Populaire berichten
-
'Dit lichaam van mij zal uiteenvallen, maar mijn daden zullen mij voortzetten. Als je denkt dat ik alleen dit lichaam ben, d...
-
Lopen tussen de Maria's en de schapen, de paarden, de varkens en al wat nog meer los liep daar op die hoogvlakten. Ook medelopers; veel...
-
Even aan ChatGPT gevraagd: In het nu is er geen persoon maar dit wat is voor niemand. Antwoord ChatGPT Ja, precies! In het nu, ...
dinsdag 31 maart 2020
Alles is het onbekende (Wouter van Oord)
zondag 29 maart 2020
Non-duale gedichten van talloze grote dichters
Klik hier voor deze prachtige gedichten.
dinsdag 24 maart 2020
Corona en geluk, Corona and happiness
I'm in the sun Happiness is my part Weird anyway First there was corona Now there is nothing In the garden, in the wind Everything is gone Gratefully I remain seated
vrijdag 20 maart 2020
Moeder geïsoleerd door Corona crisis ... Text also in English (Victor Hooftman)
Geen bezoek meer, in haar gevangenis.
Ze wil daar niet zijn.
Ze wil nergens meer zijn.
Ze flakkert even op,
bij je bezoek.
Soms dooft het weer uit, soms niet.
Nu is er niets dat op kan flakkeren.
Er komt niemand.
De zorg doet niets, zegt ze.
En die daar is een verschrikkelijk kreng.
Gezellig in haar kamer,
met wijn en sherry.
Soms ja, soms is het dan weer ouderwets gezellig.
Mother isolated by Corona crisis ... (Victor Hooftman)
Oh look, how she sits there.
No more visits in her prison.
She doesn't want to be there.
She doesn't want to be anywhere anymore.
She flares up for a moment,
on your visit.
Sometimes it goes out, sometimes it doesn't.
Now there is nothing that can flare up.
Nobody comes.
The care does nothing, she says.
And the one there is a terrible bitch.
Cozy in her room,
with wine and sherry.
Sometimes yes, sometimes it is old-fashioned fun.
maandag 16 maart 2020
Corona, lijden en liefde (Victor Hooftman)
![]() |
| Hamsteren in de coffeeshop |
Wij lijden.
Vooral lijden wij aan angst.
De angst nu is voelbaar.
Angst dat we ziek worden.
Het is een onbeteugelbare angst.
De angst voor de dood.
Angst voor het bestaan.
Maar wij zullen nooit altijd bestaan.
Het leven is een dodelijke ziekte.
Aan het leven sterven we.
Corona is beangstigend.
Jaarlijks sterven er veel mensen.
Maar dat is anders, dit is nieuw en onbeheersbaar.
De neocortex staat machteloos.
Bij angst nemen de oudere hersenen het over.
Hamsteren is een normale reactie. Doen wat anderen doen ook. Dat zijn succesvolle strategieën uit een ver verleden. Maar daarmee niet verdwenen.
De minister president van Nederland op TV. We doen het goed zegt hij. Hij wijst de weg. 50% zal wellicht ziek worden, veelal minder ernstig. We zullen weerstand opbouwen. De intensive cares zullen door het uitsmeren van de ziekte over een langere tijd beschikbaar blijven voor de kwetsbaren.
Laten we rusten, in Zijn. Laten we waarnemen wat er in onszelf en buiten onszelf gebeurd. Laten we blijven lachen en bij iemand op bezoek gaan. Geen grote groepen gewoon met een paar mensen. Laten we de maatregelen accepteren.
En laten we hulp en liefde geven aan hen die het nodig hebben.
zondag 8 maart 2020
Niet wachten op bliss? (Victor Hooftman)
Het is belangrijk niet te gaan wachten op verlichting of bliss. Niet dat die dan niet kan komen maar het leven wordt mooier door op weg te zijn naar de uiteindelijke waarheid. Je voelt je beter als je actie onderneemt.
Ikzelf heb ontdekt dat ik me geweldig goed voel bij meditatie in bed waar ik de energievoeloefening van Eckhart Tolle doe en bij elke dag een yoga sessie of een wandeling.
Groet en Liefde Victor
vrijdag 6 maart 2020
Recensie van Victor Hooftman van het boek Goedemorgen! Geschreven door Charles Ruiter
maandag 2 maart 2020
Laugh at yourself
Why it is so important to laugh about yourself? Answer that question for yourself.
About who are you laughing if you laugh about yourself? Why you can laugh about yourself?
Because the most important discovery is that there is no me. You have made it yourself. Like a LEGO castle. And your liked it, you are attached to it. If you can laugh about it, you can let the attachement go.
Because attachement means sorrow and grieve.
Be free from yourself and so be free.
🙏💕
Victor
Maart/March
Nieuwe maand nieuwe kansen.
Maart, de maand van het voorjaar.
Dat je wensen in vervulling zullen gaan,
En overvloed jouw deel zal zijn.
Dat de zon overvloedig zal schijnen,
Maar dat je zelfs van de regen zal genieten.
Dat je vrienden, vrienden zullen zijn.
En dat je zal realiseren dat het gaat om gewoon te Zijn in plaats van te worden.
Dat het nieuwe verse groen je zal overtuigen van de onsterfelijkheid van het leven,
En dat Liefde en Bewustzijn je nooit zullen verlaten.
🙏💕
Victor
maandag 24 februari 2020
Schaduwen (Victor Hooftman)
Schaduwen waar wij gaan.
Wachtend op die zon.
Die onze schaduwen verdampt.
Wachten tot het einde der tijden.
Zonder tijd, tijdloos.
Dolend in de ruimte.
Te groot voor ons,
Wij willen kleiner.
Begrijpen.
Vasthouden.
Benoemen.
Ach, er komt een tijd,
Dat we opgeven.
En berusten in het niet weten.
Niet weten wat liefde is.
En toch liefhebben.
Niet weten wat liefde is,
En niets anders doen dan lief hebben.
Victor
maandag 17 februari 2020
4 km voor Salir - Alte, 17 februari 2020
zondag 16 februari 2020
Lopen wij allemaal achter elkaar aan? (Victor Hooftman)
woensdag 12 februari 2020
De kikker en de put (Victor Hooftman)
zaterdag 8 februari 2020
Waar ik ook kijk, ik zie schoonheid (Victor Hooftman)
Gedicht uit IJsmummie (Claude van de Berge)
Cyclus Het ijs van de ziel - 2
Zoekend tussen onze schedels naar de oorsprong
van de stof.
Het doodskristal.
Blindelings onze ziel aanrakend.
Beeld waarin we afwezig zijn, en waarin we
onze afwezigheid omvatten.
Beeld dat het beeld met de leegte verenigt,
en afwezigheid en aanwezigheid met elkaar
laat versmelten.
Het is wat we nog steeds in onszelf zijn.
Het eindeloze opene.
woensdag 29 januari 2020
Drugsverslaving bij jongeren (Douwe Tiemersma)
Een interview met Douwe Tiemersma
In: Ayurveda Actueel 2008 nr. 2, p. 22-24
Er komen steeds meer jongere cannabisverslaafde, Douwe. Met name over deze groep heb ik wat vragen voor jou. Even ter verduidelijking: ik heb het hier niet over mensen die af en toe eens blowen, hoewel het wel altijd zo begint. Ik heb het hier over jongeren die:
- constant de ontzettend sterke drang hebben om te scoren, vanaf dat ze hun ogen open doen tot ze weer gaan slapen, dag in dag uit, en zo nergens meer van kunnen genieten;
- niet meer kunnen functioneren in de samenleving; vrienden, familie, school en werk ze vallen weg;
- niet goed eten; ze hebben er geen geld voor hebben of helemaal geen trek, of ze hebben snoepvreetbuien;
- kunnen gaan stelen; het geld is een probleem en veel cannabisgebruik is heel erg duur;
- geen rust hebben, constant met die drang leven, erop uit moeten voor geld en de drug;
- angsten hebben die met het gebruik gepaard gaan;
- zich zielig opstellen; en zo mensen kunnen misbruiken;
- zichzelf niet meer in de hand hebben en zelfs amok kunnen maken.
Het is heel moeilijk zo blijkt om af te kicken. Je hoort zelfs zeggen: 'Eenmaal verslaafd altijd verslaafd.' Men zal de rest van zijn leven in ieder geval op zijn hoede moeten blijven.
Wat is er vanuit de advaita over drugsgebruik te zeggen? In welke sfeer zitten ze? Ik hoor ook wel over verlichtingselementen.
D.: De advaita-benadering is gericht op het opheffen van het onnodige lijden door je te realiseren dat je vrij bent van de oorzaak van het lijden. Deze oorzaak is het vastzitten aan een ik dat zich beperkt denkt, onvolledig is, iets mist en zich aan wil vullen met eindige dingen. Als dit door middel van drugs wordt nagestreefd, maakt men zich van deze middelen afhankelijk – ook van de ervaringen die men wil krijgen, geld om drugs te kopen, enzovoort - en zo maakt men het lijden groter. Het zelf-zijn wordt door die afhankelijkheid gebonden en beperkt, terwijl het oneindige vrijheid is. Dat is het lijden.
Meestal vanuit een gevoel van onlust (beperking, gemis, vastzitten) gaan mensen drugs gebruiken. Ze verlangen erg naar vrijheid. Ze ervaren er even iets van als ze drugs gebruiken. De gevoelens van onlust kunnen even verdwijnen, de beperkingen van hun leefsfeer kunnen dan voor een deel verdwijnen. Die ervaringen zijn echter het tijdelijk effect van het gebruik. Als de werking voorbij is, is er weer het verlangen en weer het grijpen naar dezelfde middelen. Dat is de afhankelijkheid, de verslaving, dat is het slaaf worden.
Het sterke verlangen naar vrijheid is authentiek en te waarderen. Het zou het begin van een goede spirituele weg kunnen zijn, maar het middel waar ze naar grijpen helpt hen de verkeerde kant uit.
Hoe zou men praktisch gezien die jongeren het inzicht kunnen geven dat het geluk daar niet in zit. En zelfs al ze dat al weten, waarom blijkt het toch vaak niet te lukken?
D.: Inzicht in de eigen situatie, inclusief in de negatieve kanten van het drugsgebruik, zou eigenlijk de verslaving moeten kunnen doorbreken, maar die kennis hebben ze al vaak. Ze blijven naar drugs grijpen, omdat het inzicht zwakker blijkt te zijn dan de verslaving en niet helpt. De verslaving zit dieper en is zwaarder dan de denkende geest en het inzicht. De verslaving heeft een zo'n diepe lichamelijke verankering dat die vanuit het inzicht niet gemakkelijk is te beïnvloeden. Vooral na iets langere periode van gebruik is er een lichamelijke verslaving die ontzettend sterk is. Tijdelijk medicijngebruik zal ook waarschijnlijk nodig zijn en een harde gesprekstherapie. Een Ayurvedische kuur kan ook behulpzaam zijn.
Op welke wijze zouden ze kunnen afkicken?
D.:Gezien de diepe basis van de verslaving zal afkicken alleen plaatsvinden als die diepte door de therapie wordt bereikt. De hardheid van de verslaving vraagt dus een hardheid van de behandeling. De persoon zal teruggeworpen moeten worden tot vóór de verslaving. Daarvoor is het waarschijnlijk nodig dat hij/zij volledig uit het oude milieu gaat en een hard nieuw regiem van dagvulling (hard lichamelijk werk) gaat volgen. Tijdelijk medicijngebruik zal ook waarschijnlijk nodig zijn en een harde gesprekstherapie. Het is gebleken dat als de aanpak niet 'grondig' is, dat wil zeggen, niet teruggaat tot de grond, het afkicken niet lukt.
Soms wordt een diepe ontspanning aanbevolen om de diepte in te gaan. Daardoor krijgen ze heel erg met zichzelf te maken, maar ze kunnen dan in een 'oorlog' met hun gevoelens en emoties terecht komen. Is dat een juiste weg?
D.: De ontspanning met bewustheid is voor mensen zonder grote psychische problematiek een goed hulpmiddel om op grotere diepte zichzelf te leren kennen en los te laten. Bij drugsverslaafden zijn er die problematieken vaak wel, zodat er op deze wijze geen ontspanning, bewustwording en bevrijding mogelijk is. Die weg is misschien nog wel begaanbaar, als de geest een vast punt heeft waarop het zich langere tijd kan richten, bijvoorbeeld de ademhaling of een mantra. Deze fungeren dan als een handvat, anker of houvast, zodat het proces kan doorgaan zonder in de chaos onder te gaan. Een goede begeleiding hierbij is wel nodig.
Het cannabisgebruik is een sociale gewoonte geworden onder jongeren. Al bij twaalf, dertien jarigen. Als je de media ziet, blowen ze heel wat af. 'Meedoen' is heel belangrijk voor ze. Toch zijn er consequenties aan verbonden zoals het er aan vast zitten. Hun leerprestaties hebben er ernstig onder te lijden. Vooral pubers denken dat ze het allemaal zelf wel weten. Hoe laat je ze zien dat het niet de goede richting is?
D.: Eerder heb ik al gezegd dat het inzicht meestal zwakker blijkt te zijn dan de verslaving. Dus je moet niet teveel verwachten van "het laten zien dat het niet de goede richting is". Toch gebeurt het wel dat als jongeren op een harde wijze worden geconfronteerd met de gevolgen van hun verslaving, ze veel doen om ervan af te komen. Die harde confrontatie is dus iets wat je als ouder of hulpverlener kunt geven.
De omgeving die ze aangeboden moeten krijgen om af te kicken speelt ook een grote rol. Ze hebben controle nodig. Thuis met medicijnen werkt niet, omdat ze in dezelfde situatie van het blowen blijven zitten. Wat zou een goede omgeving voor ze zijn om af te kicken, praktisch gezien?
D.: Je suggereert het al: pas in een totaal nieuwe situatie kan een nieuw leven zonder verslaving een kans hebben. Ik zei al dat de persoon zal moeten terugkeren naar de diepte vóór de verslaving, naar de grond, naar het nulpunt. Dat zal meestal pas in een totaal nieuwe omgeving mogelijk zijn met een periode van strikte begeleiding. Dan kan er pas iets nieuws ontstaan. Als die radicale terugkeer niet plaatsvindt, blijft de aanpak halfslachtig en zal niet helpen.
Bij de hulpverleners zie je hun onmacht. Wat zou een praktische raadgeving aan hen kunnen zijn?Hoe kunnen ze hun verslaafden laten ervaren dat stabiliteit echt bestaat, dus de situatie zonder het rusteloze op zoek zijn naar wietbevrediging?
D.: We hebben het al over verschillende aspecten van de aanpak gehad: de harde confrontatie en gesprektherapie, een nieuwe omgeving met fysieke arbeid, tijdelijk medicijngebruik. Hulpverleners doen hun best en zijn blij met elke vordering die ze vaststellen. In veel gevallen lukt het afkicken niet. Dat moeten ze wel accepteren. Mensen hebben niet alles in hun macht. Veel moeten we overlaten aan de 'loop der dingen'. Eigenlijk moet alles daaraan worden overgelaten. Als dat de hulpverlener duidelijk is, is er geen verwachting maar staat alles open. Dan blijft de hulpverlener ook zichzelf in het grote gebeuren van 'de loop der dingen'. Deze situatie blijkt dan de beste te zijn in hun werk, omdat de cliënten voelen dat ze volledig geaccepteerd worden.
Na het afkicken blijft er de rusteloosheid, het nerveus- , chaotisch- en labiel-zijn. Ze blijven vatbaar voor hun oude verslaving, wordt er gezegd. Mensen die zelf verslaafd zijn geweest en nu voor de klas staan om te vertellen wat dat inhield, noemen zich dan ook expres geen 'ex-verslaafden' maar ervaringsdeskundigen. Dit omdat ze heel hun verdere leven goed op hun qui-vive moeten blijven. Ze rollen er anders zo weer in. Die blijvende vatbaarheid, is dat een vaststaand iets?
D.: Door het gebruik van cannabis is er een gevoelservaring opengekomen van een sfeer die heel positief werd gewaardeerd. Die waardering blijft er. Als er moeilijke omstandigheden komen, is de kans groot dat weer naar cannabis wordt gegrepen om die moeilijkheden te ontlopen. Als op een andere wijze diezelfde gevoelservaring kan komen, bijvoorbeeld op een spirituele weg of een goede liefdesrelatie, wordt die kans erg klein. In ieder geval is het belangrijk dat degenen die zijn afgekickt niet in de steek worden gelaten. Werk en goede sociale relaties zijn absoluut noodzakelijk voor een goed vervolg.
Hoe na afkicken weer in de samenleving te komen? Het' ik' blijft toch een blokkering. Het ikje hoeft niet weg, maar moet doorzien worden met zijn blokkades. De advaitabenadering zou er volgens mij een goede bijdrage aan kunnen leveren. Hoe start je zoiets echt op?
D.: Het laten verkrijgen van een dieper inzicht start je niet op. Alleen als er een openheid voor inzicht bestaat, zal het inzicht groeien. Voor degene met wie je contact hebt is de mate van je eigen openheid erg belangrijk, het eigen open-zijn. Dat kan een herkenning geven. Wat je zegt of doet is minder belangrijk; dat komt, als het goed is, spontaan, zonder gerichtheid op verandering. In het grote gebeuren als non-duale eenheid zijn er de 'activiteiten' als spontaan handelen-zonder handelen (karmayoga). Dat geldt, als het goed is, voor de hulpverlening bij het afkicken, dat geldt voor hulp in het algemeen, ook als er advaita-bijeenkomsten (satsang) worden aangeboden.
Eigenlijk is het hele leven een verslaving, een vastzitten aan oude patronen. Gedachten loslaten blijkt voor de meeste mensen net zo moeilijk te zijn als drugs laten staan voor een zwaar verslaafde. Leven is: niet te gaan voor de verslavingen die je maar even bevredigen. Eigenlijk is het leven de dood van al die ideeën.
D.: Dat is duidelijk voor iedereen die enig inzicht in zichzelf heeft. Dat inzicht staat op de satsangs ook centraal. Wat drugsverslaafden ervaren, ervaren de meeste mensen. Alleen verkeren velen in de omstandigheid dat er geen al te grote problemen ontstaan, onder andere door visie van de samenleving op wat geoorloofd is en niet. De herkenning van wat bij de ander speelt in jezelf kan bijdragen aan een zijnservaring waarin geen-tweeheid (advaita) is. Je ziet in de ander jezelf, in jezelf ervaar je de ander. Deze non-dualistische zijnservaring betekent een vervulling van alle gemis en zo een doorbreking van elke verslaving.
Douwe Tiemersma geeft advaita-onderricht in het Advaitacentrum te Gouda (www.advaitacentrum.nl).
Er is geen tweeheidals je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.


De ander en ik
Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als 'de aard van het zelf', 'de mogelijkheid van communicatie' (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), 'de grondslagen van ons morele gedrag' en 'de ander als leraar'.
Non-dualiteit - de grondeloze openheid
Non-dualiteit is niet-tweeheid (Sanskriet: a-dvaita), de afwezigheid van scheidingen. Deze openheid vormt de kern van elke spiritualiteit en mystiek. Maar wat is non-dualiteit nu precies? Daarover gaat het nieuwe boek van Douwe Tiemersma. In zijn vorige boeken stond de non-dualiteit ook al centraal, maar nu laat hij stap voor stap zien wat non-dualiteit in de eigen ervaring betekent. Iedereen blijkt die ervaring te kennen en te waarderen.
maandag 27 januari 2020
Eeuwig wezen (Aristoteles)
Het continue ontstaan van het ontstaan is de dichtste mogelijke benadering van een eeuwig wezen.
Ochtend bespiegeling (Victor Hooftman)
Het blijft zaak te zien dat er wel degelijk iets te doen is aan ons dagelijks leven en dat er wel degelijk niveaus zijn in soorten bewustzijn, het ontkennen van niveaus leidt tot niets en niet tot de werkelijkheid. Maar omdat daar niets toe leidt, de werkelijkheid IS nou eenmaal en is niet te kennen door ons als persoon, is dat helemaal niet erg.
Help mensen maar vergeet snel dat je het gedaan hebt.
zondag 26 januari 2020
De mystieke gedichten van Lucebert door Nico Tydeman
of de kracht van water en aarde
zo onopvallend mogelijk beschrijven
dat doen de zwanen
maar ik spel van de naam van a
en van de namen a z
de analphabetische naam
daarom mij mag men in een lichaam
niet doen verdwijnen
dat vermogen de engelen
met hun ijlere stemmen
maar mij is het blijkbaar wanhopig
zo woordenloos geboren slechts
in een stem te sterven
*
ik tracht op poëtische wijze
dat wil zeggen
eenvouds verlichte waters
de ruimte van het volledig leven
tot uitdrukking te brengen
ware ik een mens geweest
gelijk aan menigte mensen
maar ware ik die ik was
de stenen of vloeibare engel
geboorte en ontbinding hadden mij niet aangeraakt
de weg van verlatenheid naar gemeenschap
de stenen stenen dieren dieren vogels vogels weg
zo niet zo bevuild zijn
als dat nu te zien is aan mijn gedichten
die momentopnamen zijn van die weg
in deze tijd heeft wat men altijd noemde
schoonheid schoonheid haar gezicht verbrand
zij troost niet meer de mensen
zij troost de larven de reptielen de ratten
maar de mens verschrikt zij
en treft hem met het besef
een broodkruimel te zijn op de rok van het universum
niet meer alleen het kwade
de doodsteek maakt ons opstandig of deemoedig
maar ook het goede
de omarming laat ons wanhopig aan de ruimte
morrelen
ik heb daarom de taal
in haar schoonheid opgezocht
hoorde daar dat zij niet meer menselijks had
dan de spraakgebreken van de schaduw
dan die van het oorverdovend zonlicht
*
wij zijn gezichten
wij hebben het licht gestolen
van de hoogbrandende ogen
of gestolen van de rode bodem
ik ben vuur
veel vuur
golven van vuur
vissen die stil zijn als het gezicht dat
alleen is
ik ben
veel van steen en vaag als
vissen in watervallen
ik ben alleen alleen beenlicht en
steendood
wij zijn gezichten
open en rood zijn wij
licht zijn wij
open
wij zijn
ontplofbaar
ik weet niet wat
steen werd
ik weet wel wat dood is
dood is ik word
ik word recht weer
wordt geroofd en ben weer
echt licht
*
Ik ben een gejaagd lezer. En dat is voor het lezen van poëzie een ramp. Een gedicht dient geproefd te worden zoals wijn. Wellicht moet het ook hardop gelezen worden om de klanken van de woorden en het ritme van de regels te ondergaan. En vooral herlezen. En betreft het een gedicht binnen het werk van één dichter, dan is het belangrijk om dit te lezen in samenhang met andere gedichten. Omdat het mij aan geduld ontbrak, is de poëzie van Lucebert voor mij lange tijd ontoegankelijk gebleven. Ik liet mij dan ook gemakzuchtig leiden door het clichébeeld dat rond Lucebert was ontstaan: de anarchist, de rebel die schreeuwend klaagde tegen het burgerdom, de 'omroeper van oproer', de keizer van de vijftigers, de ook door zijn collega's erkende leider van de experimentele poëzie, die de zoet gevooisde verzen van de gangbare poëten aan de schandpaal nagelde. Maar zijn over elkaar tuimelende beelden, waarvan het onderlinge verband mij ontging, zijn compacte, grillige taal - ik kon er geen touw aan vastknopen. En uiteraard, ik verzaakte de vraag te stellen: waar komt die poëzie vandaan? Wat was het dat Lucebert bewoog?
Tot ik vorig jaar een literaire studie onder ogen kreeg van Jan Oegema, "Lucebert - mysticus". Ik had aanvankelijk slechts de aankondiging van het verschijnen ervan gelezen. Maar, zo plompverloren als het in de titel staat, niet met een vraagteken of met een enigszins nuancerende ondertitel, - ik wist direct: zo moet Lucebert dus gelezen worden: als een mysticus.
Natuurlijk waren er critici die hadden gewezen op de invloed van Rilke, die wisten dat hij woorden en uitdrukkingen ontleende aan de Kabbala en dat hij een bibliotheek bezat met de klassieken uit de mystieke literatuur. Maar niemand durfde hem een mysticus te noemen. Lucebert "had het ongeluk een mysticus na de tweede oorlog te zijn". Vanaf de tijd van de wederopbouw tot ver in de jaren tachtig was een mysticus voor de gemiddelde intellectueel of ziek of gek, in elk geval iemand uit een ver verleden. Of hij was voor enkele overgebleven gelovigen een mens van God, van onberispelijke levenswandel en buitensporige deugdzaamheid, een beeld dat Lucebert in geen enkel opzicht benaderde. Toch was hem een ervaring ten deel gevallen, die de aard van zijn poëzie geheel zou gaan bepalen en waardoor veel van zijn gedichten gelezen kunnen worden als moderne varianten van de mystieke traditie.
Lucebert (geb.1924) was in 1943 opgeroepen voor de Arbeitseinsatz en werd te werkgesteld in Apollensdorf nabij Wittenberg. Daar verbleef hij een jaar. Terug in Amsterdam dook hij onder bij een broer. Na de oorlog had hij verschillende baantjes. Hij zwierf rond, vond soms onderdak bij vrienden of vriendinnen, maar was meestal te vinden in en rond het Vondelpark, waar hij sliep onder de brug. In die tijd - de laatste oorlogsjaren en de jaren direct erna - moet hij overvallen zijn door "een verschrikkelijk wonder". De inhoud ervan laat zich moeilijk vaststellen. Maar gezien zijn terminologie - en Lucebert koos zijn woorden zeer zorgvuldig - vond hij in de Kabbala en in de werken van Hadewijch, Ruusbroec, Johannes van het Kruis en Dionysius de Areopagiet de woorden en de beelden die hem hielpen een poëtische uitdrukking te vinden voor zijn visioen. Overdonderd door een onuitsprekelijke schoonheid had hij een gebied leren kennen van zuiverheid en ongereptheid waar slechts de fluisterstemmen van de engelen klinken, waar de aarde niet bevuild is, waar de wereld van goed en kwaad bij verbleekt. Om dit mystieke rijk te beschrijven, zou hij een nieuwe taal moeten scheppen, de analphabetische taal (gedicht1, regel 7), want het gangbare alfabet was al te zeer besmeurd door zijn burgerlijke gebruikers. Hij zoekt de taal in haar schoonheid (gedicht 2, regel 17) en weet dat deze schoonheid in onze tijd haar gezicht heeft verbrand: beeld voor de verschroeide aarde, de menselijke waanzin, de totalitaire politiek, extreem cynisme, fascisme. Hier ligt zowel Luceberts roeping tot het dichterschap alsook zijn felle kritiek op de moderne mens en de maatschappij. Zijn anarchisme heeft diepe. religieuze wortels. Vandaar zijn beginselverklaring: uitdrukking te geven aan "de ruimte van volledig leven" (gedicht 2, regel 4). "Volledig leven" was hem in het visioen aangezegd. Vol en ledig: enerzijds vervuld van grote schoonheid, het domein van het licht, de openbaring, de goddelijke volheid, anderzijds het domein van de duisternis, de schaduw, de droom. Zijn gedichten spelen zich af tussen die twee met elkaar strijdende, mystieke gebieden, die beide op gespannen voet staan met de alledaagse realiteit. De dichter herkent beide domeinen slechts in zichzelf in zijn 'Weltinnenraum' (Rilke) en hij ziet het als zijn taak wat hij innerlijk gezien en beleefd heeft naar buiten te brengen. Zo schildert Lucebert een heelal met eigen wetten en wezens: 'boven' de creaturen van licht, de engelen, de sirenes, de Liliths en 'onder' de dood in de catacomben van de droom, maanachtige schemer, de levenloze stilte van de stenen, de takken. De ruimte van volledig leven is die van "de afgrond en de luchtmens".
"Wij zijn gezichten" (gedicht 3, regel 1) is Luceberts religieuze definitie van de mens, geschapen uit licht, uit "golven van vuur"(gedicht 3, regel 7), zegt hij Hadewijch en Ruusbroec na ("minne" en "orewoet" - vurige liefde en zielstorm), "vissen die stil zijn" verwijzend naar Lilith, die woont in de zee uit ongenoegen met Gods schepping. Zij is zeegodin, muze en lichtengel. Zij betekent lichaam, genot en vervoering. Met haar legt Lucebert een subversieve lading onder het joods, christelijke erfgoed, waarvan hij zich enerzijds afhankelijk weet, maar waarvan hij zich anderzijds ook wil ontworstelen. De dominante geloofstradities hebben in zijn ogen de mystieke ervaring verloochend, zowel door hun ethische regelgeving als ook door het goddelijke op te sluiten in een transcendentie, buiten, ver weg van de mens. Maar God zweeft niet boven de mens, God ligt verborgen in ons hart.
Lucebert kende niet alleen de mystieke vervoering in zijn hoogtepunten van geluk en schoonheid, maar ook de val in het dal van duisternis, na de extase. "Ik weet niet wat' (gedicht 3, regel 22) roept hij met Johannes van het Kruis in diepste verlatenheid, omringd door een wolk van niet-weten, 'steendood'. Hij verwijst naar het thema van Teresa van Avila: "sterf en word", noodzakelijke dood om weer leven of 'licht' te worden.
Luceberts mystiek is van immanente aard, Hij streeft naar de vereniging met het andere ik, verborgen in zichzelf, de 'Seelegrund' (Eckhart), die in de mysticus zelf woont. Tegelijk is zijn mystiek concreet, dat wil zeggen van deze aarde. In een reactie op een beroemde zin van Kloos schreef hij:
"Waarom was je god zo diep in je gedachten,
en waarom liep hij niet gewoon op straat."
In 1966 zei hij in een interview met Ben Bos voor De Nieuwe Linie, toen een progressieve katholieke krant: "In jouw terminologie of in die van je krant zou je kunnen zeggen: Lucebert schrijft een mystieke poëzie, zonder God".
In een eerder interview (1959) met Jessurun d'Oliveira: "Ik ben geen nihilist, ik ben een alles relativerend mysticus, een sceptisch zwever, een voorzichtige losbol"
Literatuur
Jan Oegema, Lucebert, mysticus. Over de roepingsgedichten en de Open brief aan Bertus Aafjes, Vantilt, 1999Lucebert, Van de afgrond en de luchtmens. De eerste vier bundels, De Bezige Bij, Amsterdam 1999
Lucebert., Val voor vliegengod, De Bezige Bij, Amsterdam 1996 [Met een zeer interessant voorwoord van Lucebert zelf]
Er is geen tweeheidals je ontspannen bent
in zelf-bewustzijn
is dat duidelijk.

Verdwijnende scheidingen
Douwe Tiemersma
Verdwijnende scheidingenProeven van intercultureel filosoferen276 pagina's, paperback
Naar de Openheid
De teksten in dit boek zijn geschreven op basis van gesprekken gehouden te Gouda, aangevuld met enkele gedichten en korte teksten met illustratie.
Als uitgangspunt dienen steeds bekende gegevens en situaties, waarin verwijzingen zitten naar dat wat niet te beschrijven is, maar dat hier Openheid wordt genoemd.
De ander en ik
Dit boek bevat de lezingen en enkele andere teksten van het 2e Advaita Symposium over de relatie van 'de ander en ik'. De vragen kwamen aan de orde: Wat is de aard van de ander; in hoeverre of in welke zin verschilt de ander van mij en in hoeverre vormen wij een eenheid? De bespreking van deze vragen kon een verheldering geven van problematieken als 'de aard van het zelf', 'de mogelijkheid van communicatie' (in hoeverre kunnen wij elkaar begrijpen?), 'de grondslagen van ons morele gedrag' en 'de ander als leraar'.
Stiltewandelingen naar eenheid
Wandelen in stilte is terugkeren tot de rust die in de drukte van het leven vaak wordt gemist. Veel mensen zoeken die rust en vinden die in de natuur.
zaterdag 25 januari 2020
Spiritueel egoisme en moraliteit (Douwe Tiemersma)
Of er egoïsme is, is alleen in elk concreet geval te bekijken. Hoe het zit met die ene mevrouw of meneer kan ik niet zeggen. Wel is er erg veel spiritueel egoïsme. Daarbij wordt de eigen weg van de verlichting uitgespeeld tegen de belangen van anderen. Dat wreekt zich vroeg of laat. Als ik zeg dat moraliteit en regels betrekkelijk zijn, wil dit zeggen dat deze regels gelden op het vlak van het menselijk bestaan, maar niet op dat van de verlichting. Als dit er is, is er geen egoïsme, maar al-eenheid. Dus automatisch wordt er aan de moraliteit voldaan. Omdat de kern van de morele problematiek is opgeheven (de beperkingen van het zelf-zijn, het ego) is er geen aparte moraliteit meer. Het probleem is dat mensen de niveaus gemakkelijk verwarren, namelijk dat ze de situatie van de verlichte staat voor zichzelf van toepassing verklaren terwijl deze er niet is.

































