Populaire berichten

maandag 16 april 2012

Stervensbegeleiding Advaita (Douwe Tiemersma)



Bijeenkomst projectgroep Psychotherapie, Psychiatrie en Geestelijke Gezondheidszorg op 22 februari 2008; Thema: stervensbegeleiding
Bijdrage van Douwe


Het is heel bijzonder wat hier vanavond allemaal naar voren is gekomen. Dat was een paar jaar geleden niet mogelijk geweest. Het is kennelijk zo doorgewerkt en in de eigen ervaring aanwezig, dat het ook echt werkt. En dan zie je ook de effecten bij anderen. Dat is opmerkelijk; jullie hebben zelf ook opgemerkt dat dit niet overal te vinden is.

Open-zijn als begeleiding
Het blijkt dus dat wanneer je teruggaat naar je eigen zelf-zijn, de openheid komt en de ander dat gaat merken. Dat is het centrale proces. Wat is nu dus de ideale begeleider /begeleidster? Dat zou dus iemand zijn die voortdurend in dat zelf-zijn zit, totaal open. Dan hoeft er verder helemaal niets meer te gebeuren, want dan komt ook bij die ander de ervaring van openheid. Er is dan geen tweeheid meer.
Juist in de terminale fase verdwijnen allerlei maskers en pantsers en de gevoeligheid is groter dan bij andere mensen. Non-dualiteit kan dan door de meeste mensen vrij gemakkelijk ervaren worden. Het is eigenlijk een heel natuurlijke toestand. Al die gevormde patronen zijn secundair aangeleerd; egospanning is aangeleerd; de weerstandmechanismen tegen de krachten die dit kunnen aantasten zijn aangeleerd. De angst die hiermee gemoeid is heeft direct te maken met de beperkte identificatie met het ik-bestaan. Aan het eind van het leven wordt dit een heel acute zaak, want dan is de ervaring; ik ga dood.
Wanneer je daar als begeleider bij bent is de situatie des te beter naarmate je zelf al die zaken hebt losgelaten, dus zelf stabiel in die openheid bent. In de cursussen die gegeven worden zou dit centraal moeten staan. Dus dan gaat het niet zozeer om die vaardigheden van communiceren, enzovoort; het gaat om die kwaliteit van jezelf, want dat geeft de doorslag en dat zou je iedereen toewensen, ook die terminale patiënten; namelijk dat ze ook die openheid gaan ervaren en die ik-spanningen loslaten. Het is dus die non-dualiteit waar het om gaat en dat is de afwezigheid van tweeheid. Zodra er een grens wordt gesteld zit je weer in de problemen. In die non-dualiteit ga je dus ervaren dat er geen grenzen zijn; dat er ook geen grenzen zijn in de tijd. Wanneer je daar werkelijk in bent kun je wel zeggen; oké, ik ben toen geboren, maar wat heeft dat voor betekenis? Je bent jezelf en meteen is daar de ervaring dat dit zelf-zijn niet gebonden is aan een geboorte-tijdstip en een sterf-tijdstip. Dat bewustworden is ontzettend belangrijk. Wanneer je werkelijk naar jezelf gaat, is er niet meer die zorg voor jezelf, dan is er niet meer dat ego, die egocentriciteit. Dus er is voor jou ook geen geboorte en geen dood. Dat is pas de totale openheid en dan is er nergens een scheiding te vinden; er is totaal geen tweeheid meer.

Vraag: dat verklaart ook waarom sommige mensen zo vredig dood kunnen gaan? Ze hebben zo veel losgelaten …

Precies. Dus wanneer het gaat om het begeleiden – het werd ook steeds gezegd – wees er alleen maar. Maar het heeft wel deze diepte, dit bewust-zijn. Er is geen geboorte. Er is geen dood. Het is totaal open. Je kunt er eigenlijk niets over zeggen. Er is ook helemaal geen weerstand meer, want er is niet meer de identificatie met een bepaald persoonlijk leven dat in stand gehouden moet worden of dat op een heel leedvolle manier teneinde gaat. Er is totaal geen weerstand; die grenzen zijn verdwenen. Er is geen tijd, er is geen geboorte, er is geen dood. Dat is de werkelijke non-dualiteit. Alles valt weg. Om daar te komen heb je waarschijnlijk wel een periode gehad waarin je met je eigen angst geconfronteerd werd. Dat is vanuit een ik-situatie heel vanzelfsprekend. Maar wanneer dat op een goede manier is doorgegaan en is opgelost, dan is er die totaal open situatie.

Open-zijn ook buiten de begeleiding
Jullie hebben dit nu zo ervaren als begeleider. Die ervaring van ‘er alleen maar zijn’ wordt steeds sterker. Je kunt ook herkennen hoe bij stervenden die totale openheid aanwezig is. Jullie zeggen: het is heerlijk om daar zo in te zijn. Maar in hoeverre werkt dat door? Dat is nog een tweede punt. Wanneer je zo jezelf kunt zijn in een vrij beschermde omgeving van een hospice of bij iemand thuis, dan zie je dat die sfeer vrij gemakkelijk kan uitbreiden naar andere omstandigheden, bijvoorbeeld wanneer je bij Albert Heijn boodschappen doet, of wanneer er allerlei anderen bij zijn in een ziekenhuis.

Vraag: maar als ik erover ga praten vraag ik me af: snappen anderen dat wel?

Dat moet je loslaten, zowel bij terminale patiënten als bij collega’s. Het gaat erom dat je zelf steeds stabieler aanwezig bent, ook bij Albert Heijn, thuis en overal. Dat is de stabilisering. Zo’n specifieke situatie is een heel mooie gelegenheid om het te leren.

Begeleiding tijdens en na het sterven
Nog iets over die overgangssituatie bij het fysieke sterven. Soms is het de aangewezen weg om niet alleen maar stil aanwezig te zijn. Wanneer het relevant is kan het ook goed zijn om wat aanwijzingen te geven. Het hangt ervan af, het moet nuttig zijn. Het kan zijn dat iemand erover gaat praten, over zijn strijd, over zijn angsten. Dan is het zaak om daar vanuit de eigen ervaring ook iets over te kunnen zeggen. Het gaat natuurlijk om openheid, maar in bepaalde gevallen, wanneer de ander ervoor openstaat en wanneer er problemen zijn, kan er ook iets van begeleiding gegeven worden. Het moet vanuit de eigen ervaring plaatsvinden. De beste reisgids is iemand die de plaatsen kent waar je komt. Dan heb je ook vertrouwen in de gids. Door zijn eigen weten is er rust en ontspanning, zodat anderen zeggen: oké, ik ga met je mee. Het heeft dus te maken met de soms moeilijke processen van het loslaten. Het ‘ik wil niet loslaten’, ‘ik wil dat bestaan om wat voor reden dan ook voortzetten en ik zie dat dat niet lukt’, ‘wat komt er na dit leven? Het wordt misschien heel erg; een oordelende God of een schuldgevoel'. Dan kan het goed zijn om er wel wat over te zeggen, nogmaals; vanuit de eigen ervaring.
In de Tibetaanse traditie heb je ook het begeleiden voorbij de grens van de fysieke dood. Dat is niet verschillend van de begeleiding voordat iemand sterft. Tijdens, maar ook vlak na het fysieke sterven zit je in een sfeer waarin nog een bepaalde persoonlijkheid aanwezig is, een subtiel-energetische persoonlijkheid die niet helemaal samenvalt met het fysieke lichaam. Als er van die verschrikkingen in de persoonlijke situatie zijn, kan er bij een vertrouwensrelatie en als de persoon er voor open staat, daar iets over gezegd worden. Al was het alleen maar: we laten je los, kijk naar het licht. Dan is dat iets meer dan alleen maar open zijn. Het is een stukje onderricht in het loslaten. Als het goed is, is dat al tijdens het leven gebeurd, maar juist in deze fase komt het er zo op aan dat het in principe op korte termijn veel mogelijkheden heeft. Als je een goede begeleider bent, is het dus belangrijk dat je kennis hebt van die basale openheid, de non-dualiteit, en ten tweede van die verschillende fasen die mensen doorgaan vanuit een ik-persoon met een ik-centrum naar een loslaten in die totale openheid. Die fasen kunnen heel pijnlijk zijn en die kunnen gepaard gaan met minder mooie visioenen, enzovoort. Hoe meer je in jezelf gaat en helder blijft, zul je dit ook steeds beter gaan herkennen. Wanneer je dat doodgaan tijdens het leven bewust hebt meegemaakt, dan ken je ook de fasen die zo iemand kan meemaken in een terminale toestand en zelfs ook een stukje voorbij de fysieke dood. Dat licht heeft ook een kwaliteit van Licht en Liefde. Dan kun je die zorg en spanning van het ik loslaten.

Wanneer een patiënt naar de dood toe gaat, soms ook al in een eerdere fase, verdwijnt in de ervaring van die patiënt de harde, materiele werkelijkheid. Er is dan een bepaalde energetisch-gevoelsmatige sfeer waarin nog wel wat dingen gebeuren. Dan kan het zijn, zoals in het Tibetaanse boeddhisme, dat de begeleider nog steeds aanwijzingen geeft: blijf niet kijken naar die leedvolle dingen, de pijn; ervaar maar de ruimte, ervaar maar het licht. In het Tibetaans boeddhisme wordt ook gezegd dat je juist na de fysieke dood heel grote kansen hebt, omdat het dan nog acuter wordt. Dan moet je wel heel sterk vasthouden aan de fysieke vorm, wil die energetische vorm, als een soort zieltje, dan toch weer terugkeren naar een fysiek lichaam.

De grens tussen leven en dood is eigenlijk totaal niet duidelijk. Ook als er sprake is van hartstilstand of stilstand van de hersenactiviteit. Waar ligt eigenlijk de grens van het echte gestorven zijn? Wanneer je in die heel subtiele energetische sfeer met die ander aanwezig bent, kun je merken dat het leven nog een tijdlang doorgaat. Het wordt steeds subtieler. Wanneer je op die niveaus aanwezig bent, is dat ook een werkelijkheid. En dat gaat nog een heel eind door. Dus in al die fasen, ook na het fysieke sterven, is dat loslaten nog aan de orde, totdat echt alles losgelaten is.

Non-dualiteit
Het gaat dus om de non-dualiteit die voorafgaat aan al die structuren die met de persoon te maken hebben en alle ervaring in verband daarmee. Dat zakken in jezelf gaat dan dus verder dan die structuren. In die zin zak je dus ook door de dood van je eigen ik-persoon, voor zover die er nog is. Dan zie je dat het ik als spanningscentrum oplost. In die diepte kun je op een bewuste manier aanwezig blijven en dan blijft het echt open.
Wanneer het gaat om een spirituele weg van bevrijding is er dus juist aan het eind van het leven een geweldig grote mogelijkheid om alles los te laten. Juist omdat het dan zo acuut is. Het gaat om alles of Niets. Wanneer je dan nog het vasthouden kiest, is het direct duidelijk dat dat ontzettend leedvol is. Dat is tijdens het leven ook, alleen dan gaat het er meestal nog niet zo zwaar aan toe. Aan het eind is het echt zwart-wit geworden. Je voelt dat alles je ontglipt. Wat doe je? Ga je dan nog harder alles vasthouden? Je ervaart meteen: daardoor ontstaat een geweldig lijden. Dus in die situatie is er een ontzettend grote mogelijkheid van bevrijding. Je ziet dan ook bij allerlei mensen die in hun leven nooit zo spiritueel waren, dat ze dat dan aan het eind toch leren, omdat het zo acuut is. Het is het een of het ander. Wanneer er een vertrouwensband is met de begeleider kan het dus goed zijn om meer bewust te worden van dat mechanisme; vasthouden of juist loslaten. Wanneer de begeleider de vrijheid kan uitstralen is zij ook door de ander gemakkelijk te herkennen. Het bezig zijn met ik-zorgjes en ik-afhankelijkheden beperkt het leven ontzettend. Wanneer het gaat om het samengaan van leven en dood: wat betekent dat? Dat je er helemaal vrij van komt. Het op ik-niveau iemand loslaten en de banden maar helemaal doorsnijden is natuurlijk fout, want dat is ook weer egoïsme. Het gaat juist om het openkomen: leven en dood horen in het leven bij elkaar en dat is de basis waarop het leven zich vanzelf, op een heel rijke wijze gaat ontplooien. Dat is natuurlijk van belang voor iedereen en wanneer dat duidelijk wordt zijn er in die terminale fase veel minder problemen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen