Populaire berichten

maandag 8 oktober 2012

Advaita gesprek met DouweTiemersma 9 november 2009


Tekst Satsang

Het hele bestaan

Uit een Advaitagesprek met Douwe Tiemersma, Gouda, 9 november 2009

Het zal steeds duidelijker moeten worden dat het bij je bewustwording om je hele bestaan gaat. Als je vanuit een bepaalde plek alles zit te bekijken, is er een blinde vlek. Je hebt iets in de rug waar je je niet bewust van bent en wat meespeelt in je wijze van kijken. Daarmee heb je je geïdentificeerd. Het zijn je voorgeprogrammeerde vanzelfsprekendheden. Dat geldt niet alleen voor het zien, maar voor al je activiteiten, al je gerichtheden op de wereld. Door die programmering zit je in een heel beperkte situatie waarin je grenzen voelt, waarin verlangens zijn, waarin lijden is. Wanneer je je bewust wordt van die structuur van het niet-weten, is het duidelijk dat het hele eigen zijn open zal moeten komen, wil er een eind komen aan dat lijden. Dat hele bestaan zal dus totaal in het bewustzijn moeten komen. Je hoeft daar niet allerlei kleine feitjes over te kennen. Alles zal fundamenteel in die bewuste sfeer moeten komen, als totaal. Als je in termen van tijd spreekt: van het begin tot het einde. In termen van ruimte: de hele kosmos van je bestaan. Wanneer je in een situatie zit kun je best een ruim bewustzijn hebben, maar in je rug zit dan altijd iets wat onbewust is. Nogmaals: die hele structuur zal bewust moeten worden.

Hoe zit het dan met jezelf als het bewustzijn? Je bewust-zijn kan verschillende graden van zuiverheid hebben. Als het zuiver is, is er een ‘zelfzijn’ tussen aanhalingstekens, een ‘bewustzijn’ tussen aanhalingstekens, dat niet afhankelijk is van de kosmos van het bestaan. Je kunt er niets over zeggen, dus elk woord is te veel. Maar er is wel een weten van die bestaanskosmos als geheel. Er is een besef van de ruimtelijke grenzen en van het begin en van het einde in de tijd, dus van de betrekkelijkheid ervan. Je weet wat het betekent om zo'n kosmos te beginnen. Daarom heb je een besef van dat wat eraan vooraf gaat. In dat weten kun je verblijven, al kun je er verder niets over zeggen. Het heeft niets met een persoon te maken, het heeft niets met vormen te maken, het heeft niets met tijd en ruimte te maken. In dat weten wordt duidelijk hoe het zit met het bestaan in tijd en ruimte, met het bewustzijn in tijd en ruimte, met dat ik, dat zelfzijn, in tijd en ruimte. Het heeft niets met ruimte te maken, dus het heeft ook niets met een standpunt te maken. Wat betekent het te verblijven in die situatie waarin nog geen bestaan is? Wat betekent het wanneer de eerste stap in het bestaan gezet wordt? Is het duidelijk waar ik naar verwijs?

Van die tijdloosheid begrijp ik eigenlijk helemaal niks.

Denk je dat het te begrijpen is? Begrijpen vindt ook plaats in de tijd. Het mentale begrijpen gebruikt vormen van tijd en ruimte, oorzakelijkheid, en allerlei begrippen. Het gewone kennen kan dus niets met een verwijzing naar datgene wat daaraan vooraf gaat. Maar er is wel een weten van. Het is heel subtiel, want het heeft geen vorm, je kunt het niet pakken. In die sfeer is ook niemand die iets zou kunnen pakken.

Al heb je er nu maar een klein beetje besef van, je kunt daar bij blijven. Al dat ‘willen begrijpen’ moet je maar loslaten. We hebben het vaker gehad over het accepteren van je eigen zijnservaring, bijvoorbeeld lichamelijk: dat je heel duidelijk kunt ervaren dat je ontzettend groot bent, dat je eigenlijk de hele kosmos bent. Als je op het niveau van het denken blijft, kun je daar niets mee. Maar als je meer gevoelsmatig meegaat en gaat kijken naar je eigen ervaring, dan zijn daar heel duidelijk dingen vast te stellen. In dat vaststellen zul je je eigen mentale systeem moeten loslaten. Ik verwijs vaak naar de diepe droomloze slaap. Je gaat heerlijk slapen. Waar gaat het dan heen? Naar een oneindige sfeer voorbij tijd en ruimte. Daar heb je een notie van. Blijf daar bij. Als je blijft denken, dan slaap je niet. Dan kraken de hersenen.

Er is uiteindelijk geen mentale notie meer van ‘ik ben’ ?

Nee, dit gaat verder. Wanneer je bewust wordt van ‘ik ben’ is er al een kwaliteit en ook eigenlijk al direct een kosmos, namelijk de kosmos van ‘ik ben’. Het is de eerste kwaliteit van zijn-bewustzijn, ver vóór het mentale bewustzijn.

Dan is ‘ik ben’ niet het grootste.

Nee, precies, het gaat om datgene wat eraan voorafgaat. Daar valt dus niets over te zeggen, en toch heb je er weet van. Blijf bij dat weten. Het is iets heel simpels, het is een primaire notie. Het betekent dus dat, wanneer er iets opkomt, het in zijn betrekkelijkheid opkomt, als een verschijnsel. Over het absolute valt niets te zeggen, maar het absolute heeft een bepaalde kant waarin wel iets geweten wordt, waarin iets van weten zit, zonder dat het zichzelf beperkt tot een bepaalde kosmos. Laten we dit de onderkant van het absolute noemen.

Hoe zou er dan nog een kosmos kunnen bestaan?

Wanneer die verschijnt is het duidelijk: de verschijnselen komen blijkbaar op, maar zij zijn niet verschillend van het absolute; ze hebben geen eigen status. De verschijnselen komen op en ze verdwijnen weer. Fundamenteel is er geen scheiding, geen dualiteit. Er is geen enkele identificatie met iets speciaals; er is een vrij zijn van welke conditie dan ook. Als dit duidelijk is, kan dit aanblijven. Als er toch weer een afleiding komt door iets speciaals in die kosmos, wordt er direct weer een beperkt zelfzijn gevormd. Je kunt dit zien gebeuren.

Voor zover je de dualiteit ervaart maar toch al gericht bent op die notie van dat wat aan alles voorafgaat, doe je er goed aan om je daar totaal op te richten. Als dit niet totaal is, blijft er iets achter dat werkt als een blinde vlek. Ook al is het maar een miniem stukje beperkt zelfzijn dat achterblijft, dit zorgt ervoor dat het niet-weten en daarmee het lijden doorgaan. Het kan opnieuw de basis worden van het gevangen zitten in dualiteit.

* * * * *

Geen opmerkingen:

Een reactie posten