Populaire berichten

zondag 5 juli 2015

Mediteren op de Openheid

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Gouda 19 september 2007
De universele opening van de eigen sfeer
Het gaat steeds om het openen van jezelf op alle niveaus: je openen in bewustzijn, maar ook je openen in gevoel. Wanneer er weinig bewustzijn is, is dit proces van openen afhankelijk van condities. Dat kun je bijvoorbeeld ervaren tijdens een vakantie in een mooi landschap. Alles kan dan open zijn, je wordt één met het landschap. Maar het is belangrijk om kennis te krijgen van die processen van opening en afsluiting in hun situatie, want pas dan wordt duidelijk hoe de openheid onafhankelijk van condities wordt en altijd aanwezig blijft.
Tot op een bepaald niveau zijn het vooral mentale processen. Wanneer je bijvoorbeeld merkt dat er een concentratie of een beperking in je aandacht is, dat er oogkleppen zijn, ga dan eens precies kijken hoe het zit met die concentratie waardoor een afsluiting ontstaat. Van daaruit kan de aandacht geopend worden. Op een heel letterlijke wijze kun je je iets ruimer oriënteren, een ruimere horizon krijgen. De oriëntatie is dan niet meer gericht op iets waar het bewustzijn tegenaan stoot, maar wordt veel ruimer. Probeer het maar eens: je richt je op een geconcentreerde wijze op de muur, de lamp, of op iets wat je hoort. Van daaruit kan opeens de hele aandacht open komen. Dat gebeurt heel letterlijk. Je zult het concreet moeten ervaren, anders werkt het niet. Ga na wat het betekent om tegen de dingen aan te kijken en wat het betekent wanneer de bewustzijnssituatie opeens oneindig open komt, in alle richtingen. Door kennis en beoefening wordt de opening van jezelf steeds minder afhankelijk van condities.
De advaitaweg kan heel direct zijn. Die directheid vooronderstelt dat je een basis hebt waarin die openheid al aanwezig is. Wanneer die sfeer er duidelijk is, hoef je niets anders te doen dan je daarin te ontspannen. Maar zolang die openheid er niet is, zal er blijkbaar iets moeten gebeuren. Tot op zekere hoogte is er een beoefening nodig om die openheid heel duidelijk aanwezig te laten zijn. Als de geest traag en beperkt is, zal er vanuit het bewustzijn iets moeten gebeuren om die opening te bevorderen. Als het om de radicale openheid gaat, zal die openheid zo sterk aanwezig moeten zijn dat die niet meer verdwijnt. Dat betekent dat er een volledige toewijding aan die openheid zal moeten zijn. Let erop: het is geen oriëntatie op iets. Het is juist een oriëntatie op openheid. Het is een soort meditatie zonder object. Hou het eerst maar op bewustzijn van ‘ruimte’, maar wel ruimte in de meest zuivere vorm, totaal ruim.
Het gaat natuurlijk om jezelf als gevoelsmatig bewustzijn. Bewustzijn en gevoel zullen samen moeten gaan. Het is je gevoelsmatig bewustzijn dat zich oneindig opent in alle richtingen: links, rechts, naar achteren, naar boven, naar beneden. Ga precies kijken. Het is een voortdurend onderzoek. Wat gebeurt er wanneer deze meditatie zich voortzet? Die universele oneindigheidsdimensie in alle richtingen blijft dan aanwezig. Het is je eigen sfeer, je eigen gevoelsmatige bewustzijn. Het is een universele opening van je zelf-zijn. Dit zal heel concreet ervaren moeten worden. Het is als een tastgevoel dat zich uitbreidt. Gevoelsmatig ervaar je dan alles concreet voelend tot in het oneindige.
Als je werkelijk meegaat tot in het oneindige, is er geen scheiding meer tussen binnen en buiten. Wat gebeurt er dan met je centrum? Zie je dat dat gaat oplossen? Dat centrum van ego is er niet meer, want dat beperkte zelf-zijn is nu een onbeperkt zelf-zijn. Die oneindigheid is niet oneindig ver weg, het is ontzettend dichtbij. Alles wat niet oneindig is, gaat oplossen.
Als die oneindigheid overal is, ook daar waar eerst dat centrum zat, is er niets meer te doen. Maar dat geldt alleen voor deze sfeer. In de beginsituatie van beperkt bewustzijn en gevoel zal er natuurlijk wel iets moeten gebeuren. Er moet wakkerheid ontstaan, zodat er een opening komt. Als je in die fase zegt: ik kan toch niets doen voor de verlichting, ik blijf maar zitten, hoe is je situatie dan? Dan is er afgeslotenheid, beperktheid, dufheid. In die situatie is het nodig dat je wakker wordt, anders gebeurt er niks. Pas wanneer die openheid zich zo aandient dat hij nooit meer verdwijnt, is er alleen maar een loslaten in die sfeer van openheid. Dat is geen actie meer, dat is juist een loslaten van alles.
De meditatie op openheid zal zich dus zo moeten ontplooien dat alles in het geding is, je hele bestaan. En dan zeg je niet meer: ik mediteer op iets. Dan is er nog steeds iemand die zit te mediteren. Die iemand is het uitgangspunt en daarin worden allerlei dingen vastgehouden. Wanneer het werkelijk open komt tot in het oneindige, dan vliegt toch alles weg? Het hele centrum van jezelf verdwijnt. Gaat het op deze wijze? Ga
..
Tot zover Douwe Tiemersma
Wilt u meer lezen kunt u het boek op foto kopen. Een geweldig boek over Advaita. Kopieer de volgende link:
http://www.advaitauitgeverij.nl/component/content/article/1298-satsang

Geen opmerkingen:

Een reactie posten