Populaire berichten

zaterdag 1 april 2017

Blijf bij het Uiteindelijke (Douwe Tiemersma)

Douwe Tiemersma te Gouda op 22 mei 2002

 
Dit is de laatste open Advaita-avond van dit cursusjaar. We zijn het afgelopen jaar een flink aantal keren bij elkaar geweest en hebben een aantal verschillende benaderingen gevolgd. De advaita-benadering was er steeds weer op een andere wijze. Duidelijk is dat het voortdurend over hetzelfde ging. Er zijn heel veel woorden gezegd, ik heb nogal wat inleidingen gehouden, over van alles en nog wat. Steeds weer was er hetzelfde: een beweging die naar een grens gaat. Woorden kunnen daarbij helpen. De beweging gaat naar een bepaalde grens toe. Wat daar gebeurt, daarover is niets meer te zeggen. Het is wel zo dat je er langzamerhand steeds meer kijk op krijgt. Wat gaat daar nu eigenlijk gebeuren? In ieder geval in negatieve zin, dat allerlei oude, vaste structuren verdwijnen. Allerlei vanzelfsprekendheden lossen op. Het is vreemd, maar welke weg je ook kiest, je komt op een gegeven moment in zo’n grensgebied. Je kunt heel letterlijk in de ruimte naar voren gaan, steeds verder vooruitgaan. Dan kom je op een gegeven ogenblik in het oneindige terecht waar de gewone, eindige zaken niet meer gelden. Je kunt ook achteruit naar binnen gaan, de weg van het zelfonderzoek die we al vaker zijn gegaan. Je gaat steeds verder terug naar de kern van jezelf. Maar, die kern blijkt steeds weer tussen je vingers door te glippen, hij is niet te pakken. Er blijkt steeds meer een moeras te zijn waarin steeds meer los komt.
 
Het is duidelijk dat wat in dit gebied gezegd wordt maar van heel betrekkelijk belang is. Juist wanneer het gaat om het essentiële. Wanneer er werkelijk iets gaat gebeuren, blijkt de betrekkelijkheid van de woorden. Woorden kunnen je wel helpen om naar een grens te gaan, om je iets te laten zien: kijk daar nu eens naar, let daar nu eens op, hoe werkt dat, wat is je conclusie. Veel fundamenteler is datgene wat onder de woorden plaatsvindt, wat er om de woorden heen gebeurt. Het is hier vaker vastgesteld: de belangrijke punten van de advaita-benadering kun je op een gegeven ogenblik gemakkelijk mentaal reproduceren. Dat is heel simpel. Maar de advaita realiseren, het hier op een levende wijze realiseren, dat is een heel andere zaak. Dan blijkt dus het terrein van het mentale en van de taal heel betrekkelijk te zijn. Op dat niveau kan er alleen iets in gang worden gezet. Wanneer je deze beweging zich laat voortzetten, dan komt er iets anders. Zolang je vastzit in het mentale, is het nuttig om alles op een rijtje te zetten, te gaan vergelijken, je af te vragen ‘hoe zit dit, hoe zit dat?’ Je hebt altijd gedacht dat het zo-en-zo was, maar er blijken ook andere ingangen te zijn, andere manieren om alles te bekijken, er zijn andere perspectieven die even sterke papieren hebben. Vanuit het mentale kun je in ieder geval de betrekkelijkheid van al wat gedacht wordt op het spoor komen, gaan inzien dat het denken slechts een weg is die naar de grens van het denken leidt en naar de conclusie: ik ben als denker zo verschrikkelijk betrekkelijk.
 
Wanneer er een voortdurende helderheid is, stel je de dingen op een directe manier vast, zonder twijfel: dit is het. De wereld is niet eenvormig, maar kan talloze vormen hebben. Er is niet is één soort werkelijkheid, maar er zijn allerlei typen. De werkelijkheid kan allerlei vormen hebben. Werelden komen op en ze verdwijnen weer. Ze zijn dus betrekkelijk. Langzamerhand krijg je de notie van de sfeer waaruit ze opkomen, waarin ze weer verdwijnen.  Dat is je eigen sfeer. Die staat los van al die veranderingen, van al die condities. Je ziet dan ook steeds weer, hoe gemakkelijk je meegaat met de uitnodiging van die condities om die sfeer als werkelijkheid te gaan ervaren, als dé werkelijkheid te gaan ervaren. Wanneer je helder bent, zie je dat gebeuren. Dan realiseer je je ook heel snel: dat kan allemaal het geval zijn, maar mijn eigen zelf-sfeer is veel ruimer, en deze is niet gebonden aan bepaalde vormen, aan een bepaald type van werkelijkheid. Je ziet duidelijker dat het heel verleidelijk is om steeds weer opnieuw een oude vorm van werkelijkheid te creëren. Je ziet het allemaal gebeuren en steeds weer heb je die dubbele beweging waar we vaak over gesproken hebben. Aan de ene kant zie je al die betrekkelijke dingen die toch een zekere aantrekkingskracht hebben en steeds weer besef je: nee, dat schouwspel is het niet, dat is niet alles, dat is niet het wezenlijke, het is maar een bepaalde uitingsvorm, een bepaalde wereld. Aan de andere kant, teruggaande naar jezelf, heb je de notie van het allesoverstijgende zelf-zijn, zonder vormen, zonder afstand te nemen, want het gaat om een interne vaststelling. Het gaat er dan om, om bij die hoogste notie, bij dat hoogste besef te blijven, daarbij geweldig helder te blijven, zodat niet opnieuw de openheid wordt ingevuld met een bepaalde vorm. Heb steeds weer door – daarvoor heb je het onderscheidend vermogen – wanneer een bepaalde vorm gaat overheersen. Blijf bij het Uiteindelijke, dat dwars door alles heen gaat, terwijl het nergens door wordt beperkt.
 
Wat bedoel je met dat ‘dwars door alles heengaan’?
 
Het Uiteindelijke wordt door niets beperkt. Voor zover het nog een ruimtelijk karakter heeft, wordt het ook van niets afgezonderd, het gaat dwars door alles heen. Deze ruimtelijkheid blijft er tot op het allerlaatst. Daarom kun je Dit tot het allerlaatst bespreken in ruimtelijke termen. Uitgaande van de ervaring van afgesloten dingen, op een bepaalde plaats met grenzen, is er de zijnservaring van het Onbegrensde.
 
Dus al is het een ervaring van onbegrensdheid, dan heb je nog steeds een ervaring.
 
Ja, dat is tot op het laatst nog een bepaald soort ervaring. En tot op het laatst blijf je met de taal daaraan vastzitten. Het is goed om dat heel duidelijk te zien. Het zijn de laatste dingen die je nog met woorden kunt aanduiden. Ook met de grote woorden van ‘oneindigheid’ of ‘ruimteloosheid’ blijf je nog steeds zitten met het woord ‘ruimte’. Maar, het is goed om te kijken hoe ver je met de taal kunt komen. Als je hiermee bezig bent, zit je in ieder geval op de grens. Probeer dan maar, zo goed en kwaad als het nog gaat, alles te beschrijven. Daar zijn we mee bezig, omdat dan – terwijl je helder blijft - de zaken werkelijk gaan kantelen. Door de woorden kun je er misschien wat meer gevoelig voor worden.
Je kunt het ook zo zien. Wanneer je zelf met een bepaalde aanduiding meegaat, bijvoorbeeld ‘het oneindige’, dan is het eerst nog een woord. Wanneer je werkelijk daarin meegaat, naar de betekenis ervan, vervluchtigt dat woord heel snel, terwijl de innerlijke betekenis zich steeds duidelijker gaat manifesteren. Het is als het ware als een soort beweging als van een raket. Je ziet de nachtelijke hemel en gebruikt het woord ‘oneindigheid’ als een soort doel. Je ervaart de ontzettend sterke impuls gericht op dat doel - wham! Je schiet de lucht in en blijft niet staan bij het woord als baken. Er is alleen maar een gerichte impuls … en dan zít je in die oneindigheid. Zo gaat het. Dat gaat ook zo met de mantra. Wanneer je werkelijk bezig gaat met de mantra, krijg je die raket-beweging. Als klank, als lettergreep, als woord, kun je er tegenaan gaan zitten kijken. Dan gebeurt er natuurlijk weinig, hooguit dat je geest een beetje rustiger wordt. Maar wanneer je je werkelijk met de wezenlijke betekenis ervan mee laat gaan …

 

 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten