dinsdag 3 januari 2017

Waarom laat je niet alles los? (Douwe Timersma)

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Schiermonnikoog 9 juni 2001, Deel 5

V. Wanneer je die oneindige vrede kent, is dat kennendheid?

A. Wanneer je het uit eigen zijnservaring vaststelt. Dat vaststellen is de realisatie, dat vaststellen is kennen. Die realisatie is er, wanneer je ook het laatste los laat: de ideetjes van het ik over gezelligheid. Knusheid is er dan niet meer.
 
V. Knusheid? Nee, nee.

A. Maar jij wilt van twee walletjes eten.
 
V. Dat wil ik niet.

A. Maar je doet het wel, anders had je geen probleem. Velen hebben dat conflict. Het gros van de mensen stelt het gewone leventje op prijs en wil dit niet los laten, omdat het een zekere vastheid geeft, ook al zijn er veel moeilijke punten. Daar is niets mis mee, maar wanneer je doorkrijgt dat dat altijd maar zo doorgaat en dat dat steeds weer een bewustzijnsverenging en jezelf pijnigen betekent, dan krijg je een besef dat het beter is alles te laten oplossen en zo tot jezelf te komen. Dan vraag je je af, ‘waarom zou ik zo moeilijk doen?’
   
V. Omdat je de vrijheid alleen maar kan vertalen naar het niveau waar je zelf bent. Je gaat, net zoals de mooie woorden van het Zelf, ook alle angsten van het ik in het oplossen stoppen.

A. Dus dat moet je niet doen. Ga dan weer opnieuw kijken hoe het zit. Daar zijn we steeds mee bezig. Je ziet het. Waarom laat je niet alles los?
 
V. Voor mij is loslaten een grote traumatische gebeurtenis in mijn leven geweest; loslaten is voor mij een heel traumatische ervaring.

A. Ja, daar hebben we het vaker over gehad. Maar ik verwijs steeds weer naar het zelf-zijn. Je blijft jezelf. Ervaar dat.
 
V. Ja, dat is de enige vluchthaven. Dat realiseer ik me wel. Daar kun je niet getraumatiseerd worden. Daar is geen pijn omdat je niet gebonden bent. Maar de weg ernaar toe is natuurlijk ... Oplossen is voor mij gekleurd door alle ervaringen daarmee van vroeger. Dus voor mij is het een heel angstige gebeurtenis.

A. Vroeg of laat heeft iedereen met die angsten te maken. Daarom benadruk ik de ervaring van zelfzijn, ook al is er een verkrampt lichaam. Hoe het ook zit, ergens is er dat zelf-zijn en van daaruit kan de ontspanning komen. Dat zelf-zijn is een heel goed gevoel; het wordt niet geraakt door omstandigheden. Het is een heel positief gevoel waar de ananda, de gelukzaligheid, al helemaal in zit.
 
V. Ik merk het positieve niet erg; voor mij is het een neutraal gevoel.

A. Je ervaart dat het zelfgevoel niet door omstandigheden wordt aangepakt. Daarom noem ik het zelf-zijn toch een positieve sfeer, in vergelijking met al die andere situaties van lijden door de dingen die je buiten je stelt.
 
V. Ja, relatief gezien wel, maar absoluut gezien niet.

A. In het absolute is alles opgelost. Maar eerst moet je dit duidelijk hebben. Ook al is het positieve gevoel van zelf-zijn nog betrekkelijk, het is in ieder geval minder betrekkelijk dan al die andere beelden waaronder je lijdt.
 
V. Ja, dat is waar

A. Nu, dan ga je verder kijken naar het zelfzijn. In relatieve zin is het een positieve sfeer en deze kan zich verder ontwikkelen. Ze kan zich verder openen en ontplooien naar buiten toe, zodat daarin alles wordt opgenomen. Wanneer alles in liefde wordt opgenomen, moet je eens kijken: dat is het positieve gevoelsmatige 

Een reactie posten