheiden, maar die, als de tijd rijp is, niet uitbotten en geen vruchten dragen. Hoe kun je met zo’n manier van niets-doen ooit hopen de Oorspronkelijke Geest te zien?

O kaalgeschoren schedels, jullie zijn nu al dood.

Ieder mens wordt (voortdurend) door de Oorspronkelijke Geest verlicht. Sommigen zien het, anderen zien het niet. Dat is het enige verschil tussen hen. Maar jullie zijn als een dronkenlap die zich vastklampt aan het bamboe aan de buitenkant van een omheining, schreeuwend dat ze hem hebben opgesloten en dat hij onschuldig is en smekend om te worden bevrijd.

Kaalgeschoren schedels, niemand houdt je gevangen behalve jijzelf. Wat een ramp!

Niet in staat de Oorspronkelijke Geest te zien en zo uit jezelf te leven, verstoppen jullie je onbeduidendheid door de kleren van anderen aan te trekken, van levenden of van doden. Je verzamelt standpunten, verdiept je in de nuances, in de verschillen en in de punten van overeenkomst. Zo behang je jezelf met franje. En omdat je een stelletje domoren weet te verblinden met toeren, zie je jezelf aan voor verlicht.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn niets meer dan woordenmolens, niets meer dan goochelaars op de kermis. Jullie hebben je laten bekoren door jezelf. Jullie kwaal is ongeneeslijk.

Je hebt niemand nodig om het zonlicht te zien. Alles wat een ander daarover kan zeggen, is overbodig. Je bevindt je in het licht. Het verwarmt je lichaam, maar toch kun je het niet pakken en in een doosje stoppen. Elke poging het te bezitten, draait bij voorbaat uit op een mislukking. Je kunt het niet vangen, maar je kunt je er ook niet van ontdoen. Deze oude zeur heeft je dat al eens verteld, en vele anderen voor hem. Precies hetzelfde geldt voor de Oorspronkelijke Geest. Die is even duidelijk en even schitterend aanwezig als het licht van de zon. Maar ook hem kun je niet in je macht krijgen, en ook van hem kun je niet af.

Als jullie de Oorspronkelijke Geest niet kunnen zien, komt het doordat jullie verblind zijn door die hele woordentroep die je boven jezelf stelt. Je kunt hem niet zien doordat je vastzit aan het steeds weer proberen hem te pakken te krijgen met je denken of met je eerbetoon of met je oefeningen.

Je denkt dat hij ergens ver weg is, maar hij is hier. Je wilt hem te pakken krijgen, maar hij ontkomt. Als jullie nu weer eens helemaal eenvoudig werden, dan zou het, om hem te zien, genoeg zijn de ogen te openen, net zoals voor het licht van de zon. Daar is geen ingrijpen voor nodig.

Wie één zandkorrel heeft gezien, heeft de zandkorrels van alle stranden en woestijnen in de hele wereld gezien. Als je de Oorspronkelijke Geest ziet, zie je die in zijn volledigheid en ben je een Boeddha.

Ik sta hier voor jullie als een stuk hout waar geluid uit komt. Dat is geen verdienste en het is van geen enkel belang, want wezens als de oude Cheng zijn er altijd geweest en zullen er zijn tot aan het einde der dagen om hetzelfde geluid te laten horen.

Helaas voor jullie heb je je uitsluitend beziggehouden met de buitenkant en nu zien jullie hier alleen maar een stuk hout dat veel lawaai maakt. Daarom vindt de Oorspronkelijke Geest niet de weerklank in jullie waardoor je je onmiddellijk zou realiseren dat je nooit iets anders geweest bent dan de Oorspronkelijke Geest.’

En de oude Cheng trok zich terug.

‘Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”


De woorden van de Oude Cheng (5)

De abt van een boeddhistisch klooster nodigt de oude Cheng uit om zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘Beschouw alle patriarchen, alle praatzieke mannetjes zoals ik als oplichters, omdat ze praten over iets dat ze je niet kunnen laten zien en dat ze je niet kunnen geven. Het enige nut dat je hun desnoods kunt toekennen, is het feit dat ze benadrukken dat ieder wezen de boeddhanatuur heeft.

Maar ieder van jullie moet die voor zichzelf zoeken zonder je door wat dan ook te laten afleiden, om haar ten slotte te vinden in haar fel oplichtende werkelijkheid. Wie zich laat verleiden door de woorden en de goocheltrucs van de patriarchen is verloren.

Kaalgeschoren schedels, in de hoop dat je daardoor de Oorspronkelijke Geest te zien zou krijgen, hebben jullie een heleboel dingen geleerd en opgeslagen in je kleine geestjes, zoals ze in dit klooster rijst opslaan in vaten. Zo hebben jullie niets anders gedaan dan onwetendheid verstoppen achter geleerde woorden over het ware en het onware, over goed en kwaad, over het eeuwige en het vergankelijke, over de hemel en de aarde, over de subtiele en de grovere elementen, over de verdiensten van de verschillende wegen en oefeningen, over de graad van verlichting die verkregen is door deze of gene, en over nog een heleboel andere dingen die precies even nutteloos zijn. Het enige wat hieruit blijkt, is dat jullie geen diepgang hebben en niet in staat zijn de juiste houding te vinden.

Kaalgeschoren schedels, het kwaad bij jullie zit in de pretentie en de arrogantie waardoor jullie denken te kunnen meten wat onmeetbaar is.

Als er onder jullie iemand is die tijdens het luisteren getroffen is door iets dat groter is en dieper gaat dan mijn woorden, en dat niet het soort verdoving is waar zovelen genoegen mee nemen in de waan dat het de Oorspronkelijke Geest is, maar een eenvoudige en actieve helderheid, hem alleen kan ik de juiste richting wijzen.

Op een gegeven moment zal zijn dikke modderkorst barsten gaan vertonen en ten slotte in één klap wegvallen. Op dat ogenblik zal hij het juweel van de Oorspronkelijke Geest zien schitteren. In deze hele aangelegenheid onderneem ik niets en grijp ik nergens in.

Ik ben niets anders dan een doorgang, een trechter voor de Oorspronkelijke Geest, die enkelen intuïtief via mij aanvoelen, via mij, de oude Cheng, die voor de rest ook niets anders is dan een modderige korst rondom een diamant.

Op alle vragen die me worden gesteld over de Oorspronkelijke Geest kan ik er alleen maar het zwijgen toe doen of antwoorden met ‘nee’. En iemand die de Oorspronkelijke Geest gezien heeft, heeft de oude Cheng niet meer nodig.

Als jullie echte kerels waren, zouden jullie gedachten en daden juist zijn en elk ogenblik in harmonie met hun object. Maar omdat jullie niet in staat zijn te zien dat jullie in wezen niets anders dan boeddhanatuur zijn, compenseren jullie je onwetendheid door je de gedachten en activiteiten van degenen die je boven je hebt geplaatst, eigen te maken. Jullie worden volledig in beslag genomen door het beamen van wat anderen denken en doen en dat is jullie schandpaal. Dat belet je de Oorspronkelijke Geest te zien.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn een dievenbende. Voor jullie is er geen hoop.

In je diepste wezen verschillen jullie in niets van de Boeddha. Wat je ontbreekt, is het ondubbelzinnig kennen van je eigen wezen. Dat is het enige wat je ontbreekt en wat jullie er steeds weer toe aanzet te proberen te worden wat je elk moment van je leven al bent geweest.

Het enige wat de moeite waard is in het leven is het voortdurend verweven zijn met de Oorspronkelijke Geest, die zo duidelijk als een berg voor je staat. Wijk daar een haarbreedte van af en je vervalt onmiddellijk weer in de chaos en in de eindeloze maalstroom van oorzaken en gevolgen.

Dit is de enige les die de oude Cheng jullie kan geven.’

En de oude Cheng vertrok.

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”

home » boeddhisme » chinees boeddhisme » de woorden van de oude cheng (6 en slot)


De woorden van de Oude Cheng (6 en slot)
11 april 2023 door De Oude Cheng Reageer

De abt van een boeddhistisch klooster nodigt de oude Cheng uit om zijn monniken te onderwijzen. De zaak loopt lichtelijk uit de hand.

‘De gedachte aan de Oorspronkelijke Geest is niets anders dan de weerkaatsing van die Geest in de beperkte geest. Zoals het beeld van de maan in een plas niets anders is dan de weerkaatsing van de maan. De Oorspronkelijke Geest blijft tegenwoordig en onveranderd, onberoerd door het lawaai van jullie denken en doen, net zoals de maan niet verandert en niet beroerd wordt door de helderheid of de troebelheid van het water, of door zijn kalmte of zijn golven, of door de grootte van de hoeveelheid water in de plas. Door al die dingen wordt alleen het beeld van de maan veranderd of weggevaagd. In werkelijkheid zit er geen maan in de plas.

Begrijp nu toch dat je met al je bedenksels de gevangene bent van je eigen geest. Je moet zo nodig reinheid betrachten, onthechting nastreven, vrijheid zien te verkrijgen en wel drie uur lang je gedachten stilzetten en zo zijn er nog talloze andere praktijken waar jullie je aan overgeven om de Oorspronkelijke Geest te pakken te krijgen. Zo zit je gevangen in je eigen kleine geest als een vis in een fuik.

Wat jullie aan het doen zijn, is net zo stom als wanneer iemand die de maan direct wil zien, daartoe het water in de plas schoonmaakt, de planten eruit haalt, een bamboeschutting om de plas zet om te voorkomen dat de wind er golfjes in maakt, of zelfs de plas laat leeglopen.

Kaalgeschoren schedels, begrijp toch dat jullie je uitsluitend laten vastleggen door je eigen gedachten en door je meelijwekkende manier van doen.

O kaalgeschoren vrienden, alleen omdat jullie zo verblind zijn, spreekt de oude Cheng over de Oorspronkelijke Geest en over de beperkte persoonlijke geest alsof het twee verschillende dingen zijn. Voor de oude Cheng zijn de Oorspronkelijke Geest en de persoonlijke geest, het eeuwige en het vergankelijke, wijsheid en onwetendheid, verlichting en verblinding, nirvana, soetra’s, het systeem van de Wet en de Boeddha zelf, niets anders dan de maalstroom van gedachten. Ze zijn net als dorre bladeren die een eigen leven lijken te hebben als de novemberwind ze laat opwaaien, maar die een ogenblik later weer levenloos zijn.

Kaalgeschoren schedels, de wezenlijke natuur van alle wezens en dingen is niet méér waard bij degene die haar ziet dan bij degene die haar niet ziet. Ze wordt op geen enkele manier beïnvloed door de vraag of ze al dan niet gekend wordt, en ook niet door de dingen waar je haar achter wegmoffelt.

Maar het staat jullie volkomen vrij je te blijven verliezen in het zoeken naar onderscheid en nuances en subtiliteiten en spitsvondigheden. En daarmee heb ik alles gezegd.
Kaalgeschoren schedels, de Boeddha heeft de Oorspronkelijke Geest aanvankelijk geprobeerd te vinden met behulp van zijn menselijke geest. Hij ontdekte dat dit onmogelijk was. Toen ging de Boeddha op zoek naar de Oorspronkelijke Geest met behulp van disciplines, zelfbeheersing en oefeningen. En opnieuw ontdekte hij dat deze manier nooit tot het doel kon leiden.

Toen hij onder de bodhiboom zat, had hij de Oorspronkelijke Geest nog steeds niet gevonden, maar hij had wel begrepen dat zijn denken noch zijn voelen noch zijn handelen in staat was hem zijn ware natuur te laten zien. Toen gaf de Boeddha het gebruik van zijn menselijke geest en van zijn handelen op; hij accepteerde zijn onwetendheid en erkende zijn onmacht daaraan een eind te maken.

In hem waren alleen nog maar onzekerheid en verwondering overgebleven zonder dat hij verder ergens door in beslag werd genomen. Onbeweeglijk zat hij, als een stuk dood hout, totdat, bij het opkomen van de morgenster, de Oorspronkelijke Geest hem verlichtte.

Dat is de ervaring van de Boeddha. Dat is het voorbeeld en het fundamentele onderricht dat hij ons heeft nagelaten. Maar jullie met z’n allen, discipelen van de Boeddha, wat hebben jullie gedaan? Je hebt je de Boeddha meester gemaakt om van zijn leven een legende te maken waar je in verrukking over kunt denken en van zijn persoon een afgod, geschikt om te aanbidden.

Jullie hebben je van de woorden van de Boeddha meester gemaakt om er iets heiligs van te maken, waardig om uit je hoofd te leren en te worden gereciteerd. Je hebt er verhandelingen over geschreven, je hebt er onophoudelijk over gekwebbeld en je hebt verschillende geloofsrichtingen tot stand gebracht. Jullie hebben tempels gebouwd en standbeelden gemaakt, wierook gebrand en kamfer aangestoken. Jullie hebben allerlei geloofsovertuigingen vastgelegd en dogma’s opgesteld en voorschriften en disciplines en oefeningen verzonnen.

Kaalgeschoren schedels, jullie zijn erin getrapt en je hebt je laten verleiden door al die dingen waarvan de Boeddha onderkend had dat het dwaalwegen waren die alleen maar tot chaos konden leiden. Door dat te doen, hebben jullie een hemelhoge muur opgetrokken rond de Oorspronkelijke Geest, die je wilt zien.

O kaalgeschoren vrienden, als jullie op die dwaalwegen blijven ronddolen, wat een mislukking is je leven dan!

En nu luister naar me met alle aandacht die je hebt. Nu zal ik je eindelijk het grote geheim onthullen van de Oorspronkelijke Geest. Wat ik je nu ga zeggen, is het belangrijkste en meest diepzinnige wat er ooit over gezegd is, namelijk dit:

Er bestaat geen geheim van de Oorspronkelijke Geest!’

De oude Cheng maakte een pirouette en verdween. Niemand heeft daarna ooit nog iets van hem gehoord.

“Jullie zouden dolgraag weten wie ik toch wel ben, en uit welke geestelijke school ik kom, wie mijn leraren zijn geweest, waar ik vandaan kom en nog een heleboel dingen die allemaal even oninteressant zijn. Sommigen denken dat ik wel een verlichte moet zijn, omdat immers de abt me gevraagd heeft jullie toe te spreken.

Anderen denken dat ze een oude gek voor zich zien die zich op een schandalige en beledigende manier gedraagt en die je met stokslagen naar buiten moet jagen, omdat hij de woorden noch de mannen uit het verleden respecteert die door de traditie vereerd worden, noch de woorden en de mannen van vandaag hoewel ze een verheven reputatie hebben. Zo kijken jullie alleen maar naar het omhulsel, naar de buitenkant, de vorm van de dingen en daardoor ontdekken jullie niet de ware man in jezelf.”

Dit is aflevering zes (en slot) in een serie die eerder in het BD werd gepubliceerd. Wij hopen nieuwe lezers daar een plezier mee te doen.

 *De Oorspronkelijke Geest is ooit opgetekend uit de mond van de oude meester Chen. Advaita-Vedantaleraar Alexander Smit maakte voor zijn boek ‘Het onmiddellijke zien: gesprekken naar aanleiding van de woorden van de Oude Cheng’ voornamelijk gebruik van de herziene Nederlandse vertaling uit het Frans van Wolter A. Keers, zoals die werd gepubliceerd in ‘Chetana’ in 1985 (nr. 12 en 13). Propos du vieux Tcheng verscheen in 1974 in ‘Être’, een tijdschrift onder redactie van Jean Klein, dat in de jaren zeventig de non-dualistische benadering (advaita) belichtte.


donderdag 9 februari 2012

Niets meer te zeggen ...



Ik heb eigenlijk niets meer te zeggen.
Ik lees nog wel, wandel, kijk.
Maar hoef daar niet zoveel meer over kwijt.
Best knap al die mensen met al die lange verhalen.
Een mooi plaatje, een leuk filmpje.
Maar verder ....
Jullie worden er niet gelukkiger door.
Het heeft bij mijn weten nog nooit iemand een stap verder geholpen.
Ik kan denk ik beter gaan koken.
Maar gelukkig is Sjoerdje vrij en levend.

dinsdag 7 februari 2012

Een spirituele ervaring


Gisteren gemaakt na het schaatsen

Schaatsen is een spirituele ervaring schreef iemand.
Voor mij was het LOL en genieten.
But, what is the difference?

maandag 30 januari 2012

Eenvoud



Eenvoudig leven,
In leven en gedachte,
Wat een zegen als je dat kan,
Liefde, ruimte openheid,
De witte sneeuw,
De blauwe lucht,
De vorst komt er aan,
We gaan er van genieten,
De schaatsen uit het vet,
Het is eenvoudig.

Officiële Facebook pagina over Douwe Tiemersma



Voor iedereen die gedachte wil uitwisselen op basis van de ideeën van Douwe Tiemersma is er een facebook pagina. Je moet de hier onderstaande link dan even kopiëren.

https://www.facebook.com/groups/advaitaguru/permalink/334208886619844/

Advaita gedicht van Douwe Tiemersma



Zolang er een beperking is in je bestaan
is er verruiming mogelijk,
een transcendentie van grenzen
naar grotere openheid.

Zie dus steeds je grenzen en
de ruimte daaraan voorbij.
Ga mee met die gerichtheid en
laat die beweging niet stoppen.

Dan schiet die beweging van je
door tot in oneindigheid en oorsprong
waar geen grenzen zijn.

Dan pas kunnen er grenzen zijn
die niet beperken.
Dan kan er verscheidenheid zijn
zonder scheidingen.

* * * * *


Over de gezondheid van Douwe

Douwe gaat langzaam vooruit maar hij voelt zich lichamelijk nog erg zwak. De uitslag van de kweekjes die afgenomen zijn tijdens de operatie blijken allemaal schoon te zijn. Dus er zijn geen uitzaaiingen en dat is natuurlijk geweldig mooi nieuws! E-mail leest hij minimaal, dat is te vermoeiend, maar post vindt hij wel heel fijn om te ontvangen.

vrijdag 20 januari 2012

Mooi die Tao



Het verlangen op een mooi blank vel papier iets te schrijven.
Dat is toch fascinerend.
Is het de drang iets te creëren?
Hoe nietig ook?
Is het onderdeel van de weg,
de weg die je kennelijk gaat?
Is het Tao?

woensdag 18 januari 2012

Wat doe ik hier nog?



Uit een gesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 28 september 2011

Wat doe ik hier nog?

Soms is het me duidelijk dat ieder streven totaal zinloos is. Dan is er zo helemaal niets dat ik het gevoel krijg: wat doe ik hier nog, wat heb ik ermee te maken?

Is dat een probleem?

Ja, soms wel. Dan kijk ik naar mijn kinderen. Het zijn prachtige kinderen, maar ik ben er niet en dat is er nog.

Het leven gaat blijkbaar wel door.

Ja.

Wanneer je zo heel duidelijk aanwezig bent in die sfeer van afwezigheid van de volheid van die betekenissen die in het gewone leven worden gegeven, dan is er een oneindige ruimte. Die oneindige ruimte ben je zelf. Voor zover het leven doorgaat zijn alle aspecten van het leven aanwezig. Het grote verschil met je oude situatie is dat je niet meer als persoon met dat leven aan het worstelen bent. Je bent primair aanwezig als die totaal open ruimte. Het leven is opgenomen in die grote openheid die zelf niet afhankelijk is van de tijd. Wanneer daarin de tijd opkomt dan zie je dat dit iets heel beperkts is. Maar ook daarin ben je zelf aanwezig. Het is dus niet iets dat los staat van jezelf. In al zijn beperktheid ben je dat zelf ook. Maar je ziet dat dat een heel beperkt gebiedje is.

Daar blijft toch niets meer van over?

In principe zie je de nietigheid ervan. En er is niet meer een ik-persoon die daarin zit en zich wil handhaven. Maar het is toch een bepaalde schepping met een rijkdom aan vormen. Ook die verschijnselen hebben dat nietigheidsaspect of die leegte in zich en tegelijk is het een rijkdom, een wonder. Dat betreft ook het eigen lichaam. Alles gaat gewoon door volgens de gewone wetmatigheden van het leven. Die totale openheid die in zichzelf niet afhankelijk is van tijd en ruimte, waarin geen streven, geen beoordeling zit en die hele wereld waarin dat gewone leven doorgaat, dat komt dus bij elkaar. En het is iets wat totaal geen grond in zich heeft. Het is een grondeloze non-dualiteit. Non-dualiteit wil zeggen dat het niet verschillend is van jezelf. Daarom kun je het ook gewoon laten gaan en dan merk je dat alles – ook de gewone dingen – gewoon doorgaan. Primair blijft de openheid die overal inzit. Of er nu vormen zijn of niet, dat maakt niet uit.

En als je zegt; ik ben alles. Dan bedoel je dat ik de ruimte ben en dat daarin alles verschijnt?

Als je het zo zegt is er nog een dualiteit. Dan krijg je het soort problemen die jij nu naar voren brengt. Wanneer je je terugtrekt in meer exclusieve zin dan ervaar je jezelf als bewustzijnsruimte waarin de verschijnselen opkomen en weer verdwijnen. Dat kan. Die instelling kun je innemen en dan ervaar je dat. Maar dan is er nog een bepaald standpunt van de waarnemer die zegt: dat zijn maar verschijnselen en wat moet ik er mee? Ze zijn eigenlijk niks waard. Alleen dat geeft al aan dat je op een bepaald niveau zit met elementen van een persoon die ergens waarde aan wil geven. Er is nog een tegenstelling tussen het zijn zonder tijd en de verschijnselen in de tijd. Omdat je eigen zijn oneindig groot is, is daarin alles te accepteren wat daarin aanwezig is, wat daarin verschijnt. Je bent letterlijk ook datgene wat je extern ervaart. Je bent intern het zelf van de dingen en van de ander. Pas wanneer je dat andere letterlijk hebt geaccepteerd als jezelf merk je dat er een werkelijke non-dualiteit is. Dat zelfzijn als waarnemer is dan totaal uit elkaar gespat en heeft overal zijn centrum. Dit wordt bedoeld met universeel bewustzijn. Dat betekent dus niet dat je op een veilig plekje blijft zitten en zegt: nu ben ik mezelf. Dan blijf je nog ergens een centrum houden en daar zit nog een rest in van het ik in die betrekkelijke zin, het ego. Wanneer werkelijk het binnenste buiten komt, wanneer je werkelijk al die verschijnselen, de anderen, je naaste, liefhebt als jezelf dan betekent het dat je daar helemaal mee samenvalt.

Zijn er dan helemaal geen ervaringen meer?

Dan is er een oneindig aantal ervaringen. Maar het zijn geen ervaringen meer van een ik die dat allemaal op zichzelf betrekt. Het is een geheel. Wat verschijnt verschijnt. Daar is verder niets over te zeggen.

De kern van Advaita



Zie je
waarom het nodig is
je oorsprong te kennen en bewust te blijven?

Waarom zou je
een blinde vlek houden en zo
je identiteit beperken en
lijden veroorzaken?

Blijf dus
wakker in je oorsprong en
laat je niet afleiden.

Zolang het leven doorgaat,
leeft het zichzelf.

Bericht van en over Douwe Tiemersma 2



Bericht van Douwe

In deze periode van stilte en langzaam herstel is het fijn te merken hoeveel en hoezeer mensen meeleven. Dat meeleven heeft het karakter van goedheid en dat komt voort uit het ongescheiden-zijn. Die goedheid bestaat uit het laten stromen van licht en liefde, op welke wijze dan ook - de bijna talloze mooie kaarten en andere berichten met goede wensen, de bloemen (ook het prachtige gezamenlijke boeket met bonnen voor komende gelegenheden), de lichtjes, meditaties, gebeden, gedachten, enzovoort. Heel veel hartelijke dank aan elk van jullie! Het universeel laten stromen van licht en liefde in non-dualiteit is het mooiste wat er is.

Douwe


Over de gezondheid van Douwe

Het herstel van Douwe gaat langzaam door. Het heeft wel een tijd nodig om van alle kneuzingen en wonden te herstellen. Douwe voelt zich ook nog erg slap, dit ook omdat hij nogal is afgevallen. De pijn wordt langzaam minder. Het eten gaat nog vrij moeizaam, maar ook dat heeft zijn tijd nodig om weer te normaliseren. Verder rust Douwe veel, hij voelt dat dit ook nodig is. Maar hij maakt ook elke dag een rondje buiten en heeft zelfs al een stukje gefietst. Al met al, het lichaam zal zich langzaam gaan aanpassen aan de omstandigheden. En, het stralen van Douwe blijft doorgaan.

Pia

dinsdag 17 januari 2012

Geluk



Was iedereen maar zo gelukkig als ik. Ik ga er even van genieten.

maandag 2 januari 2012

NIEUW Encyclopedie Advaita, voor wat u altijd al wilde weten over begrippen vanuit de Advaita



U vindt het onder de link: www.advaitacentrum.nl/nl/encyclopedie-advaita

Bericht over Douwe Tiemersma



Bericht over Douwe

Na de operatie gaat het eerste herstel van Douwe heel snel. Hij eet alweer alles en is nu, na 12 dagen opname, al weer thuis uit het ziekenhuis. Hij is flink afgevallen doordat hij een tijdje niets gegeten heeft maar zo gaandeweg zal zijn gewicht wel weer toenemen. Het verdere herstel zal een poosje duren, het was een zware ingreep. Alles ziet er verder goed uit. Uitslagen van de kweek die komen nog, de rest zoals longen, hart, bloeddruk en andere waarden zijn goed. Het stralen van Douwe gaat door.

zondag 1 januari 2012

Jaarwisseling zonder Loekie



De laatste foto waar ze er nog zo mooi op uitzag,
het lijkt al weer een tijd geleden,
haar opvolgster doet haar best haar te vergeten,
maar het vervagen gebeurt gelukkig niet,
heerlijk die foto's, fijn om haar weer tegen te komen.

woensdag 28 december 2011

Verdrinken in de wijn



Onbeperkt stroomt de wijn onderweg. Gratis en voor niks.
Als het leven, je kan er dronken van worden.
Verslavend, als het leven zelf.
Is wijn het leven en omgekeerd?
Mooi en onbeperkt.

De grens met Spanje



Hier de grens tussen Frankrijk en Spanje. Als ik dit zie krijg ik heimwee naar de Camino. Eerst zal mijn schouder moeten herstellen van een frozen shoulder, een variatie op frozen world. Is lastig met de rugzak, heb je toch wel pijn van zo ondervond ik vandaag. Kan nog een jaar duren, maar dan gaan we zeker weer. De genezing duurt lang maar je hoeft er niets voor te doen. Behalve dan een beetje pijn verdragen.

vrijdag 23 december 2011

Is er meer?



Is er meer? Om je niet geïnteresseerd bent in het alledaagse en de gebeurtenissen rondom je heb je iets uitgevonden wat we het 'overstijgende', of het 'tijdsloze', of 'God','Waarheid','Realiteit','Brahman', 'verlichting', of wat dan ook, noemen en je zoektocht daarnaar.

U.G. Krishnamurti

Operatie Douwe Tiemersma succesvol



Douwe is maandag j.l. geopereerd en de operatie is goed verlopen. Er is een tumor van 4 cm verwijderd. Nadere uitslagen komen nog, maar het ziet er volgens de arts in eerste instantie goed uit. Hij mocht al vrij snel van de IC af. Douwe zal in totaal ca 12 dagen opgenomen zijn in het Erasmus MC te Rotterdam. Het was een hele zware operatie waar normaal gesproken een maandenlang herstel voor staat. Wat voor de hand ligt is dat hij voorlopig zelf geen mails leest en beantwoordt.

Informatie over zijn lichamelijke toestand zal komen via de Advaita Post en op de eerstvolgende retraitemiddag van 28 december.

dinsdag 20 december 2011

Een baby, o help!



Gisteren werden we gebeld, de hulptroepen werden verwacht. Er werd een leuke baby van nog geen maand gebracht bij een vriendin van ons. Moeders ging naar de tandarts in onze mooie stad van vestiging. Even oppassen dus. Geen probleem toch, gebeurt aldoor.

Met dit kleine verschil dat wij, geen van allen, ooit verder gekomen zijn dan katten, witte muizen, woestijnratten en kleine hondjes.

Wij kwamen binnen, met sleutel, want vriendin durfde de deur nog niet open te doen met baby, wie weet zou het gaan huilen. Zij zat daar, wat onwennig met een echt schatje op haar schoot, een knap kindje met rossig haar. Het viel me op dat de baby een beetje vaag de ruimte in staarde, maar dat schijnen ze allemaal te doen op die leeftijd, dat wees dus niet op geestelijk onvermogen of iets dergelijks.

De baby moest afgekolfde moedermelk krijgen. Dat leek geen probleem, baby's drinken graag. Moeders gaf genoeg melk voor de hele Derde Wereld en had inmiddels cup H. Ik wist niet dat ze bestonden die cup's, maar later bij het echte melk geven zag ik het, echt best wel groot, zo'n H.

Maar goed, wij gaven geen borst maar de fles toe Mamma er niet was, baby wilde wel drinken maar er ging maar niets uit het flesje. Wat bleek, de dop zat er nog op. Wat een blunder, we spraken snel af het niet tegen de moeder te zeggen om niet voor schut te staan. Maar nog steeds kwam de melk niet echt, al konden we dat niet precies weten. Hoeveel zat er ook weer in dat flesje?

Af en toe huilde de baby, maar als we een zingende hond aanzette, die kerstliederen voordroeg en tegelijkertijd klapperde met zijn lange oren, hield dat weer op. Kortom, alles ging wel goed.

Wel wachtte we met smart op de moeder, want je weet niet nooit hoelang zoiets goed gaat natuurlijk.

Moeder kwam de deur weer in en ze moest nog 2 keer terugkomen naar de tandarts. O help. En wat bleek, het flesje had niet één maar twee sluitingen. Als je de fles opendraaide zat er binnen nog een sluiting, onder de dop dus. Nou ja, nou vraag ik je. Nou, ja, voor de volgende keer weten we dat. De baby dronk nu aan de echte borst snel zijn maagje vol en viel in diepe slaap.

zaterdag 17 december 2011

Gewoon zoals het is



Ik heb geen nut,
ik heb geen doel,
ik voel me goed,
raar toch, zonder doel,
zonder werk,
gewoon zijn, bezig zijn,
de wolken zijn opgetrokken,
de regen is opgehouden,
letterlijk, figuurlijk, gewoon zoals het is.

woensdag 14 december 2011

Ritueel slachten



Nog steeds toegestaan in Nederland, ritueel slachten. Want het is zo waardevol voor de gelovigen. Slachten, zo belangrijk voor de beleving van hun geloof. Met name omdat orthodoxe Joden en conservatieve Moslims zich verzetten en partijen onder druk zetten, is de eerste kamer niet akkoord gegaan met het wetsvoorstel hiertegen. Shame on them!! De van kaft tot kaft lezers van oude en verouderde boeken. Raar, ze hechten zo aan letterlijke interpretaties. Behalve dan als er staat; men zal niet doden. Nee, dan moeten we opeens begrijpen dat het over mensen gaat en niet over dieren.

donderdag 8 december 2011

Van de regen in de drup? uit 'de resolute waarheid', U.G. Krishnamurti (vertaald door Robert Smit)



Je wilt om de een of andere reden in vrede verkeren met jezelf. Waarom kun je niet in vrede zijn met jezelf? Dat is wat ik je het allereerste vraag. Waarom moet het altijd morgen zijn of overmorgen? Hetzelfde geldt voor de buurman en voor zijn buurman; dat is de wereld, begrijp je? Ieder individu zoekt zekerheid voor zichzelf en dus kan er geen zekerheid in deze wereld bestaan. Niet dat ik pessimistisch ben of cynisch, maar dit is de feitelijke realiteit van de wereld. Wat je tot dusver ondernomen hebt, heeft je geen enkel goed gedaan!
Dit is mijn standpunt, dus waarom blijf je maar bezig en hopen dat op de een of andere manier -misschien door de hulp van iemand of door een wonder - het mogelijk voor je wordt in vrede met jezelf te leven? Dat is mijn vraag. Je probeert wat dingen. Er zijn zoveel technieken en zoveel methodes en systemen die je worden aangeboden door zoveel lieden, nietwaar? Zij mogen dan misschien allemaal professionele goeddoeners zijn en het beste met je voor hebben, maar niets heeft jou werkelijk geholpen.

Hoe zit dat? WAAROM PLAATS JE HIER NIET EEN HEEL GROOT VRAAGTEKEN? Misschien is er wel iets niet in orde met ze! Want je kunt niet altijd maar jezelf de schuld blijven geven, straffen en je armzalig blijven voelen. Misschien is het hele systeem, inclusief de leraren die er verantwoordelijk voor zijn, wel fout! Hou op zijn minst die mogelijkheid open: dat ze het bij het verkeerde eind kunnen hebben! Ik zeg je: ze zijn fout, ze deugen niet, want ze functioneren niet, realiseer je je dat wel?!

Je bent niet eerlijk tegenover jezelf. Je kunt oneerlijk zijn in deze wereld, dat zal je wellicht wat voordeeltjes opleveren, maar je kunt niet oneerlijk zijn tegenover jezelf. Het werkt niet wat die goeroes je allemaal vertellen. Maar nog steeds heb je hoop dat je het de volgende keer op de een of andere manier wel voor elkaar zult krijgen. Ondertussen ben je het tegenovergestelde: 'Je zult een vriendelijke mens zijn, vol van liefde, vol van medeleven...'. Wanneer? MORGEN!
Zo is juist datgene wat je hoopt en wat je aan het doen bent verantwoordelijk voor het tegenovergestelde, namelijk je ellende. Begrijp je dat? Het is juist de ongelukkige mens die gelukkig wil zijn; een gelukkig mens heeft niet het verlangen gelukkig te zijn. De kwestie van ongelukkig zijn komt dus helemaal niet op zolang je niet zoekt naar geluk!

Wat ik al die jaren dat ik hierover spreek probeer duidelijk te maken, is dat ons zenuwstelsel geen enkele sensatie kan verdragen langer dan de natuurlijke duur van die sensatie. Of het nu plezierige sensaties zijn of pijnlijke, door erover te denken probeer je de duur van bepaalde sensaties te verlengen. Maar je kunt daar nooit werkelijk in slagen. Je creëert op die manier een probleem voor dit lichaam! Daarom blijf ik erop hameren dat onze pogingen de problemen op te lossen op het niveau van het psychologische en religieuze denken juist het probleem is! In feite zijn het fysiologische problemen.
Alles, elke emotie, zoals boosheid, jaloezie, haat en welke je verder nog hebt, zijn neurologische problemen en jouw poging ze op een psychologisch of ethisch niveau op te lossen, zal niet slagen. Je wilt dus de duur van een plezierige sensatie verlengen, maar waar het op uitdraait is pijn! Niet dat pijn de plezierige sensatie volgt, maar wat je plezier noemt (en pijn) is werkelijk de pijn! Het maakt verder niet zoveel uit hoe je het wilt noemen, pijn of plezier of genot - dit is wat er feitelijk gebeurt: je blijft zitten met de pijn, en niets anders!

En deze pijn, waar bestaat die? Die bestaat niet op een of ander etherisch niveau - die is hier, die is deel van het lichaam. Dus het lichaam moet deze last dragen en daarom kun jij de problemen in het geheel niet oplossen. Het lichaam moet ze verwerken, en het kan dat heel intelligent en heel succesvol als je het lichaam maar de kans geeft. Jouw verlangen om die problemen op het een of andere niveau tot een oplossing te brengen zal niet gehonoreerd worden. Het blijft bij je hoop, en dat is alles. Je kunt dit niet loslaten- wat dat betreft ben je werkelijk verdoemd, weet je dat wel? Er is immers niets dat je kunt doen. Maar je kunt dat niet accepteren, want het instrument dat je daarvoor gebruikt is het denken en dat denken kan dit niet accepteren omdat het altijd resultaten voor je heeft geboekt.

Jij bent wat je bent door al die zaken die het denken voor je heeft geproduceerd, en dat heeft jou heel wat tijd en inspanning gekost. Zo ga je er ook vanuit dat elk resultaat door middel van dit mechanisme van het denken noodzakelijkerwijze tijd kost. En het is dit principe dat de hele zaak ver van je afschuift en zegt: 'Deze situatie is hopeloos, we hebben tijd nodig!' Want 'tijd' heeft bij alle voorgaande situaties geholpen om resultaat te bereiken.
Je kunt niet anders dan interpreteren wat ik zeg. Dat is onontkoombaar, want dat is het enige wat je met het instrument van het denken kunt doen. En je hebt geen ander instrument. Het is ook hetzelfde instrument dat het fenomeen 'intuïtie' heeft uitgevonden, en het 'intuïtief-begrijpen' en noem verder al je verhevenheden maar op!

Dus alles wat jij kunt doen, is de zaken begrijpen op het niveau van denken. Er bestaat geen ander niveau van begrijpen en aangezien je poging dit te begrijpen je in het geheel niet heeft geholpen, blijf je alsnog hopen dat op de een of andere manier dit instrument je toch van dienst zal zijn om de zaken te begrijpen: misschien morgen, volgende keer, dinsdag, woensdag, volgend jaar, hm? Het kan slechts van dit soort verwachtingen repeteren. Dus: DIT IS NIET HET INSTRUMENT OM WAT DAN OOK TE BEGRIJPEN!
Dat is het eerste wat tot je moet doordringen, dat dit niet het instrument is. Zonder zelfs maar te piekeren over een ander instrument. 'Dit is niet het instrument', dat is genoeg! En als dat werkelijk de situatie is waarin je je bevindt, valt er dan nog iets te begrijpen? Nee, er valt niets te begrijpen!

Je leven schijnt geen enkele betekenis te hebben dus ga je op zoek naar een betekenis, ga je op zoek naar een doel. Zolang je op zoek bent naar een doel en zolang je op zoek bent naar een betekenis in je leven, zul je rusteloos ronddolen. 'Er moet toch iets zinvollers te doen zijn, iets met meer inhoud, iets interessanters dan wat ik nu aan het doen ben!' zeg je tegen jezelf. En het enige wat je kunt doen is jezelf veranderen, hm? Maar in werkelijkheid is er van verandering geen sprake, realiseer je je dat wel? De enige verandering vindt plaats in die denkstructuur van je; je begint anders te denken en daardoor de dingen anders te voelen, anders te ervaren. Aan de basis is alles echter precies zoals het was. Je kunt je kleren veranderen en de meest modieuze kleding dragen om maar 'in' te zijn, van binnen ben je nog steeds dezelfde. Het willen begrijpen van dingen is alleen van nut om dingetjes in jezelf te veranderen. Maar wat wil je veranderen en waarom? Dat zijn de twee grote vragen. En als je daarop ingaat ben je bezig met het verleden, altijd het verleden. Er is niets dat je kunt doen om het verleden te veranderen. In de hoop de dingen te veranderen in je toekomst, blijf je zitten met dit ellendige heden, wat in feite het verleden is.

Het verleden is altijd in werking. Als dit verleden tot een einde komt, kom jij tot je einde! Dat is de reden waarom jij dat nooit zult toestaan, hoe hard je het ook probeert. Het verleden zit overal in je. Elke cel in je lichaam is ervan doodrongen. Elke zenuwvezel is erbij betrokken. Het verleden heeft dit lichaam zo totaal onder controle dat het dit niet zal laten gaan. Het verleden zal niet tot een einde komen door welke inspanning van jou dan ook of door welke wilskracht dan ook! Hoe meer inspanning je erin steekt, hoe meer wilskracht je gebruikt, des te sterker wordt het. In dit proces vergaar je heel wat inzichten, maar elk inzicht pantsert dit verleden. Het helpt je op geen enkele manier iets te begrijpen en je aldus te bevrijden van wat dan ook. Elk inzicht dat je verkrijgt door je onderzoek versterkt en verstevigt dat.

Dus ... wat moet je aanvangen in zo'n situatie? NIETS NIEMENDAL! Dan loopt de zaak af. Niemand, geen macht in de hele wereld kan je helpen, punt uit! Dus zolang je afhankelijk bent van enige instantie buiten je blijf je hulpeloos. Als dit eenmaal duidelijk is begrepen, is er geen hulpeloosheid meer, dan bestaat je hulpeloosheid niet langer. Dan weet je werkelijk niet wat te doen. In die situatie moet je verzeild raken, van werkelijk niet meer weten wat te doen. En als je verwacht dat er iets zal gebeuren door wat je dan noemt je 'helderheid van denken', of in je 'meditatie' of iets dergelijks, dan ben je voor eeuwig verloren! Want dat is niet de ware helderheid [...]

zaterdag 3 december 2011

zondag 27 november 2011

Tegen een boom uitrusten ...



Niets meer te doen,
niets meer te bereiken,
niets meer te ontdekken,
het is gewoon zoals het is,
en het is mooi en goed.
Niks meer aan doen,
gewoon zo laten.

zaterdag 26 november 2011

Kanker nog niet weg bij Douwe Tiemersma

Douwe schrijft:

De uitslag van het laatste onderzoek was niet positief. In de kweekjes en op de scans was weer kanker aangetroffen bij de overgang van slokdarm naar maag. De enige reële optie is nu een operatie. Die zal waarschijnlijk in de tweede helft van december plaatsvinden. Omdat er geen uitzaaiingen zijn gevonden en mijn conditie goed is, is de kans op blijvend herstel groot. Het is als bij een binnenband: de zwakke plek eruit knippen en de eindjes weer aan elkaar plakken. ‘Zwakke plek?’ vragen mensen. Ach, er kan worden verwezen naar de erfelijkheid, het slechte levensbegin in de Hongerwinter, de gevoeligheid – die is geen probleem, maar blijkbaar kan het lichaam alle ellende van de mensen (de dualiteit) niet aan. De condities zijn zo betrekkelijk. Het lichaam hoort tot de tijdelijke verschijnselen.

Voorlopig gaan de gewone dingen door. Omdat de operaties pas twee weken van tevoren worden gepland, is nog niet duidelijk welke bijeenkomsten in december niet doorgaan. Houd dus de website in de gaten.

Ook voor het nieuwe jaar is de situatie nog niet duidelijk. De februari-week op Schiermonnikoog, de cursussen op de maandagavond (yoga en meditatie) en de bijscholing Chakrayoga en het weekend op de Hoorneboeg gaan in ieder geval niet door.

vrijdag 18 november 2011

We zijn er bijna.


We zijn hier op een paar kilometer van Santiago af. We denken nu na over de Camino Portugues. Eerst Lissabon bekijken, daarna lopen, dan Porto bekijken en dan kijken of we doorlopen Santiago of van daar uit terugvliegen.

Tot zover in deze blog berichten over onze Camino Frances. Wie meer foto's wil zien kan op facebook terecht.

dinsdag 8 november 2011

Het boze oog in de kathedraal?


In de kathedraal van Santiago de Compostella op het plafond zien we hier het (boze?) oog. Wat zou dat betekenen? Weet iemand dat?

Daar komen ook de kabels van het weierookvat naar beneden. Het 80 cm grootte wierookvat die door de kerk slingert ongeveer één keer in de week (maar op willekeurige dagen. Met een noodgang en een uitslag van 30 meter. Over de hoofden van mensen! Waanzinnig spectaculair om te zien. We kwamen aangelopen in de stad en hoorde van andere pelgrims dat het die dag ook zou gebeuren. Gelijk doorgelopen naar de Kathedraal en we hadden geluk. Ik had het ooit op TV gezien. Ik heb er een video van maar ik vergat te filmen in het begin, zoveel indruk maakte het, zodat het wat minder goed overkomt. Maar op google zullen wel mooiere filmpjes te vinden zijn.

donderdag 3 november 2011

De romantiek van een stapelbed


Wat is er mooi aan een stapelbed?
Met tientallen op de slaapzaal?
De eenvoud? De basis?
Niet meer dan een rugzak en een bedje,
kennelijk genoeg om de wereld over te trekken.
Verbazendwekkend.

Douwe Tiemersma

Helaas is de prachtige pagina grote foto niet beschikbaar op internet. daarvoor zal u vandaag de trouw moeten kopen. Maar hier het onderschrift van de foto op A2 formaat. Voor de mensen die op zijn bijeenkomsten komen een bekend plaatje trouwens.

FOTO EDDY SEESING TEKST ANNIEK VAN DEN BRAND − 03/11/11, 00:00
Douwe Tiemersma is spiritueel advaitaleraar in Gouda.

"De foto is genomen in het Advaita Centrum in Gouda. De zaal is sober ingericht. Dat heeft te maken met het karakter van de bijeenkomsten; de plaats van onderricht is niet belangrijk, attributen zijn niet nodig. De kaars en het bloemstuk staan er alleen omdat mensen dat prettig vinden. De gong is voor meditaties.

De kern van advaita is het herkennen van eenheid, van non-dualiteit. In het Sanskriet betekent 'a-dvaita' de afwezigheid van gescheidenheid. In de oude Upanishaden is dat al een kernpunt. Omdat de essentie van non-dualiteit vooraf- én voorbijgaat aan elke cultuur en traditie, is er geen enkel ritueel. Mensen komen bij elkaar en ik heb, vaak na een inleiding, een gesprek met hen. Over problemen, vragen, klachten. We onderzoeken, bespreken, oefenen.

Elk conflict en elk psychisch lijden wordt veroorzaakt door een basale gescheidenheid tussen 'ik' en de ander of het andere. Het oplossen van die grens is de definitieve oplossing. Stilteperiodes en meditatie zorgen voor diepere ontspanning met een helder bewustzijn. Door inzicht en overgave kan de afwezigheid van scheidingen en conflicten een zijnservaring worden. Daarbij worden alle verhalen losgelaten, ook over de eigen persoon.

De directe, radicale mystieke weg van advaita spreekt mensen aan die niets hebben met de conditionering van religie maar wel met de spiritualiteit van non-duale openheid. Omdat die liefde, geluk en bevrijding brengt.

Eigenlijk dacht ik dat ik advaita niet thuishoorde in de reeks van fotograaf Seesing. Maar bij nader inzien: misschien ook wel."

Het fotoproject 'Religie Nu' van Eddy Seesing opent 15 december als expositie in de Rotterdamse Kunsthal en is vanaf 17 februari 2012 te zien in het Exposorium Vrije Universiteit Amsterdam.

De bijgevoegde foto is voor alle duidelijkheid niet van Eddy Seesing.

woensdag 2 november 2011

De brug over.


De brug over, en dan bij onze slaapplaats komen.
Door de oude monnik ontvangen worden.
Hij sprak alleen Spaans en schreef ons in, gaf ons een stempel.
Door de kapel heen naar onze bedden geleid.
Hij legde uit wat we daar zagen.
God was er afgebeeld,
als lieve grijze oude man.
Zijn zoon ook.
De stapelbedjes stonden op ons te wachten.

Jezelf


Een foto van jezelf doet de vraag opkomen wie je bent.
De Camino geeft antwoord voor wie wil luisteren.
Al komen de antwoorden vaak pas als je thuis aan het bijkomen bent.
Omdat je het antwoord al kende.
Je hoeft niets.
Maar is dat genoeg voor je?
Dat is de laatste vraag.