https://youtu.be/0JUsc69dHLY
Third love, reggea
The Rose, new age, deze link zelf in de bovenbalk plaatsen.
https://m.youtube.com/watch?v=gHXD1mOFscs&feature=youtu.be
https://youtu.be/0JUsc69dHLY
Third love, reggea
The Rose, new age, deze link zelf in de bovenbalk plaatsen.
https://m.youtube.com/watch?v=gHXD1mOFscs&feature=youtu.be
Is het na doorzien van alles wat niet echt is, doorzien van de illusie van tijd en ruimte, nog mogelijk te praten over onze eigen problemen en het leed van de wereld.
Mooi Taoistisch boek. De secret of the golden flower.
Podcast uit café Faas in Rotterdam over alles en een klein beetje Advaita. Samen met Jos, Hans en Peter. Klik op de link.
https://m.facebook.com/story.php?story_fbid=1958979434127520&id=100000464463512
Advaitapost juli 2017 Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, 5 april 2003 op de Hoorneboeg, deel 3
(Bezoeker) Ik merk dat wanneer ik naar het geluid van dat vliegtuig luister, ik niet eens weet dat het ‘t geluid van een vliegtuig is. Ik hoor iets, maar ik kan er niet over praten. En wanneer ik mezelf niet meer lokaliseer als zittend op een stoel in dit lichaam, dan wordt het totaal ... (Douwe) Leeg. Herken de verschillende niveaus. Blijkbaar is er een diep niveau met een sfeer waarin geen herkenning is van het geluid als het geluid van een vliegtuig, zelfs niet meer van het geluid als geluid.
B. Ik begrijp niet dat je dan nog in de wereld kunt functioneren, dat je dan niet gaat dwalen of zo.
D. Als je daar helemaal in duikt, je zwaartepunt helemaal daarnaar laat verschuiven, je helemaal daarin terugtrekt, is er geen functioneren meer in de wereld. Zie maar naar de diepe meditatie. Wat er verder gebeurt, kan verschillend zijn: of je vliegt door, of de wereld komt terug.
B. En als je doorvliegt, dan is het einde verhaal.
D. Dat verhaal bestaat dan al lang niet meer. Hier gaat het er om al die verschillende niveaus te herkennen. Dat die sfeer van stilte of stille weerspiegeling open blijft als zelf-zijn. Dan mag alles best terugkeren.
B. Dan blijft alles direct, zonder lange verhalen en zonder vragen?
D. Er blijft een stil weerspiegelen. Verder niets - punt. In dat weerspiegelen kunnen allerlei geleerde dingen een rol spelen, bijvoorbeeld de kennis dat het een vliegtuig is, maar de diepte van het ondefinieerbare blijft open en de vaststellingen blijven direct. Die open diepte blijft. Daarom blijven de verschijnselen betrekkelijk. Daarbij blijft er de herkenning van die diepte als zelf-zijn. Als die diepte er niet is, blijf je in de golven van de gebeurtenissen zitten die zintuiglijk en denkmatig worden ervaren.
B. Er zijn twee vragen die bij me opkomen omdat de taal me zo verwart. Bedoel je met stilte de afwezigheid van geluid?
D. Ook de afwezigheid van drukte, van bewegingen, van de dingen, van het denken, enzovoort.
B. Hoe zit het met iemand die doof geboren is?
D. Iemand die doof is, heeft nog allerlei andere zintuigen die informatie leveren en er is denken. De geest heeft dan ook wervelingen. Waar het werkelijk om gaat, is het open blijven van wat vooraf gaat aan de vormen van ervaring, denken, enzovoort, en Dat herkennen als jezelf.
B. Dan heb ik nog een vraag: zit in elke ervaringsvorm de stille getuige?
D. Ja.
B. Het is dus mogelijk om vanuit de meest grofstoffelijke vorm de overstap te maken naar die getuige?
D. Ja.
B. Waarom is dat zo ontzettend moeilijk? Hoe kun je die andere kant opgaan?
D. Dat kun je bewust leren kennen. Ik geef wat aanwijzingen om iets daarvan te ervaren. Er kan werkelijk een verschuiving van je zelf-zijn plaatsvinden, van je eigen identiteit. Wanneer je identiteit helemaal vast zit in je lichaam, is er weinig te herkennen van die stille getuige. Maar, de ervaring daar is ook de basis waarop je dat getuige-zijn kunt herkennen. In elke gewone situatie zit iets beschouwelijks, een weet hebben van de eigen situatie. Als dat zich verder ontplooit - en dat doet het regelmatig - blijkt de diepte van het beschouwen, het gewaar zijn, geweldig ver door te gaan, in de sfeer van zelf-zijn. Als iemand die hiervoor gevoelig is meegaat met de aanwijzing, kan er een directe herkenning plaatsvinden: inderdaad, Dit was er altijd al.
B. Het is natuurlijk geweldig aantrekkelijk wat je zegt: je trekt je terug op dat stille bewustzijn en dan kun je je denken helemaal deleten, je programma’s net als op de computer helemaal deleten, en vanuit dat stille bewustzijn leven.
D. In die stilte kunnen de programma’s van het leven rustig doorgaan, maar dat is niet erg. Dus, het gaat inderdaad over het werkelijk alles loslaten. Maar, als dat plaatsvindt en als je dat herkent, hoort daarbij dat je niets afweert van wat er van de wereld terugkomt. Het is niet alleen een je terugtrekken.
Boeken van Douwe Douwe Tiemersma heeft een groot aantal boeken geschreven gerelateerd aan thema’s rondom non-dualiteit. Het Advaitacentrum heeft deze boeken uitgegeven. Deze zijn nog steeds hedendaags, relevant en via de link hieronder te bestellen. https://www.advaitacentrum.nl/boeken
In het Westen neemt de belangstelling voor de klassieke oosterse spirituele tradities sterk toe. Een bekend voorbeeld is het boeddhisme. Veel minder bekend is de Advaita Vedanta, een nog oudere traditie, die een van de oerbronnen van het hindoeïsme is. De oudste filosofische bronnen van de Advaita Vedanta zijn de Upanishaden, De oude en bekendste Upanishaden ontstonden in de 8e tot 6e eeuw v. Chr., de periode die gedeeltelijk voorafgaat aan en gedeeltelijk samenvalt met die van het optreden van de Boeddha, Confucius, Pythagoras en Herakleitos. De Upanishaden zijn esoterische geschriften van kleine groepen leerlingen rondom een leraar, die zich in het woud hadden teruggetrokken: de woudscholen. Het woord upanishad wijst op het vertrouwelijk zitten bij de leraar (goeroe) om door hem onderricht te worden. Van hieruit is het begrijpelijk dat upanishad ook geheime spreuk, geheime leer en geheime tekst betekent. Waarschijnlijk in de achtste eeuw werd de filosofie van de Advaita Vedanta systematisch doordacht en vernieuwd door een van de grootste filosofen die India ooit heeft voortgebracht: Shankara.
Een levende spirituele weg.
Diverse spirituele leraren bouwden voort op de radicale bevrijdingsfilosofie van Shankara, soms binnen de muren van traditionele hindoekloosters, maar vaker op vrije wijze geïnspireerd door zijn werk of de oude advaita-teksten. Soms zelf zo autonoom, dat ze tot geen enkele traditie behoorden. Op authentieke wijze spraken zij vanuit en over advaita een enkeling zelfs zonder ooit dat woord te gebruiken.In de 19e en vooral in de vorige eeuw kende Advaita Vedanta een nieuwe bloei in India. Met name sinds de jaren 70 is deze stroming als levende spirituele weg ook doorgedrongen in het Westen. Opvallend is dat Advaita Vedanta de laatste decennia vooral in Nederland veel mensen aanspreekt. Op diverse plaatsen worden zogeheten satsangs gehouden, bijeenkomsten waar een spiritueel leraar de kern van de advaita-leer doorgeeft: de ware aard van de mens van jezelf is grenzeloze, absolute Openheid, waarin alle scheidingen illusoir blijken te zijn.
A-dvaita betekent letterlijk zonder tweeheid, oftewel non-dualiteit. Advaita Vedanta onderscheidt zich van andere interpretaties van de Upanishaden door te stellen dat aangezien er slechts één Brahman is, er ook maar één Atman is. Er is in essentie slechts één zelf en die delen wij allen. We zijn volgens deze visie allen één zijn, één bewustzijn: Brahman. In de advaita-optiek is dus alleen Brahman werkelijk. Al het andere in het universum is maya (letterlijk: magie of de verduisterende of scheppende kracht). Maya is illusoir omdat het verschillend lijkt te zijn van Brahman, maar dat is het niet. Aangezien maya ons op deze manier misleidt, en omdat het vergankelijk is, stelt Advaita Vedanta dat maya onwerkelijk is. De belangrijkste vorm waarin maya ons bedriegt is met betrekking tot ons zelf. We denken dat we onze lichamen, onze gedachten, onze gevoelens, onze karakters, onze verlangens, enzovoorts zijn, maar deze dingen zijn maya. Ze lijken mij zelf te zijn, wat volgens de advaita-filosofie een illusie is. In werkelijkheid is ons bewustzijn (het deel dat werkelijk -zelf- is) iets heel anders: Brahman. Dit is op het eerste gezicht een vreemd en radicaal idee. Het betekent dat het alledaagse zelf niet het ware zelf is. Volgens Advaita Vedanta is het zelf de hoogste werkelijkheid dat ten grondslag ligt aan het hele universum. De persoon die in je lichaam lijkt te zitten, de persoon waarvan je gelooft dat je die zelf bent, blijkt uiteindelijk een illusie.
Avidy & Jnana
Het Atman-Brahman kan worden gekend, maar deze kennis is niet met behulp van de zintuigen te verwerven. Wanneer men alleen zintuiglijke kennis van de wereld bezit, bevindt men zich in een toestand van onwetendheid (avidya) betreffende de hoogste werkelijkheid. Deze empirische kennis is ook een foutieve kennis, omdat ze de veelvormige wereld in plaats van het Brahman en het eigen lichaam in plaats van het Atman voor absoluut houdt.
Werkelijke kennis, jnana, kennis van het Atman-Brahman gaat voorbij de veranderlijke wereld.
Atman kan ook niet het object van kennis zijn, omdat het het subject van het kennen, de 'kenner' is. In de Brihadaranyaka Upanishad zegt Yajnavalkya: Hij die nooit wordt gezien is degene die ziet. Hij die nooit wordt gehoord is degene die hoort. Hij die nooit wordt gedacht is degene die denkt. Hij die nooit wordt gekend is degene die kent.,
Hij is je Zelf, de innerlijke heerser, de Onsterfelijke. Alleen door een steeds verdere gerichtheid naar binnen kan een directe zekerheid van dit Zelf worden verkregen. Toch worden er in de Upanishaden pogingen vermeld om het Atman- Brahman aan te duiden. Een zekere Shakalya probeert dit bijvoorbeeld en wijst onder andere de aarde, het verlangen en de vormen aan. Yajnavalkya wijst hem terecht. Hij moet voorbij het genoemde gaan om bij het Atman uit te komen. 'Maar het Atman is noch dit noch dat (neti neti)' (Brihadaranyaka Upanishad)
Vedanta komt van veda-anta en betekent letterlijk einde of essentie van de Vedas, of einde aan het weten. De Vedas zijn de vier oudste heilige wijsheidboeken van de hindoes. De Upanishaden, oftewel de Vedanta, vormen zo het sluitstuk van elk van de vier Vedas. De Upanishadische problematiek draait om het begrip van Brahman (de bron van alles oftewel de wereldgrond), het Atman (het Zelf) en de relatie tussen Brahman en Atman. De Upanishaden onderzoeken deze vragen vanuit verschillende optieken. De advaita-school ziet een absolute en essentiële eenheid tussen Brahman en Atman. De advaita-filosofie, het non-dualisme, is de eerste en de oudste nog bestaande Vedantische school in de Indiase filosofie. In andere Vedantische tradities, zoals de latere Dvaita en de Vishistadvaita, wordt de relatie tussen Atman en Brahman op andere wijzen begrepen. Advaita Vedanta is nauw verbonden met jnana yoga,de yoga van kennis, oftewel de weg van inzicht door het maken van het juiste onderscheid (viveka). In andere spirituele tradities, zoals het boeddhisme, het taoïsme, de joodse en christelijke mystiek, het Kashmir-shaivisme en het soefisme is de non-dualistische visie terug te vinden. Ook in de westerse filosofie zijn stromingen geweest die zich richtten op het Ene en non-dualiteit, zoals het neo-platonisme.
Volgens Advaita Vedanta is alleen het diepst innerlijke deel in de mens bewust. Geen enkel ander deel van de mens kan voelen, denken, zien of weet hebben van iets. De naam in het Sanskriet voor dit bewustzijn is Atman. Het is het deel dat werkelijk het zelf is, en het correspondeert met de ziel in de westerse filosofie. Atman (het fundamentele geestelijke principe van ieder mens of wezen) is identiek aan de absolute realiteit van het hele universum, het fundamentele kosmische principe: Brahman. Dit principe kent twee onderscheidingen: Brahman met eigenschappen (Saguna Brahman), hetgeen correspondeert met het westerse idee van God, en het hoogste Brahman, dat zonder eigenschappen is (Nirguna Brahman): het Absolute dat onuitsprekelijk is. Dit hoogste Brahman is onpersoonlijk; het is de bron van alles, het is de hoogste werkelijkheid. In deze werkelijkheid verschijnen alle waarneembare vormen. Ook God of het Godsbesef verschijnt hierin evenals de laatste kwaliteiten die aan de werkelijkheid kunnen worden toegedicht: zijn (Sat), bewustzijn (Cit) en gelukzaligheid (Ananda). Dit idee dat het eigen zelf niet verschillend is van het hoogste Zelf is het fundamentele idee van de Upanishaden waarop Advaita Vedanta is gebaseerd. Het kan worden uitgedrukt in de vorm van een vergelijking: Atman = Brahman Hoe werkelijk de alledaagse wereld ook is, in de Upanishaden wordt steeds weer gesteld dat het werkelijke in deze wereld Brahman is. Brahman woont als Atman woont in ons, of nog sterker uitgedrukt: wij zijn dit Atman- Brahman. Uddalaka herhaalt in zijn onderricht in de Chandogya Upanishad dit vele malen voor zijn zoon Svetaketu: Tat tvam asi: jij bent Dat.
In hun dagelijkse situatie brengen mensen allerlei scheidingen aan: ik en het andere, ik en de ander, mijn verlangen en het verlangde, mijn vrees en het gevreesde, mijn denken en mijn gevoel. Deze scheidingen leveren spanningen, conflicten en lijden op. Volgens de Advaita Vedanta zijn deze scheidingen er alleen als er een beperkt standpunt wordt ingenomen. Opheffing van dit standpunt is mogelijk door inzicht in de ware aard van de mens te krijgen: een zijn dat helder en ontspannen is, een Openheid zonder scheidingen zonder tweeheid. Shankara erkent het werkelijkheidskarakter van de wereld als een feitelijk gegeven in het praktische leven. Maar ten opzichte van het Atman-Brahman is de wereld slechts een betrekkelijke werkelijkheid. De hoogste en in essentie de enige werkelijkheid is die van het non-dualistische Atman- Brahman. Er is alleen het Ene, zonder tweede. Door zintuigelijke waarneming, logische afleiding en getuigenis kunnen wij kennis verkrijgen, maar niet de hoogste kennis (parajnana). In het gewone leven is er sprake van ajnana, het niet kennen, of van avidya, het niet zien van de Werkelijkheid.
De eigenschappen van Atman-Brahman en die van de wereld en de menselijke persoon worden door elkaar gehaald (adhyasa). Alleen het hoogste inzicht kan aan de verwarring een einde maken. Dat is dan meteen de bevrijding (moksha) van elke gebondenheid. De Werkelijkheid is vrij van zwaarte en beperking.
LERAREN
Enige bekende advaita-leraren na Shankara zijn Jnaneswar (1300), Vidyaranya (1350), Dharmaraja (ca. 1550) en Sadananda (ca.1500). Hoewel de inhoud in grote lijnen gelijk is, verschillen de diverse geschriften in interpretatie van Shankara op diverse punten. Een van de belangrijkste betreft de aard van maya: hoe zelfstandig is maya ten opzichte van Brahman, of: is Brahman of maya de oorzaak van de wereld. Door de verschilpunten ontstonden er aparte scholen. De traditionele benadering van Advaita Vedanta is voortgezet in talloze kloosters, zoals het Shankaraklooster van Sringeri, Zuid-India. Een meer academische benadering hadden in de 20e eeuw auteurs als Sarvepalli Radhakrishnan en K.C. Bhattacharya en diens leerlingen. In de laatste 150 jaar zijn vooral Ramakrishna en Ramana Maharshi belangrijk geweest voor een hernieuwde belangstelling voor de Vedanta-weg. Bij Ramakrishna is de devotie (bhakti) erg belangrijk. Steeds weer spoorde hij de mensen aan tot de gerichtheid op God. De kennis, het inzicht in het Absolute is bij hem echter gelijkwaardig aan of aanvullend op het bhakti-pad. Ramana Maharshi leerde vooral het directe zoeken naar het Zelf. De weg tot bevrijding is het bezig blijven met de vraag: 'Wie ben ik'. Ramakrishna's Vedanta is en wordt verbreid door de Ramakrishna-Mission. Ook Ramana's onderricht is nog steeds levend en wordt verbreid onder andere door middel van het blad Mountain Path. Ook anderen dragen de Vedanta uit. De namen van Jiddu Krishnamurti, Nisargadatta Maharaj, H.W.L. Poonja, Vimala Thakar, Aurobindo, Ramesh Balsekar, Krishna Menon, Jean Klein, de Nederlander Wolter Keers en vele anderen kunnen in dit verband worden genoemd. Vooral vanaf het eind van het 2e millennium blijkt de belangstelling voor de Vedanta in het Westen sterk toe te nemen.
De tijd verstrijkt zo lijkt het. Twee uur al bijna. Zo maar boodschappen gaan doen. Diepe ontspanning is mijn deel. Er is niets meer te delen dan dat er niet gedeeld hoeft te worden. Alles is al gedeeld. Eenheid wordt gevoeld. De oceaan neemt de druppel op. De druppel kan niet dankbaar zijn aan een hem opnemende oceaan. Want hij is NU de oceaan. Er is dankbaarheid, er is liefde in rust en in beweging. Verder weinig te melden vandaag.
Werelden en deeltjes, lichamen en wezens, tijd en ruimte, het zijn allemaal tijdelijke uitdrukkingsvormen van het Tao.
Klik op bovenstaande link voor de interessante film. Hardcore neo-advaita. Met Tony Parson.
Wat mij opvalt in deze nihilistische stroming (niet negatief bedoeld) is het ontbreken van vrouwen. Vrouwen en mannen benaderen de werkelijk kennelijk anders. In de vele discussies die ik heb gehad blijkt dat ook iedere keer weer. Osho heeft daar ook het nodige over gezegd. Vrouwelijke ontvangende en mannelijke stuwende energie is anders. Er is kennelijk een vrouwelijke en mannelijke advaita benadering. Het eindpunt, of nulpunt, blijft natuurlijk hetzelfde onveranderlijke Zijn. De stilte, ruimte en liefde.
Alles wat onderhevig is aan ruimte en tijd is beperkt. In de grote eenheid is er geen sprake van ruimte en tijd. Je hiervan bewust zijn bevrijd je van je ketenen en leidt tot de grenzeloze harmonie van de Tao. Lees de tekst op de foto.
Waar gaat het nu in de kern om bij de Advaita Vedanta? Lees dit eens rustig na op de foto. Ik ben niet (alleen) mijn lichaam, ik ben het totale bewustzijn. Onmetelijk groter dan mijn lichaam. Mijn lichaam is slechts een tijdelijke manifestatie van het Bewustzijn. De vergissing is alles wat wij met dit lichaam voor waar aan te nemen terwijl het slechts een projectie is, een voorstelling, vergelijkbaar met een droom of TV serie. (Victor)
De stamvader van de Hollandse Advaita is Wolter Keers. Wij kennen hem van de vertaling 'I am That' van Nisargadatta Maharaj (waarin hij hulp kreeg van een van zijn beroemde vriend/leerling Alexander Smit). Deze vertaalde boeken 'Ik Ben' en 'Zijn' , zijn nog steeds beschikbaar. Wolter was zelf leerling van Ramana Maharshi en later Krishna Menon. Jan van Delden is was zijn belangrijkste leerling (Alexander wordt meer als leerling van Nisargadatta Maharaj beschouwd).
Klik hieronder voor de mp3 geluidsfragmenten van Wolter Keers.
En
https://www.mixcloud.com/Menno_/wolter-keers-7-apr-82-dh-a/
De hoogste waarheid laat zich niet verwoorden. Daarom heeft zelfs de grootste leraar niets te zeggen.
Prachtige film over samadhi. Beautifull film about Samadhi. Beautifull pictures. A film about the divine play.
De wereld zou een verzinsel kunnen zijn. Door mij minimaal verkeerd geïnterpreteerd.
Maar de natuurlijke staat is voor mij echt. De golf, waar ik uit besta wordt door mij of andere en hun waarnemingen, deeltjes, en dan verschijn ik aan hen en aan mijzelf.
Fear is the very thing that you do not want to be free from. If the fear comes to an end, you will drop dead physically. Clinical death will take place.
The plain fact is that if you don't have a problem, you create one. If you don't have a problem you don't feel that you are living.
Consciousness is so pure that whatever you are doing in the direction of purifying that consciousness is adding impurity to it.
There is no sadhana necessary, no purification methods necessary for this kind of a thing to happen - no preparation of any kind.
Thought is in its birth, in its origin, in its expression and in its actions very fascist. When I use the word 'fascist' I do not use it in the political sense but to mean that it controls and shapes our thinking and our actions.
Thought is something dead and can never touch anything living. It cannot capture life, contain it, and give expression to it. The moment it tries to touch life it is destroyed by the quality of life.
All the political ideologies and even the legal structures are the warty outgrowths of the religious thinking of man.
All that is necessary for the survival of this living organism is already there.
The tremendous intelligence of the body is no match for all that we have gathered and acquired through our intellect.
A messiah is the one who leaves a mess behind him in this world
The human organism is not interested in your wonderful religious ideas--peace, bliss, beatitude or any such thing. Its only interest is survival. What society has placed before us as the goal to reach and attain is the enemy of this living organism.
Angst is het enige waar je niet van wil zijn. Als de angst tot een einde komt, zal je fysiek dood vallen. De klinische dood zal plaatsvinden.
Het duidelijke feit is dat als je geen probleem hebt, je een creëert. Als je geen probleem hebt, voel je je niet dat je leeft.
Bewustzijn is zo puur dat alles wat je doet in de richting van het zuiveren dat bewustzijn er onzuiverheid toe toevoegt.
Er is geen sadhana nodig, geen zuiveringsmethoden nodig om dit soort dingen te kunnen gebeuren - geen voorbereiding van welke aard dan ook.
Gedachte is in zijn geboorte, in zijn oorsprong, in zijn uitdrukking en in zijn acties zeer fascistisch. Als ik het woord 'fascistische' gebruikt, gebruik ik het niet in politieke zin, maar betekent dat het ons denken en onze acties beheert en vormt.
Gedachte is iets dood en kan nooit iets aan het leven raken. Het kan het leven niet vastleggen, bevatten, en er uitdrukking geven aan. Het moment dat het het leven probeert, wordt door de kwaliteit van het leven vernietigd.
Alle politieke ideologieën en zelfs de juridische structuren zijn de vruchtbare uitgroeiingen van het religieuze denken van de mens.
Al wat nodig is voor het overleven van dit levende organisme is er al.
De enorme intelligentie van het lichaam is geen match voor alles wat we verzameld en verworven hebben door ons verstand.
Een messias is degene die een rommel achterlaat in deze wereld
Het menselijke organisme is niet geïnteresseerd in je prachtige religieuze ideeën - vrede, gelukzaligheid, gelukzaligheid of iets dergelijks. Zijn enige interesse is overleving. Welke samenleving heeft voor ons gezet als het doel om te bereiken en te bereiken is de vijand van dit levende organisme.
Je bent je eigen leermeester als je goed oplet.
Je kat is je leermeester als je goed kijkt.
Je vrouw is je leermeester als je goed luistert.
De roos is je leermeester als je goed ruikt.
Je vijand is je leermeester als je niet gelijk terugslaat.
(Foto van Tan Zin op facebook)
Gisteren liep ik met de kat,
Langs mooie luchten,
De kat zag het niet,
Ik nam een foto,
En miste net als de kat dat moment.
Dom geworden door de theorie,
zit ik stil in de zon.
De kat ligt lang en lui.
Niets doe ik.
En dan komt het geluk weer terug.
Terug van nooit weggeweest.
Satsang
From an introduction in Stoutenburg, August 28, 2005 - Part 3
Q: You point towards the open lucidity, even in dreamless sleep. I understand very well what you mean, but when you go to sleep, you disappear. When you wake up again, there is a sort of recollection of this openness. Some people claim that they can retain this lucid openness when they sleep. Is that really so?
Douwe: When you have consciously recognized this original openness somewhere, you recognize this sphere more and more frequently. In the waking period of the day you recognize more and more of those quiet moments, even though they were previously there as well. If you haven’t recognized this stillness somewhere in a conscious way, then you also don’t recognize it in many other moments that are open and still. So when the recognition is there in a given situation, such as in deep meditation, the process of recognition goes even further, especially during the day. Then you notice the moments when it’s just totally still and open, moments about which there’s nothing to say because there is no content. Between thoughts everything falls quiet. Thought flows are not continuous. Also, you aren’t always busy. If momentarily you don’t have anything to do, everything disappears. Slowly you recognize that these periods are more frequent and become larger. It happens just like Swiss cheese: the holes just get bigger and bigger. At first there is cheese with a few holes. But at a certain point there are holes with a little bit of cheese. That also happens by itself at night.
Of course, it’s a completely different kind of consciousness. It is not a ‘consciousness of’ something. That is the difficulty of recognition: in the West consciousness is always defined as ‘consciousness of something’. So when there’s nothing, it’s difficult to recognize. If you want to be well aware of something, right away you ask where you should look. When it’s about the recognition of your own openness, it’s a completely different type of consciousness. It’s an internal consciousness and certainly without content. It’s very strange, and therefore you frequently make mistakes. You want to be aware of the dreamless sleep where nothing is. So you say, “I will focus on nothing.” But then that’s wrong, because there is no object there, also no empty object-space that you could become aware of. No, it’s your own being-aware self. It’s a blank being-knowing without a someone who confirms something.
What’s that like, then? Is there a kind of aware presence-ness?
You are going in the right direction when you suggest ‘an aware presence-ness’. But look out, and see what else is there. For as long as there is a sense of ‘I confirm that’, you’re still saddled with an ‘I’ and an object. The best approach is to point towards the disappearance of this structure ‘I perceive that’. ‘I’ gone, ‘that’ gone and the perceiving gone. That is the original blank state about which you can’t say anything other than: “it is blank”, “there is nothing”. And still, there is an internal knowing of this original nature.
But isn’t that internal knowing then a memory afterwards?
Of course not. If there were to be a memory, there would be a memory-image. Now, that can also happen, such as in the morning when you say: “I had a wonderful sleep”. In that confirmation there is still a memory of this wonderful state of emptiness in which there was nothing. This memory can become stronger, so that you recognize that this ‘state’ which was there, is also here now. It is not something which stops in the transition from dreamless sleep to dreaming and waking. No, this always remains as a certain kind of knowing, a being-knowing. This continues by itself and intensifies. So we can only speak about the transitions. But then, the direct recognition can also come: “Yes, this”.
Learning to see these transitions is important in itself, because then, they can flow more easily. Then you know the direction of development and can see what's still stuck. That confirmation immediately allows the fixation to become relative. Then the block is no longer absolute. Seeing through, itself means that the blockade is lifted. Therefore, be precise in your seeing, in your recognition, otherwise you will easily remain hanging somewhere.
In that blank consciousness, the ‘consciousness of’ something also manifests.
Yes, ‘consciousness of’ something is always a limited sort of consciousness. Usually we call that ‘attention’. Attention is a focused consciousness and therefore a limited form of consciousness. So there are all different kinds of consciousness-forms during the day. Sometimes you are concentrating here, and then something else asks your attention, then there is a more spacious consciousness. That just continues. The one thing that remains is yourself as open being-awareness.
But then in that 'consciousness of’, you are everything. Because if there is no consciousness of something, then too that something is not there. It’s just like thinking without thoughts; that can’t be, because the idea is the same as thinking. So 'consciousness of' is the same as what is seen.
When there has been a clear recognition of yourself as being-awareness without restrictions, then all kinds of forms arising within it do not restrict you. Of course, as long as life goes on, all the living functions of seeing, feeling, hearing, thinking and so forth, also go on. When there is a recognition of that original source, then everything else also comes free. With enlightenment, all life functions become enlightened. Through this, the tensions disappear, the feeling-sense patterns of holding on to internal but also external things. When you remain in a limited identity, you imprison not only yourself, but also the whole world. When enlightenment comes, the whole world becomes enlightened. So nothing needs to go; you are everything. Only the tension-limitations disappear. Then everything is open, infinitely open.
Als je je als persoon non-duaal verbonden voelt met slachtoffers van terrorisme in Londen is dat omdat je je niet realiseert ten diepste dat je geen persoon bent.
JOHANNES van het KRUIS (1542-1591)
Liefde zoekt altijd naar Liefde en stopt niet tot Liefde gevonden is.
Er komt altijd een moment van verveling waar je doorheen moet voor het genieten van de stilte kan beginnen.
De mooie zin uit de bijbel: 'En toen was er het woord', slaat volgens mij op het kunnen denken. Ons uiten, concepten en constructies. De wereld ontstaat voor ons door het woord, de voorstelling is geboren. Kortom het ontstaan van dualiteit. Dus moeten we ook kijken waar het woord kan ontstaan. Dat is de basis. Namelijke in het Goddelijk Bewustzijn. Daar, waaruit woorden kunnen komen, waar er nog geen voorstelling is, in de hemel, in het koningrijk God, daar moeten we verblijven zonder iets te zijn. In de hemel is waar we zijn. We hoeven alleen de hemel maar te herkennen.
Alleen thuis, jij bent op vakantie.
Met de app dicht bij elkaar.
En toch het kanaal ertussen.
Ik lees net een gedicht van Rumi en Niels.
Over niet meer voor lief nemen.
Een mooi gedicht.
Ik mis je niet, ik ben bij je, wij zijn één.
Ik mis je niet, ik hou van je.
Ik mis je niet, wanneer kom je terug?
https://www.facebook.com/events/1351994434885757/?ti=as
Wie zin heeft in een stukje lopen en een goed gesprek. 10 juni in Hoek van Holland, 11.00 uur koffie bij de Jutter.
Mooi boekje over de ideeën van Ramana Maharshi.
https://drive.google.com/file/d/0BzovmiS98d2yZFU1WmtTRDJJNW8/view?usp=drivesdk
Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma te Hoorneboeg, 5 april 2003
Stilte
[de stilte-perioden tussen de gesproken zinnen zijn niet aangegeven]
Het thema is stilte. Dus je weet wat je te wachten staat.
Maar het gaat natuurlijk om het bewust zijn van jezelf als stilte. Er zijn altijd wel stilteperiodes, maar ons gaat het er nu om daarvan te leren, om je bewust te worden van jezelf als stilte. Daarom is het misschien toch goed om op een paar dingen te wijzen.
Let eens op de geluiden en op het wegvallen van het geluid. Je bent gericht op het geluid, je bent je bewust van het geluid en even later valt het geluid weg. Dan zeg je: het is stil. Even later komt er weer een ander geluid op. Toch kan de stilte aanblijven. Waar zit die stilte? In de buitenwereld is haast altijd geluid. En toch is er een herkenning van blijvende stilte. Er is een hele drukte aan beelden in de wereld. En toch is er een ervaren van stilte. Dat ervaren van stilte is in ieder geval ook een ervaren van een dimensie in jezelf waarin je die stilte herkent, waarvan je vaststelt: dit is stilte. Als je je zo bewust wordt van stilte, dat je ook jezelf ervaart als stilte, dan is het duidelijk: jezelf als bewustzijn, jezelf als het weten van alle drukte in de wereld, van het geluid en de beelden in die wereld, het vaststellen ervan, dat is stilte. Maar, het is goed om preciezer te kijken naar wat dat stille weten nu eigenlijk is.
In de gewone wereld van alledag kijk je af en toe even terug en dan kun je het verhaal vertellen van de afgelopen dag, van de dingen die gebeurd zijn. Iemand vraagt je ernaar en je kunt zeggen wat je gedaan hebt. Blijkbaar is het zo dat door de dagen heen er een bepaalde registrerende instantie in jezelf aanwezig is. Psychologisch kun je dat geheugen noemen, maar dat zegt natuurlijk nog niks. Terwijl je bezig bent met alles, met alle activiteiten van de dag, is er blijkbaar een bepaalde instantie in jezelf die dat alles registreert zodat je dat achteraf ook nog eens kunt vertellen aan anderen. Of wanneer je ter verantwoording wordt geroepen, kun je zeggen: “Ja, dat en dat heb ik gedaan.” Dat is blijkbaar een voortdurende functie van het weten, het ‘geweten’, dat blijkbaar alles registreert. Natuurlijk kun je het in de psychologie oppikken en het als een bepaalde functie zien, een geheugenfunctie, een bepaalde reflexieve denkfunctie, maar wanneer je preciezer gaat kijken, heeft het weinig met het denken te maken. Het is alleen een registratiefunctie.
Natuurlijk zitten er persoonlijke elementen in, want het verhaal achteraf is altijd persoonlijk gekleurd. Alleen al het feit dat de gebeurtenissen geregistreerd zijn, geeft echter aan dat het proces niet op dat persoonlijke niveau van het denken aanwezig is. Je kunt namelijk ook over het reflexieve denken weer een verhaal ophangen, bijvoorbeeld: ik had eerst zo gedacht en toen dacht ik dit te moeten doen. Dus de registratie vindt niet plaats op het niveau van het denken en van het voorstellen. Want ook van deze psychische functies heb je weet, ook die worden geregistreerd. Het is iets dat voorafgaat aan het denken, voorafgaat aan de vormen, maar dat wel zo’n registrerende functie heeft. Dat noemen we nu het bewustzijn. Natuurlijk is dat vaak niet een helder bewustzijn zodat je precies alles kunt reconstrueren of weergeven, nee, het is iets wat veel meer op de achtergrond aanwezig, veel ruimer is, veel stiller is. Wanneer je bezig bent met je activiteiten, heb je daar blijkbaar het zwaartepunt van je aandacht en identiteit, maar toch blijft die registratie van bewustzijn doorgaan.
Waar het nu om gaat is om die registrerende functie te herkennen als je eigen zelf-zijn. Als je dat naar voren wilt brengen, is dat altijd moeilijk. Je moet je namelijk uitdrukken in een objecttaal, in een psychologische taal. Als mensen vertellen wat ze gedaan hebben, is dat dankzij een bepaalde psychische functie en dat past in het geheel van de psychische functies. Dan kun je alles mooi in kaart brengen met schemaatjes en zo, en dan lijkt het duidelijk. Maar, als je de situatie van jezelf bekijkt, zie je dat het registreren niet zomaar een mechanisme is dat ook een robot kan hebben, of een cassetterecorder die ook registreert. Nee, het is iets van jezelf als eerste persoon. Aan jou wordt gevraagd: “Wat heb je gedaan?” Dan zeg je: “Dat en dat heb ik gedaan.” Je wordt aangesproken als eerste persoon en je vertelt iets van jezelf als eerste persoon. Die registratiefunctie, dat bewustzijn, dat (ge)weten, dat ben je dus helemaal zelf. Je ervaart soms dat je dat meer zelf bent dan datgene wat je gedaan hebt. Dan vraag je je af: “Heb ik dat gedaan?” Dan zie je dus dat het zwaartepunt niet meer in die activiteit ligt, maar veel meer in die registratiefunctie, in het bewustzijn. Vanuit het bewustzijn kijk je terug en herken je jezelf: ja, dat was ik daar op die oude foto; maar ben ik dat? In zekere zin wel, in zekere zin niet. Voor zover je meer bent dan dat jongetje of meisje op de foto, zit je op het niveau van de stille getuige, dat stille bewustzijn, dat daar kennis van heeft. Tijdens dat stukje leven dat je primair leefde had je er een bepaald weten van en vanuit dat weten kun je nu zeggen: “O ja, dat en dat is gebeurde er toen.”
Je ziet hoe je standpunt of in ieder geval het zwaartepunt van je identiteit kan veranderen. Je kunt heel duidelijk in het stille bewustzijn aanwezig zijn en van daaruit alles aanschouwen. Als eerste persoon heb je dus verschillende mogelijkheden. Je kunt primair leven met primaire reacties, maar het is ook mogelijk dat je veel meer beschouwelijk gaat kijken. Dan heb je een ander standpunt. Natuurlijk, wanneer je primair in het leven staat, is er natuurlijk ook al een ik, daar zit ook al een stuk zelf-zijn, maar wel onder de omstandigheden van dat primaire leven. Maar, altijd is er ook enigszins een beschouwelijk standpunt van jezelf, zodat je over je handelingen kunt praten. Het is belangrijk om te zien dat, ook al zit je primair in je lichaam en leven, jezelf als registrerend bewustzijn ook aanwezig blijft. Ook al ben je je er niet zozeer bewust van, er is een stuk zelf-zijn met helderheid dat continu blijft registreren. Wanneer je je daar richt, krijg je een verschuiving van je zwaartepunt naar dat beschouwelijke vlak. Dat gebeurt bij alle mensen regelmatig. Dan merk je dat je niet meer zo direct geïnvolveerd bent in dat leventje. Je ziet het gebeuren, je hebt er wel een relatie mee, maar je ervaart je nu primair als bewust-zijn. Dus ook in dat directe leven van alle dag, zie je dus dat je als bewust-zijn op een stille manier aanwezig blijft. Daarin ben je niet betrokken in de wervelingen van het leven van alledag. Het is een gebeuren dat altijd doorgaat. Wanneer je je zwaartepunt daar langzamerhand naartoe laat verschuiven door er een klein beetje op te letten, door een klein beetje afstand te nemen, dan herken je jezelf steeds meer als dat stille bewust-zijn.
Boeken van Douwe
Douwe Tiemersma heeft een groot aantal boeken geschreven gerelateerd aan thema’s rondom non-dualiteit. Het Advaitacentrum heeft deze boeken uitgegeven. Deze zijn nog steeds hedendaags, relevant en via de link hieronder te bestellen.
Waarom willen mensen iets creëren? Is het verveling? Wie creëert er eigenlijk? Waarom niet zijn in geluk en liefde? Waarom wil zich iets manifesteren? Of is het natuurlijk? Wil alles zich manifesteren? Is het als de roos die bloeit maar ook als de tulp die prachtige uitvalt in zijn sterven? Kijk naar jezelf hoe je ouder wordt, bijna 60, bijna gestorven. Wie gaat er dood, wat gaat er dood? Bestaat de dood? Nee natuurlijk niet, de dood is gewoon een verandering van zijn, van lichamelijk zijn naar niet lichamelijk zijn, van geluk en liefde naar geluk en liefde. Maken wij ons zorgen over de kaars die opbrandt, over de tulp die uitvalt? Over de zomer die herfst wordt, over de herfst die winter wordt. Nee natuurlijk niet, dat is de natuurlijke gang van zaken. Het is het natuurlijke ding der dingen. De stroom van het water, de regen die valt, de damp je opstijgt uit de zee. Alles komt en gaat. Wij komen en gaan, alles komt en gaat.
De meningen over Ayahuasca blijven verdeeld. Ik was erg nieuwsgierig en besloot samen met mijn vriendin zelf een sessie te ondergaan. Bij HOME OF THE HART in Amstelveen. Uitstekende begeleiders!
En hoe was het?
Hoe zeg je dat in een paar woorden. Mooie bijzondere ervaring. Veel te delen. Alles ging 'goed'. Mooie groep. Mooie mensen. Bij mij veel gelukzaligheid, misselijkheid, intense muziek, heerlijk fruit, kermisklanten onderweg, antwoorden op vragen die ik stelde, mijzelf als praatjesmaker aan de gang gezien van afstand. Het zelf observeerde de verhalenverteller. En het Zelf vond het prima.
Muziek die in jezelf klonk. Prachtig. Bewustzijn en Ananda.
We zijn nog aan het bijkomen. Hetty even naar bed om uit te rusten (ik schreef dit zondag). Ik hier met pruimensap afkicken. Bijzonder. En heerlijk verzorgd. Ik kon dus ook vragen stellen in mijn 'droom' en kreeg antwoord. De satguru ...
Ik begon met veel gelukzalligheid. Door de ayahuasca werd dat verdubbeld. Was te veel. Te veel energie en liefde. De intensiteit nam gelukkig iets af en in het tweede gedeelte ... bliss.
Ik kan nog wel even doorgaan maar dit geeft wel iets weer denk ik.
Douwe Tiemersma te Gouda op 22 mei 2002
Dit is de laatste open Advaita-avond van dit cursusjaar. We zijn het afgelopen jaar een flink aantal keren bij elkaar geweest en hebben een aantal verschillende benaderingen gevolgd. De advaita-benadering was er steeds weer op een andere wijze. Duidelijk is dat het voortdurend over hetzelfde ging. Er zijn heel veel woorden gezegd, ik heb nogal wat inleidingen gehouden, over van alles en nog wat. Steeds weer was er hetzelfde: een beweging die naar een grens gaat. Woorden kunnen daarbij helpen. De beweging gaat naar een bepaalde grens toe. Wat daar gebeurt, daarover is niets meer te zeggen. Het is wel zo dat je er langzamerhand steeds meer kijk op krijgt. Wat gaat daar nu eigenlijk gebeuren? In ieder geval in negatieve zin, dat allerlei oude, vaste structuren verdwijnen. Allerlei vanzelfsprekendheden lossen op. Het is vreemd, maar welke weg je ook kiest, je komt op een gegeven moment in zo’n grensgebied. Je kunt heel letterlijk in de ruimte naar voren gaan, steeds verder vooruitgaan. Dan kom je op een gegeven ogenblik in het oneindige terecht waar de gewone, eindige zaken niet meer gelden. Je kunt ook achteruit naar binnen gaan, de weg van het zelfonderzoek die we al vaker zijn gegaan. Je gaat steeds verder terug naar de kern van jezelf. Maar, die kern blijkt steeds weer tussen je vingers door te glippen, hij is niet te pakken. Er blijkt steeds meer een moeras te zijn waarin steeds meer los komt.
Het is duidelijk dat wat in dit gebied gezegd wordt maar van heel betrekkelijk belang is. Juist wanneer het gaat om het essentiële. Wanneer er werkelijk iets gaat gebeuren, blijkt de betrekkelijkheid van de woorden. Woorden kunnen je wel helpen om naar een grens te gaan, om je iets te laten zien: kijk daar nu eens naar, let daar nu eens op, hoe werkt dat, wat is je conclusie. Veel fundamenteler is datgene wat onder de woorden plaatsvindt, wat er om de woorden heen gebeurt. Het is hier vaker vastgesteld: de belangrijke punten van de advaita-benadering kun je op een gegeven ogenblik gemakkelijk mentaal reproduceren. Dat is heel simpel. Maar de advaita realiseren, het hier op een levende wijze realiseren, dat is een heel andere zaak. Dan blijkt dus het terrein van het mentale en van de taal heel betrekkelijk te zijn. Op dat niveau kan er alleen iets in gang worden gezet. Wanneer je deze beweging zich laat voortzetten, dan komt er iets anders. Zolang je vastzit in het mentale, is het nuttig om alles op een rijtje te zetten, te gaan vergelijken, je af te vragen ‘hoe zit dit, hoe zit dat?’ Je hebt altijd gedacht dat het zo-en-zo was, maar er blijken ook andere ingangen te zijn, andere manieren om alles te bekijken, er zijn andere perspectieven die even sterke papieren hebben. Vanuit het mentale kun je in ieder geval de betrekkelijkheid van al wat gedacht wordt op het spoor komen, gaan inzien dat het denken slechts een weg is die naar de grens van het denken leidt en naar de conclusie: ik ben als denker zo verschrikkelijk betrekkelijk.
Wanneer er een voortdurende helderheid is, stel je de dingen op een directe manier vast, zonder twijfel: dit is het. De wereld is niet eenvormig, maar kan talloze vormen hebben. Er is niet is één soort werkelijkheid, maar er zijn allerlei typen. De werkelijkheid kan allerlei vormen hebben. Werelden komen op en ze verdwijnen weer. Ze zijn dus betrekkelijk. Langzamerhand krijg je de notie van de sfeer waaruit ze opkomen, waarin ze weer verdwijnen. Dat is je eigen sfeer. Die staat los van al die veranderingen, van al die condities. Je ziet dan ook steeds weer, hoe gemakkelijk je meegaat met de uitnodiging van die condities om die sfeer als werkelijkheid te gaan ervaren, als dé werkelijkheid te gaan ervaren. Wanneer je helder bent, zie je dat gebeuren. Dan realiseer je je ook heel snel: dat kan allemaal het geval zijn, maar mijn eigen zelf-sfeer is veel ruimer, en deze is niet gebonden aan bepaalde vormen, aan een bepaald type van werkelijkheid. Je ziet duidelijker dat het heel verleidelijk is om steeds weer opnieuw een oude vorm van werkelijkheid te creëren. Je ziet het allemaal gebeuren en steeds weer heb je die dubbele beweging waar we vaak over gesproken hebben. Aan de ene kant zie je al die betrekkelijke dingen die toch een zekere aantrekkingskracht hebben en steeds weer besef je: nee, dat schouwspel is het niet, dat is niet alles, dat is niet het wezenlijke, het is maar een bepaalde uitingsvorm, een bepaalde wereld. Aan de andere kant, teruggaande naar jezelf, heb je de notie van het allesoverstijgende zelf-zijn, zonder vormen, zonder afstand te nemen, want het gaat om een interne vaststelling. Het gaat er dan om, om bij die hoogste notie, bij dat hoogste besef te blijven, daarbij geweldig helder te blijven, zodat niet opnieuw de openheid wordt ingevuld met een bepaalde vorm. Heb steeds weer door – daarvoor heb je het onderscheidend vermogen – wanneer een bepaalde vorm gaat overheersen. Blijf bij het Uiteindelijke, dat dwars door alles heen gaat, terwijl het nergens door wordt beperkt.
Wat bedoel je met dat ‘dwars door alles heengaan’?
Het Uiteindelijke wordt door niets beperkt. Voor zover het nog een ruimtelijk karakter heeft, wordt het ook van niets afgezonderd, het gaat dwars door alles heen. Deze ruimtelijkheid blijft er tot op het allerlaatst. Daarom kun je Dit tot het allerlaatst bespreken in ruimtelijke termen. Uitgaande van de ervaring van afgesloten dingen, op een bepaalde plaats met grenzen, is er de zijnservaring van het Onbegrensde.
Dus al is het een ervaring van onbegrensdheid, dan heb je nog steeds een ervaring.
Ja, dat is tot op het laatst nog een bepaald soort ervaring. En tot op het laatst blijf je met de taal daaraan vastzitten. Het is goed om dat heel duidelijk te zien. Het zijn de laatste dingen die je nog met woorden kunt aanduiden. Ook met de grote woorden van ‘oneindigheid’ of ‘ruimteloosheid’ blijf je nog steeds zitten met het woord ‘ruimte’. Maar, het is goed om te kijken hoe ver je met de taal kunt komen. Als je hiermee bezig bent, zit je in ieder geval op de grens. Probeer dan maar, zo goed en kwaad als het nog gaat, alles te beschrijven. Daar zijn we mee bezig, omdat dan – terwijl je helder blijft - de zaken werkelijk gaan kantelen. Door de woorden kun je er misschien wat meer gevoelig voor worden.
Je kunt het ook zo zien. Wanneer je zelf met een bepaalde aanduiding meegaat, bijvoorbeeld ‘het oneindige’, dan is het eerst nog een woord. Wanneer je werkelijk daarin meegaat, naar de betekenis ervan, vervluchtigt dat woord heel snel, terwijl de innerlijke betekenis zich steeds duidelijker gaat manifesteren. Het is als het ware als een soort beweging als van een raket. Je ziet de nachtelijke hemel en gebruikt het woord ‘oneindigheid’ als een soort doel. Je ervaart de ontzettend sterke impuls gericht op dat doel - wham! Je schiet de lucht in en blijft niet staan bij het woord als baken. Er is alleen maar een gerichte impuls … en dan zít je in die oneindigheid. Zo gaat het. Dat gaat ook zo met de mantra. Wanneer je werkelijk bezig gaat met de mantra, krijg je die raket-beweging. Als klank, als lettergreep, als woord, kun je er tegenaan gaan zitten kijken. Dan gebeurt er natuurlijk weinig, hooguit dat je geest een beetje rustiger wordt. Maar wanneer je je werkelijk met de wezenlijke betekenis ervan mee laat gaan …
Een audio opname van een satsang.
https://www.advaitacentrum.nl/en/publicaties/audio-opnamen/satsangs/de-eenvoudige-methode
Some people are so boring after they discovered advaita.
Copy and look.
Voor al mijn lezers hier. Ik beheer een mooie facebookgroep. Kopieer de onderstaande regel in je bovenbalk. Hij is openbaar dus je gelijk meelezen. Als je wilt meepraten of vragen wilt stellen moet je lid worden. Ik hoop u daar te ontmoeten.
https://www.facebook.com/groups/AdavaitaN/
Schiermonnikoog, zaterdag avond 16 juni 2001
De rol van de Guru
Waar ik het vanavond over wil hebben is, datgene wat hier allemaal gebeurt, de methode waarop het gebeurt, en mijn plaats daarin.
Ik heb al een keertje gezegd. De situatie is des te beter, naarmate de Guru onzichtbaar is, wanneer de vorm van de Guru zo minimaal mogelijk is.
Het is namelijk zo dat uiteindelijk de Guru helemaal zal moeten verdwijnen, qua vorm.
Net trouwens als de vorm van de leerling. Dat is het waar het naar toe gaat. Dat leraar en leerling verdwijnen, één worden. Natuurlijk is het zo dat in een dualistische situatie er een scheiding is tussen de leraar en de leerling. Van uit het standpunt van de leerling. Die ziet die man en wanneer wordt hij leraar? Ik heb al gezegd: in principe is het zo, dat wanneer je werkelijk iets leert van iemand, willekeurig iemand anders, in de zin dat er ineens in je eigen sfeer meer openheid komt, wanneer dat gebeurt in de nabijheid van iemand anders, dat de ander iets daarvan kan laten doorschijnen, zodat het meer zichtbaar wordt, dan is die ander de leraar.
Per definitie, per definitie. En al die andere dingen, die zijn er bij gekomen in maatschappelijke context. Dat er een bepaalde structuur komt van leraar leerling en een bepaald statuut komt van de Guru enz. enz. En dat er allerlei dingen worden georganiseerd.
De Guru verering. Dat zijn dus allemaal secundaire zaken. En je kunt zelfs zeggen, dat wanneer op die manier dat uiterlijk van die Guru zo versterkt wordt, dat het weer een struikelblok is voor een leerling. Want de mensen kijken er allemaal tegenaan.
En die zetten de Guru nog eens een keer op een voetstuk. En dan zeggen ze nou nee, dat is toch wel heel ver en haast niet bereikbaar. Natuurlijk is er altijd vanuit een dualistische situatie, een bepaalde vorm. Want wanneer de Guru helemaal terug trekt op geen vorm, dan is er ook nauwelijks mogelijkheid om contact te maken met mensen in een dualistische situatie.
Alleen de Guru, ik heb toen eens een keer in het tijdschrift voor Yoga een stukje geschreven, is een onmogelijke figuur. Namelijk aan de ene kant vorm en aan de andere kant leegte. Maar die twee aspecten, die zullen er moeten zijn, wil er een zekere werking zijn. Wil er een functie zijn van leraarschap, het kan niet anders. Aan de ene kant in de dualistische situatie een zekere vorm, maar daarin zal dan, en dat is dus de leraar als werking als functie ineens dat die vorm doorzichtig wordt, en dat er openheid komt. En dat het leegte is.
Dus de mensen die worden gelokt door de vorm, en wanneer ze er komen, pang, is er helemaal geen weerstand, en is er openheid. En ze zitten in de openheid, en ze zitten te kijken, ja, dat is het.
Hoe het ook zei, in de relatie tussen een leraar en een leerling, krijg je dus wel een verschuiving van die twee aspecten, dan steeds minder vorm, en steeds meer leegte.
En wanneer het anders is, wanneer die periode gerekt wordt, of zo, dan is dat alleen maar een hindernis. Dus ook alle andere zaken, die met die vorm te maken hebben, die betekenen een moeilijker proces dan waar het eigenlijk om gaat. Natuurlijk, soms kan het wel in zo’n dualistische situatie belangrijk zijn, dat er eens en keer een heel duidelijke vorm van de leraar komt. Dat er bijvoorbeeld eens een keer een heel duidelijke confrontatie komt. Dat kan best. Maar het algemene proces zal zo moeten zijn zoals ik zei. Steeds minder vorm. Steeds meer openheid. Verder is het natuurlijk zo, dat de leerling altijd een bepaalde vorm maakt van de leraar. En die is per individu steeds verschillend, ook nog. Maar hoe het ook zei, dit is natuurlijk wel erg belangrijk. Dat je heel duidelijk door hebt, ja kijk eens, die vormen zijn er in een bepaalde optiek wel, maar het gaat om datgene, wat door die vormen heen gaat schijnen. Dat je van daar uit ineens een dimensie ontdekt, die niet meer thuis hoort in die vormen. En daar horen de woorden bij. Daar horen de aanwijzingen bij. Nee, goed, in dat kader krijg je dus een bepaalde werking van de leraar in de zin dat er steeds weer een bepaalde spiegel komt, om steeds weer bij jezelf iets te ontdekken. Dat er steeds weer aanwijzingen komen, van hé, ga daar nou eens een keer kijken. Hoe zit het daar eigenlijk? Daar is al die openheid aanwezig. Of, ga nou eens een keer gewoon op je kop staan enz. hè, die oefeningetjes, die we gedaan hebben. En ineens, ja, hé, dat is aardig, boven en onder, ik ervaar dat nou als heel betrekkelijk. En dan heb je ineens iets fundamenteels, wat vast zat, ineens los. Dat soort dingen, die zijn natuurlijk belangrijk. Die spiegelende werking, weer terugkaatsen ga kijken naar jezelf. Hoe zit het? Want wanneer er een verlichting komt, is dat in ieder geval iets wat met inzicht te maken heeft, in de eigen situatie en niet in de situatie van weet ik wie anders. Steeds gaat het er weer om, om terug te gaan naar je eigen sfeer, hoe zit het daar? En ga maar kijken, en dan blijkt het onbeschrijfelijk te zijn. Alle woorden schieten te kort. In ieder geval geen beperking, geen scheiding, geen tegenstellingen.
Nou, het is duidelijk, deze methode, dat is iets dat niet door alle leraren gebruikt wordt. Je hebt meer hardere methode om te kijken of in één keer de leerling tot inzicht kan komen.
In deze methode gaat het iets meer geleidelijk. Je krijgt allerlei soorten inzichten, oh ja dit, of ja hé dat, maar het gaat allemaal in dezelfde richting en het werkt cumulatief en op een gegeven ogenblik dan zijn alle beperkingen weg. Er zijn allerlei verlichtingservaringen al, en dat breidt zich uit, en op een gegeven ogenblik is alleen die stralende openheid er. Dus zo gaat het eigenlijk bij jullie allemaal.
Die andere methode, het is wel goed hoor om die er even naast te zetten. Dan zie je dus dat het op een harde manier gaat. Een hele zware confrontatie. Maar dat heeft ook z’n beperkingen. Natuurlijk gewoon, het gaat zoals het gaat, hier gaat het blijkbaar zo. En elders gaat het blijkbaar zo. Maar nogmaals het is wel even goed om te zien, van hé, de hele situatie ligt daar wel anders. Bijvoorbeeld, je ziet dan ook, dat dan maar heel af en toe eens een keer iemand, die geweldig geëngageerd is, en geweldig daarmee bezig is, ineens wel zo’n doorbraak zou kunnen krijgen. Maar dat is een hele enkeling. En dat is traditioneel ook zo. Dat het maar gaat om, zoals Nisargadatta Maharaj zei, één op de miljoen.
En dat heeft dus wel een beetje met de methode te maken. Want nogmaals, wanneer het echt een hele harde confrontatie is, dan krijg je dus dat het alleen maar gaat om iemand, die daar met hart en ziel, honderd procent al weet van “dit is het” en dit is mijn leraar. Dat houdt ook in die hele sterke tegenstelling tussen leraar en leerling, waarbij de leerling zich totaal onderwerpt aan de leraar, een heel ander situatie. Maar goed, dat eventjes om ook een beetje kijk op dit soort dingen te krijgen, vooral ook weer kijk te krijgen op datgene dat bij jezelf aan de hand is. Ook hier en ook in relatie met mij. Dat het een steeds meer ontdekken is van datgene wat nou eigenlijk in je eigen situatie aan de hand is. En dat op alle mogelijke manieren, steeds opnieuw vanuit een ander standpunt steeds opnieuw met wat oefeningen, aanwijzingen met woorden. Dat je steeds meer gaat herkennen, oh, ja, hé, dit is het. In het dagelijkse leven, moet je eens kijken hoeveel daar al niet non-duaal is. Geweldig veel. Maar je moet er wel op gewezen worden, want iedereen kijkt er overheen. Onder speciale omstandigheden van oefeningen, ja. Maar dan moeten wel eventjes die oefeningen gegeven worden, en even op gewezen worden, van hé let hier op, let daar op. En zo groeit dat.
In het algemeen blijft natuurlijk altijd hetzelfde proces centraal, dat het gaat om de werking van die openheid, zoals we dat besproken hebben op de Hoorneboeg. Het is die openheid, die vanzelf werkt, wanneer maar eventjes die spanning, die afsluiting een klein beetje minder wordt. Dan gaat het vanzelf. Wanneer iets van die openheid maar mag verschijnen, of soms op een harde manier zich indringt in het gewone leven. Maar wanneer dat maar niet weer afgesloten wordt en verdrongen wordt. Dan zie je dus dat het allemaal vanzelf verder gaat.
Het gaat dus om die openheid. En natuurlijk, daar heeft die leraar alles mee te maken. Maar het punt is dat het wel gaat om die zijnservaring van openheid in je eigen sfeer. Het is je eigen zijnservaring van openheid. En niks anders. En dat groeit vanzelf, dat groeit vanzelf.
Als eenmaal die openheid en klein beetje ervaren wordt. En het is aanstekelijk. Want het wordt herkend. En dan weer, ga kijken, ga kijken, zo zit het. Je kunt het zelf ervaren. Je ziet het zelf. En dat ontwikkeld zich. En dan komt er een grotere eenheid en de vormen, die verdwijnen in hun hardheid. De vormen verdwijnen, er is steeds meer die open zijnservaring van het ene grote, waarin alles één is.