Populaire berichten

dinsdag 20 oktober 2015

Zelfmoord ... als kans, lezing door Douwe Tiemersma

Staan voor zelfmoord als afsluiting en als kans
Over het oplossen van de fundamenteel-menselijke tragiek

Uitgewerkte lezing op het Symposium ‘Zelfmoord. Psychiatrische, filosofische en spirituele aspecten’, Bibliotheektheater Rotterdam, 11 december 2005

1. Inleiding

Mijn bijdrage zal zich richten op enkele filosofische en spirituele aspecten van de situatie waarin er suïcidale neigingen zijn. Die aspecten komen in het zicht vanuit een reflexief en spiritueel standpunt, en geven een perspectief dat meer begrip van die situatie oplevert.

Voordat ik iets over dit perspectief op zelfmoord als afsluiting en als kans zeg, moeten er eerst enkele andere dingen worden gezegd.

a) Als ik iets zeg over ‘staan voor zelfmoord als kans’, denk ik niet iedereen die de aantrekking tot zelfmoord voelt, te bereiken. Uit ervaring kan ik zeggen dat dat heel triest is. Vaak is de situatie zo ontzettend zwaar en de problematiek zit vaak zo diep dat er nauwelijks iets aan gedaan kan worden.
Hier zullen alleen enkele punten naar voren komen vanuit een filosofisch en spiritueel perspectief, die misschien bij sommigen aanslaan. Misschien geeft het perspectief bij enkelen iets meer licht en hopelijk zo ook enige verlichting.

b) Een tweede vooropmerking is: de wegen naar zelfmoord en de zelfmoord zelf zijn steeds verschillend. Allerlei factoren, maar steeds verschillende combinaties, spelen een rol. Er zijn vele statistische gegevens, maar deze laten eveneens de verscheidenheid aan situaties zien. Daarom is het moeilijk in het algemeen iets te zeggen. Als ik dat min of meer doe, ben ik me ervan bewust dat maar moet blijken of dat werkelijk voor alle gevallen geldt.

U begrijpt dat ik huiverig was om de uitnodiging hier te spreken aan te nemen. Toch moet er over gesproken worden, zo ver als dat gaat. Het grootste gebrek van de huidige situatie in de zorgverlening aan suïcidale mensen is, zo lees je ook in de literatuur, dat anderen sprakeloos blijven en die mensen aan hun eigen lot overlaten. Die reactie is begrijpelijk in veel gevallen, maar laten we toch het gesprek zo ver mogelijk doorzetten.

2. De afsluiting

Wat het meest opvalt bij suïcidale mensen is de steeds verdere existentiële afsluiting. Ook als er nog een gesprek mogelijk is, blijft de harde kern van hun lijden en wanhoop gesloten. Het lijkt er dan op dat je als gesprekspartner en als mens daar niet bij kunt komen, wat je ook probeert. In die kern blijft de ander vastzitten. Pogingen om die kern in een gesprek op te nemen, en zo minder zwaar te laten worden, zijn vaak tevergeefs.

Oorzaken
Wat relatief gemakkelijk ter sprake komt in het gesprek zijn allerlei factoren die bijdragen en bijdroegen aan de onhoudbaarheid van de kwellende situatie. Er zijn meestal tal van omstandigheden en gebeurtenissen te noemen: aanleg, opvoeding, liefdesverdriet, eigen wangedrag, psychische stoornis, waardoor een schuldgevoel ontstaat, enzovoort.
Iemand schrijft dat dit allemaal heel betrekkelijk is, omdat het gaat om een diepzittend onbehagen waarvan allerlei oorzaken voor kunnen worden waarvan geen enkele essentieel is. Er is zo’n diepgaand negatief gevoel en negatieve beoordeling van de eigen situatie (eenzaamheid, onmacht, walging, enzovoort) dat er geen hoop meer is op verbetering. Er blijkt geen zin meer in het leven te zijn, de persoon heeft geen zin meer in het leven. Dan gaat het soms verder naar de actie dit leven te beëindigen.

Het verlangen en de wanhoop
a) De wanhoop geeft al aan dat er een verlangen is naar een goed leven. Dat verlangen wordt ook vaak geuit. ‘Ik zou zo graag willen dat het wel goed was.’ Het is een verlangen naar verlossing van het vastzitten in existentiële pijn. Er is een besef van het goede leven en een verlangen ernaar. In het boek ‘Een te dunne huid’ van Bram Hulzebos staat een aantekening van zijn vader die zelfmoord heeft gepleegd: ‘ik wil zo graag genieten’(p. 89).
b) Maar dan is er de ervaring van de ellendigheid van het bestaan en die staat in fel contrast met het besef van het goede leven. Die ervaring is zo sterk en blijvend, dat de persoon overtuigt raakt dat deze bevrijding in dit leven nooit mogelijk zal zijn. Dat geeft een absolute wanhoop.
De steeds verdere existentiële afsluiting komt dus voort uit het conflict tussen a) een verlangen naar een goed leven en b) de sterke ervaring/overtuiging dat dit goede leven niet haalbaar is. Zo ontstaat er een negatieve spiraal van een steeds grotere frustratie en wanhoop.

3. De algemene menselijke tragiek: een filosofisch perspectief

Kunnen we hiervan nog iets begrijpen? Er zijn veel optieken van waaruit dat wordt geprobeerd, bijvoorbeeld de biologische (genetische, neurobiologische), de psychologische, sociologische optiek. Het is ook mogelijk en misschien verhelderend te beseffen dat het conflict tussen verlangen en frustratie een algemeen menselijke tragiek is.
Als suïcidaliteit te maken heeft met iets dat altijd met het menszijn is gegeven, is dus iets ervan ook in de eigen ervaring te vinden.

Ik noemde het achterliggende conflict bij suïcidaliteit en dat lijkt bij alle mensen min of meer aanwezig te zijn:
a) weten van geluk, een groots leven van het er-zijn – bewust-zijn – gelukkig-zijn, zonder beperking;
b) de ervaring dat dit er niet is en de overtuiging dat dit niet haalbaar is; de ervaring beperkt en vergankelijk te zijn, of:
a) een besef hebben van volledige vrijheid en b) de ervaring hebben van beperkt-zijn.
Dit conflict is de fundamentele menselijke tragiek. Mensen doen er alles aan om deze tragiek op te lossen of te negeren. Kijk maar naar alle compensatie-pogingen. Dit conflict oplossen lukt nooit helemaal en dat weten ze. Er is een fundamentele hunkering naar een geluk dat niet haalbaar blijkt te zijn. Zo is er een wijdverbreide diepe onvrede, frustratie, depressiviteit.
De afsluitende beweging waarover we spraken, is er in zekere mate bij alle mensen aanwezig. Het extreme conflict bij suïcide is vanuit de algemeen menselijke tragiek in principe voor iedereen kenbaar.

Zelfmoord is dan de uiterste consequentie van het principiële conflict van mensen, als er geen oplossing lijkt te zijn.
Blijkbaar is het conflict bij sommigen op een veel pijnlijker wijze aanwezig dan bij anderen. Hoe sterker het besef van vrijheid is, hoe gevoeliger mensen zijn voor het principiële onbeperkt-zijn, des te sterker is het besef van beperkt-zijn, onvrede, wanhoop. Het waren en zijn veel kunstenaars en wetenschappers die het conflict niet meer aankonden. Als het niet mogelijk is met dit conflict te leven, lijkt er alleen maar zelfmoord over te blijven. Dan heeft het conflict zich geradicaliseerd tot een onhoudbare situatie.

Is er een oplossing? Als de beoordeling van het menselijk bestaan niet al te zwart is, kan het zien van de algemeen menselijke conditie leiden tot aanvaarding. Veel mensen leren leven met de menselijke beperktheid. ‘Je moet het er maar mee doen’, ‘alle mensen zitten met dezelfde situatie van beperktheid en vergankelijkheid zijn dan enkele uitspraken die je hoort.
Maar hier is deze mogelijkheid blijkbaar afgesloten. De vergankelijkheid, onvermogen, pijn, wanhoop’; de situatie wordt niet geaccepteerd, terwijl die situatie als keihard wordt ervaren en onontkoombaar lijkt.

4. Het boven-persoonlijke bestaan en de non-dualiteit: een spiritueel perspectief

Als de situatie zo vastligt dat er geen oplossing op dit vlak mogelijk lijkt, is de enige mogelijkheid van oplossing het verlaten en loslaten van dit vlak. Als dit wordt losgelaten blijkt zich een ruimere zijnswijze te openen op een ruimer niveau. Dit niveau is dus niet meer dat wat tot het leven van de ik-persoon wordt gezien. Noem het maar een spiritueel niveau. Enkele toegangen zal ik noemen, over een paar zal ik iets meer zeggen. Zie deze aanduidingen maar als een uitnodiging.

4.1 Het Leven

We zagen al de algemeen menselijke sfeer als kader waarin de individuele problematiek wordt gerelativeerd. Het leven waaraan alle levende wezens deelhebben, is een nog ruimer kader. Dat inzicht is mogelijk.
Het leven is veel groter dan het individuele leven. Het leven gaat na de dood voort. Het stoort zich niet aan een zelfmoord. Hoe betrekkelijk is het eigen leventje niet.
Toch hebben we deel aan het grote leven, zolang er het eigen leven is. Als dit duidelijk is, verschijnt de persoonlijke situatie als erg relatief. Dan is de afsluiting opgeheven.

4.2. Bewust-zijn

Een verdergaande bewustwording omtrent het eigen zelf-zijn, de eigen identiteit, is ook een mogelijke weg. Het bewustzijn zal dan wel diep moeten gaan. Het principiële conflict is algemeen menselijk. We zullen dus op een nog fundamenteler vlak onze situatie bewust moeten worden, om misschien iets bewust te worden dat aan het conflict vooraf gaat.
We zullen zo’n standpunt moeten innemen waarop het hele leven, met ons zelf-zijn daarin, zichtbaar is. Dat standpunt is er in een verdergaande reflectie, dat wil zeggen, een terugblikken vanuit een grote afstand zodat het eigen leven als zodanig zichtbaar is. Als bewust-zijn kunnen we deze afstand nemen – doe maar een paar ‘stappen achteruit’, ga maar bijvoorbeeld op de Euromast of op de maan staan, en kijk dan terug op je eigen leven en dat van (andere) suïcidale mensen. Wat valt dan op?

Waarschijnlijk is dan de beperktheid en betrekkelijkheid van het bestaan duidelijk. Waarschijnlijk worden dan ook de definities en beelden van je wereld en van jezelf betrekkelijk. Je ziet hoezeer de situatie (wereld, zelf) die je niet accepteert van de definitie die je zelf geeft, afhangt. Je ziet hoezeer ze op jezelf als ik-centrum betrokken zijn.
Je ziet ook het gegeven dat mensen vastzitten in die definities en beelden (wereldbeeld, zelfbeeld) en dat dat een afsluiting is die verder kan gaan. Dat gaat dus verder dan het alledaagse wereldbeeld en de sociaal-psychologische identiteit (zelfbeeld, sociale identiteit). Het zelf-zijn wordt steeds meer afgesloten en ingeperkt. Er is een ik-gerichtheid, een egocentriciteit, het bekommeren om jezelf en dit kringetje wordt steeds kleiner. Het is een fuik die een steeds geringere kans geeft te ontsnappen.

Als het lukt dit op afstand te zien, zit je zelf als waarnemer (in ieder geval voor een deel) niet meer op het vlak van vastzitten. Er is blijkbaar enige vrijheid, omdat de blik ruimer is en de hele situatie wordt gezien. Op het platform in het centrum van de doolhof zie je de beperkte blik van de mensen die in de doolhof rondlopen en misschien vastlopen; je ziet ook ruimere mogelijkheden waarlangs je zelf en de anderen kunnen gaan.
Je definieerde eerst je mens-zijn als vastzittend in vergankelijkheid en ellende. Voor zover er een vrijheid is ten opzichte van deze situatie, is er de mogelijkheid de eigen situatie (definitie, identiteit als mens) te relativeren en los te laten.
Dat is een bevrijding van de relatieve werkelijkheid (mâyâ), die als hard en zwaar ervaren kan worden, als je je er in vastzet. Er is een zucht van verlichting. Bij sommigen komt het gevoel van kwaadheid op, omdat het leven tot dusver door zelf en anderen zo bekneld is geweest. Anderen gaan bulderen van het lachen, omdat nu de ‘grap’ is doorzien.

4.3. Nihilisme en overgave

Als de ruimere blik niet mogelijk blijkt te zijn, is er ook een kans om vrij te komen ín de extreme situatie zelf. ‘Alles heeft toch geen zin' en 'Dit leven ben ik liever kwijt dan rijk’ –gaat het om het definitieve afsluiten.
Maar kijk – zo heb ik het zelf ook eens ervaren – als alles geen zin heeft, als alles toch geen waarde heeft, mag alles wegvallen. Dan laat ik alles maar los, inclusief mijzelf, mijzelf die zo depressief is. Kijk, juist in het totale vastlopen en het opgeven van het bestaan als zodanig is er de kans dat het ‘ik’ van het ‘ik zit vast en wil van de ellende af’ wordt losgelaten.

Hoe vaster het ik komt en hoe zinlozer alles is, des te groter is de kans dat werkelijk alles wordt losgelaten, dat het zelf-zijn de sprong neemt naar bevrijding. Hoe dieper de ellende, des te hoger de sprong kan zijn.
Als dat alles me toch niet meer kan schelen en als ik mezelf waardeloos vindt, kan ik-zelf mijzelf en alles wat verkeerd zit loslaten. Dan valt alle zwaarte weg. Dan blijkt er iets nieuws te komen. Dat iets heeft geen vorm en zin voor een ik (de vormen en zin voorbij). Blijkbaar is er een zelf-zijn dat is groter dan het ik in verdrukking en dat boven het vastzitten uitgaat.
Het is niet voor niets dat in alle religies en spirituele tradities gesproken wordt van het doodgaan van het ego dat noodzakelijk is voor het werkelijke leven, van het sterven en de opstandig, het sterven van de graankorrel dat nodig is om vrucht te dragen, van de dodelijke werking van Kâlî of Shiva en de bevrijding.
Siddhartha, in het gelijknamige boek van Hermann Hesse (De Bezige Bij, Amsterdam 1971), had zijn leven helemaal verknald; hij zag geen uitweg en liet zich in de rivier glijden om nooit meer boven te komen.

‘Toen maakte zich uit de meest afgelegen gebieden van zijn ziel, uit een lang verleden van zijn opgebrande leven een klank los. Het was een woord, een lettergreep, die hij gedachteloos met stamelende stem uitbracht, het oude woord waarmee elk brahmaans gebed begon en besloten wordt, het heilige ‘Om’, ... En op hetzelfde moment dat de klank ‘Om’ Siddhartha’s oor bereikte, ontwaakte zijn geest plotseling uit de sluimertoestand waarin hij verkeerd had ... Wat al die kwellingen van de laatste tijd, al die ontgoocheling, die wanhoop niet tot stand had weten te brengen, bewerkte slechts dit ene ogenblik, toen het ‘Om’ tot zijn bewustzijn doordrong: dat hij zichzelf herkende in zijn ellende en dwaling.’

De afsluiting van de suïcidale persoon heeft een grote kans in zich tot een bevrijding te komen van de algemeen menselijke tragiek. Omdat het conflict op de spits wordt gedreven, alles wordt opgegeven en er het verlangen is, overschrijdt het conflict zijn eigen grenzen. De structuren van het menselijk bestaan die het conflict in stand houden (verlangen en frustratie vooral) mogen wegvallen.

Het grote probleem is meestal de identificatie van zichzelf met de situatie die als onhoudbaar wordt gedefinieerd. Als deze identificatie niet verdwijnt, blijft alleen zelfmoord over. Het is vanuit de ervaring van onhoudbaarheid van de eigen situatie ook mogelijk dat deze zo betrekkelijk wordt dat die wordt losgelaten, dus ook het ik van die situatie. Dat loslaten is een overgave. Mensen met een doodswens zeggen wel dat ze alles kwijt willen, maar dat is niet zo. Was dat maar zo! Als mensen bij me komen met een doodswens, spreek ik hen aan op hun identificatie, hun ik-betrokkenheid, en de noodzaak werkelijk alles los te laten.

4.3. Verlangen

We zagen dat er bij alle mensen een fundamentele hunkering naar geluk is. Iedereen wil gelukkig zijn. Dat wil ook degene die zelfmoord wil plegen. Het verlangen is er.
In het verlangen is al een groter ruimte dan die op de eigen plek lijkt te zijn. In je verlangen is er een groter zelf-zijn dan je als verlangende persoon denkt.
Het verlangen naar geluk is oneindig. Er is blijkbaar een besef van oneindig geluk, een weten van deze staat. Deze ‘staat’ is dus als een oer-weten in jezelf aanwezig. Het is al in jezelf aanwezig en je weet het. Dat is wat we ‘geweten’ noemen – daarbij gaat het niet om het geweten als een morele instantie, als een in zich opgenomen morele autoriteit die als een super-ego functioneert, maar om het letterlijk ‘ge-weten-hebben’ vanuit een ruimere sfeer, en dat weten is niet volledig weg.
In jezelf is altijd meer ruimte dan die je op een moment ervaart, er zijn altijd meer mogelijkheden waarvan je weet hebt. In het verlangen peil je die ruimte, reik je ernaar uit en ga je de grenzen van je vastzittend bestaan voorbij. In die zin is het verlangde er al, dat is de grotere ruimte.

4.4. Liefde

Even kort hierover het volgende.
Er zijn anderen die met je leven. Je leven bestaat niet alleen uit een geïsoleerd privé-leven, maar ook uit de relaties die jij en anderen samen hebben. Hun liefde hoort ook bij jou. Het leven is niet alleen van jou ook van anderen. Als het leven zo wordt gedefinieerd, is jouw dood is ook ten dele de dood van anderen. Voor die anderen zou de keuze kunnen doorslaan naar het leven.
Kay Redfield Jamison zegt aan het eind van haar boek De nacht is nabij (Luitingh-Sijthoff, Amsterdam 2001): ‘Het poëzie fragment dat ik op mijn bureau had liggen, was het fragment dat me naar het leven trok. Het is de laatste regel uit het gedicht ‘Disenchantments’ [Ontgoochelingen] van Douglas Dunn: Kijk naar de levenden, heb hen lief, en hou vol.’

4.5. Zelf-zijn en non-dualiteit

De problematiek wordt dus niet opgelost op het niveau van het fundamentele menselijke conflict. Dat blijkt ook niet mogelijk te zijn. De problematiek verdwijnt vanzelf als het conflictniveau wordt verlaten, dat is het niveau van het ik dat zich heeft vastgezet in het conflict. Het ik is geen probleem op zich, maar de opsluiting van het ik-zelf in een zelf-geconstrueerde kooi of fuik waarin geen uitweg meer gevonden wordt.
Als deze beperkende identificatie wordt losgelaten, blijkt er een ruim zelf-zijn te zijn dat niet wordt vastgehouden door allerlei ervaringen en ideeën van beperktheid en wanhoop. Het zelf-zijn blijkt niet verschillend te zijn van wat zich maar aandient, terwijl het door niets wordt beperkt.

Vanuit dit non-dualiteitsperspectief bestaat zelf-moord niet. Het zelf kan niet worden gedood.
Hier gaat het tweede hoofdstuk van de Bhagavadgita over, bijvoorbeeld vers 12:

Nooit is er een tijd geweest
dat Ik niet bestond
en dat jij en al die koningen niet bestonden.
En evenmin zal één van ons hierna ophouden te zijn.

Hoogstens kan een leven worden gedood waarmee een zelf zich heeft geïdentificeerd, terwijl het zelf vrij blijft van sterven.
Dat betekent voor de nabestaanden dat in dit perspectief altijd meer wordt gezien dan de overleden persoon zoals die er was met zijn of haar kwellingen.
Het gaat daarbij niet zozeer om het mogelijke voortbestaan van een ziel in een leven na dit leven, maar om de open dimensie die altijd al in en om de persoon aanwezig was en die de persoon zelf altijd al was.
Dat is het ruime kader waarin alles, zelfs de zelfmoord, een plaats kan krijgen.
Ik hoop dat dit ruime perspectief zich voor velen zal openen.

5. Besluit

We hebben dus verschillende kaders gezien met een ruimer perspectief dan die van de afgeslotenheid:
- de algemeen menselijke situatie
- het Leven
- bewust-zijn
- nihilisme en overgave
- verlangen
- liefde
- zelf-zijn en non-dualiteit

Juist als er zo’n extreme afsluiting dat zelfmoord waarschijnlijk wordt, wordt er afscheid genomen van de beperkte levenssituatie. Dat is de grote kans om afscheid te nemen van het beperkte zelf-zijn en de grenzen ervan te overschrijden, om te zien dat het zelf-zijn niet vastzit aan wat dan ook.
Dit boven je zelf uitkomen is niet een daad die datzelfde zelf-zijn uitvoert. Rationele automie in keuzes is er vaak niet. Het kan plaatsvinden vanuit het zelf-zijn dat al ruimer is.

Het ruimere perspectief is uitnodigend voor iedereen. Ze nodigt uit om meer te gaan zien dan de benauwdheid en wanhoop en zo ook meer te zijn. Het eigen standpunt verandert en daarbij  ontdekt het eigen zelf-zijn dat het ruimer is dan tot dusver gevoeld en gedacht.
Die verruiming gaat door tot een volledig wegvallen van de betrokkenheid van het ik op zichzelf, dat wil zeggen, tot een non-dualiteit.
Een definitieve oplossing voor het algemeen menselijke conflict en de specifieke eigen wanhoop is er dus in de realisatie van deze eigen non-duale sfeer die aan alles voorafgaat

Een reactie posten